De 4- en 5-jarige kleuter in ontwikkeling (maximaal
megataal)
2.1 Ik Wil veel weten & fantaseer erop los
- Stellen heel veel “Waarom”-vragen (waarom-vragen-bombardement)
- Zijn erg nieuwsgierig – krijgen inzicht in ruimte & tijd, oorzaak &
gevolg, deel & geheel – willen alles weten
- Fantasieverhalen! Verhalen van elders & sprookjes!
- Klaspop blijft grote rol spelen
Willen weten = motor van leren
Fantaseren = motor van verbeelding
2.2 Ik word zelfredzaam & kan al zelfstandig werken en
denken
- Wordt steeds zelfstandiger (toiletmoment, handen wassen, …)
- Is trots als hij/zij iets zelfstandig kan
- Schoenen/kleren aan- en uittrekken is nog wat moeilijker, nog wat
hulp bij nodig
- Kleuters hebben steeds meer zelfredzaamheid: zelfstandig kiezen,
zelfstandig nadenken, zelf beslissingen nemen & daarvoor de
verantwoordelijkheid dragen
Zelfredzaam zijn & zelfstandig werken/denken
= cruciale vaardigheden voor leren & leven
2.3 Ik moet veel bewegen & kan me concentreren
- Beheersen de basisbewegingen, kunnen complexere bewegingen
leren
- Kent eigen lichaam & beweegt steeds soepeler in omgeving
- Worden fijn motorisch behendiger
- Kan tussen het bewegen door al langer rustig blijven zitten &
concentreren
- Taakgerichtheid stijgt
- Veel bewegen blijft essentieel
Veel & gezond bewegen = basis voor leren & concentreren
2.4 ik ben & jij bent: wij zijn
- Weet steeds beter wie hij is, wat hij kan, wat hij wil – overschat
zichzelf soms
- Alle groepen waar de klr toe behoort, krijgen best erkenning in de
klas. Zo bouwt hij/zij een positief zelfbeeld op
- Krijgt vat op eigen gevoelens & begrip voor die van een ander
, - Hoort graag bij de groep & krijgt echte vriendjes
Ik + jij = wij
= fundamenten voor gezonde zelfontwikkeling & tolerant samenleven
2.5 Ik ben taalvaardig & nieuwsgierig naar letters &
cijfers
- Leert snel, maar taalverwervingsfoutjes kunnen hardnekkig zijn
- Sommige kls kennen een fase van aarzelend spreken. Komt doordat
ze nadenken terwijl ze aan het spreken zijn, of doordat hun
spraakorgaan hun gedachten niet snel genoeg kan volgen
- Het denken over taal valt op
- Zijn erg benieuwd naar letters & cijfers. Klaar om hier meer over te
leren
- Hulp van volwassenen bij ontwikkeling van ontluikende geletterd- en
gecijferdheid is nodig!
Mondeling taalvaardig zijn & inzicht in ontluikende geletterdheid
= goede start voor lezen en schrijven
, Zorg in het kleuteronderwijs
1.1 Wat zijn ‘risicokleuters’?
= kleuters die een ‘risico’ lopen op een vertraagde of moeilijke
ontwikkeling en waarbij 1 of meerdere ontwikkelingsgebieden dreigen stil
te vallen
= ‘leerbedreigde’ of ‘ontwikkelingsbedreigde’ kleuters = kleuters die een
verhoogde kans hebben om een leer- en/of ontwikkelingsprobleem te
krijgen
Via een brede basiszorg proberen we zoveel mogelijk kleuters aan boord
van fase 0 te houden. Risicokleuters tijdig detecteren en op zorg inspelen
via aanbod
Het gaat om kinderen met…
- een ontwikkelingsachterstand of een ontwikkelingsstoornis op 1
of meerdere ontwikkelingsdomeinen
Bv: taalachterstand, ASS, beperking, …
- een trager ontwikkelingstempo
- een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling
Bv: laag welbevinden, laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen, …
- (ernstige) gedragsproblemen
Bv: regelmatige agressiviteit, voortdurende en ernstige
schending van regels
- Een chronische ziekte
- Een moeilijkere of problematische gezinssituatie
Bv: echtscheiding, kansarmoede
- Ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid
1.2 Risicofactoren en beschermende factoren voor
ontwikkeling (Goudena)
Het samenspel van kindfactoren, omgevingsfactoren en interactiefactoren
bepaalt de uiteindelijke ontwikkeling. Al deze factoren kunnen het
ontwikkelingsproces bevorderen ofwel belemmeren.
Beschermende of Belemmerende of
bevorderende risicofactoren
factoren
In het kind - gemakkelijk - pre-, peri-, of
temperament postnatale
, - hogere complicaties
intelligentie - moeilijk
- positieve temperament
zelfwaardering - verstandelijke
- goede affectieve handicap
banden met een - passieve houding
gezin - pervasieve
- op leren uit zijn, ontwikkelingsproble
pro-actief zijn, men of ASS
profiteren van - tekorten in
uitdagingen in de aanpassingsgedrag
ZNO - verminderende
- veerkracht, stressbestendigheid
aanpassingsvermo - gedragsstoornissen
gen - ontwikkelingsstoornis
sen
In de - beschikbaarheid - depriverende sociale-
omgeving van ontwikkeling en gezinsfactoren
bevorderende - opvoedersstress
maatregelen - ingrijpende
- stress levensgebeurtenisse
verminderende n
factoren - ruzies tussen ouders
- praktische hulp - chronische ziekte van
- goede raad broer of zus
- emotionele steun - gezinsomstandighed
- sociaal netwerk en: scheiding,
- professionele kansarmoede
steun - wisseling van
- competente primaire verzorgen,
ouders onvoldoende sociale
- goed ondersteuning
functionerend - gezinssituaties:
gezin huwelijksconflicten,
- actief zoeken van aantal stressvolle
hulp gebeurtenissen
- ouder-kind-interactie:
verwaarlozing,
mishandeling
- professionele
opvoeder-kind-
interactie:
prestatiedruk,
slechte relatie
- factoren in de wijdere
omgeving:
natuurrampen,
oorlog