Cultuurwetenschappen kwartiel 1
2022 - 2023
1
,Week 1: Inleiding
Terminologie:
Canon = geheel van belangrijke personen, kunstwerken, gebouwen → die toonaangevend
worden bevonden voor een bepaalde tijdsperiode en/of gebied.
Week 2: Griekenland en het Middellandse zeegebied
Terminologie:
Dorisch, Ionisch, Korinthisch = zuilen, zijn meestal hetzelfde alleen het kapiteel veranderd.
● Dorisch: mannelijk, de orde representeert het goddelijke als een tijdloze, objectieve
waarheid, werd door god meegegeven aan de architect maar er wordt erna kritiek
op gegeven, zuil rust direct op de stylobaat
● Ionisch: moederlijk, deze orde is niet afgeleid van een structureel systeem, een
krulvorm het voetstuk wordt gezien als de voeten, de zuil als het lijf en kapiteel als
het hoofd, zuil rust op een voetstuk en dan volgt de stylobaat, ook heeft het eerder
een symbolische lading haartooi of plantenbundel, kapitaal is iets symbolischer
● Korintisch: maagdelijk, veel vegetatiever en verwant aan natuurlijke vormen
→ In het systeem van de orde zijn ze dus antropomorfisch
Ordes = bepaald systeem waarin tempels werden gebouwd. Diameter bepaald alle afmetingen:
Kapiteel (geabstraheerd en functioneel, de halfronde vorm,
bestaat uit een abacus en echinus), Fries (bestaat uit
triglief en metope, altijd afgewisseld), Metope (beelden),
Triglief (gleuven), Fronton (driehoekvormige tak of afsluiting
van de orde bovenaan), Stylobaat (voetstuk of kader waar de
tempel of orde op gebouwd wordt), Zuil , Kroonlijst, Architraaf
(balk met dragende functie boven de zuilen), Abacus (dekplaat
van een kapiteel), Echinus (kussenachtige deel onder de
abascus), Voetstuk, Collonade (zuilenrij) , Cella/naos (ruimte
voor het godenbeeld in de tempel, het heilige der heiligen →
een beeld van een god of godin in het midden van de tempel),
Pronaos ( de voorkamer, de ruimte voor de naos, gespiegelde
ruimte), Peripteros (vrijstaande zuilen die de noas omgeven.
Dit konden ionische, Dorische of Korinthische zuilen zijn),
Portiek (portaal, de toegang tot de tempel). Hoofdgestel =
bestaat uit fries
Entasis = of de optische correctie zorgt ervoor dat het perspectief wordt bijgewerkt zodat het lijkt of het rechte vormen
zijn maar vaak zijn dit gebogen vormen, deze is specifiek voor de Dorische orde (zuilen lijken smaller te worden).
Kariatide = zuilen in de vorm van menselijke figuren.
Antropomorfisme = gerelateerd aan het menselijke lichaam.
Zintuiglijke ervaring = je kijkt naar de dingen rondom je en dit probeer je te vatten in kunst, het idee ontstaat dat kunst de
natuur kopieert. Het is niet meer iets abstract of symbolisch maar het kopiëren van wat je rond je ziet.
Plasticiteit = een beeldende kracht, heel vatbaar
2
, Contraposto = is een bepaalde houding van een gebeeldhouwd figuur.
Het rechterbeen draagt het volle gewicht, het linkerbeen is ontspannen.
Ideale vorm (cf. Plato) = indruk op de westerse kunst door zijn theorie van de weergave. Wat je rond je ziet is slecht een
weergave of reflectie van het ideale. Een soort van goddelijke representaties van schoonheid → je kan het filmpje
bekijken
Proplia = ingang
→ Tempels bestaan uit architraaf met zuilen, de binnenruimte is minder belangrijk, gemaakt om buitenkant te bekijken,
ook zijn ze op een hoogte gebouwd, meer in het landschap contrast tussen verticale en horizontale lijnen in tegenstelling
tot romeinse tempel → muur als centrale steunkracht, binnenruimte is belangrijk, boogconstructies, nieuw element:
beton, zijn frontaal gebouwd meer in de steden.
Kunstwerken:
1) Kouros in het Nationaal Archeologisch Museum, Athene. 615-590 v.Chr.:
● Lichaam niet bedenkt en niet vast in zijn blok → niet statisch maar dynamisch.
● Sculptuur naakte jonge man = typerend Archaïsche periode
● Je kan er rondwandelen en een ruimtelijke beleving te beleven (in tegenstelling tot de
frontaliteit) → alle kanten is er vormgegeven aan het beeld (frontaliteit is gericht op de
voorzijde).
● Contraposto houding + marmer.
2) De Kritios-jongen, ca. 480 v.Chr. Acropolis Museum, Athene:
● Tweede helft van de 5de eeuw v.Chr.
● Lichaam niet bedenkt en niet vast in zijn blok → niet statisch maar dynamisch. houding.Je
kan er rondwandelen en een ruimtelijke beleving te beleven (in tegenstelling tot de
frontaliteit) → alle kanten is er vormgegeven aan het beeld (frontaliteit is gericht op de
voorzijde).
● Contraposto houding + marmer.
3) Polykleitos'Doryphoros, 5e eeuw v.Chr.:
● Contraposto houding.
● Ruimtelijkheid.
● Beeldende kracht of de plasticiteit.
● Geïdealiseerde figuur.
● Doryphoros = speerdrager.
● Kopie in marmer (origineel uit brons = verloren).
4) Apollo van Belvedère, 330–320 v.Chr.:
● In Hellenistische periode
● Origineel brons.
● Heel dramatisch en zintuiglijke ervaringen → heel veel emotie
● Theatraal → veel verschil met de vorige Griekse periode.
3
2022 - 2023
1
,Week 1: Inleiding
Terminologie:
Canon = geheel van belangrijke personen, kunstwerken, gebouwen → die toonaangevend
worden bevonden voor een bepaalde tijdsperiode en/of gebied.
Week 2: Griekenland en het Middellandse zeegebied
Terminologie:
Dorisch, Ionisch, Korinthisch = zuilen, zijn meestal hetzelfde alleen het kapiteel veranderd.
● Dorisch: mannelijk, de orde representeert het goddelijke als een tijdloze, objectieve
waarheid, werd door god meegegeven aan de architect maar er wordt erna kritiek
op gegeven, zuil rust direct op de stylobaat
● Ionisch: moederlijk, deze orde is niet afgeleid van een structureel systeem, een
krulvorm het voetstuk wordt gezien als de voeten, de zuil als het lijf en kapiteel als
het hoofd, zuil rust op een voetstuk en dan volgt de stylobaat, ook heeft het eerder
een symbolische lading haartooi of plantenbundel, kapitaal is iets symbolischer
● Korintisch: maagdelijk, veel vegetatiever en verwant aan natuurlijke vormen
→ In het systeem van de orde zijn ze dus antropomorfisch
Ordes = bepaald systeem waarin tempels werden gebouwd. Diameter bepaald alle afmetingen:
Kapiteel (geabstraheerd en functioneel, de halfronde vorm,
bestaat uit een abacus en echinus), Fries (bestaat uit
triglief en metope, altijd afgewisseld), Metope (beelden),
Triglief (gleuven), Fronton (driehoekvormige tak of afsluiting
van de orde bovenaan), Stylobaat (voetstuk of kader waar de
tempel of orde op gebouwd wordt), Zuil , Kroonlijst, Architraaf
(balk met dragende functie boven de zuilen), Abacus (dekplaat
van een kapiteel), Echinus (kussenachtige deel onder de
abascus), Voetstuk, Collonade (zuilenrij) , Cella/naos (ruimte
voor het godenbeeld in de tempel, het heilige der heiligen →
een beeld van een god of godin in het midden van de tempel),
Pronaos ( de voorkamer, de ruimte voor de naos, gespiegelde
ruimte), Peripteros (vrijstaande zuilen die de noas omgeven.
Dit konden ionische, Dorische of Korinthische zuilen zijn),
Portiek (portaal, de toegang tot de tempel). Hoofdgestel =
bestaat uit fries
Entasis = of de optische correctie zorgt ervoor dat het perspectief wordt bijgewerkt zodat het lijkt of het rechte vormen
zijn maar vaak zijn dit gebogen vormen, deze is specifiek voor de Dorische orde (zuilen lijken smaller te worden).
Kariatide = zuilen in de vorm van menselijke figuren.
Antropomorfisme = gerelateerd aan het menselijke lichaam.
Zintuiglijke ervaring = je kijkt naar de dingen rondom je en dit probeer je te vatten in kunst, het idee ontstaat dat kunst de
natuur kopieert. Het is niet meer iets abstract of symbolisch maar het kopiëren van wat je rond je ziet.
Plasticiteit = een beeldende kracht, heel vatbaar
2
, Contraposto = is een bepaalde houding van een gebeeldhouwd figuur.
Het rechterbeen draagt het volle gewicht, het linkerbeen is ontspannen.
Ideale vorm (cf. Plato) = indruk op de westerse kunst door zijn theorie van de weergave. Wat je rond je ziet is slecht een
weergave of reflectie van het ideale. Een soort van goddelijke representaties van schoonheid → je kan het filmpje
bekijken
Proplia = ingang
→ Tempels bestaan uit architraaf met zuilen, de binnenruimte is minder belangrijk, gemaakt om buitenkant te bekijken,
ook zijn ze op een hoogte gebouwd, meer in het landschap contrast tussen verticale en horizontale lijnen in tegenstelling
tot romeinse tempel → muur als centrale steunkracht, binnenruimte is belangrijk, boogconstructies, nieuw element:
beton, zijn frontaal gebouwd meer in de steden.
Kunstwerken:
1) Kouros in het Nationaal Archeologisch Museum, Athene. 615-590 v.Chr.:
● Lichaam niet bedenkt en niet vast in zijn blok → niet statisch maar dynamisch.
● Sculptuur naakte jonge man = typerend Archaïsche periode
● Je kan er rondwandelen en een ruimtelijke beleving te beleven (in tegenstelling tot de
frontaliteit) → alle kanten is er vormgegeven aan het beeld (frontaliteit is gericht op de
voorzijde).
● Contraposto houding + marmer.
2) De Kritios-jongen, ca. 480 v.Chr. Acropolis Museum, Athene:
● Tweede helft van de 5de eeuw v.Chr.
● Lichaam niet bedenkt en niet vast in zijn blok → niet statisch maar dynamisch. houding.Je
kan er rondwandelen en een ruimtelijke beleving te beleven (in tegenstelling tot de
frontaliteit) → alle kanten is er vormgegeven aan het beeld (frontaliteit is gericht op de
voorzijde).
● Contraposto houding + marmer.
3) Polykleitos'Doryphoros, 5e eeuw v.Chr.:
● Contraposto houding.
● Ruimtelijkheid.
● Beeldende kracht of de plasticiteit.
● Geïdealiseerde figuur.
● Doryphoros = speerdrager.
● Kopie in marmer (origineel uit brons = verloren).
4) Apollo van Belvedère, 330–320 v.Chr.:
● In Hellenistische periode
● Origineel brons.
● Heel dramatisch en zintuiglijke ervaringen → heel veel emotie
● Theatraal → veel verschil met de vorige Griekse periode.
3