• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 120 pages
Summary

Samenvatting Hoorcollege Notes Sociologie | Wetenschap van Samenleving | PXL | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 120 pages

Dit zijn hoorcollege aantekeningen voor het vak Sociologie aan Hogeschool PXL, specifiek over het eerste deel waarin sociologie als wetenschap wordt geïntroduceerd. De aantekeningen behandelen de definitie van sociologie, het onderscheid tussen ervaringskennis en wetenschappelijke kennis, en de grondleggers van de discipline, met concrete voorbeelden en kernconcepten zoals normen, sociale positie en sociale rol. Dit materiaal is ideaal voor examenvoorbereiding en helpt je de fundamentele concepten van sociologie snel te begrijpen zonder alle colleges opnieuw uit te moeten zoeken.

Content preview

Sociologie



Hoorcollege 1: Sociologie als wetenschap van de samenleving
Deel 1 – Op verkenning naar de sociologie
• H1 – Sociologie als wetenschap van de samenleving
• H2 – Het ontstaan en de grondleggers van de sociologie

Hoofdstuk 1: sociologie als wetenschap van de samenleving




Lesdoelen




Deel 1: op verkenning naar de sociologie
Definitie sociologie:
Veelheid van omschrijvingen => geen eenduidige definitie
Woordontleding: het woord sociologie bestaat uit
• Latijnse woorden: socius  betekent: metgezel en daarvan afgeleid
societas = samenleving
• Grieks woord: logos  betekent: kennis, wetenschap
Als we deze twee woorden samen nemen komen we tot  Sociologie is de
wetenschap van de samenleving
MAAR: sociologie bestudeert enkel menselijke samenlevingen, andere
samenlevingen zoals vb. oerang-oetan in congo wordt bestudeert door andere
wetenschappen

,1.2 Sociologie is een wetenschap: ervaringskennis versus wetenschappelijke
kennis
Sociologische kennis = ervaringskennis
“Socioloog zegt in moeilijke termen wat iedereen met gezond verstand kan
opmerken”
Voorbeeld: het woordgebruik van de sportwereld in sociologische terminologie:
Als voetballer op het speelveld moet je je houden aan de spelregels. Je mag de
bal niet aanraken met je handen en je mag niet buitenspel lopen,…

Taak van socioloog: datgene wat men dagdagelijks ervaart in moeilijke termen
gieten

Ook in de samenleving zijn er spelregels
Bv.
o Spelregels worden normen
Iemand die de normen overtreedt riskeert een straf (sanctie), sancties
variëren in de samenleving
o Plaats in de samenleving wordt sociale positie genoemd
o Verwachtingen tegenover elkaar in de samenleving = sociale rol

MAAR OOK:
Sociologie is een wetenschap, sociologische kennis is wetenschapskennis
Wetenschappelijke kennis is veel belangrijker dan ervaringskennis
• Jou ervaring is niet veralgemeenbaar naar iedereen  anekdotisch bewijs
“obv iets, een ervaring veralgemenen naar iedereen”
• Een samenleving is vloeiend: socioloog bouwman???

Is ervaringskennis gelijk aan wetenschapskennis?
We onderscheiden vier typische kenmerken van ervaringskennis

1) Ervaringskennis is beperkt: vb. iemand die kerstmis elk jaar in België viert,
zal nooit de ervaring hebben van kerstmis in 25 graden te vieren. Vb. iemand
die naar de les komt, heeft de ervaring om naar de les te komen maar heeft
op dat moment niet de ervaring van een terrasje te doen
 Onze ervaring is dus steeds selectief en beperkt in selectiviteit

2) Ervaringskennis is absoluut van karakter: wat we waarnemen, nemen we
ook voor waar aan
3) Ervaringskennis is moeilijk verwoordbaar: het verwoorden van een ruzie,
reis, leuk moment is niet altijd makkelijk
4) Ervaringskennis is gericht op het totaal object: bekijkt de werkelijkheid
als totaliteit, in haar totale gegevenheid. Er wordt geen onderscheid gemaakt
tussen sociologische, economische, juridische,.. dimensies

Kenmerkend voor wetenschapskennis
1) Wetenschapskennis is onbeperkt en aselect: streeft naar een zo groot
mogelijke representativiteit: (wetenschapper wil uitspraken doen over de
volledige populatie waartoe zijn onderzoekselementen toe behoren en niet
enkel over de onderzoekselementen die hij waarneemt)
2) Wetenschapskennis is altijd aanvechtbaar: in tegenstelling tot
ervaringskennis is wetenschapskennis niet absoluut van karakter:
wetenschappers stellen hun kennis altijd opnieuw in vraag (opnieuw

, bestuderen en toetsen van theorieën)  wetenschapskennis is dus
voorwaardelijk en hypothetisch
3) Wetnschapskennis is perfect mededeelbaar: dat wetenschapskennis
perfect mededeelbaar is komt dankzij de vaktaal: elke wetenschap heeft zijn
eigen jargon en vaktaal
4) Wetenschapskennis is aspectueel: wetenschap richt zich niet tot de
totaliteit van een object, maar beperkt zich tot één aspect ervan.
o Vb. geneeskunde zal de gevolgen van GSMM-gebruik voor de hersenen
bestuderen, de econoom zal de interesse tonen in het economisch
aspect van de GSM




Conclusie: is ervaringskennis gelijk aan wetenschapskennis?
Nee helemaal niet
 Ervaringskennis is verschillend van wetenschapskennis. Aangezien
sociologie een wetenschap is, kan men sociologische kennis niet zomaar
gelijkstellen aan ervaringskennis, sociologie moet een aantal noodzakelijke
en voldoende voorwaarden vermelden obv de sociologische kennis
 Wetenschappelijke kennis veel belangrijker dan ervaringskennis
 Want ervaringskennis is niet voor iedereen hetzelfde
 Sociologie: wetenschappelijke kennis dat je kan aanvullen met
ervaringskennis


1.3 Sociologie is een wetenschap: sociale versus natuurwetenschappen
Wetenschappelijke uitvindingen en ontdekkingen




Besluit:
Als je vraagt wat de grote wetenschappelijke uitvingen of ontdekkingen
zijn
• Komen spontane antwoorden meestal uit categorie 1: bij grootte
wetenschappelijke uitvindingen en ontdekkingen wordt er gedacht aan
natuurwetenschappen (vb. stoommachine, ruimtevaart,..)
• Spontane antwoorden zijn meestal natuurwetenschappelijke
ontdekkingen en uitvindingen

, Er wordt veel minder gedacht aan de ontdekking van de sociale gelaagdheid,
sociale zekerheid,.




 Voor de industriële evolutie er was:
o Thuisarbeid  spinnen, weven, mannen werken op het veld
 Industriële evolutie
o Mensen gaan meer samen wonen  verstedelijking  urbanisatie 
dicht bij fabriek wonen want geen auto’s
 Thuisarbeid is weg
 AI  we weten niet welk effect het gaat hebben op de samenleving




Eerste theorieën over de samenleving op maat van de natuurwetenschappen (cfr.
infra hoofstuk 2).
 Ontwikkeld obv industriële evolutie

Toch is er tegelijkertijd met de stoommachine en de Industriële revolutie ook een
bewustwording gegroeid van het bestaan van een samenleving, maar de eerste
maatschappijwetenschappers hebben een theorie van de samenleving
uitgebouwd opmaat van de natuurwetenschappen

Table of contents

  1. 01 Hoorcollege 1: Sociologie als wetenschap van de samenleving 1
    1. Deel 1: op verkenning naar de sociologie 1
    2. 1.2 Sociologie is een wetenschap: ervaringskennis versus wetenschappelijke kennis 2
    3. 1.3 Sociologie is een wetenschap: sociale versus natuurwetenschappen 3
    4. 1.4 Sociologie: wetenschap van de samenleving 6
    5. 1.5 Sociologie versus andere humane wetenschappen 9
    6. 1.6 Nabeschouwing 10
  2. 02 Hoorcollege 2: Het ontstaan en de grondleggers van de sociologie 10
    1. 2.1 Het ontstaan van de sociologie 10
    2. 2.2 De grondleggers van de sociologie 11
    3. 2.2 De grondleggers van de sociologie 11
  3. 03 Hoofdstuk 1: sociaal handelen, sociale interactie en communicatie 18
    1. Introductie: 18
    2. 1.1.Sociaal handelen 19
    3. 1.1.2.Typologie 21
    4. 1.1.2 Typologie 22
    5. 1.2. sociale interactie en communicatie 27
    6. 1.2.2 Communicatie 30
  4. 04 D2 H2: Het routinematig karakter van de samenleving 31
  5. 05 Deel 2 – Bouwstenen van de sociologie 31
  6. 06 H2 – Het routinekarakter van de samenleving 31
  7. 07 Hoofdstuk 2 – Sociale relaties, sociale positie en sociale rol 31
    1. Intro: het routinekarakter van de samenleving 32
    2. 2.1.2 Types van sociale relaties 34
    3. 2.2 Sociale positie 35
    4. 2.2.2 Positioneel handelen 37
    5. 2.2.3 Terminologie 38
    6. 2.2.4 Positieallocatie 39
    7. 2.2.5 Positie-indicatoren 41
    8. 2.2.6 Sociale status of prestige 42
    9. 2.3 Sociale rol 43
    10. 2.3.2 Feitelijk rolgedrag 46
    11. 2.3.2 Feitelijk rolgedrag 47
    12. 2.3.2 Feitelijk rolgedrag 48
    13. 2.3.3 Rolspanning en rolconflict 49
  8. 08 Hoorcollege 3: cultuur 51
  9. 09 Hoofdstuk 3 – Cultuur, waarden en normen 52
    1. 3.1 Inleiding 52
    2. 3.2 Definitie 53
    3. 3.3 Componenten van cultuur 55
    4. 3.3.1 Waarden 55
    5. 3.3.1 Waarden 56
    6. 3.3.2 Normen 59
    7. 3.3.3 Verwachtingen 62
    8. 3.4 Voertuigen van cultuur 63
    9. 3.5 Subculturen 65
    10. 3.5.3 Cultuur en subcultuur 67
    11. 3.6 Etnocentrisme en cultureel relativisme 68
    12. 3.7 Een globale cultuur? 68
  10. 10 Hoorcollege 4: De socialisering 69
    1. 4.1 Inleiding 70
    2. 4.2 Definitie 70
    3. 4.3 Dialectische visie van Berger en Luckmann 72
    4. 4.3 Dialectische visie van Berger en Luckmann 72
    5. 4.4 Self = I + me 74
    6. 4.5 Primaire, secundaire en tertiaire socialisering 76
    7. 4.6 Differentiële socialisering 78
    8. 4.7 Collectief ritueel 79
  11. 11 Hoorcollege 5: Institutionalisering en instituties 80
    1. Inleiding 80
    2. Hoofdstuk 1 – Institutionalisering en instituties 82
    3. 1.1 Institutionalisering 82
    4. 1.2 Instituties 86
    5. 1.2.2 Functies 87
    6. 1.2.3 Voorbeeld: het gezin 88
    7. Vorm van het gezin evolueert doorheen de tijd sinds de industriële revolutie: 90
    8. Patriarchaal, conjugaal en post-industrieel gezin (continuüm // huwelijk e.a.) 91
    9. Besluit 92
  12. 12 Hoorcollege 5: Groeperingen en netwerken 93
    1. 2.1 Groeperingen en netwerken: definities en kenmerken 93
    2. 2.1 Groeperingen en netwerken: definities en kenmerken 93
    3. 2.2 Groeperingen: typologie volgens Merton 95
    4. 2.2.1 Groep 95
    5. 2.2.5 Samenvatting 98
    6. 2.3 Tweede indeling – primaire versus secundaire groep 99
    7. 2.3.1 Onderscheid primaire versus secundaire groep 99
    8. 2.3.2 Kenmerken van de primaire groep (Cooley) 99
    9. 2.3 Tweede indeling – primaire versus secundaire groep 100
    10. 2.3.3 Functies van de primaire groep 100
    11. 2.3.4 Opmerkingen 101
    12. 2.4 Lidmaatschapsgroepering versus referentiegroepering 102
    13. 2.4.1 Situering 102
    14. 2.4.2 Vergelijkende versus normatieve referentiegroeperingen 103
    15. 2.4.3 Opmerkingen 106
    16. 2.4.4 Welke groepering als RG? 108
    17. 2.5 Netwerken 109
    18. 2.6 Sociaal systeem versus sociale structuur 111
    19. Twee stromingen inzake relatie cultuur-structuur 112
  13. 13 Hoorcollege 6: Sociale ongelijkheid 113
    1. 1.1 Inleiding 115
    2. 1.2 Terminologie 115
    3. 1.3 Sociale mobiliteit 120

Document information

Study
Uploaded on
June 13, 2026
Number of pages
120
Written in
2025/2026
Type
Summary
$15.78

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
11
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions