FYSIOLOGIE van het circulatoir stelsel
Waarom hebben wij een hart en bloedvatenstelsel?
- We zijn complexe wezens, vroeger waren organismes minder complex
en hadden ze geen hart en bloedvaten en toch konden ze overleven, na
bepaalde complexiteit was het niet mogelijk om zonder te overleven
Functie van het circulatoir stelsel:
4 stappen van complexer worden
1. Unicellulair organisme
2. Multicellulair organisme
3. Circulatie met 1 pomp
4. Circulatie met 2 pompen
We zijn complexer geworden waardoor het nu noodzakelijk is om te
kunnen overleven
- Multicellulair organisme => vb: spons => ze zijn meercellig en hebben
veel inkeepping maar hebben geen circulatie
- Probleem meercelligheid: alle cellen moeten contact houden met de
omgeving om te kunnen overleven
- We hebben voedsel, zuurstof nodig vanuit de omgeving
We zijn aerobe organisme
- We moeten kunnen opnemen en afgeven (zuurstof en voedingstoffen,
co2 en afvalstoffen)
Een eencellige kan dit perfect doen zonder hart en bloedvaten
Overlevingsstrategie van eencellige
- Diffusie: is het basisprincipe om te overleven!
- Alle stoffen van de omgeving nemen we op en af door diffusie =>
allemaal dankzij de celmembraan
- We hebben geen ander mechanisme ontwikkelt in de loop van de
fylogenetische ontwikkeling => diffusie is het gebleven => het is dus
heel belangrijk
Vervolgens worden we meercellig
- Er zijn dus nu cellen ook aan de binnenkant
- De cellen aan de binnenkant => hebben een diffusie probleem
Want diffusie is gelimiteerd door afstand en is erg traag
De binnenste cel gaat niet leven door diffusie ( de afstand is te groot)
,- Oplossing: inkepingen => afstand van de buitenwereld wordt
verminderd
We werden nog multicellulairder
- Inkeepingen was daarna niet voldoende => primitieve circulatoir
systeem
- Circulatoir systeem bestaat uit Pomp, bloedvaten, transport vloeistof
(= bloed), uitwisselingsplaatsen
- De cel communiceert niet rechtstreeks met de omgeving
- Zuurstof transporteert en wisselt dat uit
- De cel communiceert niet rechtstreeks met de omgeving => eerst een
externe en daarna een interne uitwisseling
- Externe uitwisseling tussen Bloed en de omgeving
- Interne uitwisseling tussen Bloed en de cel
We werden nog complexer en dat werd kwetsbaar
Want bloedvaten tegen de uitwisselingsplaats
De nood van uitwisseling van zuurstof, Co2 in de long wordt nog groter
De uitwisselingsplaats van zuurstof en co2 wordt geïnternaliseerd en
worden beschermd door een borstkas
We ontwikkelen longen
Longen hebben uitwisselingsplaatsen => deze zijn wel niet
rechtstreeks blootgesteld aan de omgeving
- De lucht in onze longen moeten ververst worden
We zijn beginnen ademen (want onze lucht is niet rechtstreeks
blootgesteld)
- Verluchten, ventileren
- We hebben vervolgens de pomp ontdubbeld, we hebben twee pompen
in serie ontwikkeld
Een grote en kleine pomp
We hebben uiteindelijk een grote en kleine bloedsomloop
- Kleine bloedsomploop: pomp bloed naar de longen
- Grote bloedsomloop: van het hart naar het lichaam
Uiteindelijk: circulatoir systeem met 2 uitwisselingssysteem per
orgaan
- We zijn dus uiteindelijk geëvalueerd naar een circulatoir systeem met 2
seriele pompen ( een linker en een rechter pomp) en een kleine en een
grote bloedsomploop
- Maar de basis manier te overleven is nog zelfde : diffusie !!!
, Circulatoir systeem van complexe levende organismen
- Kleine en grote bloedsomloop
- Hart, arteriën, arteriolen, capillairen,
venen
o Eerste arterie is de aorta, die
splits in verschillende zijtakken
o Arteriën brengen bloed naar
organen
o Arteriolen zijn de bloedvaten juist
voor de capillairen
o Capillairen/ uitwisselingsplaatsen
o Venen
o Venen vloeien samen tot 1 grote vena cavae :
Kleine bloedsomloop; begint met een arterie, uitwisselingsvat in
de longen, de venen die uitmondt in linkerkamer
- 2 pompen +longcapillairen in serie
o Rechterkamer is de pomp voor de kleine bloedsomloop
o Linkerhartkamer is de pomp voor de grote bloedsomploop
- De aorta maakt aftakkingen per orgaan
- De capillaire vaatbedden van alle organen zijn parallel geschakeld van
elkaar
Wanneer het hart pompt per debiet, splits dat per orgaan in
verschillende hoeveelheden
- De hart pompt per minuut in rust 5L bloed
De nier van de parallel geschakelde orgaan; krijgt het meeste : 1L
(van de 5l) per minuut en de rest krijgt minder
- De long zit in de kleine bloedsomloop => de long krijgt dezelfde aantal
als het hart, er is geen aftakkingen
Want de long en het hart hebben geen vertakking
- Dus de long krijgt ook 5l per minuut
- Stel de long was parallel geschakeld => dan zou een deel enkel van de
bloed stromen
- Daarom is de long serieel geschakeld
- Moesten we geen kleine bloedsomloop niet zijn, dan zou de long
parallel geschakeld zijn en niet alle bloed krijgen en heel je bloed zou
niet gezuiverd worden
- Orgaan bed : elk bloedvat heeft een 1 orgaan bed
, - Uitzondering: maagdarmstelsel => heeft verderop een tweede orgaan
bed in serie
- Ook in de nier 2 capillaire bedden in serie
- Ook in de hersenen
Poortadersysteem
- Komt voor in de lever, nier en in de hypothalamus (hersenen)
- De arterie naar onze darmen => capilair => venen van de darm
- Capillaire bed van de darm staat in serie met de capilaire bed van de
lever
- Capillaire bed van de lever staat in serie met de capilaire bed van de
maag
- Het is niet veilig om alle voeding dat we innemen rechtstreeks in onze
circulatie terecht komt => filter tussen gestoken!!!
Lever
- Lever is de ‘filter’, chemische filter die alles controleert
- Lever gaat daar nuttige dingen bijhouden en opslaan => suiker, …
- Lever gaat ook ontgiften (structuur veranderen)
Lever poortader: eerste passage effect
- Als je iets eet eerst naar de lever
- Medicijn die oraal ingenomen wordt => je moet dus weten wat de lever
doet met het medicijn => het kan afgebroken worden door de lever
- De lever kan ook een medicijn activeren => pro-drugs
- Heel belangrijk voor de farmacie => wat gebeurt met het medicijn na
Alternatieve innamen
- sublinguaal (onder de tong), transdermaal, intraveneus, inhalatie,
intramusculair
Manieren om de first-pass effect te vermijden => Dit heet vaak de
reden om medicijnen op een andere manier in te nemen (soms is het
ook we sneller)
- Bio beschikbaarheid: hoeveel blijft het over na inname?
Bloedbewegingsleer: hemodynamica => beweging van het bloed
- Bloed moet stromen => anders zal je geen uitwisseling hebben
hoe en waarom stroomt het bloed?
- Bloed ontstaat in beenmerg (rode bloedcellen, witte bloedcellen,
plaatjes)