Belangrijkste aspecten hoorcolleges Nieuwste Tijd
Romantiek
Aanleiding van de Romantiek: vanaf 1750 en met name in de negentiende eeuw. Reactie op veranderingen in
de leefwereld:
- Klimaatverandering als gevolg van industrialisering
- Rationalisme van verlichting en ontwikkelende wetenschappen
- Politieke omwenteling (bijv. Franse revolutie)
De Romantici keren zich tegen de veranderende samenleving van hun tijd, voelen een afkeer tegen fabrieken,
consumentcultuur en hebben een ander wereldbeeld. Hieruit ontstaat de Romantiek. Ze zijn ook politiek
conservatief, ze willen namelijk terug naar wat er ooit was.
Representaties van de koloniale relatie:
1. Met nadruk op ontwikkeling (een modern land komt ontwikkeling brengen ergens anders)
2. Met nadruk op stilstand (interventie is nodig want de voortgang staat stil)
3. Met nadruk op anders zijn (stilstand verklaart door anders zijn van andere land)
a. Wordt afgebeeld in kunst, fotografie, film, etc.
b. Discours van kolonialisme is een samenhangend complex van uitspraken over een thema
Discours over Afrika
- Valentin-Yves Mudimbe: Europeanen hebben de neiging om Afrika te generaliseren. Wanneer het gaat
over Europa gaat het over individuele landen. Wanneer het gaat over Afrika gaat het over het gehele
continent.
Verschillende gebieden van wetenschap in de negentiende eeuw:
Scheikunde John Dalton Atomen
Dimitri Mendelev Periodiek systeem
Medische Wetenschap Louis Pasteur Ziektekiemen en bacteriën
Natuurkunde James Maxwell Wetten van Maxwell
Politieke Economie Adam Smith ‘Wealth of Nations’
Demografie Theodor Malthus ‘Essay on the principle of
population’
Geschiedenis Leopold von Ranke ‘Wie es eigentlich gewesen ist‘
Theologie David Strauss ‘Das Leben Jesu’
Taalwetenschap Jacob Grimm Indo- Europese talen
Biologie Charles Darwin Evolutietheorie
Sociologie Auguste Comté ‘Cours de Philosophie Positive’
Politieke economie – Marxisme Karl Marx ‘Communistisch Manifest ‘
Friedrich Engels
,Belangrijkste aspecten hoorcolleges Nieuwste Tijd
Samenhang tussen nationalisme en imperialisme is wellicht relevant in het tentamen, expliciet benoemd .
Nationalisme en nieuwste geschiedenis
Eric Hobsbawm: Historici bieden door hun werk en onderzoek de voedingsbodem voor nationalisme. Historisch
onderzoek legt namelijk een gedeelde geschiedenis bloot die nationalisten gebruiken.
Vroege geschiedschrijving ging vaak over het eigen land, dit mengde zich inherent met de politiek van die
natiestaat. Niet verassend dat veel negentiende -eeuwse historici ook politiek actief waren.
Nationalisme: Handboek versus hoorcollege
Mckay:
- Nationalisme wordt allereerst aangewakkerd door de Franse revolutie, hierna verspreidde het idee
zich over de wereld. Deze nationalistische gedachten botsten overal met de kleinere
gedecentraliseerde staten zoals de Duitse gebieden. Wanneer er wel sprake was van een centrale
staat waren culturele, taalkundige en religieuze verschillen een obstakel voor nationalisme.
- Later in de tweede helft van de negentiende eeuw werd nationalisme in een versnelling gezet door de
toename van massacommunicatie.
Drie fasen van ontwikkeling nationale gedachte:
- Fase 1: Cultureel/ romantisch nationalisme (1770- 1848)
- Fase 2: vorming van nationale staten (1848- 1870)
- Fase 3: intensieve natievorming en assertief nationalisme (1870- 1914)
Fase 1: Cultureel/ romantisch nationalisme (1770- 1848)
Situatie achttiende eeuw:
- Territoriale staten, verschillende etniciteit en cultuurgroepen
- Identiteit werd aan kleinere dingen verleend: stand, beroep, religie, etc.
- De term natie bestond al wel, werd gebruikt door Universiteitsstudenten die zich in het buitenland
met streekgenoten wilden identificeren.
Vanaf midden achttiende eeuw twee ontwikkelingen:
1. Ontstaan cultureel of historisch natiebesef.
a. Door studie van geschiedenis, taal, rechtsprincipes
b. Burgerstand is aangetrokken tot volksnatie, afzetten tegen aristocratie
2. Idee van volkssoevereiniteit of burgerlijke medezeggenschap. Voor wie is de staat?
a. Nieuwe notie dat de staat in dienst is van het volk
b. Patriotten (republiek), Republiek VS, Franse Revolutie Door de Franse Revolutie en
Napoleontische bezetting kwam zowel het politieke als het culturele nationalisme tot
ontwikkeling.
, Belangrijkste aspecten hoorcolleges Nieuwste Tijd
Fase 1: achtergrond van 1848 (voor de revolutiegolf)
De verschillende opstanden van de burgerij tegen het gevestigde bestuur tijdens de tweede helft van de
achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw, droegen bij aan nationalisering. Bijvoorbeeld
opstanden in de zuidelijke Nederlanden, de Franse revolutie en opstanden vlak voor de tweede Franse
Republiek, en de hier opvolgende op opstanden in Berlijn tegen het gevestigde bestuur.
- Uitdrukking liberaal ongenoegen over restauratiepogingen van zittende macht
- Economische crisis
o Leidde tot nationalisme
Na de revoluties van 1848 waren de grenzen van grote natiestaten nog niet per se veranderd, op dit gebied was
het dus nog niet succesvol. Dit leidde tot verschillende inzichten na 1848:
1. Geen geslaagde revolutie op basis van idealisme
2. Te smalle basis, voornamelijk de bovenlaag van de maatschappij, geen steun boerenbevolking
3. Geen machtsapparaat om de revolutie te steunen
4. Sterke belangentegenstelling tussen liberale burgerij kerk, volksklassen en nationale groepen
5. Afscheid van romantiek, idealisme en cultureel nationalisme
6. Voortaan: realisme en hervorming op basis van echte macht (macht over de staat als vereiste voor een
succesvolle revolutie).
Fase 2: vorming van nationale staten (1848- 1870)
- Binnen deze periode een periode van natie-staatvorming, maar voornamelijk van bovenaf.
o Niet vanuit idealen (1848), ook niet vanuit het volk (nationalistische sentimenten).
o Wel als praktische oplossing of hervorming vanuit de nieuwe generatie machthebbers
Dit is Realpolitik
Eenwording van Duitsland: 1815- 1898 (Pruisen, Otto von Bismarck)
- In 1848 ontstond een Duitse bond bestaande uit 40 staten, voornaamste Pruissen en Oostenrijk
- Voor 1848 was Oostenrijk dominant.
- De Krimoorlog zorgde voor spanningen op internationaal toneel, gevestigd tijdens congres van Wenen,
dit bood ruimte voor de Pruisische premier Otto von Bismarck om het land te versterken.
o Dit leidt tot de Oostenrijks-Pruisische oorlog. Oostenrijk voelt zich bedreigd, verliest de
oorlog.
- Na winst van de oorlog stapt Pruisen uit Duitse bond en richt de Noord-Duitse bond op.
Verdeling van geloofsgroepen in Duitsland
- Bismarck wilde een deel van Duitse gebieden overnemen. Hij doet dit middels een list waardoor
Pruisen als slachtoffer wordt gezien wanneer Frankrijk de oorlog verklaart. Hierdoor voegt dit laatste
Duitse gebied zich alsnog bij Pruisen, waarna het land de oorlog wint.
- Na de oorlog zijn er de nieuwe grenzen van het Duitse keizerrijk, die tot de eerste wereldoorlog blijft
bestaan.
Drie voorbeelden van de vorming van natiestaten – Unification Nationalism
1. Staatkundige vereniging van versnipperde cultuurnaties (Duitsland en Italië)
2. Opdeling van grote veel- volken staten in andere staten (Ottomaanse rijk of Habsburgse rijk)
3. Uiteenvallen voorkomen door versterking centraal gezag, eenwording (Verenigde Staten)
Romantiek
Aanleiding van de Romantiek: vanaf 1750 en met name in de negentiende eeuw. Reactie op veranderingen in
de leefwereld:
- Klimaatverandering als gevolg van industrialisering
- Rationalisme van verlichting en ontwikkelende wetenschappen
- Politieke omwenteling (bijv. Franse revolutie)
De Romantici keren zich tegen de veranderende samenleving van hun tijd, voelen een afkeer tegen fabrieken,
consumentcultuur en hebben een ander wereldbeeld. Hieruit ontstaat de Romantiek. Ze zijn ook politiek
conservatief, ze willen namelijk terug naar wat er ooit was.
Representaties van de koloniale relatie:
1. Met nadruk op ontwikkeling (een modern land komt ontwikkeling brengen ergens anders)
2. Met nadruk op stilstand (interventie is nodig want de voortgang staat stil)
3. Met nadruk op anders zijn (stilstand verklaart door anders zijn van andere land)
a. Wordt afgebeeld in kunst, fotografie, film, etc.
b. Discours van kolonialisme is een samenhangend complex van uitspraken over een thema
Discours over Afrika
- Valentin-Yves Mudimbe: Europeanen hebben de neiging om Afrika te generaliseren. Wanneer het gaat
over Europa gaat het over individuele landen. Wanneer het gaat over Afrika gaat het over het gehele
continent.
Verschillende gebieden van wetenschap in de negentiende eeuw:
Scheikunde John Dalton Atomen
Dimitri Mendelev Periodiek systeem
Medische Wetenschap Louis Pasteur Ziektekiemen en bacteriën
Natuurkunde James Maxwell Wetten van Maxwell
Politieke Economie Adam Smith ‘Wealth of Nations’
Demografie Theodor Malthus ‘Essay on the principle of
population’
Geschiedenis Leopold von Ranke ‘Wie es eigentlich gewesen ist‘
Theologie David Strauss ‘Das Leben Jesu’
Taalwetenschap Jacob Grimm Indo- Europese talen
Biologie Charles Darwin Evolutietheorie
Sociologie Auguste Comté ‘Cours de Philosophie Positive’
Politieke economie – Marxisme Karl Marx ‘Communistisch Manifest ‘
Friedrich Engels
,Belangrijkste aspecten hoorcolleges Nieuwste Tijd
Samenhang tussen nationalisme en imperialisme is wellicht relevant in het tentamen, expliciet benoemd .
Nationalisme en nieuwste geschiedenis
Eric Hobsbawm: Historici bieden door hun werk en onderzoek de voedingsbodem voor nationalisme. Historisch
onderzoek legt namelijk een gedeelde geschiedenis bloot die nationalisten gebruiken.
Vroege geschiedschrijving ging vaak over het eigen land, dit mengde zich inherent met de politiek van die
natiestaat. Niet verassend dat veel negentiende -eeuwse historici ook politiek actief waren.
Nationalisme: Handboek versus hoorcollege
Mckay:
- Nationalisme wordt allereerst aangewakkerd door de Franse revolutie, hierna verspreidde het idee
zich over de wereld. Deze nationalistische gedachten botsten overal met de kleinere
gedecentraliseerde staten zoals de Duitse gebieden. Wanneer er wel sprake was van een centrale
staat waren culturele, taalkundige en religieuze verschillen een obstakel voor nationalisme.
- Later in de tweede helft van de negentiende eeuw werd nationalisme in een versnelling gezet door de
toename van massacommunicatie.
Drie fasen van ontwikkeling nationale gedachte:
- Fase 1: Cultureel/ romantisch nationalisme (1770- 1848)
- Fase 2: vorming van nationale staten (1848- 1870)
- Fase 3: intensieve natievorming en assertief nationalisme (1870- 1914)
Fase 1: Cultureel/ romantisch nationalisme (1770- 1848)
Situatie achttiende eeuw:
- Territoriale staten, verschillende etniciteit en cultuurgroepen
- Identiteit werd aan kleinere dingen verleend: stand, beroep, religie, etc.
- De term natie bestond al wel, werd gebruikt door Universiteitsstudenten die zich in het buitenland
met streekgenoten wilden identificeren.
Vanaf midden achttiende eeuw twee ontwikkelingen:
1. Ontstaan cultureel of historisch natiebesef.
a. Door studie van geschiedenis, taal, rechtsprincipes
b. Burgerstand is aangetrokken tot volksnatie, afzetten tegen aristocratie
2. Idee van volkssoevereiniteit of burgerlijke medezeggenschap. Voor wie is de staat?
a. Nieuwe notie dat de staat in dienst is van het volk
b. Patriotten (republiek), Republiek VS, Franse Revolutie Door de Franse Revolutie en
Napoleontische bezetting kwam zowel het politieke als het culturele nationalisme tot
ontwikkeling.
, Belangrijkste aspecten hoorcolleges Nieuwste Tijd
Fase 1: achtergrond van 1848 (voor de revolutiegolf)
De verschillende opstanden van de burgerij tegen het gevestigde bestuur tijdens de tweede helft van de
achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw, droegen bij aan nationalisering. Bijvoorbeeld
opstanden in de zuidelijke Nederlanden, de Franse revolutie en opstanden vlak voor de tweede Franse
Republiek, en de hier opvolgende op opstanden in Berlijn tegen het gevestigde bestuur.
- Uitdrukking liberaal ongenoegen over restauratiepogingen van zittende macht
- Economische crisis
o Leidde tot nationalisme
Na de revoluties van 1848 waren de grenzen van grote natiestaten nog niet per se veranderd, op dit gebied was
het dus nog niet succesvol. Dit leidde tot verschillende inzichten na 1848:
1. Geen geslaagde revolutie op basis van idealisme
2. Te smalle basis, voornamelijk de bovenlaag van de maatschappij, geen steun boerenbevolking
3. Geen machtsapparaat om de revolutie te steunen
4. Sterke belangentegenstelling tussen liberale burgerij kerk, volksklassen en nationale groepen
5. Afscheid van romantiek, idealisme en cultureel nationalisme
6. Voortaan: realisme en hervorming op basis van echte macht (macht over de staat als vereiste voor een
succesvolle revolutie).
Fase 2: vorming van nationale staten (1848- 1870)
- Binnen deze periode een periode van natie-staatvorming, maar voornamelijk van bovenaf.
o Niet vanuit idealen (1848), ook niet vanuit het volk (nationalistische sentimenten).
o Wel als praktische oplossing of hervorming vanuit de nieuwe generatie machthebbers
Dit is Realpolitik
Eenwording van Duitsland: 1815- 1898 (Pruisen, Otto von Bismarck)
- In 1848 ontstond een Duitse bond bestaande uit 40 staten, voornaamste Pruissen en Oostenrijk
- Voor 1848 was Oostenrijk dominant.
- De Krimoorlog zorgde voor spanningen op internationaal toneel, gevestigd tijdens congres van Wenen,
dit bood ruimte voor de Pruisische premier Otto von Bismarck om het land te versterken.
o Dit leidt tot de Oostenrijks-Pruisische oorlog. Oostenrijk voelt zich bedreigd, verliest de
oorlog.
- Na winst van de oorlog stapt Pruisen uit Duitse bond en richt de Noord-Duitse bond op.
Verdeling van geloofsgroepen in Duitsland
- Bismarck wilde een deel van Duitse gebieden overnemen. Hij doet dit middels een list waardoor
Pruisen als slachtoffer wordt gezien wanneer Frankrijk de oorlog verklaart. Hierdoor voegt dit laatste
Duitse gebied zich alsnog bij Pruisen, waarna het land de oorlog wint.
- Na de oorlog zijn er de nieuwe grenzen van het Duitse keizerrijk, die tot de eerste wereldoorlog blijft
bestaan.
Drie voorbeelden van de vorming van natiestaten – Unification Nationalism
1. Staatkundige vereniging van versnipperde cultuurnaties (Duitsland en Italië)
2. Opdeling van grote veel- volken staten in andere staten (Ottomaanse rijk of Habsburgse rijk)
3. Uiteenvallen voorkomen door versterking centraal gezag, eenwording (Verenigde Staten)