INLEIDING
Voortbestaan België vaak in vraag gesteld -> verschillen tussen noord en zuid
( bv in politieke verhoudingen)
Vb. ‘Bye bye Belgium’ -> fake nieuwsuitzending om het einde van de Belgische
staat aan te kondigen/ kijken naar reactie
+ T. Judt “is there a Belgium?" -> kritiek op complexe staatsstructuur
21e eeuw moet uitmaken of België een voorbeeldstaat wordt of niet
Historische dimensie België voor 1830 >< Historische dimensie België na 1830
Programma ‘Verhaal van Vlaanderen’ kreeg veel kritiek (zie slide 4)
‘Vlaanderen is product van België, bestaat hierdoor’
3 soorten breuklijnen:
- Sociaaleconomisch (kapitaal >< arbeid)
- Beschouwelijke (klerikaal/kerkelijk >< antiklerikaal)
- Communautaire (Vlamingen >< Walen, of Nederlands >< frans >< Duits)
Breuklijnen niet altijd even belangrijk, ook overlappingen mogelijk (vb. liberalen
die gelovig zijn)
Ook nieuwe conflictzones ( klerikaal vs antiklerikaal eerder veranderd naar vb
aanvaarden v andere religies, erkenning moskeeën etc.)
Conclusie -> ‘Breuklijnenmodel’ is nog altijd handig hedendaags, maar verfijning
van dit model is nodig
Handboek (grijze teksten niet vanbuiten kennen), cijfers uit tabellen niet kennen
buiten degene die belangrijk zijn (bv. volkstemming over monarchie/koning)
Indeling v tijdsblokken (zie slide 9)
LES 1
Bestond België voor 1830?
Essentialistische (het aloude bestaan van de Belgen en België) ><
constructivistische interpretatie (België als “artificiële creatie”, vooral door
toeval)
-> Visies van historici hangen af v tijd en interpretatie
, Pirenne ( belangrijkste belgische
historici 19e eeuw) ; Stengers ( belangrijkste historici 20e eeuw) ; Falter (geen academici, gaat
volledig in tegen Stengers)
Essentialistische/ Romantische interpretatie vaak in tijd v Romeinse Rijk, vaak
geschreven over Ambiorix; zie ook de Bello Gallico
Kaart slide 15 (verdeling Romeinse Rijk) toont aan dat Provincie Belgae weinig
tot niks met het huidige België te maken had
Visie van Pirenne: in deze regio’s (hedendaags België) was er voor de hertogen
van Bourgondië als sprake van een gemeenschappelijke beschaafdheid, ze
vormden al één regio met intellectuele cultuur en economische solidariteit,
ondanks de tweetaligheid die er was
-> benadrukt de tweetaligheid om dit te behouden ( oa in universiteiten)
>< Visie van Stengers: In 1789 verscheen er voor het eerst een onbetwistbare
Belgische Nationaliteit bij de Brabantse Revolutie, rechtstreekse voorvader van
1830, na 1789 was er geen politiek België meer maar zag vanaf 1795 wel een
moreel België (tegenstand tegen Zuidelijke Nederlanden waar ze deel v
uitmaakten)
>< Visie van Falter: Er bestond geen onafhankelijkheidsdrang tussen 1789 en
1830, de Brabantse revolutie was vooral een reactionair manoeuvre, tijdens de
Franse overheersing was er weinig verzet; Franse revolutie zorgde ervoor dat er
aan natievorming kon worden gedaan
België = een toevalsproduct van internationale diplomatie en machtsbalans
-> Einde 18e eeuw speelt belangrijke rol in creatie kader voor groei v
natievorming, voorheen eerder ‘lotsverbondenheid’
Veel territoriale verbrokkeling tijdens middeleeuwen (13e-14e eeuw) -> politieke
centralisatie (samenklitten territoria) vanaf 15e eeuw door Bourgondiërs en later
Habsburgers (zie kaart slide 25)
- Staten-Generaal vd Nederlanden ( semi-territoriaal overleg/bespreking)
Karel V verwierf veel titels en had een wereldrijk (17 provinciën), legt
pragmatieke sanctie ( max 1 heerser van de 17 provinciën) op, maar ‘project’
mislukt (scheiding Oostenrijkse en Spaanse Habsburgers)
-> zorgt voor 80 jarige oorlog ( Protestanten/Oostenrijkse vs
Katholieken/Spaanse)
,Belangrijke gebeurtenissen ‘beeldenstorm’ en ‘val v Antwerpen’; Pirenne heeft
het over dat de Katholieke Nederlanden een voorbeeld v een geteisterde streek
waren ( bombardement Brussel)
-> Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden(1588) + Vrede v Münster
(1648), grenzen worden gelegd bij frontlinie (daarom bv. Nederlands en Belgisch
Limburg)
-> Politieke centralisatie II (Habsburgers): Vrede v Utrecht (1713) na Spaanse
successieoorlog/ van Spaanse naar Oostenrijkse Nederlanden + vastleggen
grens Frankrijk
LES 2
5 stappen naar de Revolutie van 1830:
1)Het late Oostenrijkse regime (1780-1790)
= Splitsing Spaanse en Oostenrijkse Habsburgers na overlijden Karel V
- Theresiaanse compromis (het toekennen aan de Zuidelijke Nederlanden van een hoge
mate van zelfbestuur in ruil voor een betere greep van het centrale bestuur op de
overheidsfinanciën en hogere belastingopbrengsten.)
- Hervormingen v Jozef 2 (te gehaast, verzet hierop in de Zdl. Nederlanden (vooral op
Godsdienstpolitiek)).
Tolerantie-edict, godsdienstvrijheid garanderen voor protestanten + sluiting onnodige
kloosters, waar enkel gebid en bezonnen wordt + invoering burgerlijk huwelijk)
-> vooral verzet vanuit Hertogdom Brabant (Hendrik van der Noot als aanvoerder + Jan
Frans Vonck), vooral voor eigenbelangen
Spotprent slide 9 toont verlicht despotisme(=absolute macht + verlichting) aan van Jozef 2
Poging tot ruil van Zdl.-Nederlanden met Beieren
2) De Brabantse Revolutie/États Belgiques Unis van 1789-1790
(= bredere revolutionaire beweging tegen Oost. Regimes)
1790: oprichting nieuwe confederale staat ‘états Belgiques Unis’ (geinspireerd door VS), had
een onbetwistbaar katholiek karakter, staten-generaal als beslissingsorgaan met
vertegenwoordigers uit verschillende staten
-> De Luikse revolutie (1789-91), progressieve revolutionaire beweging nemen de macht,
invloed v Franse Revolutie ( Bestorming Bastille)
-> einde vd Europese ‘experimenten’, Oostenrijkse leger moet voor orde zorgen
, Toch veel belang ondanks kortstondige beweging (bv. herdenkingsmedailles)
Veel verschillende opinies over betekenis v ‘eerste Belgische revolutie’ (slide 13)
-> Eerste Oostenrijkse Restauratie (1790-1792), Franse bezetting (1792-93) en tweede
Oostenrijkse Restauratie (1793-94)
3) Het Franse Bewind (1794-1814) [als fundament voor het latere België]
1e fase = militaire bezetting (beroven Zdl. Nederlanden om eigen schulden te verminderen)
2e fase= 1795, officiële annexatie aan Frankrijk v Zdl. Nederlanden en Prinsbisdom Luik
-> deel v Keizerrijk Napoleon
Departementen = huidige grenzen vd provincies met enkele verschillen
Confrontatie met de RK Kerk:
-opgeven v kloosters en abdijen -> verkocht voor publieke schatkist ( burgerij koopt die
gronden)
-Geestelijken moeten eed v haat aan Monarchie zweren (anders vervolging) -> radicaal
antiklerikaal beleid
Toch tussenvorm nodig -> Napoleon concordaat met kerk/paus (erkenning vd katholieke
kerk, maar staat gaat zelf clerus aanwerven en betalen)
Directoire (voor machtsgreep Napoleon)
- Verkiezingen organiseren (cijnskiesrecht = belastingen), weinig inschrijvingen
Taalpolitiek (Frans wordt standaardtaal), willen veel streektalen weghalen (Vlaams Frans,
Bretoens,..)
Autoritair regime onder Napoleon, weinig (mogelijkheid tot) verzet
Vb. Boerenkrijg (enkele dagen revolutie door mensen v platteland), aanleiding was
conscriptiewet (verplichte legerdienst)
Einde v Frans Bewind (verlies tegen Rusland Napoleon -> ballingschap -> slag v Waterloo),
niet direct een oproep tot onafhankelijkheid
4) Het (Verenigd) Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830)
- de internationale dimensie (buffer) (1813-15) :
In het noorden werpt Willem 1 zich op als voorlopig Gouverneur-Generaal, verbind Noorden
en Zuiden weer met elkaar
Bij Verdrag v Parijs (1814) = akkoord met verbinding, om als buffer tegen Frankrijk te dienen
-> Congres van Wenen hertekening kaart V Europa (nieuwe grenzen Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden)
Protocol van Londen (juni 1814): voorwaarden voor eenmaking (zie slide 29)
Vb. Eenmaking v schulden