Onderzoek 2
HOORCOLLEGE 1: U I T G A N G S P U N T E N
1.1. SOORTEN ONDERZOEKEN
Wisselwerking
Fundamenteel onderzoek kan ook leiden tot praktijkoplossingen
Praktijkonderzoek kan ook leiden tot kennis en theorievorming
Onderzoeksmethoden = werkvormen = hulpmiddelen = tools
Om te kunnen verklaren, begrijpen en/of op te lossen
Om onderbouwd aan de slag te gaan (data-driven)
Om ons te onderscheiden van de ‘bakbloesemspecialist’
, Beroepsproducten: termen en opbouw
Onderbouwd te werk als (praktijk) onderzoeker
Handelen volgens principes van Brinkman & Hilbrand (2016)
Objectiviteit
Controleerbaarheid
Herhaalbaarheid
Systematiek
Doel= Kwaliteitsvolle gegevens zorgen voor kwaliteitsvolle toepassingen
1.2. ONDERZOEKSPLAN
Geeft weer wat je gaat onderzoeken, waarom en hoe
1. Aanleiding van het probleem
2. Toetsbare onderzoeksvraag
3. Plannen van het onderzoek
, 1.2.1. AANLEIDING VAN HET PROBLEEM/NOOD/BEHOEFTE/VRAAG
Bijvoorbeeld
- Leemte in literatuur
- Repliceren van resultaten in andere context
- Concreet probleem uit de praktijk; een praktijkvraag
- Of een combinatie van aanleidingen
Kaderen van het probleem
Praktijkvraag verkennen via intakegesprek
Bv.: a.d.h.v. 6 W methode
Wat is het probleem?
Wie heeft het probleem?
Wanneer is het probleem ontstaan?
Waarom is het een probleem?
Waar doet het probleem zich voor?
Waardoor ontstaat het probleem?
PROBLEEMSTELLING
Afbakenen in begrippen
Doel= Begripsafbakening via
achtergrond info en literatuur
van eerder onderzoek ==>
probleemanalyse
1.2.2. TOETSBARE ONDERZOEKSVRAAG
- Onderzoeksvragen zijn toetsbaar
= te weerleggen of te bevestigen
- Onderzoeksvragen zijn eenduidig (niet voor interpretatie vatbaar)
Specifiek: over wie/wat gaat het, welke doelgroep, welke populatie
Bevat concrete begrippen of variabelen
Duidelijk en ondubbelzinnig
Informatief: ze moet leiden tot nieuwe kennis/inzichten/toepassingen