Inhoud
Algemene informatie cursus Nieuwe Tijd..........................................................................................2
Periode 1..........................................................................................................................................3
12. European Society in the Age of the Renaissance (1350- 1550)....................................................3
13. Reformations and Religious Wars (1500- 1600).........................................................................15
14. European Exploration and Conquest (1450- 1650)....................................................................26
15. Absolutism and Constitutionalism (1589- 1725)........................................................................37
Periode 2........................................................................................................................................50
16. Toward a New Worldview (1540- 1789).....................................................................................50
17. The Expansion of Europe (1650- 1800)......................................................................................62
18. Life in the Era of Expansion (1650- 1800)...................................................................................69
19. Revolutions in Politics (1775- 1815)...........................................................................................77
,Samenvatting Nieuwe Tijd
Algemene informatie cursus Nieuwe Tijd
Er zijn verschillende jaartallen wanneer de “Nieuwe Tijd” begint, globaal kan gezegd worden dat dit
rond 1500 gebeurde. Hetzelfde geld voor het einde van de “Nieuwe tijd”, dit is rond 1800.
Europese Economische ontwikkelingen: 1000- 1300- Commerciële ontwikkelingen
- Bankieren
- Boekhouding
- Bedrijfsstructuren
- Verzekeringen
- Handelsrecht
,Samenvatting Nieuwe Tijd
Periode 1
12. European Society in the Age of the
Renaissance (1350- 1550)
Handel en Welvaart
De renaissance is het Franse woord voor de wedergeboorte, van een tijd die er ooit was, namelijk
tijdens de klassieke periode, en nu opnieuw leven in wordt geblazen in alle facetten van de
samenleving. Het tijdperk dient als een brug tussen de middeleeuwen en het moderne.
De renaissance, als eerst opgekomen in Italië, werd voortgestuwd door economische groei. Machtige
en rijke handelaren of staatsfamilies deden aan “Patronage” waarbij ze schilders of kunstenaars een
specifieke opdracht gaven om uit te voeren. Deze kunst of pracht droeg bij aan de hoge status van de
personen of families.
Tegen het midden van de twaalfde eeuw, (1150), waren verschillende stadstaten in Italië rijk
geworden van de groeiende overzeese handel, Venetië, Genua, Milaan en Florence, waarvan de
laatste bijvoorbeeld op de handelsroute naar Rome lag, elk van deze staten had een eigen vloot. In
de Italiaanse stadstaten van de “Nieuwe tijd” heerste een gevoel van competitie en vrijheid. Ook was
er talent en meedogenloosheid om beter te zijn dan andere staten.
Met al dit verworven kapitaal begonnen Florentijnse families als bankiers te fungeren in meerdere
grote steden in Europa en Noord- Afrika. Alle kapitaal dat hiermee terugkwam naar Florence, werd
teruggepompt in de lokale economie. Dit zorgde voor veel welvaart en mensen in de stad, en gaf de
bankiersfamilies macht over de stad, omdat zij de welvaart bepaalden.
De Florentijnse economie was zo sterk dat zelfs na overgenomen schulden van Koning Edward III van
Engeland en de pestuitbraken, de economie nog steeds bloeide. Handelaren en bankiers gaven
opdracht voor publieke gebouwen en privékunst.
Communes en Republieken van Noord- Italië
Het Noorden van Italië waren “Communes”, gezworen allianties van vrije mannen geleid door
koopmansgilden. Deze gilden kregen aan het begin van de twaalfde eeuw steeds meer politieke- en
economische vrijheid van de adel die het land bezat. Wel was er een onderscheid tussen de
kooplieden met hun opkomende macht, en adel die zichzelf hoger achtten dan deze kooplui (verschil
in denken tussen aangeboren en verworven status).
Een kleine minderheid had de kennis, het geld en de macht om de politiek te bedrijven, de normale
mensen werden de “Popolo” genoemd, zij werden van hun burgerrechten ontnomen en zwaar
getaxeerd. Dit leidde in veel gevallen tot opstanden van de “Popolo” en in minder gevallen tot een
Republikeinse regering waarin het volk in theorie de macht heeft.
Deze vormen van regeren hielden niet stand, de kooplieden met veel vermogen en macht lieten in
deze gevallen een militie komen die orde moesten scheppen, hun militaire leiders heetten
“Condottieri.”
, Samenvatting Nieuwe Tijd
Veel Italiaanse staten werden “Signori”, dit waren lokale overheden die onder een persoon
regeerden, of dit nou een kooplied was of een “Condottiero”, zijn macht ging vervolgens naar zijn
zoon. Sommige van deze leiders hielden de instituties van de regering in plaats, maar zelfs dan
hadden ze geen echte macht. In veel gevallen waren deze “Signori” de machtigste en rijke mensen
uit de stad en werd hun huishouden veranderd in een hofhouding, wat ze de gelegenheid gaf hun
rijkdom te laten zien.
Stadstaten en machtsbalans
Doordat bewoners van de Italiaanse stadstaten gehecht waren aan hun eigen stadstaten werd de
vorming van een geünificeerd Italiaans land gehinderd, de belangrijkste stadstaten waren:
- Venetië
- Milaan
- Florence
- De Pauselijke staten (Papal states)
- Koninkrijk Napels
Florence als stadstaat had een republikeinse overheid, maar in de praktijk lag alle macht al 300 jaar
bij de bankiersfamilie “Medici”. Met “de’ Medici” als hertogen aan het hoofd kwamen er drie pauzen
van hun hand. De meest wrede paus, die overigens werd gekozen om zijn politieke vaardigheden en
niet vanwege zijn geloof, werd militair bijgestaan door zijn buitenechtelijke zoon, Cesare Borgia
(1475? - 1507). Met deze militaire macht herstelden de Pauselijke staten ook zijn macht in het
Noordelijk gelegen koninkrijk Napels.
In het vormen van deze overnames kwamen andere allianties op om hun macht te kunnen evenaren.
Dit leek veel op het Europese statelijke spel van grootmachten. Dit was het begin van de moderne
diplomatie waarbij bijv. ambassades werden gevestigd.
Toen Florence en Napels een overname van Milaan hadden gepland, riep Milaan de hulp in van de
Franse koning Karel VIII (r. 1483- 1498), waarna ze Italië binnenvielen in 1494. Deze inval, die
samenviel met de prediken van een priester in Florence, Savonarola, over straffen van god voor het
corrupte bestuur van “de’ Medici”, liet de Florentijnse inwoners de bankiersfamilie wegsturen.
Hierna werden grote vuren aangestoken en alles wat duur, rijkdom en menselijke kennis en plezier
uitstraalde, verbrand. Uiteindelijk werden de mensen uit Florence weer moe van het bestuur van
Savonarola, waarna hij werd geëxcommuniceerd en verbrand op dezelfde plek als de haarden. “De’
Medici” kwamen vervolgens weer terug als heersers. Italië werd geen eenheid tot 1870.
Humanisme
De eerste persoon die het woord Renaissance gebruikte in schrift was Giorgio Vasari. Voor hem
waren al wel anderen die voelden dat er een nieuwe tijd was aangebroken waarin gestreefd werd
naar de oude gloriedagen van het Romeinse rijk, zowel in teksten, kunst en kennis. Om deze vormen
terug te brengen werd het “Humanisme” (Liberal Arts) geïntroduceerd als leervorm. Het Humanisme
was het intellectuele component van de renaissance.