sociaal-economische orde
1.1 Kapitalisme: onderliggende doctrines en belangrijkste
juridische instrumenten
Kapitalisme niet alleen een economische ideologie maar steund het ook
ope enkele juridische elementen die sociaal – economische orde
vormgeven
A) Het systeem van geldschepping ; geld wordt grotendeels gecreëerd
door private banken via kredietlening, hierdoor krijgen banken veel
macht over de economie
B) De organisatie van arbeid en kapitaal ; kapitaal krijgt een
bevoorrechte positie tegenover arbeid. Werknemers zijn afhankelijk
van werkgevers en ontvangen slecht een loon
C) De vrijheid van contracteren; partijen worden geacht vrij
overeenkomsten te sluiten. Volgens de auteur bestaat er in werkelijk
vaak een machtsonevenwicht
D) Belastingbeleid ; belastingen zijn volgens de auteur georganiseerd op
een manier die het kapitalistisch system ondersteund
1.2 Geldcreatie
Veel mensen denken dat geld door de overheid wordt gemaakt maar
volgens Bytterbier wordt het grootste deel van het geld gecreëerd door
private banken
Wanneer een bank een lening vertrekt
- Schrijft zij een bedrag op de rekening van de klant
- Dat bedrag bestond voordien niet
- Tegelijkertijd onstaat er voor de klant een schuld die later moet
terugbetaald worden veelal met intrest
Nieuw geld onstaat dus via kredietverlening. De auteur noemt dit
geldcreatie uit het niets door boekhoudkundige inschrijvingen.
Daardoor hebben private banken volgens hem een enorme
maatschappelijk macht, omdat zij bepalen wie toegang krijgt tot nieuw geld
1
, 1.2.1 Ethiek van het geldgebruik
Volgens bytterbeir is het huidige geldsysteem problematisch omdat
- geldcreatie grotendeels in handel ligt van private banken
- banken maken winst op kredieten en interesten
- Schuldenaars voortdurend economische activiteiten moeten
ontwikkelen om hun schulden te moeten betalen
- Hierdoor onstaat het systeem dat voortdurende economische groei
verreist
Systeem is weinig democratisch gelegitimeerd omdat niet de overheid
maar private instellingen beslissen over een belangrijk maatschappelijk
instrument , de creatie van geld
1.2.2 Hoe geld wordt ‘gemaakt’
Volgens Byttebier denken veel mensen dat geld door de overheid of de
centrale bank wordt gecreëerd. In werkelijkheid wordt het grootste deel van
het geld gecreëerd door private banken wanneer zij een lening
verstrekken.
Wanneer een bank een krediet toekent:
- De bank schrijft het geleende bedrag op de rekening van de klant.
- Dat geld bestond voordien niet; het wordt dus nieuw gecreëerd.
- Tegelijk ontstaat voor de klant een schuld die later moet worden
terugbetaald, meestal met interest.
De auteur noemt dit geldcreatie “uit het niets” (ex nihilo), omdat het enkel
door boekhoudkundige inschrijvingen ontstaat en niet doordat de bank
eerst hetzelfde bedrag aan spaargeld moet bezitten.
Omdat kredietnemers hun lening én interest moeten terugbetalen, moeten
zij economische activiteiten verrichten om voldoende inkomsten te
verkrijgen. Volgens Byttebier zorgt dit ervoor dat het economische systeem
voortdurend gericht is op groei.
➔ Geld wordt volgens Byttebier vooral gecreëerd door private banken
wanneer zij leningen verstrekken. Door een boekhoudkundige inschrijving
2
, ontstaat nieuw geld en tegelijkertijd een schuld die met interest moet
worden terugbetaald.
1.2.3 De legitimiteit van het (de) kapitalistische
geldscheppingssysteem(en) in twijfel getrokken
Byttebier stelt de legitimiteit vanhet huidige geldscheppingsysteem in
twijfel omdat de macht om geld te creëren grotendeels bij private banken
ligt en niet bij de overheid
Problematisch omdat
- Geldcreatie gebeurt in het privebelang van de banken en hun
aandeelhouders
- Banken winst maken via interesten op kredieten
- Burgers, ondernemingen en zelfs starten zich moeten financieren via
leningen bij de bank
- Daardoor vloeit een deel van de economische rijkdom naar de
financiële sector
➔ Onvoldoende democratisch gelegitimeerd , geld is een fundamenteel
maatschappelijk belang en zou daarom in het algemeen belang moeten
worden gecreëerd en beheerd, niet voornamelijk in belang van private
instellingen die het doel hebben om uit geldcreatie winst te houden
1.3 Vrijheid van contracteren
De vrijheid van contracten houdt in dat mensen en rechtspersonen vrij
overeenkomsten kunnen sluiten
Volgens de klassieke liberale visie gebeurt dit tussen 2 gelijke partijen die
vrijwillig beslissen
Byttebier bekritiseerd deze gedachtegang omdat partijen in werkelijkheid
niet gelijk zijn
- werkgevers tegenover werknemers
- banken tegenover consumenten
- grote ondernemers tegenover kleine klanten
3