Stofwisselingsziekte waarbij de glucoseregulatie is verstoord.
Meest voorkomende chronische ziekte in Nederland.
90% type 2 (ontstaat op latere leeftijd) en 10% type 1 (ontstaat op jonge
leeftijd)
Komt meer voor bij mannen dan vrouwen.
Glucosespiegel
,Bij gezonde persoon:
Hoge bloedglucose (net gegeten)- De bloedsuikerspiegel/ bloedglucose stijgt
(er komt meer glucose in het bloed)- lichaam streeft naar Homeosase-
Betacellen in de pancreas geven insuline af aan de vetcellen- de vetcellen
nemen dan glucose op uit het bloed- normaal bloedglucose gehalte.
Lage bloedglucose (geslapen zonder te eten)- Alfacellen in pancreas geven
glucagon af- leven krijgt een signaal- lever heeft klein beetje glucose
opgeslagen als glucogeen- lver zet dit om en geeft het af aan het bloed-
normaal bloedglucose halte.
Insuline
In de pancreas (eilandjes van Langerhans) die bevatten Betacellen en geven
insuline af als glucose hoog is na het eten.
1. Glucose = hoog na eten
2. Insuline wordt afgegeven door Beta cellen
3. Glycogenese: Glucose wordt opgenomen in de cellen en gebruikt voor
bouwen, groeien, opslag (spieren, vetcellen, lever)
4. Glucosespiegel daalt
, Glucagon
Glycogeen wordt in de lever omgezet naar Glucose (glycogenolyse) en
daardoor stijgt de bloed glucose spiegel weer.
1. Glucose = laag na vasten
2. Glucagon wordt afgegeven door Alfa cellen
3. Glycogenolyse = Glycogeen voorraad uit lever en spieren wordt
gebruikt om glucose te maken
4. Glucosespiegel stijgt
Diagnose Diabetes Mellitus
Diagnose wordt gesteld op basis van een verhoogde bloedglucosegehalte
i.c.m klachten die daarbij passen.