Paleoantropologie & Evolutionary
Psychology
Een uitgebreide, slide-per-slide en sectie-per-sectie samenvatting met uitleg,
ter voorbereiding van het gecombineerde examen.
Gebaseerd op:
• Presentatie “Paleoantropologie” (165 slides), Patrick M.M.A. Bringmans — KU Leuven, 11/05/2026
• Presentatie “Evolutionary Psychology — Zoo Science edition” (82 slides), Centre for Research and
Conservation, Zoo Antwerpen & Planckendael — KU Leuven, 2026
• Cursusreader (226 p.), bestaande uit 14 hoofdstukken/artikelen over paleoantropologie en evolutionaire
psychologie
Deze bundel volgt de structuur en volgorde van beide presentaties, en integreert de readerartikelen op de
plaatsen waar ze inhoudelijk het beste aansluiten. Engelse vaktermen, soortnamen en titels van
studies/bronnen zijn behouden zoals in de originele bronnen.
Samengesteld: juni 2026 · Leuven
Examenbundel – Paleoantropologie & Evolutionary Psychology p. 1
, Inhoudsopgave
Deel I — Paleoantropologie
1 Klimaat, geologie en de Pleistocene context
2 Pleistocene archeologie en lithische technologie
3 Veldwezelt-Hezerwater — een Neanderthalersite in Limburg
4 Primatenclassificatie en de oorsprong van de hominiden-lijn
5 De vroege hominiden: van Ardipithecus tot Australopithecus
6 Homo erectus / ergaster en de Acheuleaanse hominiden
7 Neanderthalers (Homo neanderthalensis)
8 Out of Africa versus Multiregionale hypothese
9 DNA, Denisovans en de inkruising met Neanderthalers
Deel II — Evolutionary Psychology
1 Waarom primaten bestuderen?
2 Bonobo versus chimpansee: twee ‘closest living relatives’
3 De zelfdomesticatie-hypothese (self-domestication)
4 Onderzoeksmethoden: van histologie tot neurogenetica
5 Sociale tolerantie, agressie en het serotonine-microbioom-systeem
6 Theory of mind, het ‘ratchet effect’ en cultuur (Pääbo)
7 Cooperative breeding: Hrdy over moederlijke responsiviteit
8 Mirror self-recognition: Gallup (1970) en Goodall
Deel III — Theoretisch kader & kritiek
1 Waarom blijft evolutionaire psychologie omstreden? (Burke 2014)
2 Harari over het leven van jager-verzamelaars
3 Leakey, hoofdstuk 1 — ‘The First Humans’: bipedalie-hypothesen
Examenbundel – Paleoantropologie & Evolutionary Psychology p. 2
, 4 Leakey, hoofdstuk 8 — ‘The Origin of Mind’: sociale intelligentie en bewustzijn
5 Twilight of the Neandertals: twee extinctiehypothesen
6 Vuur, kookkunst en de evolutie van het brein (Wrangham)
7 Gould: pop-ethologie en de kritiek op biologisch determinisme
8 Vier valkuilen van Pop Evolutionary Psychology (Buller)
9 Narvaez et al. (2021): naar een ‘Developmental Evolutionary Psychology’ (DEPTH)
10 Curtin & Dolhinow: het langoeren-infanticide-debat als tegenhanger van Hrdy
Leeswijzer: doorheen de bundel markeren gekleurde infoboxen kernbegrippen, soortprofielen en
sleutelbevindingen; de blauwe “✎ Examentip”-balken duiden punten aan die door de docenten herhaaldelijk
benadrukt werden of die als 'meest recente' onderzoek expliciet aangehaald werden. “Bron:”-regels onderaan
sommige passages verwijzen naar het specifieke readerartikel of de slide(s) waarop de info gebaseerd is.
Examenbundel – Paleoantropologie & Evolutionary Psychology p. 3
, Deel I — Paleoantropologie
Klimaat, archeologie en de evolutie van de hominiden (presentatie P. Bringmans, 11/05/2026)
1. Klimaat, geologie en de Pleistocene context
Voor je iets begrijpt over fossielen en stenen werktuigen, moet je het decor kennen waarin de mens evolueerde:
het Pleistoceen. Dit tijdvak (ca. 2,6 miljoen – 11.700 jaar geleden) wordt gekenmerkt door herhaalde glaciale cycli
waarbij continentale ijskappen tot de 40e breedtegraad reikten. Op het hoogtepunt van een ijstijd was ongeveer
30% van het aardoppervlak met ijs bedekt.
Kernbegrip — Climatology / Klimatologie
De studie van de atmosfeer en weerpatronen doorheen de tijd. Dit vormt het kader waarin alle archeologische en fossiele
vondsten geplaatst worden: zonder klimaatreconstructie kun je een site niet correct dateren of interpreteren.
Marine Isotope Stages (MIS / OIS)
Marine Isotope Stages, ook marine oxygen-isotope stages of oxygen isotope stages (OIS) genoemd, zijn
afwisselende warme en koude periodes in het paleoklimaat van de aarde. Ze worden afgeleid uit
zuurstofisotoopdata uit boorkernen van diepzee- of ijskernen. Dit is de belangrijkste methode om de
klimaatgeschiedenis van het Pleistoceen in absolute tijd te plaatsen — elke MIS correspondeert met een specifieke
combinatie van temperatuur en ijsvolume.
Andere factoren die in de presentatie aan bod kwamen als onderdeel van dit klimatologische kader zijn
zonnevlekken (variaties in zonneactiviteit als drijfveer van klimaatschommelingen op kortere termijn) en de
algemene wisselwerking tussen oceaan-, atmosfeer- en ijsdynamiek.
Bodemkunde en eolische loess
Bodemkunde (Soil Science) bestudeert de opbouw en vorming van bodems, wat cruciaal is om archeologische
lagen (strata) te interpreteren. Een specifiek en herhaaldelijk genoemd fenomeen is eolische loess (Aeolian
Loess): fijn, door de wind afgezet sediment dat tijdens koude, droge periodes (vooral tijdens glacialen) massaal
werd verplaatst en afgezet over grote delen van Europa en Azië. Loesspakketten vormen dikke, goed gelaagde
sequenties die ideaal zijn voor het dateren en stratigrafisch ordenen van Paleolithische vindplaatsen — dit is
precies waarom Veldwezelt-Hezerwater (zie verder) zo'n belangrijke site is.
Chronostratigrafie
Kernbegrip — Chronostratigraphy / Chronostratigrafie
De tak van de geologie die de leeftijd van rotslagen (strata) bestudeert in relatie tot tijd. Chronostratigrafie koppelt de
fysieke opeenvolging van lagen (wat onder ligt is ouder dan wat erboven ligt — het principe van superpositie) aan
absolute en relatieve dateringsmethodes, zodat archeologische vondsten in een tijdslijn geplaatst kunnen worden.
Examenbundel – Paleoantropologie & Evolutionary Psychology p. 4