Samenvatting geneeskunde van de gezelschapsdieren II
Hoofdstuk 1a: Medische beeldvorming van de thorax
1a.1 Beïnvloedende factoren
- Lichaamsconformatie: obese dieren minder groot longvolume → vals interstitieel
patroon. De longen lijken dan wit (opaque), maar dit is te wijten aan vet. Vet stapelt zich
ook op in het mediastinum (rood) en het pericard (groen).
- Cutane letsels: tepels, gesteelde tumor, teek, overgang rib-ribkraakbeen → niet
verwarren met pulmonaire nodule. Daarom twee opnames nemen.
Thoraxopnames altijd systematisch aanpakken door te kijken naar omgevende structuren →
pleura → mediastinum → cardiovasculaire structuren → longparenchym.
1a.2 Omgevende structuren
Kat met weke delen zwelling aan rechter schouder, bot groter dan verwacht
met lytische zones, cortex doorbroken → primaire bottumor met uitzaaiingen
naar de longen.
Peritoneopericardiale hernia ene kant, ruptuur diafragma anders kant
(diafragma niet af te lijnen). Ook ribfracturen. Allen te wijten aan trauma.
1a.3 Pleura
Bestaat uit de pariëtale pleura, viscerale pleura en de pleurale ruimte met een minimale
hoeveelheid vocht. Normaal is de pleura niet zichtbaar op RX. Wat wel zichtbaar is zijn de
delen die loodrecht op de stralenbundel staan = cranioventrale mediastinale reflectie op
laterale opname (groen) en caudoventrale mediastinale reflectie op VD opname (geel).
Bij oudere dieren wordt de pleura fibrotisch met verdikking en calcificeert → beter zichtbaar.
1
,1a.3.1 Pleurale effusie
Pleurale effusie (= vocht in pleura) zien op RX door fissuurlijnen die breder worden
(paars), retractie van de longen weg van de thoraxwand door weke delen opaciteit (=
vocht), ventrale weke delen opaciteit, verlies aflijning hartschaduw (door ventrale weke
delen opaciteit) en diafragma, afronden van costodiafragmatische en
lumbodiafragmatische randen.
Op een VD opname (links) zie je de typische fissuurlijnen (wit) en de hartschaduw is nog wat
duidelijker zichtbaar. Op de DV opname (rechts) zijn er minder fissuurlijnen (wit), wel weke
delen opaciteit tussen thoraxwand en long (zwart), hartschaduw niet zichtbaar (door
vochtopstapeling). VD opname makkelijker te beoordelen (standaard opname).
Chondrodystrofische rassen hebben vaak een ‘gebombeerde’ thoraxwand (paars), en dit
mag niet verward worden met pleurale effusie.
Asymmetrische pleurale effusie komt vaak voor bij dikke effusies.
Unilaterale pleurale effusie vaak bij pyothorax (blauw). Alveolair
patroon vaak bij pneumonie. Ook bij tumoren asymmetrisch patroon
mogelijk.
Pleurale én peritoneale effusie kan ook samen voorkomen. Dit is
vaak te wijten aan een ernstige aandoening zoals rechter hartfalen
(hond), neoplasie of FIP (kat). Op RX fissuurlijnen (rood), weke
delen opaciteit tussen thoraxwand en longen (geel), verbrede
lumbodiafragmatische hoek (blauw), border effacement en
ventrale weke delen opaciteit (groen), verlies serosaal detail
abdomen (paars, weke delen opaciteit waar we vet verwachten).
1a.3.2 Pneumothorax
Een pneumothorax wordt op RX herkend door dorsale verplaatsing van
de hartschaduw (blauw), longmarkeringen (bv. bloedvaten) die niet tot
de thoraxwand reiken, pure gasopaciteit tussen long en thoraxwand
(geel), collaps long (rood).
Een tensie pneumothorax is een erg vorm van pneumothorax. Lucht
blijft erbij komen, maar er kan geen lucht meer uit. Op RX erge collaps
van de longen (rood) met een amorfe vorm en tegen mediastinum
geplakt en zeer opaak, caudale verplaatsing diafragma (blauw),
overdistentie thorax, verwijde intercostaalruimten (geel), ribben
loodrecht op wervelkolom, mediastinale shift indien unilateraal.
2
,Massa’s van de thoraxwand of pleura hebben een extrapleural sign = massa afkomstig uit
de thorax (ribben, pleura, …), maar niet vanuit de longen. De randen worden dan dunner
naar de periferie. De RX-stralen moeten dan wel loodrecht op de massa staan. Op foto
hond met een primaire ribtumor.
Extrapleural sign (rood) met sternale lymfadenopathie (blauw).
1a.4 Mediastinum
Normaal zichtbare structuren = trachea (1), hartschaduw (2), v. cava
caudalis (3), aorta (4), thymus bij jonge dieren, slokdarm niet altijd
zichtbaar tenzij dier lucht hapt (5). Structuren die normaal niet
zichtbaar zijn zijn de v. cava cranialis, truncus brachiocephalicus, a.
subclavia, v. azygos, zenuwen, ductus thoracicus, lymfeknopen.
Het mediastinum bij de hond is normaal minder dan twee keer de breedte van de
wervelkolom. Bij brachycefale honden en dikke honden geldt hier de uitzondering omdat ze
vet opslaan in het mediastinum → wordt breder. Het mediastinum bij de kat is normaal niet
breder dan de wervelkolom.
1a.4.1 Mediastinale shift
Mediastinale shift is een verplaatsing van de mediastinale organen. Dit kan ipsilateraal
naar de kant waar iets aan de hand is (foto) → minder volume, typisch bij collaps van de
longkwab. Een contralaterale shift komt iets minder vaak voor, waarbij het mediastinum
weg beweegt van het probleem, vaak door een massa, unilateraal vergroot longvolume of
unilaterale toename druk pleura (dus alles wat volume inneemt).
1a.4.2 Mediastinale massa’s
Vaak voorkomende problemen in het mediastinum zijn mediastinale massa’s.
Cranioventrale massa’s (meestal) = sternale of craniale mediastinale lymfadenopathie
(foto), thymoma, ectopisch schildklierweefsel, cyste, abces/granuloom. Bij sternale
lymfadenopathie zoeken naar probleem uit thoraxwand of abdomen.
Hilaire/perihilaire massa’s = tracheobronchiale lymfadenopathie (meestal, zie hiernaast
foto met lymfoma → hoofdbronchen heel brede hoek waar ze splitsen), hartbasis massa,
slokdarmpathologie, ectopisch schildklierweefsel.
Dorsale mediastinale massa’s (minder voorkomend) = slokdarm (meestal), dilatatie aorta,
hartbasistumor, abces/granuloom/hematoom.
3
, Mediastinale massa’s en pleurale effusie komen vaak samen voor. Beiden kunnen dorsale
verplaatsing van de trachea geven. De mediastinale massa is vaak niet of moeilijk zichtbaar
door de pleurale effusie → eerst effusie draineren en dan nog een RX voor de massa. Op
foto kat met lymfoma en pleurale effusie.
1a.4.3 Pneumomediastinum
Een pneumomediastinum is gas dat zich in het mediastinum opstapelt (blauw).
Op RX gasluscenties tussen mediastinale structuren (structuren zien die je anders
niet ziet, bv. v. cava cranialis), ventrale rand m. longus colli zichtbaar (geel),
luminale en serosale rand trachea zichtbaar. Op foto hond met stoktrauma →
beide randen trachea zichtbaar (rood), subcutaan emfyseem (paars).
Een pneumomediastinum kan aanleiding geven tot een pneumothorax (niet omgekeerd!),
subcutaan emfyseem en een pneumoretroperitoneum.
Op deze foto kat met trachearuptuur (pneumomediastinum) → gas
tussen mediastinale structuren (blauw), pneumothorax (geel,
dorsale verplaatsing hartschaduw), subcutaan emfyseem (rood),
pneumoretroperitoneum (paars).
De meest voorkomende oorzaak van een pneumomediastinum is een trachearuptuur, verder
ook door cervicale wonde, slokdarmperforatie, spontaan, secundair aan erge dyspnee of
hoest.
1a.4.4 Slokdarm – mega-oesophagus
Een mega-oesophagus komt vrij vaak voor. Het is een dilatatie van de slokdarm met gas (of
vloeistof). Op RX zie je deze dilatatie (blauw), tracheal stripe sign (geel, dorsale wand trachea
ligt samen met de ventrale wand van de slokdarm → dorsale wand trachea beter zichtbaar),
visualisatie m. longus colli, ventrale verplaatsing trachea en/of hartschaduw, V-vorm
slokdarm op VD/DV (rood).
Aspiratiepneumonie gaat vaak samen met een mega-oesophagus → ventraal alveolair
patroon.
1a.4.5 Slokdarm – vreemd voorwerp
Vreemd voorwerp zit vaak vast thv de hartbasis of hiatus oesophagalis. Op RX
dilatatie slokdarm craniaal van het vreemd voorwerp, radiopaque vreemd voorwerp,
lucent vreemd voorwerp niet zichtbaar. Complicaties zijn aspiratiepneumonie en een
ruptuur.
4
Hoofdstuk 1a: Medische beeldvorming van de thorax
1a.1 Beïnvloedende factoren
- Lichaamsconformatie: obese dieren minder groot longvolume → vals interstitieel
patroon. De longen lijken dan wit (opaque), maar dit is te wijten aan vet. Vet stapelt zich
ook op in het mediastinum (rood) en het pericard (groen).
- Cutane letsels: tepels, gesteelde tumor, teek, overgang rib-ribkraakbeen → niet
verwarren met pulmonaire nodule. Daarom twee opnames nemen.
Thoraxopnames altijd systematisch aanpakken door te kijken naar omgevende structuren →
pleura → mediastinum → cardiovasculaire structuren → longparenchym.
1a.2 Omgevende structuren
Kat met weke delen zwelling aan rechter schouder, bot groter dan verwacht
met lytische zones, cortex doorbroken → primaire bottumor met uitzaaiingen
naar de longen.
Peritoneopericardiale hernia ene kant, ruptuur diafragma anders kant
(diafragma niet af te lijnen). Ook ribfracturen. Allen te wijten aan trauma.
1a.3 Pleura
Bestaat uit de pariëtale pleura, viscerale pleura en de pleurale ruimte met een minimale
hoeveelheid vocht. Normaal is de pleura niet zichtbaar op RX. Wat wel zichtbaar is zijn de
delen die loodrecht op de stralenbundel staan = cranioventrale mediastinale reflectie op
laterale opname (groen) en caudoventrale mediastinale reflectie op VD opname (geel).
Bij oudere dieren wordt de pleura fibrotisch met verdikking en calcificeert → beter zichtbaar.
1
,1a.3.1 Pleurale effusie
Pleurale effusie (= vocht in pleura) zien op RX door fissuurlijnen die breder worden
(paars), retractie van de longen weg van de thoraxwand door weke delen opaciteit (=
vocht), ventrale weke delen opaciteit, verlies aflijning hartschaduw (door ventrale weke
delen opaciteit) en diafragma, afronden van costodiafragmatische en
lumbodiafragmatische randen.
Op een VD opname (links) zie je de typische fissuurlijnen (wit) en de hartschaduw is nog wat
duidelijker zichtbaar. Op de DV opname (rechts) zijn er minder fissuurlijnen (wit), wel weke
delen opaciteit tussen thoraxwand en long (zwart), hartschaduw niet zichtbaar (door
vochtopstapeling). VD opname makkelijker te beoordelen (standaard opname).
Chondrodystrofische rassen hebben vaak een ‘gebombeerde’ thoraxwand (paars), en dit
mag niet verward worden met pleurale effusie.
Asymmetrische pleurale effusie komt vaak voor bij dikke effusies.
Unilaterale pleurale effusie vaak bij pyothorax (blauw). Alveolair
patroon vaak bij pneumonie. Ook bij tumoren asymmetrisch patroon
mogelijk.
Pleurale én peritoneale effusie kan ook samen voorkomen. Dit is
vaak te wijten aan een ernstige aandoening zoals rechter hartfalen
(hond), neoplasie of FIP (kat). Op RX fissuurlijnen (rood), weke
delen opaciteit tussen thoraxwand en longen (geel), verbrede
lumbodiafragmatische hoek (blauw), border effacement en
ventrale weke delen opaciteit (groen), verlies serosaal detail
abdomen (paars, weke delen opaciteit waar we vet verwachten).
1a.3.2 Pneumothorax
Een pneumothorax wordt op RX herkend door dorsale verplaatsing van
de hartschaduw (blauw), longmarkeringen (bv. bloedvaten) die niet tot
de thoraxwand reiken, pure gasopaciteit tussen long en thoraxwand
(geel), collaps long (rood).
Een tensie pneumothorax is een erg vorm van pneumothorax. Lucht
blijft erbij komen, maar er kan geen lucht meer uit. Op RX erge collaps
van de longen (rood) met een amorfe vorm en tegen mediastinum
geplakt en zeer opaak, caudale verplaatsing diafragma (blauw),
overdistentie thorax, verwijde intercostaalruimten (geel), ribben
loodrecht op wervelkolom, mediastinale shift indien unilateraal.
2
,Massa’s van de thoraxwand of pleura hebben een extrapleural sign = massa afkomstig uit
de thorax (ribben, pleura, …), maar niet vanuit de longen. De randen worden dan dunner
naar de periferie. De RX-stralen moeten dan wel loodrecht op de massa staan. Op foto
hond met een primaire ribtumor.
Extrapleural sign (rood) met sternale lymfadenopathie (blauw).
1a.4 Mediastinum
Normaal zichtbare structuren = trachea (1), hartschaduw (2), v. cava
caudalis (3), aorta (4), thymus bij jonge dieren, slokdarm niet altijd
zichtbaar tenzij dier lucht hapt (5). Structuren die normaal niet
zichtbaar zijn zijn de v. cava cranialis, truncus brachiocephalicus, a.
subclavia, v. azygos, zenuwen, ductus thoracicus, lymfeknopen.
Het mediastinum bij de hond is normaal minder dan twee keer de breedte van de
wervelkolom. Bij brachycefale honden en dikke honden geldt hier de uitzondering omdat ze
vet opslaan in het mediastinum → wordt breder. Het mediastinum bij de kat is normaal niet
breder dan de wervelkolom.
1a.4.1 Mediastinale shift
Mediastinale shift is een verplaatsing van de mediastinale organen. Dit kan ipsilateraal
naar de kant waar iets aan de hand is (foto) → minder volume, typisch bij collaps van de
longkwab. Een contralaterale shift komt iets minder vaak voor, waarbij het mediastinum
weg beweegt van het probleem, vaak door een massa, unilateraal vergroot longvolume of
unilaterale toename druk pleura (dus alles wat volume inneemt).
1a.4.2 Mediastinale massa’s
Vaak voorkomende problemen in het mediastinum zijn mediastinale massa’s.
Cranioventrale massa’s (meestal) = sternale of craniale mediastinale lymfadenopathie
(foto), thymoma, ectopisch schildklierweefsel, cyste, abces/granuloom. Bij sternale
lymfadenopathie zoeken naar probleem uit thoraxwand of abdomen.
Hilaire/perihilaire massa’s = tracheobronchiale lymfadenopathie (meestal, zie hiernaast
foto met lymfoma → hoofdbronchen heel brede hoek waar ze splitsen), hartbasis massa,
slokdarmpathologie, ectopisch schildklierweefsel.
Dorsale mediastinale massa’s (minder voorkomend) = slokdarm (meestal), dilatatie aorta,
hartbasistumor, abces/granuloom/hematoom.
3
, Mediastinale massa’s en pleurale effusie komen vaak samen voor. Beiden kunnen dorsale
verplaatsing van de trachea geven. De mediastinale massa is vaak niet of moeilijk zichtbaar
door de pleurale effusie → eerst effusie draineren en dan nog een RX voor de massa. Op
foto kat met lymfoma en pleurale effusie.
1a.4.3 Pneumomediastinum
Een pneumomediastinum is gas dat zich in het mediastinum opstapelt (blauw).
Op RX gasluscenties tussen mediastinale structuren (structuren zien die je anders
niet ziet, bv. v. cava cranialis), ventrale rand m. longus colli zichtbaar (geel),
luminale en serosale rand trachea zichtbaar. Op foto hond met stoktrauma →
beide randen trachea zichtbaar (rood), subcutaan emfyseem (paars).
Een pneumomediastinum kan aanleiding geven tot een pneumothorax (niet omgekeerd!),
subcutaan emfyseem en een pneumoretroperitoneum.
Op deze foto kat met trachearuptuur (pneumomediastinum) → gas
tussen mediastinale structuren (blauw), pneumothorax (geel,
dorsale verplaatsing hartschaduw), subcutaan emfyseem (rood),
pneumoretroperitoneum (paars).
De meest voorkomende oorzaak van een pneumomediastinum is een trachearuptuur, verder
ook door cervicale wonde, slokdarmperforatie, spontaan, secundair aan erge dyspnee of
hoest.
1a.4.4 Slokdarm – mega-oesophagus
Een mega-oesophagus komt vrij vaak voor. Het is een dilatatie van de slokdarm met gas (of
vloeistof). Op RX zie je deze dilatatie (blauw), tracheal stripe sign (geel, dorsale wand trachea
ligt samen met de ventrale wand van de slokdarm → dorsale wand trachea beter zichtbaar),
visualisatie m. longus colli, ventrale verplaatsing trachea en/of hartschaduw, V-vorm
slokdarm op VD/DV (rood).
Aspiratiepneumonie gaat vaak samen met een mega-oesophagus → ventraal alveolair
patroon.
1a.4.5 Slokdarm – vreemd voorwerp
Vreemd voorwerp zit vaak vast thv de hartbasis of hiatus oesophagalis. Op RX
dilatatie slokdarm craniaal van het vreemd voorwerp, radiopaque vreemd voorwerp,
lucent vreemd voorwerp niet zichtbaar. Complicaties zijn aspiratiepneumonie en een
ruptuur.
4