Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting | De Cel: structuur en functie | VUB | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
36
Uploaded on
16-06-2026
Written in
2025/2026

Dit document bevat potentiële examenvragen en een samenvatting voor de hoofdstukken 1 tot en met 6 voor het vak 'De cel: Structuur en functie' aan de Vrije Universiteit Brussel. Ideaal voor examenvoorbereiding - alle kernconcepten zijn helder uitgelegd met concrete voorbeelden en directe examenvragen.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Hoofdstuk 1: Inleiding

Potentiele examenvragen
1. Leg de huidige celtheorie uit (de moderne interpretatie)
2. Wat is de gangbare hypothese voor ontstaan cel, mitochondriën, chloroplasten…
3. Geef de theorie van de protocel.
4. Wat is de bestaande theorie omtrent de oorsprong van cellen/ het leven.
5. Wat is een protocel?
6. Wat is het verschil tussen prokaryoten en eukaryoten?
7. Wat houdt de evolutie van natuurlijke selectie in?
8. Beschrijf de differentiatie van cellen, uitgaan van een zygote?
9. Wat zijn IPS-cellen, hoe worden ze gegenereerd, wat zijn de eigenschappen van die cellen?
10. Wat zijn universele eigenschappen cellen?
11. Hoe gebeurt DNA-replicatie?
12. Hoe gebeurt transcriptie?



Klassieke celtheorie:
1. Elementaire bouwstenen van alle leven
2. Uit 1 of meerdere cellen = uni- of multicellulair
3. Ontstaan uit vooraf bestaande cellen => dmv celdeling
4. Energieomzettingen vindt plaats => metabolisme
5. Primaire bouwsteen structuur en functie, fysiologie en organisatie levend org
6. Kunnen beschouwd w als afzonderlijke eenheden of als bouwstenen van groter geheel

Moderne interpretatie:
1. Elementaire bouwstenen van structuur en functie org
2. Uit 1 of meerdere cellen = uni- of multicellulair
3. Ontstaan uit vooraf bestaande cellen => dmv celdeling
4. Energieomzettingen vindt plaats => metabolisme
5. Bezitten erfelijk materiaal (DNA) => overgedragen tijdens celdeling
6. Bezitten essentieel gelijkaardige biochem samenstelling
7. Hebben alle kenmerken vh leven
8. Activiteit v org = afh v totale act cellen

Evolutie en ontstaan cel
1) Spontane vorming organische moleculen => bij toenmalige omstandigheden aarde:
Weinig 02, veel N2 en CO2
2) Vorming macromolecule => kan enkel als molecule in staat nieuwe kopieën van zichzelf
• Van org mol klasse kunnen enkel nucleïnezuren da
• RNA => kan dienen als eigen template + andere chemische reacties katalyseren (zoals
polymerisatie van nucleotiden)
• Zelf-replicerende RNA-moleculen => evolueerde naar RNA als genetische code => DNA
vervangt
3) Ontstaan eerste cel = Protocel => omhulling Zelf-replicerende RNA-moleculen + paar andere
mol in fosfolipiden dubbellaag
• Protocel => eerste voorloper van moderne cel die in staat is zelfreproductie en evolutie



1

, 4) Evolutie tot “moderne” cel => darwiniaanse selectie = cellulaire fitness
• Protocel met zelfrepli RNA => Hogere conc RNA => hogere
osmotische druk
• Compensatie dmv transfer v membraancompo van proto zonder
zelfrepli dna naar proto met
• Proto met zelfrepi = overlevingsvoordeel = genomic fitness
• Membraangroei = membraanfitness => leidt tot pH-gradient => passief transport => kan
als E worden gebruikt
5) Evolutietheorie Darwin
• Nat selectie = Org beter aangepast aan omgeving = meer kans overleven + voortplanten
• Betere eig w doorgegeven aan volgende generaties => soorten
evolueren
• Vb. Resistentie kkr-cellen chemotherapeutica: sommige cellen =
resistent => gaan overleven en prolifereren => uiteindelijk = hele kkr
resistent


Verschil pro- en eukaryoot
1) Prokaryoten :
• Geen celkern, klein (±1µm), één circulair DNA-molecuul, geen cytoplasmatische
organellen.
• Kunnen pathologieën veroorzaken = pathogene
• Hiertoe behoren bacteriën en archaea.
2) Eukaryoten :
• Bezitten een celkern, groter (±10–100µm), lineaire DNA-moleculen, meerdere
chromosomen en organellen.
• Hiertoe behoren planten, dieren en fungi


Endosymbiose: overgang prokaryoot naar eukaryoot
 Verwerven van celorganellen
 Organisme (endosymbiont) leeft symbiotisch in de cellen of het lichaam van een
gastheerorganisme
 Oercel of precursor heeft prokaryoten (endosymbionten) opgenomen => celorganellen
ontstaan.
• Chloroplasten uit fotosynthetische eubacteriën
• Mitochondriën uit aerobische eubacteriën.
 Effect ontstaan euka => drastische toename zuurstof in atmo



Cellen als experimentele modellen
- Prokaryoten : Escherichia coli is een standaardmodel vanwege de eenvoudige structuur en
snelle deling.
- Eukaryoten : Gist (Saccharomyces cerevisiae), Dictyostelium (slijmschimmel), rondworm
(Caenorhabditis elegans), fruitvlieg (Drosophila melanogaster), zebravis, klauwkikker, muis
en primaten.




2

, 1) Verschillen in complexiteit genoom
=> niet evenredig aan de complexiteit organisme = oa door alternatieve splicing
2) Gebruikte celtypes voor onderzoek
- Primaire cellen (in vitro) = vaak beperkte levensduur <—> langdurig celfuncties
bestuderen
- Cellijnen (meestal kankercellen) => popu gekweekte cellen afkomstig uit 1 cel of
weefsel
- Stamcellen, zoals embryonale stamcellen => kunnen onbeperkt delen + tot alle
celtypes differentiëren.
3) Productie geinduceerde Pluripotente stamcellen (iPS)
 Herprogrammeren van gedifferentieerde cellen
 Fibroblast omvormen tot iPS dmv toevoeging 4 genen : c-MYC, OCT4, SOX2, KLF4

Universele eigenschappen cel
 Verklaart waarom bij zowel zeer primitieve levensvormen als recent geëvolueerde
levensvormen dezelfde processen terugvinden
 Enkele essentiële eigenschappen die elke cel moet bevatten om te kunnen overleven en
reproduceren.

1. De cel is een replicatieve entiteit
2. Het zelf-replicerend potentieel van levende cellen is gebaseerd op een autokatalytische
feedback loop
3. Alle levende cellen slaan hun erfelijke informatie op onder een vorm van dubbelstrengig DNA
4. Alle cellen hebben ATP nodig voor de synthese van DNA en RNA
5. Het kopiëren van genetische informatie gebeurt door DNA-replicatie
6. Alle cellen overschrijven de genetische informatie over via RNA
7. Alle cellen vertalen RNA in eiwit op dezelfde manier
8. Alle cellen gebruiken eiwitten als katalysatoren
9. Alle cellen functioneren als biochemische fabrieken en hebben soortgelijke moleculaire
basisbestanddelen
10. Alle cellen consumeren en maken ATP als energiebron
11. Celmembranen bevatten transporteiwitten voor nutrienten en afvalstoffen




3

, Hoofdstuk 2: Methodologie
Potentiële examenvragen
1. Wat is het scheidend vermogen
2. Op welke van de 2 lenzen krijgt u een beter beeld en waarom (crf slide 110)
3. Waarom gebruiken we immersie olie?
4. Wat wilt ‘Lambdaemissie> Lambdaexcitatie’ zeggen?
5. Wat is de essentie van fluorescentiemicroscopie?
6. Antigen X en Y, hoe kan je die simultaan detecteren (Kan invullen hoe je wilt bv. slide 129)
7. Kan je fluorescentie gebruiken voor elektronenmicroscopie? Waarom wel/niet?
8. Wat zijn monoclonale antilichamen + voordeel?
9. Beschrijf in detail elke stap die nodig is om een monoclonaal antilichaam aan te maken (schema’s geven).
10. Schets hoe een antilichaam eruitziet. (Aanduiden Fab en Fc + inkleuren en S-S aanduiden in die structuur)
11. Op welke manieren kan men een molecule detecteren?
12. Wat houden EM en fluorescentiemicroscopie in en wat is het verschil tussen beide. (Schema)
13. Leg uit: fluorescentiemicroscopie.
14. Wat is het onderliggende fysische principe van fluorescentie?
15. Wat is het verschil tussen polarisatie en fasecontrast microscopie?
16. Wat is het onderliggende principe van confocale laserscanning microscoop, hoe werkt dit nu precies?
17. Confocale microscopie: maak schema van microscoop, leg het uit, geef de voordelen
18. Leg aan de hand van een schema uit wat het verschil is tussen multi-foton confocale laser microscopie en
elektronenmicroscopie + voordelen van beide.
19. Leg uit: “salami-concept”.
20. Wat is GFP, wat kan je daarmee aanvangen?
21. ‘Dystrofine interageert met actinemolecule in het cytoskelet, hoe kan je bewijzen dat dystrofine dat de
ziekte duchene-musculaire dystrofie veroorzaakt interageert met actine?’
22. Leg het principe uit van fluorescence resonance energy transfer (fret) imaging.
23. Hoe kan de fluïditeit van membranen bewezen worden?
24. Kunnen we antilichamen gebruiken voor een elektronenmicroscoop?
25. Waarom wordt er gebruik gemaakt van goud bij een elektronenmicroscoop?
26. Wat is het verschil tussen SEM en TEM? Schema
27. Bespreek de voor- en nadelen van multi-foton laser confocale microscopie t.o.v. SEM
28. Leg uit: Cryo-EM en “single particle reconstruction”


Lichtmicroscopie
 Introductie ofs
- Dierlijke cellen = 10-20µm
- Weinig contrast, organellen moelijk onderscheidbaar
=>Specimen-preparatie en kleuringstechnieken noodzakelijk

1) Voordelen
- Licht is Versatiel
- Niet destructief
- Kan celbeweging, -dynamiek en -interacties visualiseren dmv combo met
fluorescente probes of eiwitten (vb. GFP)
- Real-time => cellen kunnen levend w geanalyseerd, hoeven niet ingebed
- High troughput analyses => heel veel verschillend chemische compo in 1 keer testen
(vb drugsscreening)
- 3D is mogelijk (maar meestal 2D)
2) Nadelen
- Resolutie = beperkt (door golflengte —> gebruiken elektronen)


4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 16, 2026
Number of pages
36
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.56
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
rania27

Get to know the seller

Seller avatar
rania27 Vrije Universiteit Brussel
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
2 weeks
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions