LES 1: INTRODUCTIE TOT DE ANALYSE VAN MEDIATEKSTEN
INTRODUCTIE VAK EN STUDIEMATERIAAL:
Slides, notities en boek
- Elke les behandelt 1 hoofdstuk uit het boek: context, theorie, toepassing
- Niet elke toepassing wordt in de les besproken maar je moet ze wel allemaal kennen
- Leganto en toledo is extra informatie maar niet te kennen (wel handig om te
downloaden voor methoden sectie in master later)
- Examen: grotendeels meerkeuzevragen met giscorrectie, enkele kleine open vragen
Opzet handboek
Naast de klassieke kwantitatieve inhoudsanalyse wordt ingegaan op de verschillende
vormen van kwalitatieve analyses van een diverse set aan mediateksten:
- De semiotische analyse
- De argumentatieanalyse
- De retorische analyse
- De narratieve analyse
- De frame-analyse
- De (kritische) discours analyse
Telkens wordt een tekstanalysetype aan de hand van een onderzoeksartikel, waarin één van
bovenstaande analysevormen is gehanteerd, gepresenteerd en kritisch besproken.
Vandaag:
• Opzet van de cursus en collegereeks (dia 7)
• Opzet handboek (een specifieke kwalitatieve analyse; definities concepten;
kaderteksten met voorbeeldstudies; korte bespreking methode; korte bespreking
essentiële stappen en procedures; leeslijst ter verdieping)
• Wat is tekstanalyse?
• Sociale theorieën en kijk op betekenis van media:
o Procestheorieën van communicatie
o Semiotiek
INTRODUCTIE
Mediateksten en –inhouden bieden waardevolle informatie over de samenleving als geheel
Werpen licht op:
• Socio-culturele veranderingen
• Machtsverhoudingen en ongelijkheden
• Bieden bronmateriaal voor maatschappelijke fenomenen
Fairclough (1995): vier redenen waarom we mediateksten zouden moeten bestuderen
• Teksten als vorm van sociale actie
• Belangrijke empirische bronnen om inzicht te krijgen in de samenleving
• Teksten en inhouden als barometers van sociale processen
• Teksten en inhouden als ideologisch speelveld
1
→ Teksten en inhouden zijn sociale praktijken
,KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE ANALYSE
Kwalitatieve analyse: onderzoekstradities die neigen naar constructivisme en interpretivisme
• Subtiele processen van betekenisgeving in context en detail te kunnen bestuderen
• Gericht op latente en onderliggende elementen van een boodschap
• Geschikt om vragen te beantwoorden over hoe en waarom bepaalde
boodschappen worden overgebracht
Kwantitatieve analyse: onderzoekstradities die neigen naar objectivisme en positivisme
• Grotere hoeveelheden data: beter geschikt om generaliseerbare uitspraken te doen
• Geschikt voor analyse van duidelijk waarneembare kenmerken
→ Mediateksten als middel om maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen
→ Mediateksten kunnen niet los gezien worden van hun sociale en culture context
WAT IS EEN TEKST EN WAT IS TEKSTANALYSE
Handboek: inleiding (college 1 & 2) en sociale semiotiek (H1) (college 1)
Een tekst gaat veel verder dan alleen ‘tekst’, het is:
• Een georganiseerde verzameling woorden (doorgaans geschreven)
• Een literair product, bv. gedicht, film, graffiti, krant, performance, kledingkeuze
• Een georganiseerde verzameling tekens (woorden, klanken, beelden)
Tekstanalyse:
• Verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten mogelijk
betekenissen creëren, en wat die betekenissen zijn
• Kan op basis van één ‘tekst’ maar vereisen meestal een vergelijking om een
gefundeerd antwoord te kunnen geven
OMGAAN MET TEKSTEN
Twee manieren/scholen van kijken
1. Teksten zijn reflecties van de wereld (kwantitatieve methode)
• Media als spiegel
• Bv. informatieve media en journalistieke media
2. Teksten zijn cultuurspecifieke en geïnterpreteerde constructies (kwalitatieve methode)
• Media als creatie/shaper
• Indruk werkelijkheid zijn eigenlijk constructies en dus een representatie van de
werkelijkheid
• Afhankelijk van onder andere technische mogelijkheden van de zender,
opvattingen van mediamakers, conventies
• Bij encoding-decoding (Hall, 1980) valt dit onder betekenisgeving
→ Niet noodzakelijk tegengesteld: mediarepresentaties zijn selectieve creaties (om wille van
conventies, technische mogelijkheden zender, opvattingen mediamaker) die het publiek
beïnvloeden.
→ Belangrijk: tekst in context analyseren!
2
,CONCRETE VRAGEN DIE MEN ZICH KAN STELLEN BIJ ELKE MEDIATEKST
• Wie heeft deze mediatekst gecreëerd? (encoding)
• Welke creatieve technieken zijn er gebruikt om mijn aandacht te trekken?
• Hoe zouden verschillende mensen deze mediatekst verschillend begrijpen?
(decoding, implied audience)
o Implied audience: mediamakers hebben de kijker/lezer in gedachten voor en
tijdens het maken van de “tekst”
• Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gerepresenteerd of afwezig in deze
mediatekst?
• Waarom bestaat deze mediatekst? Wat is het doel van de mediatekst?
Mediatekst best bekijken door lens ontvanger
• Betekenissen ontstaan pas op het moment dat de ontvanger de mediatekst gebruikt
• Polysemie (Hall, 1980): de ontvanger kan op verschillende manieren omgaan met de
boodschap van de zender
o Dominante decodering (preferred reading): ontvanger accepteert de boodschap
o Onderhandelende decodering (negotiated reading): accepteert deels de boodschap
o Aberrante decodering (oppositional reading): niet akkoord met de boodschap
DEFINITIES
Representatie = het gebruik van taal om op een betekenisvolle manier iets te zeggen over de
wereld, of om de wereld betekenisvol te representeren voor andere mensen (Hall, 1997)
• Speelt een cruciale rol in het proces van produceren en uitwisselen van betekenis
tussen leden van een cultuur
• Je gaat je jezelf uitdrukken en uitdrukken ten opzichte van andere mensen → je wil
betekenis doorgeven aan anderen
o Ideologische component: er zijn meerdere interpretaties mogelijk van dezelfde
realiteit = de realiteit die jij wil doorgeven kan verschillende interpretaties hebben
o Dus de betekenis ligt niet aan de woorden zelf die je gebruikt, maar wordt
gevormd door de taalgebruikers → noodzaak voor sociaal gedeelde code of
taal en referentiekader (= conceptual maps)
o Voorbeeld: drie benaderingen van taal van om de werkelijkheid uit te leggen
▪ Reflectieve benadering: heel objectief ‘wat is dit’
▪ Intentionele benadering: wat wil de zender zelf zeggen
▪ Sociaal-constructivistische benadering: geeft betekenis weer die
wij als samenleving hebben afgesproken rond bv. een hond
(gelinkt aan conceptuele kaders → bij ons is een hond een
huisdier maar in andere contexten kan een hond als
3
bescherming worden gezien, manier om geld te verdienen)
, → Gedeelde taal (= tekens) én betekenisgeving stellen ons in staat om effectief te
communiceren en betekenissen uit te wisselen
Taal = ieder geluid, beeld of object dat functioneert als een teken en deel uitmaakt van een
systeem met andere tekens dat betekenis in zich draagt of kan uitdrukken, kan gezien
worden als een taal → deze tekens representeren concepten en hun onderliggende relaties
die aanwezig zijn in de conceptuele kaders in ons hoofd
DUS representatie = het proces dat 1. de dingen die we willen communiceren, 2. onze
conceptuele kaders en de 3. de tekens die we daarvoor gebruiken
Ideologie = georganiseerde overtuigingssystemen of waardenstelsels die onder meer door
communicatieprocessen worden verspreid en versterkt, vaak via representatiestrategieën
(McQuail & Deuze, 2020)
• Politics of representation (Barker, 2008): media spelen een rol in het in stand houden
of bestrijden van ongelijke machtsverhoudingen
→ Ideologische analyse van mediateksen is gericht op 1. dominante ideologieën te
ontsluieren maar ook om 2. tegenhegemonische ideeën te identificeren die ingaan tegen
dominante opvattingen en machtsstructuren
IDEOLOGIE IN MEDIATEKSTEN
• Marx (1818-1883) & Engels (1820 – 1895): dominante ideologie moet ontmaskert
worden (in media)
• Frankfurther Schule (o. a. Adorno, Horkheimer, Marcuse, Benjamin & Habermans):
kritisch en pessimistisch ten opzichte van massamedia & massacultuur
• Gramsci (1891- 1937): media moet common sense perspectief aanbieden (= wat de
meeste mensen als ‘waar’ aanvaarden)
• Althusser (1918 – 1990): media als ideologisch staatsapparaat (net zoals de kerk,
school) maar relatief autonoom t.o.v. de elite
o Ruimte voor dissidente stemmen maar elite en dominante ideeën worden
toch verder gezet
→ Belangrijk om te focussen op de betekenis dat de ontvanger of publiek geeft aan de
mediateksten
Tripartite model (Thompson, 1990) om ideologie in teksten bloot te leggen
1. Productie of verspreiding van ideologie door de communicatie
• Het in gang zetten of laten uitvoeren van ideologische communicatie,
meestal in opdracht
2. Constructie van de media boodschap
• Hoe ziet het eruit? Welke elementen heeft het?
3. Receptie van de boodschap
• Hoe komt het bij de ontvanger aan? Kan die het decoderen?
DRIE STROMINGEN DIE IN DEZE COLLEGEREEKS AAN BOD KOMEN
• Neo-marxisme & ideologie (Frankfurter Schule; GUMG (glasgow university media
group; S. Hall)
o Media en power/media en ongelijkheid
• Massamedia als facilitators voor een participatieve publieke sfeer (Habermans)
o Media en democratie: hoe media democratie zou moeten ondersteunen 4