SOCIALEZEKERHEIDSRECHT
THEMA 1: SOCIALEZEKERHEID EN SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT
WAT IS SOCIALE ZEKERHEID?
FOCUS OP ALLEDAAGSE MENSELIJKE NODEN
Ziekte, moederschap, arbeidsongeval of beroepsziekte, handicap, werkloosheid, kinderen, ouderdom,
…
GEBRUIKELIJKE BETEKENIS
Sociale zekerheid = toestand waarbij voor allen de bezorgdheid voor gebrek wordt uitgesloten (a), het geheel
van instellingen en regelingen die dienen om deze toestand te verzekeren (b)
SOCIALE ZEKERHEID IN ZIJN SITUATIONELE/TELEOLOGISCHE BETEKENIS
Sociale zekerheid = uitsluiting van bezorgdheid voor gebrek.
Link oudste gebruik van de term:
o Simon Bolivar: die pijlers voor een ideale samenleving (grootst mogelijke geluk, grootst
mogelijke sociale zekerheid en grootst mogelijke politieke stabiliteit)
o Social Security Act (VS): wie die basis van werkloosheidsverzekering organiseert en een
aantal voorzieningen voor ouderdomsbescherming (“old age pensions & unemployment
security”)
o “Freedom from want” (Roosevelt): 4 vrijheden vooropgesteld voor het tijdperk dat hij wil
inleiden (vrijwaring van de bezorgdheid van gebrek)
Realiteit vs. ideaal
Basisbehoefte aan “veiligheid”: waarom mensen streven naar toestand van zekerheid op sociaal vlak
o Verband intrinsieke kwetsbaarheid van de mens: kindertijd, handicap, ziekte,…
o Versterkt door maatschappelijke context: nood aan financiële middelen om in
levensonderhoud en (medische) zorg te voorzien, begrensde mogelijkheden om wettig
inkomen te vergaren
Onderscheid psychologische conditie en maatschappelijke dimensie
Specifieke focus op noden met maatschappelijke oorzaak en maatschappelijk belang tot leniging:
o Historisch ontwikkelingspatroon: compenseren van onwenselijke gevolgen door economische
productie en verdeling van de welvaart
o Oude problematiek armoede: leniging middels bijstandsvoorzieningen
o Nieuwe vormen van bestaansonzekerheid sinds industriële revolutie
Traditionele sociale risico’s Prestatie van sociale zekerheid
(kosten voor zorg bij) ziekte Tegemoetkoming in kost medische zorg
(inkomensverlies wegens) arbeidsongeschiktheid (en Uitkeringen arbeidsongeschiktheid (en invaliditeit) of
invaliditeit), (bijkomende kosten ter compensatie) tegemoetkomingen personen met handicap
verlies van zelfredzaamheid
(inkomensverlies door) moederschap(srust) Moederschapsuitkeringen
(medische kosten en inkomensverlies door) Tegemoetkoming in kost medische zorg, uitkeringen
arbeidsongeval arbeidsongeschiktheid, nabestaandenrenten
(medische kosten en inkomensverlies door) Tegemoetkoming in kost medische zorg, uitkeringen
beroepsziekte arbeidsongeschiktheid, nabestaandenrenten
(inkomensverlies door) werkloosheid Inkomensvervangende uitkering
(werkloosheidsuitkering, overbrugging, leefloon)
Kosten onderhoud & opvoeding kinderen/gezinslast Gezinsbijslagen
(inkomensverlies door) ouderdom of overlijden Inkomensvervangende uitkering (rust- of
kostwinner overlevingspensioenen, inkomensgarantie ouderen)
1
,SOCIALE ZEKERHEID IN ZIJN INSTRUMENTELE BETEKENIS
Sociale zekerheid = geheel van instellingen en regelingen erop gericht mensen te vrijwaren van bezorgdheid
voor gebrek.
Rol van (solidaire) samenlevingsverbanden: stam, familie, (kern)gezin,…
Rol van eigendom
Rol van liefdadigheid(sinstellingen): begin 19 de eeuw voorloper van de sociale bijstand
Rol van emancipatiestrijd arbeidersbeweging in de 19 de eeuw: oorsprong sociale verzekeringen
o Evolutie van landbouweconomie naar industrieel kapitalisme in de 19 de eeuw
Ontregeling van de traditionele samenlevings- en solidariteitsverbanden
o Arbeider (proletariër) is aangewezen op verkoop arbeidskracht om in levensonderhoud te
voorzien: genese arbeidsmarkt en sociale risico’s
o Ontwikkeling van onderlinge verzekeringen
Rol van de overheid
o In opvolging religieuze liefdadigheid
o Na initiële onderdrukking emancipatiestrijd arbeidersklasse
Beleid van gesubsidieerde vrijheid en wettelijke omkadering particuliere initiatieven
o Inrichting verplichte sociale verzekeringen
Consolidatie ‘sociaal pact’ overlegd tussen vertegenwoordigers WN’s en WG’s na
WO II dat een blauwdruk voorbereid voor het naoorlogse België en de sociale
zekerheid
Basis genese en ontwikkeling van het socialezekerheidsrecht
WAT IS SOCIALEZEKERHEIDSRECHT?
Sensu lato: geheel van rechtsregels die het fundamentele recht op sociale zekerheid verankeren (of
garanderen) en verwezenlijken.
Geheel van regels: wetgeving, regelgeving, rechtspraak
Verankeren: sinds midden 20ste eeuw verheven via internationale verdragen (en ook in eigen Gw.) tot
een fundamenteel recht
Verwezenlijken: al de wetgeving en reglementering die uitvoering geven aan het fundamenteel recht
op sociale zekerheid
o Voorwerp en karakter: sensu stricto
o Technieken: sociale verzekering en sociale bijstand
VOORWERP EN KARAKTER VAN HET SOCIALEZEKERHEIDSRECHT (SENSU STRICTO)
VOORWERP
Verleent subjectieve rechten op ‘prestaties van SZ’:
o Garanderen een minimum aan vervanging OF aanvulling inkomen
o Finaliteit:
Vergoeding van schade voortvloeiend uit de realisatie van een sociaal risico
Herstel van schade
Schadepreventie
o Vorm: i.b. geldelijke prestaties
o Territoriaal karakter van de dekking
Regelt de administratieve organisatie van de stelsels:
o Uitvoerende en toezichthoudende instellingen
o Rechtspositie sociaal verzekerde tav administratie
Regelt de financiering van prestaties:
2
, o Inkomsten die nodig zijn voor de SZ
o Garanties inzake financieel evenwicht
KARAKTER
SZ-recht is wettenrecht en reglementering is veelal van OO
Alles wat aan de essentiële belangen van de staat of in het privaatrecht de fundamenten legt waarop
de economische orde of morele orde van de maatschappij berust
TECHNIEKEN: SOCIALE VERZEKERING EN SOCIALE BIJSTAND
KENTREKKEN VAN SOCIALE VERZEKERINGEN
Verzekeringen:
o Betaling van SZ-bijdrage geldt i.b. als voorwaarde voor het recht op een prestatie van SZ, dat
ontstaat wanneer het gedekte sociale risico zich voordoet
o Analogie met premie, dekking en verzekerd risico in een klassieke verzekering
Sociaal karakter:
o Afwijkend risicoconcept
o Dekking commercieel onverzekerbare risico’s (vb. werkloosheid)
o Manier waarop sociale verzekeringen solidariteit organiseren
ORGANISEREN VAN SOLIDARITEIT
Klassieke verzekering: strikt verband tussen de omvang van het risico & de hoogte van de premie +
tussen de hoogte en de betaling van de premie & het recht op een prestatie
Sociale verzekeringen:
o Hoogte SZ-verzekeringen onafhankelijk van hoogte risico: bepaald ifv inkomen
o Omvang prestatie onafhankelijk van de hoogte van de bijdrage: onderscheid Bismarckiaanse
en Beveridgeaanse stelsels
Bismarck: prestatie in verhouding met inkomen en percentage van het teloorgegane
inkomen
Beveridge: iedereen een bepaald minimuminkomen gegarandeerd
o Gevolg:
Verticale solidariteit = solidariteit tussen inkomensklassen
Horizontale solidariteit = solidariteit tussen risicoprofielen
de socialezekerheidsverzekering wordt verplicht gesteld om antiselectie te gaan vermijden
ONDERSCHEID TUSSEN SOORTEN SOCIALE VERZEKERINGEN
Volksverzekeringen = sociale verzekeringen voor heel het volk van een bepaald grondgebied en
verlenen dus in principe dekking aan elke inwoner van een bepaald grondgebied.
o In B: ziektekostenverzekering (federaal), gezinsbijslagenverzekering (gedefederaliseerd)
Professionele (categoriale) verzekeringen = toegang in principe beperkt tot leden van de
beroepsactieve bevolking niettemin ook “gelijkgestelden”, “gelijkgestelde perioden” een “afgeleide
rechten”
o “Gelijkgestelden”: bv. leerlingen in opleiding op de werkvloer
o “Gelijkgestelde perioden”: periode waarin je geen arbeid verricht, maar getroffen bent door
een sociaal risico (bv. een ziekte)
o “Afgeleide rechten”: rechten die iemand opbouwt niet door zij eigen arbeidsprestaties, maar
door zijn affiniteit met iemand (bv. overlevingspensioen: bij het overlijden van de kostwinner)
o Categoriaal betekent dat het toepassingsgebied en soms de rechten die de sociale
verzekeringen gaan toekennen gaan verschillen naargelang de categorie: ambtenaar,
werknemer, zelfstandige
3
, Sociaal risico Ambtenaren Werknemers Zelfstandigen
Ziekte Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering)
Arbeidsongeschiktheid, Nee (stelsel ziektedagen Ja Ja
verlies van en invaliditeitspensioen)
zelfredzaamheid
Moederschap Nee (stelsel verlof met Ja (langer) Ja (minder lang als WN)
behoud wedde)
Arbeidsongeval Ja Ja Nee
Beroepsziekte Ja Ja Nee
Werkloosheid Nee, enkel in Ja Nee
uitzonderlijke gevallen (overbruggingsrecht,
(cf. vaste benoeming maar ≠ werkloosheidsvz)
vroeger)
Gezinslast Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering)
Ouderdom of overlijden Ja Ja Ja
kostwinner
ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE VAN SOCIALE VERZEKERINGEN
Diversiteit aan instellingen als resultaat van historische ontwikkeling
Ontvoogdingsstrijd arbeidersbeweging 19de eeuw (1 ste laag)
o Arbeiders ontwikkelen technieken van onderlinge bijstand oorsprong ziekenfondsen en
werkloosheidskassen
o De beweging kreeg de naam: “maatschappijen van onderlinge bijstand”
Streven van werkgevers naar bevoogding arbeiders en sociale vrede midden 19de eeuw tot begin
20ste eeuw (2de laag)
o Oprichting “voorzorgskassen”, oprichting compensatiekassen ter uitkering gezinsbijslagen
(kinderbijslagefondsen)
o Voorlopers huidige uitbetalingsactoren gezinsbijslagen
Sociaal Pact en Besluitwet 1944: integratie sociale verzekeringen WN’s tot één stelsel
o Valorisatie van reeds bestaande particuliere initiatieven
Particuliere instellingen gemachtigd tot verder toekennen rechten en/of uitbetalen
prestaties, mits naleving wettelijke voorwaarden
“meewerkende instellen”: de naam voor de private instellingen die wettelijk
gemachtigd worden om de taak van OD, die de SZ is, uit te voeren
o Inrichting openbare instellingen
Als ‘neutrale’ tegenhangers voor de private ‘ideologisch gekleurde’ meewerkende
instellingen
Publiekrechtelijke instellingen die belast worden met de taak van toezicht op de
uitoefening van de verzekeringsregelingen door de meewerkende instellingen en
openbare tegenhangers (bv. RIZIV, RVA, FEDRIS en later ook VUTG)
Voor de inning en het beheer van bijdragen: Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ)
o Zie schema
KB nr. 38 van 1967: integratie sociale verzekeringen zelfstandigen in één “sociaal statuut”
o Valorisatie van bestaande particuliere initiatieven
Particuliere instellingen gemachtigd tot verder innen van bijdragen en/of
verstrekken prestaties, mits naleving wettelijke voorwaarden
“meewerkende instellingen”: sommige gedeeld met de WN’s en andere sociale
verzekeringsfondsen enkel voor zelfstandigen
Opmerkelijk! Hier zijn het ook de particuliere instellingen die bijdragen gaan leveren
( werknemers)
o Inrichting van openbare instellingen
4
THEMA 1: SOCIALEZEKERHEID EN SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT
WAT IS SOCIALE ZEKERHEID?
FOCUS OP ALLEDAAGSE MENSELIJKE NODEN
Ziekte, moederschap, arbeidsongeval of beroepsziekte, handicap, werkloosheid, kinderen, ouderdom,
…
GEBRUIKELIJKE BETEKENIS
Sociale zekerheid = toestand waarbij voor allen de bezorgdheid voor gebrek wordt uitgesloten (a), het geheel
van instellingen en regelingen die dienen om deze toestand te verzekeren (b)
SOCIALE ZEKERHEID IN ZIJN SITUATIONELE/TELEOLOGISCHE BETEKENIS
Sociale zekerheid = uitsluiting van bezorgdheid voor gebrek.
Link oudste gebruik van de term:
o Simon Bolivar: die pijlers voor een ideale samenleving (grootst mogelijke geluk, grootst
mogelijke sociale zekerheid en grootst mogelijke politieke stabiliteit)
o Social Security Act (VS): wie die basis van werkloosheidsverzekering organiseert en een
aantal voorzieningen voor ouderdomsbescherming (“old age pensions & unemployment
security”)
o “Freedom from want” (Roosevelt): 4 vrijheden vooropgesteld voor het tijdperk dat hij wil
inleiden (vrijwaring van de bezorgdheid van gebrek)
Realiteit vs. ideaal
Basisbehoefte aan “veiligheid”: waarom mensen streven naar toestand van zekerheid op sociaal vlak
o Verband intrinsieke kwetsbaarheid van de mens: kindertijd, handicap, ziekte,…
o Versterkt door maatschappelijke context: nood aan financiële middelen om in
levensonderhoud en (medische) zorg te voorzien, begrensde mogelijkheden om wettig
inkomen te vergaren
Onderscheid psychologische conditie en maatschappelijke dimensie
Specifieke focus op noden met maatschappelijke oorzaak en maatschappelijk belang tot leniging:
o Historisch ontwikkelingspatroon: compenseren van onwenselijke gevolgen door economische
productie en verdeling van de welvaart
o Oude problematiek armoede: leniging middels bijstandsvoorzieningen
o Nieuwe vormen van bestaansonzekerheid sinds industriële revolutie
Traditionele sociale risico’s Prestatie van sociale zekerheid
(kosten voor zorg bij) ziekte Tegemoetkoming in kost medische zorg
(inkomensverlies wegens) arbeidsongeschiktheid (en Uitkeringen arbeidsongeschiktheid (en invaliditeit) of
invaliditeit), (bijkomende kosten ter compensatie) tegemoetkomingen personen met handicap
verlies van zelfredzaamheid
(inkomensverlies door) moederschap(srust) Moederschapsuitkeringen
(medische kosten en inkomensverlies door) Tegemoetkoming in kost medische zorg, uitkeringen
arbeidsongeval arbeidsongeschiktheid, nabestaandenrenten
(medische kosten en inkomensverlies door) Tegemoetkoming in kost medische zorg, uitkeringen
beroepsziekte arbeidsongeschiktheid, nabestaandenrenten
(inkomensverlies door) werkloosheid Inkomensvervangende uitkering
(werkloosheidsuitkering, overbrugging, leefloon)
Kosten onderhoud & opvoeding kinderen/gezinslast Gezinsbijslagen
(inkomensverlies door) ouderdom of overlijden Inkomensvervangende uitkering (rust- of
kostwinner overlevingspensioenen, inkomensgarantie ouderen)
1
,SOCIALE ZEKERHEID IN ZIJN INSTRUMENTELE BETEKENIS
Sociale zekerheid = geheel van instellingen en regelingen erop gericht mensen te vrijwaren van bezorgdheid
voor gebrek.
Rol van (solidaire) samenlevingsverbanden: stam, familie, (kern)gezin,…
Rol van eigendom
Rol van liefdadigheid(sinstellingen): begin 19 de eeuw voorloper van de sociale bijstand
Rol van emancipatiestrijd arbeidersbeweging in de 19 de eeuw: oorsprong sociale verzekeringen
o Evolutie van landbouweconomie naar industrieel kapitalisme in de 19 de eeuw
Ontregeling van de traditionele samenlevings- en solidariteitsverbanden
o Arbeider (proletariër) is aangewezen op verkoop arbeidskracht om in levensonderhoud te
voorzien: genese arbeidsmarkt en sociale risico’s
o Ontwikkeling van onderlinge verzekeringen
Rol van de overheid
o In opvolging religieuze liefdadigheid
o Na initiële onderdrukking emancipatiestrijd arbeidersklasse
Beleid van gesubsidieerde vrijheid en wettelijke omkadering particuliere initiatieven
o Inrichting verplichte sociale verzekeringen
Consolidatie ‘sociaal pact’ overlegd tussen vertegenwoordigers WN’s en WG’s na
WO II dat een blauwdruk voorbereid voor het naoorlogse België en de sociale
zekerheid
Basis genese en ontwikkeling van het socialezekerheidsrecht
WAT IS SOCIALEZEKERHEIDSRECHT?
Sensu lato: geheel van rechtsregels die het fundamentele recht op sociale zekerheid verankeren (of
garanderen) en verwezenlijken.
Geheel van regels: wetgeving, regelgeving, rechtspraak
Verankeren: sinds midden 20ste eeuw verheven via internationale verdragen (en ook in eigen Gw.) tot
een fundamenteel recht
Verwezenlijken: al de wetgeving en reglementering die uitvoering geven aan het fundamenteel recht
op sociale zekerheid
o Voorwerp en karakter: sensu stricto
o Technieken: sociale verzekering en sociale bijstand
VOORWERP EN KARAKTER VAN HET SOCIALEZEKERHEIDSRECHT (SENSU STRICTO)
VOORWERP
Verleent subjectieve rechten op ‘prestaties van SZ’:
o Garanderen een minimum aan vervanging OF aanvulling inkomen
o Finaliteit:
Vergoeding van schade voortvloeiend uit de realisatie van een sociaal risico
Herstel van schade
Schadepreventie
o Vorm: i.b. geldelijke prestaties
o Territoriaal karakter van de dekking
Regelt de administratieve organisatie van de stelsels:
o Uitvoerende en toezichthoudende instellingen
o Rechtspositie sociaal verzekerde tav administratie
Regelt de financiering van prestaties:
2
, o Inkomsten die nodig zijn voor de SZ
o Garanties inzake financieel evenwicht
KARAKTER
SZ-recht is wettenrecht en reglementering is veelal van OO
Alles wat aan de essentiële belangen van de staat of in het privaatrecht de fundamenten legt waarop
de economische orde of morele orde van de maatschappij berust
TECHNIEKEN: SOCIALE VERZEKERING EN SOCIALE BIJSTAND
KENTREKKEN VAN SOCIALE VERZEKERINGEN
Verzekeringen:
o Betaling van SZ-bijdrage geldt i.b. als voorwaarde voor het recht op een prestatie van SZ, dat
ontstaat wanneer het gedekte sociale risico zich voordoet
o Analogie met premie, dekking en verzekerd risico in een klassieke verzekering
Sociaal karakter:
o Afwijkend risicoconcept
o Dekking commercieel onverzekerbare risico’s (vb. werkloosheid)
o Manier waarop sociale verzekeringen solidariteit organiseren
ORGANISEREN VAN SOLIDARITEIT
Klassieke verzekering: strikt verband tussen de omvang van het risico & de hoogte van de premie +
tussen de hoogte en de betaling van de premie & het recht op een prestatie
Sociale verzekeringen:
o Hoogte SZ-verzekeringen onafhankelijk van hoogte risico: bepaald ifv inkomen
o Omvang prestatie onafhankelijk van de hoogte van de bijdrage: onderscheid Bismarckiaanse
en Beveridgeaanse stelsels
Bismarck: prestatie in verhouding met inkomen en percentage van het teloorgegane
inkomen
Beveridge: iedereen een bepaald minimuminkomen gegarandeerd
o Gevolg:
Verticale solidariteit = solidariteit tussen inkomensklassen
Horizontale solidariteit = solidariteit tussen risicoprofielen
de socialezekerheidsverzekering wordt verplicht gesteld om antiselectie te gaan vermijden
ONDERSCHEID TUSSEN SOORTEN SOCIALE VERZEKERINGEN
Volksverzekeringen = sociale verzekeringen voor heel het volk van een bepaald grondgebied en
verlenen dus in principe dekking aan elke inwoner van een bepaald grondgebied.
o In B: ziektekostenverzekering (federaal), gezinsbijslagenverzekering (gedefederaliseerd)
Professionele (categoriale) verzekeringen = toegang in principe beperkt tot leden van de
beroepsactieve bevolking niettemin ook “gelijkgestelden”, “gelijkgestelde perioden” een “afgeleide
rechten”
o “Gelijkgestelden”: bv. leerlingen in opleiding op de werkvloer
o “Gelijkgestelde perioden”: periode waarin je geen arbeid verricht, maar getroffen bent door
een sociaal risico (bv. een ziekte)
o “Afgeleide rechten”: rechten die iemand opbouwt niet door zij eigen arbeidsprestaties, maar
door zijn affiniteit met iemand (bv. overlevingspensioen: bij het overlijden van de kostwinner)
o Categoriaal betekent dat het toepassingsgebied en soms de rechten die de sociale
verzekeringen gaan toekennen gaan verschillen naargelang de categorie: ambtenaar,
werknemer, zelfstandige
3
, Sociaal risico Ambtenaren Werknemers Zelfstandigen
Ziekte Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering)
Arbeidsongeschiktheid, Nee (stelsel ziektedagen Ja Ja
verlies van en invaliditeitspensioen)
zelfredzaamheid
Moederschap Nee (stelsel verlof met Ja (langer) Ja (minder lang als WN)
behoud wedde)
Arbeidsongeval Ja Ja Nee
Beroepsziekte Ja Ja Nee
Werkloosheid Nee, enkel in Ja Nee
uitzonderlijke gevallen (overbruggingsrecht,
(cf. vaste benoeming maar ≠ werkloosheidsvz)
vroeger)
Gezinslast Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering) Ja (volksverzekering)
Ouderdom of overlijden Ja Ja Ja
kostwinner
ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE VAN SOCIALE VERZEKERINGEN
Diversiteit aan instellingen als resultaat van historische ontwikkeling
Ontvoogdingsstrijd arbeidersbeweging 19de eeuw (1 ste laag)
o Arbeiders ontwikkelen technieken van onderlinge bijstand oorsprong ziekenfondsen en
werkloosheidskassen
o De beweging kreeg de naam: “maatschappijen van onderlinge bijstand”
Streven van werkgevers naar bevoogding arbeiders en sociale vrede midden 19de eeuw tot begin
20ste eeuw (2de laag)
o Oprichting “voorzorgskassen”, oprichting compensatiekassen ter uitkering gezinsbijslagen
(kinderbijslagefondsen)
o Voorlopers huidige uitbetalingsactoren gezinsbijslagen
Sociaal Pact en Besluitwet 1944: integratie sociale verzekeringen WN’s tot één stelsel
o Valorisatie van reeds bestaande particuliere initiatieven
Particuliere instellingen gemachtigd tot verder toekennen rechten en/of uitbetalen
prestaties, mits naleving wettelijke voorwaarden
“meewerkende instellen”: de naam voor de private instellingen die wettelijk
gemachtigd worden om de taak van OD, die de SZ is, uit te voeren
o Inrichting openbare instellingen
Als ‘neutrale’ tegenhangers voor de private ‘ideologisch gekleurde’ meewerkende
instellingen
Publiekrechtelijke instellingen die belast worden met de taak van toezicht op de
uitoefening van de verzekeringsregelingen door de meewerkende instellingen en
openbare tegenhangers (bv. RIZIV, RVA, FEDRIS en later ook VUTG)
Voor de inning en het beheer van bijdragen: Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ)
o Zie schema
KB nr. 38 van 1967: integratie sociale verzekeringen zelfstandigen in één “sociaal statuut”
o Valorisatie van bestaande particuliere initiatieven
Particuliere instellingen gemachtigd tot verder innen van bijdragen en/of
verstrekken prestaties, mits naleving wettelijke voorwaarden
“meewerkende instellingen”: sommige gedeeld met de WN’s en andere sociale
verzekeringsfondsen enkel voor zelfstandigen
Opmerkelijk! Hier zijn het ook de particuliere instellingen die bijdragen gaan leveren
( werknemers)
o Inrichting van openbare instellingen
4