maandag 9 februari 2026 14:01
1. Wat is levenslooppsychologie?
De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie vd evolutie vh normale functioneren en gedrag vh individu
in de loop vh leven.
"normale" = het algemene, wat gezien kan worden als de norm. Al de rest zien we in psychopathologie
"individu" = het gaat niet zomaar over 'mensen', het is een typisch psychologische deelwetenschap
"wetenschappelijke studie" = menswetenschap die probeert om gedrag zo objectief, gestructureerd en
gestandaardiseerd mogelijk te bestuderen
"functioneren" = functies vd mens
"evolutie" = groei of evolutie in neerwaartse zin
"leven" = proces dat het hele leven lang doorgaat, 'levenslang leren'
Doel levenslooppsychologie
= het functioneren van individuen op verschillende leeftijden in kaart brengen
Meer bepaald het beschrijven en verklaren van:
- Lichamelijke ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling
- Neurologische ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Affectieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
- …
2. Kernconcepten uit de levenslooppsychologie
Beschrijven ⇿ verklaren
- Descriptieve theorieën
○ 'wat?', 'waar?', 'wnr?' en 'hoe?', om na te gaan of de ontwikkeling verloopt zoals te verwachten valt
○ Observaties en metingen
- Verklarende theorieën
○ 'waarom?'. Verbanden zoeken tussen gebeurtenissen
○ Statistiek en correlationele studies
- Levensloop gebruikt beide soorten
○ Eerst beschrijven wat iemand in bepaalde ontwikkelingsfase doet en kan
○ Daarnaast op zoek gaan naar de oorzaken v die veranderingen
Nomothetisch ⇿ idiografisch
- Nomothetisch onderzoek
○ Algemene wetmatigheden in kaart brengen
- Idiografisch onderzoek
○ Beschrijven (en verklaren) van individuele evoluties
- Levensloop zal meestal algemeen blijven
Verfijning, samenwerking en organisatie
- Verfijning
○ Bv motoriek, emoties,… worden preciezer (bv handschrift) en genuanceerder (bv emotieregulatie)
- Samenwerking van functies
○ Bv oog-hand-coördinatie
- Organisatie
Complexere gedragingen, bv het combinatorisch denken vd adolescent
Levenslooppsychologie Pagina 1
, ○ Complexere gedragingen, bv het combinatorisch denken vd adolescent
- Na verloop van tijd kan terugval plaatsvinden
Nature ⇿ nurture
Nature-nurture debat niet kennen, maar determinanten wel kennen
- Normatieve ontwikkelingsdeterminanten: bij iedereen binnen een groep, niet persoonsgebonden
○ Leeftijdsgebonden ontwikkelingsdeterminanten
▪ Bv hormoonveranderingen of verouderingsprocessen
○ Socioculturele ontwikkelingsdeterminanten
▪ Bv invloed sociale media of de introductie van AI in de maatsch
○ Historische ontwikkelingsdeterminanten
▪ Bv de invloed vd coronacrisis op de ontwikkeling en schoolse vaardigheden van kinderen en jongeren
- Niet-normatieve ontwikkelingsdeterminanten: individueel verschillend
○ Bv roken of alcoholgebruik tijdens de zwangerschap of de secundaire veroudering (hf 9)
○ Maar ook zelfbepaling is hierin belangrijk
De kritische periode
- Tijdsvenster waarin bepaalde vaardigheden verworven (en dus gestimuleerd) moeten worden (Eric Lenneberg)
○ Bv Genie Wiley: was mishandeld en had niets van vaardigheden geleerd tot ze 13j was. Ze kon veel woorden
leren, maar de ontwikkeling stopte erna. Ze kon geen zinnen vormen.
▪ Haar brein (het deel voor taal) is effectief gekrompen omdat ze 13j lang nooit taal gehoord had.
○ Bv opgroeien in lagere SES staat vaak gelijk aan een kleinere vocabulaire
▪ Minder blootstelling en stimulatie
- Kinderen zijn sponsen, je kan ze makkelijk nieuwe dingen aanleren.
- Maar ook niet te vroeg
○ Ouders pushen hun kinderen te hard voor ze er klaar voor zijn, dit werkt niet.
Plasticiteit vd hersenen
Of neuroplasticiteit
- Vermogen vd hersenen om zich aan te passen
- Herstel van zenuwen en zenuwverbindingen
- Hierdoor kan uitval op een bepaald gebied gecompenseerd worden door een sterkere ontwikkeling op een ander
gebied
○ Bv blinden die geur- en tastzin verfijnen of die echolocatie toepassen om hun weg te vinden
- Soms ook hersengebieden die de taak van andere, beschadigde, hersengebieden overnemen
○ Bv spraakcentra die in de rechter hemisfeer ontwikkeld worden na beschadiging vh centrum van Broca of
centrum van Wernicke in de linker hemisfeer
Continu ⇿ discontinu ontwikkelingsverloop
- Eens lezen
Opmerkingen bij de opdeling vd levensfasen:
- Leeftijdsgrenzen zijn moeilijk af te lijnen
- De grenzen verschuiven doorheen de tijd
- Wij maken in BE onderscheid tussen peuter en kleuter, maar in veel andere landen gebeurt dit niet
- Het is een westerse kijk waarbij de overgangen tssn de levensfasen gelinkt worden aan de overgangen in het
schoolsysteem en de professionele loopbaan.
○ Of omgekeerd, afhankelijk van hoe je het bekijkt.
3. onderzoeksmethoden in de levenslooppsychologie
4. invloedrijke ontwikkelingspsychologische modellen
Levenslooppsychologie Pagina 2
, 2: De prenatale fase
maandag 9 februari 2026 14:44
1. Lichamelijke en fysiologische ontwikkeling
1.1. De stadia vd prenatale ontwikkeling
266 dagen - 38 weken - +/- 9 maand na de conceptie (die hele keten van celdelingen in beweging zet)
Versmelting eicel + zaadcel = zygote (bevruchte eicel die zich onmiddellijk afsluit v andere zaadcellen)
1 - Kiemstadium of germinale fase (eerste 2 weken)
Exponentiële groei aan cellen (1->2, 2->4, 4->8, 16, 32,…)
Morula (na 3tal dagen trosje van 16-32 cellen) -> blastocyst (100-150 cellen)
Blastulaholte (holte in de blastocyst):
- Buitenste laag: trofoblast -> (placenta e.d.)
- Binnenste laag: embryoblast -> (embryo en uiteindelijk foetus)
3 kiembladen
- Endoderm
- Mesoderm
- ectoderm
2 - Embryonaal stadium (2 - 8 weken)
Organogenese: zeer delicaat stadium! Begint in derde week vd zwangerschap
- De fase waarin zo goed als alle organen tot ontwikkeling komen (uitwendige geslachtsorganen nog niet)
- Als er iets gebeurd tijdens de eerste fases, heeft dit een veel grotere impact dan tijdens de laatste weken
- Na 8 weken begint de vrucht een menselijke vorm te krijgen
KIEMBLAD FUNCTIE OF ORGAAN
Endoderm Ademhalings- en spijsverteringsstelsel,
schildklier, lever…
Mesoderm Bindweefsel, kraakbeen, beendergestel,
spieren, hart- en bloedvaten, nieren,
geslachtsorganen,…
Ectoderm Zenuwstelsel (hersenen, ruggenmerg en
zenuwbanen), huid, haar, nagels, tanden,
zintuigen,…
Ontwikkeling organen:
- 3W: primitief hartje dat al klopt
- 4W: hersenblaasjes
- 5W: twee hemisferen (hersenontwikkeling)
- 6W: stompjes van armen
- 8W: rudimentaire organogenese voltooid
Ondertussen ook placenta, navelstreng en vruchtwaterzak gevormd vanuit trofoblast.
Levenslooppsychologie Pagina 3
, 3 - Foetaal stadium (8 - 38 weken)
- Functieontwikkeling
○ Organen verder verfijnd en gefinaliseerd
○ Vervolgens gebruikt en geoefend worden
- Geslachtsdifferentiatie (al vanaf 6W beginnen ontstaan)
- Rond 15 à 16 weken
○ Eerste bewegingen voelbaar
- Rond 24 à 26 weken
○ Levensvatbaar bij vroeggeboorte (60% overlevingskans), maar grote kans op beperking
- Laatste trimester van zwangerschap: sterke gewichtstoename + weinig ruimte
1.2. Prenataal onderzoek
Onderzoeken zijn niet verplicht, maar worden wel aangeraden
Vroeger soms foetoscopie
= inbrengen mini-camera met lichtbron via incisie in buikwand, mr teveel risico's
➺ echoscopie of echografie
⤷ 2D
⤷ elk trimester: weken 12, 20 en 30
➺ 3D-echo of doppleronderzoek ('kleurenecho', 'pretecho')
⤷ hersenstructuren, hart en hartkamers, interne organen, skelet,… kunnen in beeld worden gebracht
➺ 4D-echo is bewegende 3D-echo
Ook:
- NIPT
○ Niet-invasieve prenatale test
○ Chromosoomafwijkingen (downsyndroom, edwardsyndroom en patausyndroom) meten via DNA vd baby in
het bloed vd moeder
- Nekplooimeting
○ Ook screening op chromosoomafwijkingen
- Vruchtwaterpunctie
○ Genetische afwijkingen opsporen (risicovol!)
- Vlokkentest
○ Weefsel van moederkoek wegnemen (risicovol!)
○ Ook voor chromosoomafwijkingen
1.3. Schadelijke invloeden
Vrucht: vrij goed beschermd (schokken, temperatuur, infecties,…) oa door bloedbarrière tussen moeder en placenta.
Toch nog schadelijke invloeden mogelijk:
- Infecties
○ Bv griep: mama's kunnen vroeger in arbeid gaan
Besmetting Gevolgen voor het ongeboren kind (Preventieve) maatregelen
Rubella Blindheid, doofheid, hartproblemen, Preventieve vaccinatie
problemen met het centraal zenuwstelsel
Toxoplasmose Hersenafwijkingen, oogafwijkingen, Rauw vlees, rauwkost, ongewassen fruit en contact
doodgeboorte met huisdieren vermijden
CMV Blindheid, doofheid, mentale problemen, Handhygiëne en contact met potentiële
motorische achterstand besmettingshaarden vermijden (bv speeksel, snot…)
Levenslooppsychologie Pagina 4