( chronologisch)
1. Thales van Milete (een vd natuurfilosofen)
Idee: De oorsprong van alles is water. Hij ziet water als dynamisch en
levensnoodzakelijk, en introduceert een rationele verklaring voor kosmos.
Verandering t.o.v.: Breekt met mythologische verklaringen → eerste
stap naar natuurfilosofie.
4. Pythagoreërs
Idee: Werkelijkheid is getalsorde; harmonie en structuur van kosmos worden
verklaard door wiskundige verhoudingen. Getallen hebben zelfs symbolische
waarde.
Verandering t.o.v.: Ionische natuurfilosofen → van materiële substantie
naar abstracte, kwantitatieve orde.
5. Heraclitus
Idee: Alles stroomt (panta rei); werkelijkheid is voortdurende verandering en
strijd van tegenstellingen. Vuur is het oerprincipe.
Verandering t.o.v.: Pythagoreërs → dynamiek en conflict i.p.v. statische
harmonie.
6. Parmenides
Idee: Het zijnde is één, onveranderlijk en volmaakt; verandering en veelheid
zijn illusies van de zintuigen. Waarheid via rede.
Verandering t.o.v.: Heraclitus → radicale ontkenning van beweging en
wordingsleer.
7. Protagoras (Sofist)
Idee: “Mens is maat van alle dingen”; waarheid is relatief en afhankelijk van
perspectief. Kennis is pragmatisch. (relativisme)
Verandering t.o.v.: Natuurfilosofen → verschuiving van kosmos naar
mens en subjectieve waarheid.
, 8. Socrates
Idee: Ethiek centraal; kennis = deugd (arete) ; met mensen in dialoog ;
maieutiek als methode om waarheid te vinden (Kennis ontstaat bij geboorte)
+ ironie (gesprek sturen naar onwetendheid). Tegen relativisme.
Verandering t.o.v.: Sofisten (Protagoras) → van retoriek en relativisme
naar universele moraal.
9. Plato
Idee: Ideeënleer; zintuiglijke wereld is schijn, ideeën zijn eeuwig en volmaakt.
Kennis is herinnering (anamnese). Allegorie van de grot. Hoogste doel=
eudaimonia (geluk)
Verandering t.o.v.: Socrates + Parmenides + Heraclitus → synthese
van zijnsleer en wordingsleer.
10. Aristoteles
Idee: Filosoof die totaalwetenschapper is (allerlei onderwerpen), 3 delige
indeling (theoretisch, praktisch en poëtisch), ziel is belangrijk, alles heeft een
oorzaak,....
Verandering t.o.v.: Plato → verwerpt twee-wereldenleer; zoekt kennis in
zintuiglijke werkelijkheid.
11. Epicurus
Idee: Alles bestaat uit atomen en lege ruimte; zintuigen zo min mogelijk
prikkelen. Doel van leven = ataraxie (gemoedsrust). Egocentrische sociale
ethiek ( contact met anderen kan gemoedsrust bedreigen)
Verandering t.o.v.: Aristoteles → van teleologie naar materialisme en
levenskunst.
12. Pyrrho (Scepticisme/pyrrhonysme)
Idee: Oordeelsonthouding (epochè); geen zekere kennis mogelijk. Doel =
innerlijke rust.
Verandering t.o.v.: Epicurus en dogmatische systemen → radicale
twijfel.