Hoofdstuk 1: Zorgroute
1.1 Inleiding
Adaptief onderwijs is gericht op afstemming van het onderwijs op de specifieke onderwijsbehoeften
van de leerlingen in de groep. In 1992 startte WSNS: leerlingen van het sbo terug naar het reguliere
onderwijs en onderwijs op maat te bieden. Adaptief onderwijs is niet hetzelfde als individueel
onderwijs. Scholen worden verplicht om zelf passende onderwijszorgarrangementen voor
risicoleerlingen aan te bieden. De 1-zorgroute levert een bijdrage aan om risicoleerlingen vroegtijdig
beter te kunnen bedienen in hun zorgvragen. De samenwerking in de regio stimuleert om passende
onderwijszorgarrangementen te realiseren.
1.2 Doelen van 1-zorgroute
De 1-zorgroute beschrijft op een transparante en eenduidige wijze de stappen en beslismomenten
die cyclisch in de zorg aan leerlingen op groepsniveau, schoolniveau en bovenschools niveau gezet
worden en stemt de stappen op deze niveaus goed op elkaar af.
Doelen 1-zorgroute:
- Afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van leerlingen en het
handelingsgericht en planmatig leren omgaan met de verschillende onderwijsbehoeften
tussen leerlingen
- Vroegtijdig signaleren van leerlingen die extra aandacht nodig hebben (preventie) en
proactief interveniëren als leerlingen een achterstand dreigen op te lopen
- Vergroten van de competenties van leerkrachten om zorg op maat te bieden
- Geven van impulsen om de kwaliteit van het onderwijs en de zorg te verbeteren
- Transparant maken en verbeteren van de zorgstructuur
- Goede overgang van risicokinderen van de peuterspeelzaal naar de basisschool en de
overgang van groep 8 naar het VO
- Afstemmen van de zorg WSNS en de regio
- Stimuleren en vormgeven van samenwerkingsverband WSNS en regio
- Instroomreductie in het speciaal (basis) onderwijs
In de 1-zorgroute staat de leerkracht centraal, die dagelijks de begeleiding en het onderwijsaanbod
probeert af te stemmen op de leerlingen. De intern begeleider ondersteunt de leerkrachten daarbij.
De schoolleider speelt een belangrijke rol bij het invoeren en monitoren van de zorgroute in de
school. De 1-zorgroute richt zich ook op de bovenschoolse zorg (externe begeleiders).
1.3 Uitgangspunten van 1-zorgroute
Uitgangspunten van de 1-zorgroute:
1. Afstemming op de onderwijsbehoeften van leerlingen
2. Preventief en proactief denken en handelen
3. Positieve aspecten van de leerling, de leerkracht en de ouders benutten
4. Een interactioneel referentiekader
5. Werken met groepsplannen
6. De leerkracht is de beslissende factor
7. De zorg wordt zoveel mogelijk in de klas geboden
8. De intern begeleider als ‘spin in het web’
9. Impulsen voor kwaliteitsverbetering (reflecteren)
10. Actieve participatie leerling
11. Ouders zijn een belangrijke partner
12. De werkwijze is systematisch en transparant
13. Samenwerking in de regio
14. Aandacht voor de instroom en uitstroom van risicoleerlingen
,1.4 uitgaan van de onderwijsbehoeften van leerlingen
In de 1-zorgroute staat afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van de kinderen
centraal.
1.4.1 onderwijsbehoeften: een omslag in denken
Traditiegetrouw denken veel leerkrachten in tekorten en mankementen bij het kind (deficit-denken).
Deze manier van werken is weinig productief. Het levert geen concrete aanwijzingen voor de
leerkracht om de leerling te helpen. Ook werd er pas gehandeld als er ernstige tekorten of
achterstanden opgetreden waren, dus niet preventief of pro-actief. De leerkracht werd hierdoor ook
niet of nauwelijks uitgedaagd om kritisch te reflecteren op haar eigen handelen en aanbod aan deze
leerling.
Door te denken in termen van onderwijsbehoeften, kijk je handelingsgericht. Onderwijsbehoeften
zijn vooral gericht op de ontwikkelingsmogelijkheden en kansen voor het kind. Onderwijsbehoeften
bevatten concrete aanwijzingen ten aanzien van de doelen die je nastreeft voor deze leerling en wat
je samen moet doen om deze doelen te bereiken. Er wordt gevraagd wat het kind nodig heeft.
Er wordt interactionistisch gedacht. De leerkracht denkt stapsgewijs na over haar handelen ten
aanzien van leerlingen.
1.4.2 Wat zijn onderwijsbehoeften?
Door het benoemen van onderwijsbehoeften stellen we vast hoe het onderwijs op het kind
afgestemd kan worden, opdat het kind optimaal kan leren. Bij het benoemen van de
onderwijsbehoeften van een leerling zegt de leerkracht iets over de doelen die je voor dit kind de
komende periode nastreeft en wat dit kind (extra) nodig heeft om deze doelen te bereiken.
Het uitgangspunt hierbij is dat voor alle leerlingen ten minste de minimumdoelen bereikt worden.
Bij het benoemen van onderwijsbehoeften zijn didactische en pedagogische aspecten nauw met
elkaar verweven. In didactisch opzicht geeft de leerkracht bij het benoemen van de
onderwijsbehoefte aan welk doel zij de komende periode voor dit kind nastreeft met betrekking tot
een bepaald vakgebied. In het pedagogisch opzicht geeft de leerkracht aan welk doel zij met
betrekking tot de sociale competentie, de sociaal-emotionele ontwikkeling, het gedrag, de
zelfstandigheid en de algemene werkhouding, taakaanpak en motivatie de komende periode voor dit
kind nastreeft. Vervolgens geeft zij aan welke pedagogische aanpak dit kind nodig heeft om deze
doelen te bereiken.
Bij het benoemen van onderwijsbehoeften maakt de leerkracht gebruik van de volgende informatie:
- Analyses van de resultaten van methodeonafhankelijke toetsen
- Analyses van de resultaten van methode toetsen
- Analyses van het werk van kinderen
- Gerichte observaties
- Gesprekjes met het kind
- Informatie van ouders
Alleen toetsresultaten leveren onvoldoende handelingsgerichte informatie om de
onderwijsbehoeften van een leerling te kunnen benoemen.
Specifieke onderwijsbehoeften zijn niet alleen voor leerlingen die een achterstand hebben. Ook voor
leerlingen die een grote voorsprong hebben of leerlingen met een eigen leerstijl. Bij het benoemen
van onderwijsbehoeften kan uitgegaan worden van het zogenaamde SMARTI-principe (Specifiek,
Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden en Inspirerend).
1.4.3 Wat moet de leerkracht weten en kunnen?
De leerkracht moet kennis hebben van:
- De ontwikkeling en eleerprocessen an kinderen
- Leerlijnen van de vakgebieden lezen, taal en rekenen/wiskunde
- Variaties in instructie, leerstof, werkvormen en methodieken
, De leerkracht moet over de volgende vaardigheden beschikken om onderwijsbehoeften te
benoemen:
- Ontwikkeling van kinderen kunnen volgen
- Relevante gegevens kunnen verzamelen
- Verzamelde gegevens kunnen vertalen in onderwijsbehoeften van een kind
- Waarnemingen integraal kunnen relateren aan leerlijnen
- Doelgericht onderwijsarrangement kunnen ontwerpen en de leeromgeving qua
klassenmanagement zodanig inrichten dat tegemoetgekomen wordt aan de
onderwijsbehoeften van de leerlingen
1.5 Overzicht van 1-zorgroute
De 1-zorgroute bestrijkt in onderlinge afstemming drie niveaus:
- Groepsniveau:
- Handelingsgericht werken
- Schoolniveau
- Groepsbesprekingen
- Leerlingenbesprekingen
- Bovenschools niveau (regio)
- Leerling verwijzen naar een andere basisschool of een school voor speciaal (basis)
onderwijs
1.6 Stappen op groepsniveau
Op groepsniveau wordt minimaal drie maal per jaar de cyclus handelingsgericht werken uitgevoerd.
In de cyclus handelingsgerichtwerken worden telkens zes stappen uitgevoerd:
1. Verzamelen van leerlinggegevens in een groepsoverzicht en evalueren vorig groepsplan
2. Signaleren van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften of van leerlingen die, gelet op
hun ontwikkeling, de komende periode extra aandacht nodig hebben
3. Benoemen van de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Als er dan nog onvoldoende
informatie is om de onderwijsbehoeften van een leerling vast te kunnen stellen, wordt er
verder handelingsgericht onderzoek verricht
4. Clusteren van leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften.
5. Opstellen van een groepsplan
6. Uitvoeren van het groepsplan
1.7 Groepsbespreking en leerlingbespreking
De intern begeleider leidt beide gesprekken.
Groepsplan
De leerkracht en de intern begeleider bespreken de uitkomsten van stap 1 t/m 4. Er worden
handvatten verzameld voor het opstellen van het nieuwe groepsplan.
- Inventariseren van vragen en bespreekpunten
- Evaluatie vorig groepsplan
- Aandachtspunten voor de hele groep
- Welke leerlingen hebben extra aandacht nodig en wat zijn hun onderwijsbehoeften?
- Clusteren
- Belangrijke aandachtspunten voor het nieuwe groepsplan
- Begeleiding nodig van IB’er bij het opstellen en/ of uitvoeren van het groepsplan?
- Leerlingen die aangemeld worden voor de leerlingbespreking?
1.1 Inleiding
Adaptief onderwijs is gericht op afstemming van het onderwijs op de specifieke onderwijsbehoeften
van de leerlingen in de groep. In 1992 startte WSNS: leerlingen van het sbo terug naar het reguliere
onderwijs en onderwijs op maat te bieden. Adaptief onderwijs is niet hetzelfde als individueel
onderwijs. Scholen worden verplicht om zelf passende onderwijszorgarrangementen voor
risicoleerlingen aan te bieden. De 1-zorgroute levert een bijdrage aan om risicoleerlingen vroegtijdig
beter te kunnen bedienen in hun zorgvragen. De samenwerking in de regio stimuleert om passende
onderwijszorgarrangementen te realiseren.
1.2 Doelen van 1-zorgroute
De 1-zorgroute beschrijft op een transparante en eenduidige wijze de stappen en beslismomenten
die cyclisch in de zorg aan leerlingen op groepsniveau, schoolniveau en bovenschools niveau gezet
worden en stemt de stappen op deze niveaus goed op elkaar af.
Doelen 1-zorgroute:
- Afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van leerlingen en het
handelingsgericht en planmatig leren omgaan met de verschillende onderwijsbehoeften
tussen leerlingen
- Vroegtijdig signaleren van leerlingen die extra aandacht nodig hebben (preventie) en
proactief interveniëren als leerlingen een achterstand dreigen op te lopen
- Vergroten van de competenties van leerkrachten om zorg op maat te bieden
- Geven van impulsen om de kwaliteit van het onderwijs en de zorg te verbeteren
- Transparant maken en verbeteren van de zorgstructuur
- Goede overgang van risicokinderen van de peuterspeelzaal naar de basisschool en de
overgang van groep 8 naar het VO
- Afstemmen van de zorg WSNS en de regio
- Stimuleren en vormgeven van samenwerkingsverband WSNS en regio
- Instroomreductie in het speciaal (basis) onderwijs
In de 1-zorgroute staat de leerkracht centraal, die dagelijks de begeleiding en het onderwijsaanbod
probeert af te stemmen op de leerlingen. De intern begeleider ondersteunt de leerkrachten daarbij.
De schoolleider speelt een belangrijke rol bij het invoeren en monitoren van de zorgroute in de
school. De 1-zorgroute richt zich ook op de bovenschoolse zorg (externe begeleiders).
1.3 Uitgangspunten van 1-zorgroute
Uitgangspunten van de 1-zorgroute:
1. Afstemming op de onderwijsbehoeften van leerlingen
2. Preventief en proactief denken en handelen
3. Positieve aspecten van de leerling, de leerkracht en de ouders benutten
4. Een interactioneel referentiekader
5. Werken met groepsplannen
6. De leerkracht is de beslissende factor
7. De zorg wordt zoveel mogelijk in de klas geboden
8. De intern begeleider als ‘spin in het web’
9. Impulsen voor kwaliteitsverbetering (reflecteren)
10. Actieve participatie leerling
11. Ouders zijn een belangrijke partner
12. De werkwijze is systematisch en transparant
13. Samenwerking in de regio
14. Aandacht voor de instroom en uitstroom van risicoleerlingen
,1.4 uitgaan van de onderwijsbehoeften van leerlingen
In de 1-zorgroute staat afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van de kinderen
centraal.
1.4.1 onderwijsbehoeften: een omslag in denken
Traditiegetrouw denken veel leerkrachten in tekorten en mankementen bij het kind (deficit-denken).
Deze manier van werken is weinig productief. Het levert geen concrete aanwijzingen voor de
leerkracht om de leerling te helpen. Ook werd er pas gehandeld als er ernstige tekorten of
achterstanden opgetreden waren, dus niet preventief of pro-actief. De leerkracht werd hierdoor ook
niet of nauwelijks uitgedaagd om kritisch te reflecteren op haar eigen handelen en aanbod aan deze
leerling.
Door te denken in termen van onderwijsbehoeften, kijk je handelingsgericht. Onderwijsbehoeften
zijn vooral gericht op de ontwikkelingsmogelijkheden en kansen voor het kind. Onderwijsbehoeften
bevatten concrete aanwijzingen ten aanzien van de doelen die je nastreeft voor deze leerling en wat
je samen moet doen om deze doelen te bereiken. Er wordt gevraagd wat het kind nodig heeft.
Er wordt interactionistisch gedacht. De leerkracht denkt stapsgewijs na over haar handelen ten
aanzien van leerlingen.
1.4.2 Wat zijn onderwijsbehoeften?
Door het benoemen van onderwijsbehoeften stellen we vast hoe het onderwijs op het kind
afgestemd kan worden, opdat het kind optimaal kan leren. Bij het benoemen van de
onderwijsbehoeften van een leerling zegt de leerkracht iets over de doelen die je voor dit kind de
komende periode nastreeft en wat dit kind (extra) nodig heeft om deze doelen te bereiken.
Het uitgangspunt hierbij is dat voor alle leerlingen ten minste de minimumdoelen bereikt worden.
Bij het benoemen van onderwijsbehoeften zijn didactische en pedagogische aspecten nauw met
elkaar verweven. In didactisch opzicht geeft de leerkracht bij het benoemen van de
onderwijsbehoefte aan welk doel zij de komende periode voor dit kind nastreeft met betrekking tot
een bepaald vakgebied. In het pedagogisch opzicht geeft de leerkracht aan welk doel zij met
betrekking tot de sociale competentie, de sociaal-emotionele ontwikkeling, het gedrag, de
zelfstandigheid en de algemene werkhouding, taakaanpak en motivatie de komende periode voor dit
kind nastreeft. Vervolgens geeft zij aan welke pedagogische aanpak dit kind nodig heeft om deze
doelen te bereiken.
Bij het benoemen van onderwijsbehoeften maakt de leerkracht gebruik van de volgende informatie:
- Analyses van de resultaten van methodeonafhankelijke toetsen
- Analyses van de resultaten van methode toetsen
- Analyses van het werk van kinderen
- Gerichte observaties
- Gesprekjes met het kind
- Informatie van ouders
Alleen toetsresultaten leveren onvoldoende handelingsgerichte informatie om de
onderwijsbehoeften van een leerling te kunnen benoemen.
Specifieke onderwijsbehoeften zijn niet alleen voor leerlingen die een achterstand hebben. Ook voor
leerlingen die een grote voorsprong hebben of leerlingen met een eigen leerstijl. Bij het benoemen
van onderwijsbehoeften kan uitgegaan worden van het zogenaamde SMARTI-principe (Specifiek,
Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden en Inspirerend).
1.4.3 Wat moet de leerkracht weten en kunnen?
De leerkracht moet kennis hebben van:
- De ontwikkeling en eleerprocessen an kinderen
- Leerlijnen van de vakgebieden lezen, taal en rekenen/wiskunde
- Variaties in instructie, leerstof, werkvormen en methodieken
, De leerkracht moet over de volgende vaardigheden beschikken om onderwijsbehoeften te
benoemen:
- Ontwikkeling van kinderen kunnen volgen
- Relevante gegevens kunnen verzamelen
- Verzamelde gegevens kunnen vertalen in onderwijsbehoeften van een kind
- Waarnemingen integraal kunnen relateren aan leerlijnen
- Doelgericht onderwijsarrangement kunnen ontwerpen en de leeromgeving qua
klassenmanagement zodanig inrichten dat tegemoetgekomen wordt aan de
onderwijsbehoeften van de leerlingen
1.5 Overzicht van 1-zorgroute
De 1-zorgroute bestrijkt in onderlinge afstemming drie niveaus:
- Groepsniveau:
- Handelingsgericht werken
- Schoolniveau
- Groepsbesprekingen
- Leerlingenbesprekingen
- Bovenschools niveau (regio)
- Leerling verwijzen naar een andere basisschool of een school voor speciaal (basis)
onderwijs
1.6 Stappen op groepsniveau
Op groepsniveau wordt minimaal drie maal per jaar de cyclus handelingsgericht werken uitgevoerd.
In de cyclus handelingsgerichtwerken worden telkens zes stappen uitgevoerd:
1. Verzamelen van leerlinggegevens in een groepsoverzicht en evalueren vorig groepsplan
2. Signaleren van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften of van leerlingen die, gelet op
hun ontwikkeling, de komende periode extra aandacht nodig hebben
3. Benoemen van de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Als er dan nog onvoldoende
informatie is om de onderwijsbehoeften van een leerling vast te kunnen stellen, wordt er
verder handelingsgericht onderzoek verricht
4. Clusteren van leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften.
5. Opstellen van een groepsplan
6. Uitvoeren van het groepsplan
1.7 Groepsbespreking en leerlingbespreking
De intern begeleider leidt beide gesprekken.
Groepsplan
De leerkracht en de intern begeleider bespreken de uitkomsten van stap 1 t/m 4. Er worden
handvatten verzameld voor het opstellen van het nieuwe groepsplan.
- Inventariseren van vragen en bespreekpunten
- Evaluatie vorig groepsplan
- Aandachtspunten voor de hele groep
- Welke leerlingen hebben extra aandacht nodig en wat zijn hun onderwijsbehoeften?
- Clusteren
- Belangrijke aandachtspunten voor het nieuwe groepsplan
- Begeleiding nodig van IB’er bij het opstellen en/ of uitvoeren van het groepsplan?
- Leerlingen die aangemeld worden voor de leerlingbespreking?