Semester 1
Methodisch werken
Competent en competentiegericht werken
Beroepsbekwaam zijn: je beschikt over de juiste kennis, vaardigheden en attitudes om
effectief en efficiënt te functioneren in een bepaalde context. Competentiegericht
onderwijs richt zich op het ontwikkelen van deze capaciteiten, zodat iemand adequaat
kan handelen, beslissingen kan beargumenteren, zijn handelen kan verantwoorden en
kwaliteit kan leveren.
Beroepscompetenties
Omvatten het vermogen en de bereidheid om effectief en efficiënt te functioneren
binnen beroepscontext, door kennis, vaardigheden en houdingen op juiste manier
integreren. Onderverdeeld in drie categorieën:
1. Beroepsspecifieke competenties: Specifiek bepaald beroep, disciplinegebonden.
2. Beroepsgerichte competenties: Vereist in gezondheidszorg, overstijgen eigen
discipline en nodig om samen te werken, functioneren in diverse zorgsegmenten.
3. Algemene competenties: Vaardigheden die in hoger onderwijs en in 21e eeuw
essentieel zijn: communicatie, samenwerking en probleemoplossend vermogen.
Competentiekader
Beschrijft op een dynamische en positieve manier het profiel van een beroepsgroep,
zoals dat van een gezondheidszorgprofessional. Het biedt een overzicht van de
benodigde competenties en helpt bij het ontwikkelen en beoordelen van
beroepsbekwaamheid.
Een logopedist vervult meerdere rollen, waaronder innovator, professional,
communicator, samenwerker, gezondheidscoach en ondernemer, wat het belang van
veelzijdige competenties benadrukt.
Kwaliteitsvolle gezondheidszorg
Een kwaliteitsvolle gezondheidszorg steunt op drie pijlers:
1. Competente zorgverleners: professionals die beschikken over de nodige kennis,
vaardigheden en attitudes.
2. Interdisciplinaire en geïntegreerde zorg: samenwerking tussen verschillende
zorgdisciplines om tot een samenhangende zorgverlening te komen.
3. De patiënt of cliënt centraal: zorg die vertrekt vanuit de noden, waarden en
wensen van de zorgvrager.
De beroepsgerichte competentie dient hierbij als leidraad om op een professionele
en verantwoorde manier kwalitatieve zorg te bieden.
,Vormen van zorg
Cure: gericht op genezing van ziekten.
Care: langdurige verzorging en revalidatie.
Gezondheidsbevordering: versterken van gezondheid en voorkomen van ziekte.
Gezondheidsbevordering
Gezondheidsbevordering bestaat uit drie belangrijke onderdelen:
1. Preventie: het voorkomen van ziekten of aandoeningen.
o Primaire preventie: voorkomen dat ziekte ontstaat (bijv. vaccinatie, …)
o Secundaire preventie: vroegtijdige opsporing ziekten (bijv. screenings).
o Tertiaire preventie: beperken van gevolgen van ziekte (bijv. revalidatie).
2. Gezondheidspromotie: het stimuleren van gezonde keuzes en het versterken
van gezondheidsvaardigheden, zodat mensen meer controle krijgen over hun
eigen gezondheid.
3. Gezondheidsbescherming: het voorkomen of beperken van schade aan de
gezondheid door regelgeving en controle.
o Voorbeelden: voedselinspectie, limieten voor blootstelling aan straling,
verplichte vaccinaties.
o In België o.a. georganiseerd door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van
de Voedselketen en Milieu.
Toegankelijkheid en niveaus van zorg
Om de zorg toegankelijk en gestructureerd te houden, is de gezondheidszorg ingedeeld in
verschillende niveaus (échelonnering):
Nuldelijnszorg: informele of laagdrempelige zorg, zoals mantelzorg en zelfzorg.
Eerstelijnszorg: directe zorgverleners zoals huisartsen, apothekers, ...
Tweedelijnszorg: gespecialiseerde zorg, meestal in ziekenhuis of doorverwijzing.
Derdelijnszorg: hooggespecialiseerde of academische zorg, vaak voor complexe
aandoeningen en ziektes
Evoluties en trends in de gezondheidszorg
Budgetten en organisatie van de zorg
De zorgsector krijgt te maken met minder financiële middelen, wat betekent dat
zorgprocessen anders georganiseerd moeten worden. Om kwaliteitsvolle zorg te
,blijven aanbieden, worden creativiteit, innovatie en digitalisering steeds
belangrijker.
Voorbeelden uit de actualiteit
Sluiting van materniteiten: het aantal kraamafdelingen wordt verminderd.
Bevallen in de eigen stad of gemeente is niet altijd meer mogelijk.
Revalidatiezorg: vroeger was langdurige ambulante revalidatie onbeperkt
terugbetaald. Nu is die zorg aan voorwaarden en tijdsbeperkingen gebonden.
➡️Minder budget betekent: meer efficiëntie, andere werkvormen en innovatieve
oplossingen zoeken om de kwaliteit van zorg te behouden.
Deïnstitutionalisering
Er wordt gestreefd naar zorg zo lang mogelijk thuis, in de eigen omgeving.
Mensen verblijven minder in instellingen.
Eerstelijnszorg krijgt een grotere rol.
Dit vraagt om meer samenwerking tussen disciplines en ondersteuning aan huis.
Logopedisten en audiologen spelen een belangrijke rol in deze verschuiving,
bijvoorbeeld bij revalidatie, communicatie en gehoorzorg.
➡️Het doel is een minder institutionele, meer persoonsgerichte en nabije zorgverlening.
Chronische zorg
Door de vergrijzing stijgt het aantal chronische zieken. Het gaat vooral om ouderen met
gehoorproblemen, dementie of neurologische aandoeningen zoals ALS en NAH (Niet
Aangeboren Hersenletsel).
Wat is NAH?
Verzamelnaam voor hersenletsels die na de geboorte ontstaan, bijvoorbeeld door:
Een ongeval
Herseninfarct of -bloeding
Hartstilstand
Hersentumor
Het leven vóór en na het letsel is vaak heel verschillend.
De mogelijkheid tot herstel hangt af van de plaats, grootte en ernst van het letsel.
➡️De zorg voor chronische patiënten vraagt langdurige opvolging, multidisciplinaire
samenwerking en afstemming op de individuele noden van de patiënt.
Inclusie en integratie
Inclusie?
Inclusie betekent dat iedereen — ongeacht beperking, afkomst, leeftijd, gender of sociaal-
culturele achtergrond — volwaardig kan deelnemen aan de samenleving.
Proces dat vertrekt vanuit het waarderen van diversiteit binnen een gemeenschap.
Alle burgers hebben een bijdrage te leveren.
Men kijkt naar talenten en positieve kanten, niet enkel naar beperkingen.
, Inclusie is een fundamenteel recht, dat draait om belonging (erbij horen) en
connectedness (verbondenheid).
Het is een relationeel concept: het gaat over hoe mensen met elkaar omgaan.
Een inclusieve samenleving streeft naar gelijke kansen voor iedereen, met volledige
acceptatie en waardering van elk individu.
Vanuit twee perspectieven
Persoon met beperking: kan meedoen op alle levensdomeinen en waardevolle
rollen vervullen.
Samenleving: werkt actief aan een omgeving waarin iedereen welkom is en
gelijkwaardig kan meedoen.
Inclusie wordt vaak genoemd in verband met achtergestelde groepen: ouderen,
migranten, mensen met lage SES, risicojongeren of laagopgeleiden.
Het betekent gelijkwaardig burgerschap voor iedereen.
Integratie
Integratie betekent dat mensen met een beperking meedoen aan de maatschappij, maar
zij moeten zich aanpassen aan bestaande structuren. Maatschappij verandert nauwelijks.
Integratie Inclusie
Persoon met beperking past zich aan Samenleving past zich aan
De maatschappij is bereid iemand op te Iedereen hoort erbij, de maatschappij
nemen, maar binnen bestaande normen verandert om dat mogelijk te maken
Individueel einddoel Gelijkwaardig samenleven
Geen etiket – volwaardig lid van
Etiket “geïntegreerde”
gemeenschap
Normgericht Waardegericht
Integratie = "Je mag erbij horen als je je aanpast."
Inclusie = "De maatschappij past zich aan zodat jij erbij hoort."
Veranderende zorg- en ondersteuningsnoden
De noden van cliënten veranderen voortdurend. Zorg moet zich aanpassen aan de
persoon, niet andersom. Dit vraagt om:
Meer samenwerking tussen disciplines (multidisciplinair en interdisciplinair)
Holistisch denken en handelen: de mens bekijken in zijn totaliteit (fysiek,
psychisch, sociaal, spiritueel)
Empowerment van de cliënt: de cliënt goed informeren, ondersteunen en
betrekken zodat hij zelf meer controle krijgt over zijn zorg
De holistische mensvisie
De mens is een geheel van verschillende
dimensies. Deze kunnen apart staan van elkaar.
Maar ze hebben een onderlinge invloed. Ze
moeten samen in kaart worden gebracht.
Fysiek
Sociaal
Psychisch