Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Oefenexamenvragen / cardiovasculair, respiratoir en urogenitaal stelsel

Rating
-
Sold
-
Pages
79
Grade
B
Uploaded on
09-06-2026
Written in
2025/2026

Dit is een blanko documenten met meerkeuze vragen en anatomische oefenplaten voor het examen van cardiovasculair, respiratoir en urogenitaal stelsel. Het bevat examens van de afgelopen jaren van tot en met . Let op: dit document bevat GEEN oplossingen. Die zijn te vinden op de Google Drive van de opleiding geneeskunde.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Cardiovasculair stelsel – ademhaling – nier
en urinewegen
2024-2025

Fysiologie
1. Symptoom van hoogteziekte:

a. Pulmonale hypertensie

b. Anemie

c. Alveolaire hypoventilatie

d. acidemie



2. Meeste fysiologische dode ruimte bij:

a. Pneumothorax

b. Pneumonie

c. Longembool

d. hydrothorax


3. Welk van volgende stellingen met betrekking tot pH-regeling is CORRECT?

a. Bij een bicarbonatemie van 14 mM en een PaCO2 van 40 mmHg verwacht je een normale
pH

b. Alle gesecreteerde protonen worden geëxtreteerd

c. GFR protonen = 7 mmol/dag

d. Bij een metabole acidose met stijging van ketoazijnzuur/ bèta hydroxylzuur kunnen we een
toegenomen anion gap verwachten


4. Bij een patient is de PaO2 49mmHg, en de PaCO2 is 48mmHg, wat klopt met betrekking tot
de (A-a)DO2.

a. 40

b. 60

c. 25

d. 35

,5. Welk van volgende stoffen geraakt er het BEST doorheen de glomerulaire filter?

a. Transferrine

b. Gamma immunoglobulines

c. Bilirubine

d. Fibrinogeen


6. Wat is geen oorzaak van hypervolemie?

a. Verhoogde ADH vrijstelling

b. Osmotische verplaatsing zorgt voor ergere hyperosmotische hypervolemie

c. Verhoogde capillaire permeabiliteit

d. Verhoogde intake NaCl



7. Een sporter met gezonde longen breekt zijn been, ineens krijgt hij pijn aan zijn rechter
thorax helft. De artsen denken dat het een rechter a. pulmonalis embool is. Welke diagnose kan dit
bevestigen?

a. PAO2: 60 mmHg, PACO2: 40 mmHg

b. PAO2: 80 mmHg, PACO2: 40 mmHg

c. PAO2 125 mmHg, PACO2 20 mmHg



8. Wat is FOUT over de lis van Henle?

a. Aan het begin van de lis is de vloeistof isotoon en aan het einde van de TAL hypotoon

b. Bij het gebruik van lisdiuretica daalt de medullaire osmotische gradiënt

c. De dunne stijgende lis is beperkt doorlaatbaar voor water en ondoorlaatbaar voor NaCl en
ureum


9. Welk van volgende zorgt NIET voor vasodilatatie?

a. Openen van K+-kanaaltjes

b. Openen van Ca2+-kanaaltjes

c. Het inhiberen van het fosfodiësterase

,d. OS activatie



10. Wat zorgt voor de minste renine vrijstelling?

a. Vernauwing van A. renalis

b. Angiotensine converting enzym inhiberen

c. Bloedverlies

d. Beta 1 blokker


11. Wat zal de tonus in de bronchomotoren verhogen?

a. Atropine

b. Adrenaline

c. Leukotriënen

d. Pulmonale stretch


12. Verschil hartspieren en skeletspieren:

a. Snelle natrium activatie

b. Vertraagde calcium inactivatie

c. Skeletspieren hebben een plateaufase die wordt onderhouden door kalium-instroom.

d. hartspiercellen zijn elektrisch geïsoleerd van elkaar, terwijl skeletspiervezels via gap-
junctions communiceren


13. Van welke stof wordt de concentratie van de tubulaire vloeistof groter van proximale
tubulus naar medullaire ductus colligens toe?

a. PAH

b. Glucose

c. Natrium

d. Bicarbonaat


14. Wat is juist?

a. Te snelle behandeling van hyponatriemie kan hersenoedeem veroorzaken

b. 5% glucose IV is gecontraïndiceerd bij hypokaliemie

, c. 0,9% NaCl bij zuiver waterverlies

d. Te snelle behandeling van hypernatriëmie kan demyelinisatie veroorzaken


15. GFR neemt toe bij:

a. Toename van MABP van 160

b. Verhoogde eiwitconcentratie in bloed

c. VC afferente arteriole

d. Dopamine



16. Na toediening van een geneesmiddel aan een patiënt stijgt de centraal veneuze druk van 8
mmHg naar 20 mmHg. De MABP blijft gelijk op 80 mmHg. Het hartdebiet stijgt van 4 L/min
naar L/min. Wat is de verhouding van de totale perifere weerstanden voor en na de toediening
van het medicijn?

a. 1/1

b. 3/2

c. 5/4

d. 2/3


17. Wanneer situeren we het sluiten van de aortaklep op het EKG?

a. Tijdens het QRS-complex

b. Net na de T-golf

c. Tijdens de P-golf

d. Na QRS-complex


18. Iets met passage van zuurstof bij actieve spiercel, wat is er daarna?

a. pH toegenomen

b. RBC gekrompen

c. Cl- toename in de rode bloedcel

d. Saturatiecurve verschuift naar links

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 9, 2026
Number of pages
79
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Only questions

Subjects

$8.23
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
heikewaeyaert

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
heikewaeyaert Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
3 weeks
Number of followers
0
Documents
54
Last sold
18 hours ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions