- Verschillende benaderingen
o Psychologische benadering
Gedrag is een individueel verschijnsel: motieven, gevoelens,
gedachten, opvattingen, … komen van binnenuit het individu
en sturen ons gedrag aan
Maar ook de sociale omgeving beïnvloedt het gedrag
socialisatieproces in primaire groepen tijdens de eerste
levensjaren
o Ieder mens is sterk sociaal bepaald door de
groepen waartoe hij vroeger behoord heeft, zoals
ouderlijk gezin, of van de groepen waarvan hij op
dit moment deel uitmaakt
Een mens heeft anderen, vooral de primaire groepen
nodig, om tot persoonlijkheidsontwikkeling te komen,
vorming van sociale psychologie en sociologie
Interacties tussen de groepsleden als focus
o Sociologische benadering
Groepsdynamica = studie van het gedrag van mensen in
kleine groepen
Komt het gedrag voort uit het individu of is de
dynamiek in de groep bepalend?
Veel menselijk gedrag kan beter begrepen worden door
aandacht voor de groepen waarin dat gedrag
plaatsvindt
Groepen zijn een brug tussen het individu en
maatschappij: groep wordt gezien als een bouwsteen
van maatschappij
o psycho-sociale benadering
Definitie van een groep
- = samenstelling van 2 of meer van elkaar afhankelijke individuen die
elkaar beïnvloeden door sociale interactie
o Een groep is meer dan de optelsom van de individuen
o Een groep kan meer presteren dan de optelling van de krachten van
individuen
o In een groep kan je elkaars krachten versterken
o Een groep beïnvloedt het gedrag en de ontwikkeling van de
deelnemers
o Specifieke kenmerken zoals: grootte, doel, ontwikkeling
Directe contactsituatie: fysiek, online. Een verzameling van
individuen die in een bepaalde context meer interactie
hebben met elkaar dan met anderen daarbuiten
Groepsbewustzijn: het lid zijn van een groep is een deel van
hun identiteit
Motivatie: persoonlijk belang of behoefte
Doelstelling: een gemeenschappelijke doel te bereiken,
zinvolle activiteiten
, Structuur: rol- en statusrelaties, groepswaarden en normen,
machtsrelaties, affectieve relaties
Interdependentie: wederzijdse betrokkenheid; een
gebeurtenis die invloed heeft op een groepslid of een
subgroep, heeft een weerslag op alle andere groepsleden
Interactie: verbale, lichamelijke, emotionele interactie.
Wederkerige beïnvloeding
o 4 processtructuren die zich in een groep ontwikkelen:
Normen
Opgelegd door groepsleden of autoriteit
o Duidelijke richtlijnen hoe men zich moet
gedragen in de groep
o Komen uit algemene waarden
o Soms opgelegd door de groep
o Soms opgelegd door docent
Interactie
Observeren van elkaar, praten met elkaar, leren van en
aan elkaar
o Verbaal, non-verbaal, emotioneel
o Regelmatige interactie nodig om een groep
functioneel te houden
Structuur en rollen
Opgenomen of voorgelegd
o Bij rollen horen ook verantwoordelijkheid,
bevoegdheden, doelen, taken
Verbondenheid of cohesie
Samenhang tussen groepsleden
o Sterke verbondenheid grotere invloed van de
groep op individu, meer plezier en tevredenheid,
meer zelfvertrouwen en minder angst
o Individuele verbondenheid: elkaar leuk vinden,
elkaar respecteren, elkaar vertrouwen
o Groepsniveau: wij-gevoel
o Gebrek aan cohesie: sneller verlaten van groep
Soorten groepen
- Primaire en secundaire groepen
o Om onze sociaal-emotionele behoeften te bevredigen; persoonlijke,
affectieve groepen primaire groepen
o Om onze belangen en rationele behoeften tegemoet te komen;
rationele, formele groepen secundaire groepen
- Informele en formele groepen
o Graad van organisatie en structuur, normen, doelen
- Ingroep en outgroep
o Wij-gevoel binnen de groep, wij-zij -denken, stereotiep denken over
mensen in outgroep
- Trainingsgroepen en therapiegroepen
o Trainingsgroep: ontwikkelen van vaardigheden en competenties,
vaste programma: leiderschapsstijl sturend, directief