Onderwijsgroep 1:
Marktwerking bij perfecte competitie
= markt waarbij en veel aanbieders en consumenten zijn, het is het omgekeerde van een
monopolie.
Macro = economie van een land.
Micro= markt van 1 product.
Korte inhoud
In deze werkzitting wordt op intuïtieve wijze de werking van vraag en aanbod besproken. Na een
nietlimitatieve opsomming van mogelijke factoren die invloed hebben op vraag en aanbod, wordt
aandacht besteed aan de ceteris paribus assumptie. Ook het belangrijke verschil tussen verandering in
de vraag (aanbod) en verandering in de gevraagde (aangeboden) hoeveelheid wordt belicht. Tot slot
worden de vier wetten van vraag en aanbod afgeleid en toegepast.
Hoe sterk consumenten of producenten reageren op o.a. prijswijzigingen, wordt door economen
weergegeven door het begrip (prijs)elasticiteit. Zo is het voor een onderneming bijvoorbeeld belangrijk
om de prijselasticiteit van hun product te kennen om het effect van een prijswijziging op de omzet in te
schatten.
Kernwoorden
Vraag(curve), gevraagde hoeveelheid, marktvraag, aanbod(curve), aangeboden hoeveelheid,
marktaanbod, marktevenwicht, maximale bereidheid tot betalen, evenwichtsprijs en -hoeveelheid,
ceteris paribus, beweging langs versus verschuiving van de vraag- resp. aanbodcurve, prijselasticiteit
van vraag/aanbod, (perfect) elastisch, (perfect) inelastisch, normale goederen, complementaire
goederen, substitutiegoederen
Allemaal begrijpen.
OG 1 Marktwerking bij perfecte competitie 1
, THEORIE MARKTWERKING, WELVAART EN PRIJSELASTICITEIT
1. DE VRAAG (V)
a. Definitie
De (markt)vraag naar een goed is de totale hoeveelheid die alle vragers (meestal gezinnen)
samen willen kopen van dat goed in een bepaalde periode.
Marktvraag (V) = som van de individuele vraagfuncties ( Vi)
gaat over 1 goed, over een bepaalde periode, en gaat over een groep samen.
dalende curve.
b. Determinanten
▪ de prijs van het goed zelf (p)
▪ de prijzen van de andere goederen (pz): - substitutiegoederen (1e goed door het
andere goed vervangen, fiets ipv auto)
- complementaire goederen ( hoort beide samen, auto & benzine)
▪ het gemiddeld gezinsinkomen
▪ de smaak, voorkeur
▪ de verwachtingen
▪ …
Opmerking:
Realiteit: alle determinanten treden tegelijkertijd op
Theorie: om beurt één determinant wijzigingen, terwijl de andere determinanten
constant gehouden worden = ceteris paribus (c.p.)
Ofwel veranderd er iets met de inkomen, ofwel met de prijs van ee ander goed telkens 1 ding.
c. Gevraagde hoeveelheid (xv of qv) en de prijs van het goed zelf (q= hoeveelheid)
Assumptie: p ↑ → qv ↓ = (qv= gevrgaagde hoeveelheid)
p↓ → qv ↑ ➔ negatief verband tussen p en q
Grafisch: qv = f (p) vb. qv = 240 – 4p
p
V
vra
20 agd
10
160 200 q of
x
(Stijgt de prijs, daalt de gevraagde hoeveelheid.)
OG 1 Marktwerking bij perfecte competitie 2