1.Wie zijn de aanhangers van Humanistisch Perspectief?
= Rogers en Maslow
2. Op wat leggen aanhangers van Humanistische perspectief nadruk?
= Op mogelijkheden van mensen om vooruit te kijken en hun eigen lot te
bepalen.
3. Welke visie hebben dan Humanisten?
= Humanisten hebben een optimistische visie op mensen : ze worden gedreven
door positieve behoeften om zich aan te passen, te leren, te groeien en uit te
blinken. Hun meest intense motieven zijn gericht op positieve groei.
4. Welke begrip is zeer belangrijk binnen Humanistische perspectief?
= Zelfactualisatie, die aangeboren drijfveer is een constructieve, sturende kracht
die elk mens aanzet tot positief gedrag en groei van het zelf. Het is streven om
eigen mogelijkheden, capaciteit en talenten zo veel mogelijk te ontplooien.
5. Welke belangrijk uitgangspunt hebben we bij deze perspectief?
= Bewuste ervaringen zoals percepties, gevoelens… kern vormen van
persoonlijkheid.
Voorbeeld: Psychische stoornis wordt niet veroorzaakt doordat individu ongezond
is maar door ongezonde situaties en percepties van individu.
6. Wat heeft Abraham Maslow uitgevonden?
= Motivatietheorie van Maslow, theorie over psychische gezondheid in plaats van
over psychische problemen. Hij kwam tot term van zelfactualiserende
persoonlijkheden.
7. Wat bedoelt hij met zelfactualiserende persoonlijkheden?
= Dat zijn volgens Maslow gezonde mensen van wie basisbehoeften al vervuld
zijn. Daardoor voelen ze zich vrij om hun mogelijkheden te ontwikkelen, iets wat
iedereen wou moeten nastreven. Zo kunnen ze hun interesse in hogere idealen
met betrekking tot behoeften van anderen ontplooien.
8. Geef voorbeelden van noden van mensheid:
= Rechtvaardigheid, waarheid en schoonheid, zaken waarbij ze sterke
betrokkenheid voelen.
9. Hoe beschrijf Maslow zulke mensen?
= Mensen met zo persoonlijkheid als creatief, spontaan en hebben ze een
aanstekelijk gevoel voor humor.
10. Wanneer kunnen mensen met zelfactualiserende persoonlijkheid
problemen hebben?
= Wanneer er onvervulde behoeften tot onevenwichtigheid zijn. Daardoor
mensen zullen niet in staat zijn om interesses te ontwikkelen die bijdragen aan
hun groei en gevoel van vervuling.
11. Wat heeft Carl Rogers uitgevonden?
= Theorie van Rogers, een therapeutische methode uit client-centered therapie
of cliëntgerichte therapie. Hij spraak niet over patiënten maar over cliënten.
1
, 12. Waarom spraak Rogers over cliënten?
= Dat deed hij om aan te geven dat het niet ging om zieke mensen maar om
volwaardige mensen die met een probleem worstelen.
13. Wat stelde Rogers bij zijn theorie? (Fenomenale veld -> Dat is JOUW
eigen werkelijkheid.)
= Fenomenale veld dat deel uitmaakt van persoonlijkheid. Dat veld is geheel van
al onze gevoelens en percepties, een soort van filter waardoor we onze
ervaringen waarnemen. Reageren we gewoonlijk op subjectieve ervaringen en
niet op objectieve realiteit, wat we waarnemen en voelen is volgens hem enige
waarheid.
14. Ging het enkel over Fenomenale veld?
= Er is ook sprake over Zelf die onderdeel is van Subjectieve fenomenale veld.
15. Wat betekend die Zelf?
= Zelf verwijst naar perceptie die persoon heeft van zichzelf, die ontwikkeld zich
wnr kind beseft dat losstaand individu is. Kind is bewust dat bepaalde
eigenschappen heeft waarin het zich onderscheidt van anderen. Interactie met
ander (grote rol).
16. Wat kan je nog zeggen over eigenschappen van losstaande
individu?
= Die eigenschappen zijn namelijk grotendeels gebaseerd op sociale evaluaties
die kind heeft ervaart, daardoor ontstaat Actuele zelf en daarnaast is en Ideale
zelf.
17. Welke verschil is er tussen Actuele en Ideale zelf?
= Actuele zelf : wie je denkt dat je werkelijk bent en Ideale zelf : wie je graag wil
zijn.
18. Met welk begrip binnen psychoanalyse heeft het Zelf
overeenkomsten?
= Het ich (Ego, ik); Tijdens de peuterfase groeit het zelfbewustzijn en beseft het
kind dat het zelf iemand is, dat het een ich heeft.
19. Wat is een Actualiseringstendens van Rogers?
= Dat is aangeboren neiging om volledig potentieel te realiseren. Naast innerlijke
mogelijkheden spelen ook externe omstandigheden rol.
20. Geef 3 aspecten bij houding die anderen tegenover persoon
aannemen:
Empathie
Onvoorwaardelijke positieve waardering
Echtheid (jezelf zijn, open en eerlijke houding)
21. Stel Fenomenale veld van Rogers schematisch voor :
2