(uitgewerkte openvragen en juist/fout vragen)
(4ptn) Vraag 1: Operations Strategy & Productieomgevingen
(Hoofdstuk 2)
Vraag:
Hoe beïnvloedt de keuze van de productieomgeving (Make-to-Stock, Assemble-to-
Order, Make-to-Order, Engineer-to-Order) de locatie van het Customer Order
Decoupling Point (CODP)? Leg hierbij ook het verschil uit tussen push- en pull-
operaties en geef aan welke productieomgeving het meeste risico op 'stock-outs' met
zich meebrengt.
Antwoord: Het Customer Order Decoupling Point (CODP) is het laatste punt in het
productieproces waar voorraad wordt aangehouden.
• Push-operaties: Dit zijn alle operaties stroomopwaarts (upstream) van het
CODP. De productie is hier uitsluitend gebaseerd op forecasts
(verwachtingen). Materialen worden in het systeem "geduwd" zonder dat er al
een concreet klantenorder is.
• Pull-operaties: Dit zijn de activiteiten stroomafwaarts (downstream) van het
CODP. Hier worden handelingen pas in gang gezet (getrokken) door een
effectief binnenkomend klantenorder.
De locatie van het CODP verschilt per productieomgeving:
1. Make-to-Stock (MTS): Het CODP bevindt zich op het niveau van de voorraad
gereed product (eindproducten). Omdat de productie volledig op
voorspellingen draait, is dit de omgeving met het grootste risico op stock-outs
als de forecasts fout zijn.
2. Assemble-to-Order (ATO): Het CODP ligt vlak vóór de eindassemblage. Er is
een voorraad van gestandaardiseerde (sub)componenten die proactief (push)
gemaakt worden, waarna de eindassemblage (pull) pas start na een
klantenorder.
3. Make-to-Order (MTO): Het CODP ligt bij de grondstoffen. Men houdt enkel
inputmaterialen op voorraad en het eigenlijke productiewerk start pas bij
orderontvangst.
4. Engineer-to-Order (ETO): Hier is nagenoeg geen of nauwelijks een klassiek
CODP, aangezien zelfs het ontwerp van het product pas begint ná het
klantenorder.
(3ptn) Vraag 2: Planningsraamwerk & Voorraadstrategieën (Aggregate
Planning vs. MPS)
Vraag:
In het raamwerk van Manufacturing Planning and Control (MPC) spreekt men over
beslissingen op tactisch en operationeel niveau. Leg uit hoe Aggregate Production
Planning zich verhoudt tot het Master Production Schedule (MPS). Bespreek daarna
hoe een 'Level strategie' in de aggregate planning invloed heeft op het
voorraadbeheer, vergeleken met een 'Chase strategie'.
Antwoord:
• Aggregate Production Planning (APP): Dit is een tactische planning op
middellange termijn (3-18 maanden) waarbij de verwachte vraag en capaciteit
op geaggregeerd niveau (productfamilies) op elkaar worden afgestemd.
• Master Production Schedule (MPS): Dit is de verdere desaggregatie van het
geaggregeerde plan naar een operationeler niveau. In het MPS wordt op