handelen
1. Ethiek, moraal en deontologie
Wat is ethiek?
Ethiek is de systematische reflectie over menselijk handelen in termen van
goed en kwaad.
👉 Het gaat niet alleen over wat je doet, maar vooral over:
Waarom je iets doet
Welke waarden daarachter zitten
Welke gevolgen het heeft
Ethiek is dus:
kritisch
reflectief
beargumenteerd
📌 Belangrijk:
Ethiek geeft geen kant-en-klare antwoorden, maar helpt je om betere
keuzes te maken.
Moraal vs ethiek
Moraal Ethiek
Wat mensen vanzelf doen of Kritisch nadenken
denken daarover
Gevoelsmatig Beredeneerd
Persoonlijk en cultureel
Universeel reflecterend
bepaald
👉 Voorbeeld:
Moraal: “Stelen is fout”
Ethiek: “Waarom is stelen fout? Zijn er uitzonderingen?”
Deontologie
Toegepaste ethiek binnen een beroep
Bestaat uit:
o regels
o richtlijnen
o beroepscodes
👉 Voor jou als orthopedagogisch begeleider:
= ethiek in de praktijk van hulpverlening
2. Waarden, normen en principes
🔸 Waarden
Abstract en algemeen
Geven richting aan gedrag
Voorbeelden:
Respect
Autonomie
Eerlijkheid
Zorgzaamheid
1
, 👉 Belangrijk:
Waarden kunnen botsen (bv. autonomie vs veiligheid)
🔸 Normen
Concrete gedragsregels
Afgeleid van waarden
Voorbeelden:
“Je respecteert privacy”
“Je liegt niet tegen cliënten”
🔸 Principes
Fundamentele regels die je niet zomaar kan loslaten
Vaak juridisch of professioneel vastgelegd
Voorbeelden:
Beroepsgeheim
Respect voor menselijke waardigheid
⚠️ Spanningen tussen waarden
In de praktijk botsen waarden vaak:
Voorbeeld:
Een jongere wil iets geheim houden (vertrouwen)
Maar jij maakt je zorgen (veiligheid)
👉 Dit leidt tot een ethisch dilemma
3. Eigen moreel referentiekader
Wat is het?
Je persoonlijke “morele bril” waarmee je naar situaties kijkt.
👉 Bestaat uit:
opvoeding
cultuur
ervaringen
normen en waarden
Hoe ontstaat dit?
1. Lichamelijke ervaringen
o plezier ↔ pijn
2. Straffen en belonen
o conditionering
3. Geweten
o internalisatie van normen
4. Ervaring
o trial-and-error
⚠️ Belangrijk in hulpverlening
Je referentiekader:
is niet neutraal
kan leiden tot:
o vooroordelen
o snelle oordelen
o emotionele reacties
👉 Daarom moet je:
2