Privaatrecht samenvatting
Week 1:
Hoofdstukken vermogensrecht ->
1.1 Inleiding
Het vermogensrecht (in objectieve zin) wordt gevormd door de regels die betrekking hebben
op de (subjectieve) vermogensrechten. Rechten in objectieve zin is het geheel aan regels,
wetten en normen. Een subjectief recht is een recht wat je daaruit kunt ontlenen. Denk aan
het eigendomsrecht. Een regel is dat je niet mag stelen, en een subjectief recht wat daaruit
voortvloeit is het eigendomsrecht.
1.1.1 Goed, zaak, registergoed
Het vermogen bestaat uit goederen. Dit zijn alle zaken en vermogensrechten (art. 3:1 BW).
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2).
Een ander belangrijk begrip is een registergoed. Dit zijn goederen waarbij er voor de
overdracht ervan een inschrijving in de openbare registers noodzakelijk is. Alle onroerende
zaken zijn registergoederen. Ook sommige vermogensrechten zijn registergoederen. Denk
hierbij aan het erfpachtrecht en een opstalrecht.
Hoofdstuk 2 De totstandkoming van obligatoire overeenkomsten
2.1 Inleiding
Een obligatoire overeenkomst is een overeenkomst waaruit een verbintenis wordt geschept.
Er vloeien dus voor beide partijen een verplichting uit. Een verbintenis is namelijk een
vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen één of meer personen waarbij de schuldenaar
een prestatie verplicht is aan de schuldeiser.
2.2 Aanbod en aanvaarding
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en een aanvaarding daarvan (art. 6:217).
Bij een aanbod is er een wilsverklaring waarin er een voorstel is tot het sluiten van een
overeenkomst. Door aanvaarding hiervan ontstaat er een verbintenis. Wanneer de
overeenkomst onvoldoende duidelijk is, dan is er sprake van het doen van een uitnodiging
tot het doen van een aanbod (Zie Hofland/ Hennis).
Een overeenkomst kan ook tot stand komen zonder dat er kan worden uitgemaakt welke
verklaring het aanbod bevat en welke de aanvaarding. Bijvoorbeeld wanneer een derde een
voorstel doet tot het sluiten van een overeenkomst dat door beide partijen wordt aanvaard,
of wanneer een aanbod tot koop en aanbod tot verkoop met dezelfde inhoud elkaar kruisen.
Het aanbod kan zijn kracht verliezen in de volgende gevallen:
, 1. Doordat het aanbod wordt verworpen door degene tot wie het is gericht
2. Doordat het termijn van aanvaarding is verlopen. Denk hierbij aan de mondeling
aanbod dat niet meteen wordt aanvaard.
3. Doordat de aanbieder zijn aanbod herroept (art. 6:219 lid 1 BW). Dit kan wel alleen
maar wanneer het een herroepelijk aanbod is of wanneer het aanbod nog niet is
aanvaard of de aanvaarding is verzonden.
2.2.1 Twee afwijkende vormen van het aanbod: het vrijblijvend en het onherroepelijk aanbod
Is er sprake van een vrijblijvend aanbod, dan kan ook na aanvaarding van het aanbod dit
worden herroepen. Een voorwaarde is wel dat onverwijld (onmiddellijk) geschiedt. Is een
aanbod onherroepelijk, dan kan het aanbod niet worden herroepen ookal is het aanbod niet
aanvaard. Wanneer er een termijn verbonden zit aan een aanbod is het altijd onherroepelijk.
Denk bijvoorbeeld aan een weekactie van de supermarkt. Het zou vreemd zijn als er in die
week een verandering plaatsvind in de actie.
2.2.2 Op welk tijdstip komt de overeenkomst tot stand
Bij rechtstreeks mondeling en telefonisch contact komt er een overeenkomst tot stand
wanneer de aanvaarding wordt uitgesproken en de aanbieder de aanvaarding verneemt.
Wordt er gebruik gemaakt van een brief, e-mail, ect. dan is dit lastiger te bepalen.
Het moment van aanvaarding van een aanbod vindt plaats op het moment op het moment
van aanvaarding, dan wel de verzending van de mededeling van aanvaarding. Om een
werking te hebben van de aanvaarding moet de verklaring de persoon hebben bereikt (de
ontvangstheorie).
2.3 Handelingsbekwaamheid
Handelingsbekwaamheid kan worden omschreven als de mogelijkheid zelfstandig
rechtshandelingen te verrichten waaraan men zelf onaantastbaar wordt gebonden. Maar wie
de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt is in beginsel handelingsonbekwaam. Wanneer
een handelingsonbekwame door een onrechtmatige daad en de mogelijkheid een
rechtshandeling te verrichten in naam van een ander, dan is er geen sprake van
handelingsonbekwaamheid.
De wetgever heeft uitzonderingen gemaakt op de handelingsonbekwaamheid van een
minderjarige:
I. De minderjarige is bevoegd zelfstandig een geldige rechtshandeling te verrichten.
Denk aan toestemming van een wettelijke vertegenwoordiger
1. Er is veronderstelde toestemming: het is maatschappelijk gebruikelijk om een
overeenkomst aan te gaan.
2. Handlichting: de kantonrechter geeft bepaalde bevoegdheden aan een minderjarige.
Bijvoorbeeld bij het overlijden van een ouder.
, 3. Opmaken van een testament: minderjarige die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt
kunnen een uiterste wilsbeschikking maken.
4. Het aangaan van een geneeskundige behandelovereenkomst
5. Het aangaan van een arbeidsovereenkomst
II. Gevallen van handelingsonbekwaamheid bij meerderjarigen
Een meerderjarige kan onder curatele gesteld worden wanneer zij niet in staat zijn om hun
belangen behoorlijk te behartigen. De rechter zal uitspreken dat de handelingsbekwaamheid
wordt ontnomen. Wanneer de curandus toch een overeenkomst aangaat, dan zal die op
vordering van de curator worden vernietigd.
Een rechtshandeling verricht door een handelingsonbekwame is aantastbaar. De vorm van de
aantastbaarheid, nietigheid of vernietigbaarheid verschilt per type rechtshandeling. Zie
hiervoor art. 3:32 lid 2.
2.4 Wil of verklaring?
Een rechtshandeling is opgebouwd uit twee elementen: een wil en een verklaring. Als
uitersten staan hier tegenover de wilsleer en de verklaringsleer. De wilsleer zegt dat er van
contractuele gebondenheid slechts sprake kan zijn indien de verklaring overeenkomt met het
wilsbesluit. De verklaringsleer houdt in dat men gebonden is aan datgene wat men
verklaard.
2.4.1 Geestelijke stoornis; art. 3:34 BW
Geestelijke stoornis kan leiden tot curatele. En de overeenkomsten zijn hierdoor
vernietigbaar. Op het tijdstip van de geestelijke stoornis wordt er geacht dat de verklaring
overeenstemmende wil ontbreekt. De tegenpartij mag dan bewijs leveren dat de verklaring is
gedaan onder invloed van de stoornis. Wanneer dit beroep slaagt is de overeenkomst
vernietigbaar. Behalve wanneer de wederpartij zich succesvol beroept op het
gerechtvaardigd vertrouwen, want dan is de overeenkomst gewoon geldig.
2.4.2 Het vertrouwensbeginsel
Het vertrouwensbeginsel houdt in dat de wederpartij er redelijkerwijs op mocht vertrouwen
dat de verklaring van de ander bewust was. Een belangrijk arrest wat hier bij terugkomt is
het Bunde/ Van Erkens arrest.
Wanneer er een overeenkomst wordt gesloten door iemand met een geestelijke stoornis,
maar iemand er op gerechtvaardigd vertrouwen er vanuit mocht gaan dat de wil en de
verklaring overeenstemde, dan gaat de regeling van het gerechtvaardigd vertrouwen voor.
Compendium:
Week 1:
Hoofdstukken vermogensrecht ->
1.1 Inleiding
Het vermogensrecht (in objectieve zin) wordt gevormd door de regels die betrekking hebben
op de (subjectieve) vermogensrechten. Rechten in objectieve zin is het geheel aan regels,
wetten en normen. Een subjectief recht is een recht wat je daaruit kunt ontlenen. Denk aan
het eigendomsrecht. Een regel is dat je niet mag stelen, en een subjectief recht wat daaruit
voortvloeit is het eigendomsrecht.
1.1.1 Goed, zaak, registergoed
Het vermogen bestaat uit goederen. Dit zijn alle zaken en vermogensrechten (art. 3:1 BW).
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2).
Een ander belangrijk begrip is een registergoed. Dit zijn goederen waarbij er voor de
overdracht ervan een inschrijving in de openbare registers noodzakelijk is. Alle onroerende
zaken zijn registergoederen. Ook sommige vermogensrechten zijn registergoederen. Denk
hierbij aan het erfpachtrecht en een opstalrecht.
Hoofdstuk 2 De totstandkoming van obligatoire overeenkomsten
2.1 Inleiding
Een obligatoire overeenkomst is een overeenkomst waaruit een verbintenis wordt geschept.
Er vloeien dus voor beide partijen een verplichting uit. Een verbintenis is namelijk een
vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen één of meer personen waarbij de schuldenaar
een prestatie verplicht is aan de schuldeiser.
2.2 Aanbod en aanvaarding
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en een aanvaarding daarvan (art. 6:217).
Bij een aanbod is er een wilsverklaring waarin er een voorstel is tot het sluiten van een
overeenkomst. Door aanvaarding hiervan ontstaat er een verbintenis. Wanneer de
overeenkomst onvoldoende duidelijk is, dan is er sprake van het doen van een uitnodiging
tot het doen van een aanbod (Zie Hofland/ Hennis).
Een overeenkomst kan ook tot stand komen zonder dat er kan worden uitgemaakt welke
verklaring het aanbod bevat en welke de aanvaarding. Bijvoorbeeld wanneer een derde een
voorstel doet tot het sluiten van een overeenkomst dat door beide partijen wordt aanvaard,
of wanneer een aanbod tot koop en aanbod tot verkoop met dezelfde inhoud elkaar kruisen.
Het aanbod kan zijn kracht verliezen in de volgende gevallen:
, 1. Doordat het aanbod wordt verworpen door degene tot wie het is gericht
2. Doordat het termijn van aanvaarding is verlopen. Denk hierbij aan de mondeling
aanbod dat niet meteen wordt aanvaard.
3. Doordat de aanbieder zijn aanbod herroept (art. 6:219 lid 1 BW). Dit kan wel alleen
maar wanneer het een herroepelijk aanbod is of wanneer het aanbod nog niet is
aanvaard of de aanvaarding is verzonden.
2.2.1 Twee afwijkende vormen van het aanbod: het vrijblijvend en het onherroepelijk aanbod
Is er sprake van een vrijblijvend aanbod, dan kan ook na aanvaarding van het aanbod dit
worden herroepen. Een voorwaarde is wel dat onverwijld (onmiddellijk) geschiedt. Is een
aanbod onherroepelijk, dan kan het aanbod niet worden herroepen ookal is het aanbod niet
aanvaard. Wanneer er een termijn verbonden zit aan een aanbod is het altijd onherroepelijk.
Denk bijvoorbeeld aan een weekactie van de supermarkt. Het zou vreemd zijn als er in die
week een verandering plaatsvind in de actie.
2.2.2 Op welk tijdstip komt de overeenkomst tot stand
Bij rechtstreeks mondeling en telefonisch contact komt er een overeenkomst tot stand
wanneer de aanvaarding wordt uitgesproken en de aanbieder de aanvaarding verneemt.
Wordt er gebruik gemaakt van een brief, e-mail, ect. dan is dit lastiger te bepalen.
Het moment van aanvaarding van een aanbod vindt plaats op het moment op het moment
van aanvaarding, dan wel de verzending van de mededeling van aanvaarding. Om een
werking te hebben van de aanvaarding moet de verklaring de persoon hebben bereikt (de
ontvangstheorie).
2.3 Handelingsbekwaamheid
Handelingsbekwaamheid kan worden omschreven als de mogelijkheid zelfstandig
rechtshandelingen te verrichten waaraan men zelf onaantastbaar wordt gebonden. Maar wie
de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt is in beginsel handelingsonbekwaam. Wanneer
een handelingsonbekwame door een onrechtmatige daad en de mogelijkheid een
rechtshandeling te verrichten in naam van een ander, dan is er geen sprake van
handelingsonbekwaamheid.
De wetgever heeft uitzonderingen gemaakt op de handelingsonbekwaamheid van een
minderjarige:
I. De minderjarige is bevoegd zelfstandig een geldige rechtshandeling te verrichten.
Denk aan toestemming van een wettelijke vertegenwoordiger
1. Er is veronderstelde toestemming: het is maatschappelijk gebruikelijk om een
overeenkomst aan te gaan.
2. Handlichting: de kantonrechter geeft bepaalde bevoegdheden aan een minderjarige.
Bijvoorbeeld bij het overlijden van een ouder.
, 3. Opmaken van een testament: minderjarige die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt
kunnen een uiterste wilsbeschikking maken.
4. Het aangaan van een geneeskundige behandelovereenkomst
5. Het aangaan van een arbeidsovereenkomst
II. Gevallen van handelingsonbekwaamheid bij meerderjarigen
Een meerderjarige kan onder curatele gesteld worden wanneer zij niet in staat zijn om hun
belangen behoorlijk te behartigen. De rechter zal uitspreken dat de handelingsbekwaamheid
wordt ontnomen. Wanneer de curandus toch een overeenkomst aangaat, dan zal die op
vordering van de curator worden vernietigd.
Een rechtshandeling verricht door een handelingsonbekwame is aantastbaar. De vorm van de
aantastbaarheid, nietigheid of vernietigbaarheid verschilt per type rechtshandeling. Zie
hiervoor art. 3:32 lid 2.
2.4 Wil of verklaring?
Een rechtshandeling is opgebouwd uit twee elementen: een wil en een verklaring. Als
uitersten staan hier tegenover de wilsleer en de verklaringsleer. De wilsleer zegt dat er van
contractuele gebondenheid slechts sprake kan zijn indien de verklaring overeenkomt met het
wilsbesluit. De verklaringsleer houdt in dat men gebonden is aan datgene wat men
verklaard.
2.4.1 Geestelijke stoornis; art. 3:34 BW
Geestelijke stoornis kan leiden tot curatele. En de overeenkomsten zijn hierdoor
vernietigbaar. Op het tijdstip van de geestelijke stoornis wordt er geacht dat de verklaring
overeenstemmende wil ontbreekt. De tegenpartij mag dan bewijs leveren dat de verklaring is
gedaan onder invloed van de stoornis. Wanneer dit beroep slaagt is de overeenkomst
vernietigbaar. Behalve wanneer de wederpartij zich succesvol beroept op het
gerechtvaardigd vertrouwen, want dan is de overeenkomst gewoon geldig.
2.4.2 Het vertrouwensbeginsel
Het vertrouwensbeginsel houdt in dat de wederpartij er redelijkerwijs op mocht vertrouwen
dat de verklaring van de ander bewust was. Een belangrijk arrest wat hier bij terugkomt is
het Bunde/ Van Erkens arrest.
Wanneer er een overeenkomst wordt gesloten door iemand met een geestelijke stoornis,
maar iemand er op gerechtvaardigd vertrouwen er vanuit mocht gaan dat de wil en de
verklaring overeenstemde, dan gaat de regeling van het gerechtvaardigd vertrouwen voor.
Compendium: