Het ECG en
wat het
betekent
Belangrijk - Afleiding II loopt altijd het meest in de lijn met de prikkel
voor positieve prikkels
interpretatie
De hartas en
de sterkte
van de
prikkels
Acuut myocardinfarct (STEMI vs non-STEMI)
Diagnose 1. EKG
2. Kliniek: olifant op de borstkas, dyspnoe, klamzweterig
3. Coronarografie
Wat is een - Op het ECG:
STEMI ST-segment elevatie > 1mm in minstens 2 naburige
afleidingen
Hoge T-toppen
,Wat is een - Op het ECG:
non-STEMI T-top inversie
ST-depressie
T-golf afvlakking
Bifasische T-golven
- Hiernaast lokalisatie
infarct
De kliniek - Hevige en blijvende angorklachten
van een - Niet overgaand met nitraten
STEMI - Hartritmestoornissen (VF, VT, VKF, AV-block)
- Cardiogene shock
- Te behandelen zo snel mogelijk binnen 6u na eerste
symptomen op cathlab
Kliniek non- - Troponines zijn gestegen
STEMI - Typische angorklachten (RSP, Li-arm, zweten, vagaal, braken)
- Stabiele patiënten
- Klachten gaan meestal over met nitraten
- Te behandelen binnen korte termijn
Coronaro- - Diagnostische coronarografie of
grafie linkerhartcatheterisatie
- Electieve PCI (percutane coronaire
interventie)
- Dringende PCI (STEMI, nSTEMI,
instabiele angor)
Hoe gebeurt dit:
- Elke arterie lukt, vroeger vooral
femoraal, nu eerder radiaal
- LAD = Left anterior descending
- CX = Circumflex tak
Casussen Zie dia’s voor oefeningen op lokalisatie AMI
DES of drug - Vroeger enkel bij diabetespatiënten, nu bij iedereen
eluting stent - Een kans op restenose met deze stent is bijna nihil
- Medicatie is belangrijk – DAPT 6m-1j strikt blijven innemen
DAPT - Duo-anti-plaquetaire-therapie
Asperinederivaat = ASA, Aspegic, Asaflow
Anti-aggregantiaremmer = Plavix, Brilique, Efiënt
- Stoppen van DAPT
Nooit voor een diagnostische coronarografie
Nooit voor een electieve PCI
Nooit na het plaatsen van een BMS (bare metal stent)
gedurende 1m
Nooit na het plaatsen van een DES gedurende 6m-1j
WPW: Wolff - Een aangeboren afwijking waarbij
Parkinson een extra elektrische verbinding
White tussen de arteria en de ventrikels
bestaat, naast de normale
geleiding
Als er kortsluiting ontstaat door
deze doorgang kan er een
tachycardie ontstaan
- Op ECG:
, Aanwezigheid van een delta wave een geleidelijke kleine
boog voor het QRS
- Op zoek gaan naar waar de verbinding zit door
elektrofysiologisch onderzoek
- Oplossing = ablatie deze signalen doorbranden zodat het
signaal daar stopt en niet opnieuw kortsluiting kan maken
Bundeltak- Kijken naar V1 om bundeltakblokken
blokken te zien
- Linker bundeltakblok
De laatste activiteit zit in de
linker kamer, dit gaat van
V1 weg (dus negatief)
brede negatieve QRS
In V6 zien we beide kamers
na elkaar samentrekken konijnenoren
- Rechter bundeltakblok
De elektrische activiteit eindigt in V1 met een positieve
uitslag (de activiteit gaat naar V1 toe)
Torsade de - = VF (ventrikelfibrilleren) shockbaar ritme
pointes - Interne defibrillator laten plaatsen
Sinusknoop- - Plots sinusarrest geen P-toppen pacemaker plaatsen
ziekte Pathologische SNRT = sinus note recovery time laatste
gepacede atriaal complex tot eerst volgende atriaal signaal,
min de cycluslengte moet > 550ms
VES = ventriculaire extrasystolen (VES)
- Bigeminie, trigeminie, etc...
- Symptomatisch, jong en sportief, verdraagt geen betablokkers,
EF is verminderd dan te behandelen met een ablatie
Tako-tsubo Gebroken hart of stressinfarct voorwand staat stil zonder dat de
coronairen dichtzitten
- Typische angoraanval met ST-elevatie
- Normale coronairen
- Volledig herstel na ongeveer 4 weken
Brede QRS 1. Ventriculaire tachycardie
tachycardie Monomorf = single focus, complexen gelijkaardig met
gelijke interval
Polymorf = mulitple foci, complexen andere vormen en
intervallen
Reconversie door defibrillatie
Bij recidief: VT-ablatie en ICD
2. Supraventriculaire tachycardie met linkerbundeltakmorfologie
Wat is een = een re-entrytachycardie een circuit die zich rond dood weefsel
VT bevindt
- Vb. Na AMI of rond klep of litteken na hartoperatie
- Doel = lijn ableren die het levend weefsel met het dood
weefsel verbindt
VKF - Onregelmatig en geen P-toppen zichtbaar (vaak snel)
- 3 pijlers vann VKF
1. Ritme controle
Conversie tot en behoud van sinusritme
Medicamenteus, elektrisch of via ablatie
Slaagkans ↓ naarmate VKF evolueert naar permanente
vorm
, 2. Frequentie controle
3. Preventie van embolen
LINQ Plaatsing van een kleine sensor om het hartritme te monitoren – dit
kan blijven zitten voor 3-4j episode van VKD = contactopname
met de pt
AVNRT = AV-knoop re-entry tachycardie cirkeltachycardie rond de AV-
knoop
- Zeer typisch verhaal van plots opkomen en plots stoppen bij
jonge dames met voorover buigen als trigger
- Bij elektrofysiologisch interval = kort interval tss A en V
activiteit
- Behandeling = de pathing rond de AV-knoop wegbranden met
ablatie
Ectopische - Op ECG: negatieve p-toppen
atriale - = focale tachycardie die komt van een andere oorsprong dan
tachycardie de sinusknoop of AV-knoop
Sporttest - ST-depressies bij inspanning zuurstoftekort in het hart pt
krijgt een coronarografie om en occlusie op te sporen
Vasospasme - Kan eruitzien als een infarct op alle afleidingen
- Cocaïne veroorzaakt vasoconstrictie
Belangrijke 1. Cardio ECG is belangrijk, kijk naar de positie van elektroden
tips en bekijk de kwaliteit van het afgenomen ECG
2. Het infuus is super belangrijk voor interventionele, EFO en
implantaties van devices. In de elleboogplooi is ideaal en groot
lumen
Nuchter of Wel: EFO, ablatie onder algemene, cardioversie, TOE, micra, tilt-test
niet Niet: coronaro en PCI, pacemakerimplantaties, EFO, LINQ,
ajmalinetest
Brady/tachytherapie – pacemakers / defibrillatoren / biventriculaire devices
Wat is een - Pacemaker houd voortdurend het hartritme in de gaten en
pacemaker reguleert het hartritme als dat nodig is
en een ICD - ICD = inwendige cardiale defibrillator toestel dat
levensbedreigende snelle hartritmestoornissen kan waarnemen
en behandelen
Werking van - 1,2 of 3 leads in het hart die aangesloten worden aan een
een batterij
pacemaker - 1 lead = enkel rechter ventrikel
- 2 leads = lead in atrium (sinusknoop) en ventrikel (AV-knoop)
- 3 leads = lead in atrium, rechter en linkerventrikel
Leads kunnen sensen en pacen
Soorten 1. Eenkamer (AAI, VVI)
pacemakers 2. Tweekamer (DDD bij vb. Sinusknoopziekte,
ventrikelknoopziekte)
3. Driekamer pacemakers (CRT-P)
4. Leadless pacemakers
Soorten 1. VVI-pacemaker
Sensen en pacen in ventrikels vooral bij permanente VKF
2. AAI-pacemaker
Sensen en pacen voor atria, maar wel eigen QRS complex
Vooral bij zieke sinusknoop
3. DDD
Ziekte sinusknoop of Avknoop
Ook bij chronotrope incompetentie = hartslag gaat niet
meer omhoog met inspanning