Inhoud
Hoorcollege week 1 Maarten .................................................................................. 2
Hoorcollege week 2 Kees ....................................................................................... 3
Week 3- Racialisering, wtiheid en (de)kolonisatie – Eline ....................................... 7
Hoorcollege week 4 Niek en Maarten ..................................................................... 9
Hoorcollege Guadeloupe week 5 .......................................................................... 12
Hoorcollege week 6............................................................................................... 16
Week 7 – Recap college ....................................................................................... 18
1
, 2
Hoorcollege week 1 Maarten
Hoorcollege 1: nationalisme en superdiversiteit
Nationalisme is sterker en luidruchtiger dan het ooit is geweest. Dat lijkt paradoxaal in een wereld
van superdiversiteit, want die wereld is juist hyperverbonden. Wat deze diversiteit “super” maakt, is dat het
vroeger vooral ging om vrij afgebakende groepen, zoals Turkse of Marokkaanse gemeenschappen. Door migratie
na de Koude Oorlog en de opkomst van het internet is dat fundamenteel veranderd. Mensen blijven via digitale
media verbonden met familie, vrienden en sociale netwerken, ook na verhuizing.
Daardoor draait diversiteit niet langer alleen om etnische herkomst, maar ook
om gender, arbeidsmarktpositie, verblijfsstatus en leeftijd. Al die factoren lopen door elkaar heen. Hier raakt
de sociologie direct aan de politiek: mensen voelen zich ontheemd in een snel veranderende omgeving en gaan
op zoek naar ankers. Nationalisme biedt dan zo’n anker, omdat het een gevoel van orde en herkenning geeft.
Etnonationalisme
De paradox van nieuw nationalisme zit in de opkomst van etnonationalisme. Dat is een springlevende kracht in
de hedendaagse wereldpolitiek en wordt vaak succesvol ingezet als tactiek. Het laat de drang zien naar harde
grenzen, duidelijke in- en uitsluitingen en een sterk wij-zij-denken.
Benedict Anderson (globale verhaallijn – per hoofdstuk – kunnen vertellen van het hele boek is heel belangrijk
voor het tentamen, incl. waarom het imagined communities heet!)
Benedict Anderson laat zien dat de fysieke grens minder belangrijk is dan de grens in ons hoofd. In Imagined
Communities uit 1983 stelt hij dat de natie een verbeelde gemeenschap is. Verbeeld betekent hier niet
verzonnen, maar dat mensen een gemeenschap als echt ervaren zonder dat ze alle leden persoonlijk kennen.
Een voorbeeld is een voetbalvak in een stadion: je kent bijna niemand, maar doordat je hetzelfde shirt draagt,
dezelfde liederen zingt en samen juicht, voelt het als echte verbondenheid. Die verbeelding maakt een tastbare
broederschap mogelijk. De natie bestaat dus omdat mensen zich haar voorstellen als gemeenschap.
Anderson zegt ook dat zelfs de kleinste natie bestaat uit mensen die de meeste andere leden nooit zullen kennen
of van hen zullen horen, maar toch leeft in hun hoofd een beeld van die gemeenschap. Culturele
artefacten zoals vlaggen, clubkleuren, clubliederen en nationale symbolen spelen daarin een grote rol.
Nationalisme is ook geworteld in een gedeelde taal en gedeelde verhalen. Toen eind achttiende eeuw boeken en
kranten massaal gedrukt konden worden, werden zulke verhalen ook massaal verspreid en geconsumeerd.
Het concept van de natie is bovendien modulair: zodra het model van de natiestaat eenmaal was uitgevonden,
kon het worden geëxporteerd en aangepast aan verschillende lokale contexten.
Ras en racialisering
Ras is een raamwerk van gerangschikte categorieën. Belangrijk is de context: dit systeem is ontwikkeld door
West-Europeanen in de nasleep van koloniale expansie vanaf de vijftiende eeuw. Ras werd daarbij voorgesteld
als iets statisch. De hedendaagse sociologie kijkt vooral naar wat mensen ermee doen.
Daarom is racialisering belangrijk: dat is het werkwoord van ras, de actieve handeling van het labelen zelf.
Mensen hebben dus niet zomaar een ras; ze worden in een bepaalde context door de samenleving
geracialiseerd. Racialisering betekent de uitbreiding van raciale betekenis naar een relatie, praktijk of groep die
eerder niet op die manier werd geclassificeerd.
Gloria Wekker
Gloria Wekker laat in Witte onschuld zien dat Nederland zichzelf graag ziet als kleurenblind en tolerant. Tegelijk
heeft vierhonderd jaar koloniaal verleden diepe sporen achtergelaten in samenleving en instituties. De “onschuld”
zit erin dat deze sporen onzichtbaar zijn gemaakt voor de dominante groep.
Daarbij hoort ook intersectionaliteit: het inzicht dat uitsluiting via meerdere assen tegelijk werkt,
zoals ras, gender en klasse. Die assen kruisen elkaar voortdurend.
Guadalupe, Essed en Trienekens
Guadeloupe beschrijft in Black man in the Netherlands hoe mensen van kleur voortdurend moeten navigeren en
onderhandelen met geprojecteerde stereotypen. Identiteit ligt daarbij niet vast, maar krijgt lokaal vorm in reactie
op de maatschappij.
Philomena Essed laat met alledaags racisme zien dat racialisering ook in de kleinste interacties zit, bijvoorbeeld
via micro-agressies op de werkvloer.
Trienekens benadrukt vervolgens de nuance in lokaal beleid: de praktijk van diversiteit en inclusie verschilt sterk
per context en vraagt om aandacht voor lokale omstandigheden.
Conviviality als alternatief
Een werkend alternatief voor passieve tolerantie is conviviality. Tolerantie betekent in deze context vooral dat je
naast elkaar leeft zonder echte interactie. Conviviality is juist een dynamisch en relationeel proces waarin
verschillende gemeenschappen harmonieus naast elkaar bestaan en diversiteit actief inzetten voor sociale
cohesie.
2
, 3
Conviviality is dus ook een werkwoord: mensen moeten actief met elkaar onderhandelen en gelijkwaardig met
elkaar omgaan. Het draait om gelijkwaardigheid en inclusiviteit, waarbij alle stemmen worden gehoord en
erkend.
Begrippenlijst
• superdiversiteit — een vorm van diversiteit waarin meerdere verschillen tegelijk meespelen, zoals
herkomst, gender, klasse en status.
• etnonationalisme — nationalisme dat de natie koppelt aan etnische afbakening.
• verbeelde gemeenschap — een gemeenschap die als echt wordt ervaren zonder dat leden elkaar
allemaal kennen.
• modulair — overal inzetbaar en aanpasbaar aan verschillende contexten.
• ras — historisch systeem van gerangschikte categorieën op basis van vermeende afkomst.
• racialisering — het proces waarbij mensen of groepen als raciaal worden geclassificeerd.
• intersectionaliteit — het kruisen van verschillende vormen van uitsluiting.
• micro-agressies — kleine, vaak subtiele vormen van racisme of uitsluiting.
• conviviality — actief samenleven en onderlinge afstemming tussen verschillende groepen.
• inclusiviteit — het erkend en meegenomen worden van verschillende stemmen en groepen.
• gelijkwaardigheid — het principe dat alle groepen en personen evenwaardig zijn.
Hoorcollege week 2 Kees
Natie, nationalisme en identiteit
Kees Koonings stelt dat naties en nationalisme relatief recent zijn en vooral opkomen in de context
van moderniteit, dekolonisering en mondialisering sinds ongeveer 1750. Volgens hem hebben naties en
nationalisme hun wortels in West-Europa en de Amerika’s, van waaruit zij wereldwijd de dominante politiek-
territoriale organisatievorm werden. Naties zijn dus geen oude, vanzelfsprekende verbanden, maar recente,
dynamische en veranderlijke constructen. In de vroege 21e eeuw staan naties onder druk, maar nationalisme blijft
springlevend.
Twee ideaaltypen
Koonings maakt eerst onderscheid tussen twee basis-ideaaltypen van de natie.
De civiele-territoriale natie draait om de band tussen staat en burgers en hoort vooral bij patriotisme of
vaderlandslievendheid. De cultuur-historische natie draait om de lotsverbondenheid van “het volk” als
gemeenschap en hoort meer bijnationalisme.Daarmee worden enkele kernbegrippen onderscheiden:
• Natie: een moderne, politiek-cultureel gedefinieerde samenleving met een beoogd grondgebied en een
gedeelde, verbeelde geschiedenis.
• Natie-staat: hetzelfde, maar dan met een erkende territoriale en soevereine staat.
• Nationalisme: het principe, programma, de politieke beweging of het sentiment van de natie-staat.
• Nationale identiteit: het gevoel en de waardering van behoren bij de natie-staat en de kwaliteiten die
daaraan worden toegeschreven.
De landkaart van Europa in de tijd laat zien dat de huidige grenzen van natiestaten relatief recent zijn. Dat maakt
duidelijk dat de natiestaat geen eeuwige vorm is.
Klassieke denkers (volgens de cursuscoördinator wordt niet om Gellner, Hobsbawm, Smith en Giddens
gevraagd op het tentamen van 18.06.2026)
Ernest Gellner
Ernest Gellner stelt dat nationalisme vooral een politiek principe is: de politieke en nationale eenheid moeten
samenvallen. Zijn definitie van natie kent twee kanten: een culturele en een voluntaristische. Een natie bestaat als
mensen dezelfde cultuur delen, maar ook als zij elkaar herkennen als behorend tot dezelfde natie. Gellner vindt
beide definities gedeeltelijk bruikbaar, maar geen van beide volledig voldoende.
Zijn punt is dat naties modern zijn. Toch wijst Koonings erop dat sommige staten, zoals Frankrijk, Nederland,
Spanje en Zweden, al langer bestaan. Daarom is het belangrijk om historische wortels te zoeken. Duitsland kon
Duitsland worden omdat er al een redelijke taalkundige gemeenschap bestond. Italië laat juist zien dat
staatsgrenzen en nationale identiteit niet altijd samenvallen, bijvoorbeeld met Vaticaanstad.
Eric Hobsbawm
Eric Hobsbawm neemt een meer agnostische positie in: naties zijn naties zodra ze bestaan, zolang andere
naties hen erkennen. Hij gebruikt geen a priori definitie van wat een natie is, maar behandelt elke voldoende grote
groep mensen die zichzelf als natie ziet, als natie.
Hobsbawm benadrukt ook het element van artifact, invention en social engineering in het maken van naties.
Naties zijn dus gebouwd en niet natuurlijk gegeven. Hij is marxistisch geïnspireerd en ziet nationalisme als het
samenvallen van politieke en nationaal-culturele grenzen, maar dan bewust geproduceerd. In de geschiedenis
zijn soevereine projecten vaak voortgebracht door militaire, politieke en soms culturele elites, die daarvoor wel
een bevolking moeten mobiliseren. Democratische beslissingen zijn daarin zeldzaam. Een relatief recent
democratisch voorbeeld in Europa is de splitsing van Tsjecho-Slowakije.
Benedict Anderson
3