GOEDERENRECHT
Leesteksten meenemen naar het examen, op examen geen kleuren in antwoord aanbrengen
Boek 3 goederenrecht – ingang 1 september 2021!
BEGRIPPEN
Goederenrecht als deel van het vermogensrecht;
Vermogensrecht = recht tot regeling van de patrimoniale subjectieve rechten
Patrimoniaal => op geld waardeerbaar
3 soorten patrimoniale subjectieve rechten :
• Zakelijke rechten
• Vorderingsrechten
• Intellectuele rechten
VORDERINGSRECHTEN (VERBINTENISSENRECHT)
Vorderingsrechten = bieden een rechtssubject een recht op een prestatie van een ander rechtssubject
→ Dus : gaat over rechtsverhoudingen tussen rechtssubjecten (aanspraken op prestaties tussen burgers
onderling)
→ Prestatie = iets doen, iets niet doen (iets laten) of iets geven
INTELLECTUELE RECHTEN
Intellectuele rechten = geven de titularis een tijdelijk en exclusief exploitatierecht op een originele
creatie van de menselijke geest
ZAKELIJKE RECHTEN (OMVAT GOEDERENRECHT)
Zakelijke rechten = geven een rechtssubject een rechtstreekse zeggenschap over een bepaalde
zaak//goed
→ Dus : gaat over verhouding mens-zaak (rechtssubject – goed relatie)
→ Met variabele draagwijdte in functie van de aard van het zakelijk recht (het meest ruime
goederenrecht is het eigendomsrecht, maar ook beperktere heerschappij is ook mogelijk zoals
vruchtgebruik, opstalrechten, …)
ZAKELIJKE HOOFDRECHTEN :
• Meest volkomen zakelijk recht = eigendomsrecht
• Mede-eigendom = variant van eigendomsrecht
• Zakelijke rechten met minder omvangrijke zeggenschap op de zaak = zakelijke gebruiksrechten –
nl. erfdienstbaarheden, vruchtgebruik, erfpacht en opstalrecht
1
,BIJKOMENDE ZAKELIJKE RECHTEN
= zakelijke zekerheden
• Zijn een accessorium (bijzaak) van een schuldvordering
• Ze waarborgen deze schuldvordering nl. bijzondere voorrechten, pand (roerend goed), hypotheek
(onroerend goed), en retentierecht
DE MODERNISERING VAN HET GOEDERENRECHT
• Burgerlijk Wetboek van 1804 => gericht op een agrarische samenleving
• Werd sinds dien nauwelijks gewijzigd
• tot recente hervorming;
Met ingang van 1 september 2021: inwerkingtreding van Boek 3 van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek,
begrepen in de wet van 4 februari 2020 (BS 17 maart 2020)
BELANG VAN HET ZAKENRECHT : WELVAART
Goede juridische regeling van de toekenning van zakelijke rechten is enorm belangrijk voor de welvaart
(eigendomsrecht = grondrecht)
- Afstappen van de monopolie en armoede die sterk zou heersen zonder goederenrecht:
goederenrecht biedt mogelijkheid om heerschappij te hebben over bepaalde goederen (te
bewijzen met eigendomstitels, waardoor het behouden kan blijven)
- Cruciaal hiervoor is het publiciteitssysteem
- Want : snel en met zekerheid weten wie welk vermogen heeft, is nuttig voor de medecontractant
en voor de overheid
ZAAK – VOORWERP – GOED – VRUCHTEN – OPBRENGSTEN – VERMOGEN
• Zaak (algemeen) : al wat bestaat, met uitzondering van de mens
• Goederen : alle voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-eigening met inbegrip van de
vermogensrechten (bv een vorderingsrecht is een goed en kan verhandeld worden)(je kan
zakelijke rechten uitoefenen op goederen)
• Voorwerp : wat geen persoon en geen dier is, ongeacht of het voorwerp natuurlijk of kunstmatig
(= voorwerpen die gemaakt worden, niet uit natuur voorkomen), lichamelijk of onlichamelijk is
o Onlichamelijk: zijn niet zintuiglijk waarneembaar, bv zakelijke rechten
o Lichamelijke voorwerpen : voorwerpen die zintuiglijk kunnen waargenomen worden en
worden gemeten middels een momentopname (in hoeveelheid kunnen uitdrukken)
• Dieren : hebben een gevoelsvermogen en biologische noden (er is bijzondere wetgeving voorzien
om de heerschappij over dieren te omvatten)
• Vruchten : datgene wat een goed periodiek voortbrengt zonder dat dit de substantie van het goed
wijzigt, ongeacht of dit uit zichzelf gebeurt of als gevolg van de valorisatie ervan
o De substantie blijft ongewijzigd
2
, o Bv. huurgelden, interesten op spaarboek (geld valoriseren door op spaarrekening te
plaatsen)
• Opbrengsten : datgene wat een goed opbrengt maar waardoor de waarde van het goed
onmiddellijk of geleidelijk wordt verminderd
o Het goed wordt opgebruikt, wijzigt
• Vermogen: juridische algemeenheid die het geheel van de bestaande en toekomstige goederen
(baten) en verbintenissen (lasten) omvat
o Het vermogen van een rechtssubject is niet statisch en omvat huidige en toekomstige
goederen.
o Bv. een schuldeiser mag zich verhalen op het gehele vermogen: niet enkel het vermogen
dat op dat moment bestaat, ook op het toekomstig vermogen kan schuldeiser verhalen
(principe eenheid van vermogen; uitzondering bij beroepsuitoefenaars met
kwaliteitsrekeningen (derdenrekening))
o Het belang van kunnen aantonen waarvan je eigenaar bent, belang van eigendomstitels
o Bij overlijden van een persoon eindigt het vermogen niet; er geldt erfrecht. Dit vermogen
omvat zowel uw goederen, maar ook verbintenissen (schulden): nalatenschap zuiver
aanvaarden/verwerpen/aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving
o Aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving = er ontstaat een splitsing tussen
het eigen vermogen en dat van de overledene, waardoor schuldeisers van de overledene
enkel op diens vermogen kunnen verhalen. Uiteindelijk zal hetgeen overblijft dan voor de
erfgenaam zijn.
=> Belangrijk in het erfrecht en het verbintenissenrecht
Modern recht : principe van eenheid van het vermogen
Uitzondering op dit principe : kwaliteitsrekening
3
, INDELING VAN DE GOEDEREN
Doel: goederen hebben in functie van de categorie waartoe ze behoren een eigen rechtsstatuut
=> Basis tot normering
GOEDEREN VOLGENS DE GRAAD VAN TOE-EIGENINGSMOGELIJKHEID
Belang van deze indeling : Doorslaggevend voor de vraag of een goed wel het voorwerp kan uitmaken
van zakelijke rechten
• Goederen in en buiten de handel
In de handel : kunnen het voorwerp zijn van vermogensrechten dus van private toe-eigening en
verhandeling tussen de burgers
Buiten de handel : komen in feite wel in aanmerking voor private toe-eigening en verhandeling maar niet
in rechte (zou kunnen in feite, maar wetgever laat het (op dit moment) niet toe)(bv drugs)
→ dergelijke goederen kunnen niet rechtsgeldig voorwerp uitmaken van overeenkomsten én kunnen ook
niet volgens verkrijgende verjaring verworven worden
• Gemene voorwerpen (res communes) :
Voorwerpen die aan niemand toebehoren en worden gebruikt in het algemeen belang, met inbegrip van
het belang voor toekomstige generaties
Niet vatbaar voor toe-eigening voor hun totaliteit maar wel voor een deel
→ er is dus omwille van hun aard een beletsel om deze goederen in totaliteit voor toe-eigening vatbaar te
maken, maar wel voor een deel (bijzondere wetten)
• Goederen zonder eigenaar (res nullius) zijn van tweeërlei aard:
1/ Ofwel hebben ze nooit een eigenaar gehad maar zijn ze wel vatbaar voor toe-eigening (wild in bossen,
vissen in de zee, …)
2/ Ofwel heeft de eigenaar er afstand van gedaan (res derelictae)
- (men heeft er afstand van gedaan wanneer ze zich op publiek/openbaar domein bevinden en er
achtergelaten worden)
- (belangrijke regel: je moet het je toe-eigenen, zoals het achtergelaten is (een kapot kunstwerk
niet opnieuw in elkaar steken)
Onderscheiden regeling voor onroerende en roerende goederen:
- Onroerende goederen zonder eigenaar behoren toe aan de staat
- Roerende goederen zonder eigenaar zijn vatbaar voor toe-eigening zoals hierboven beschreven
o Uitz; onroerende goederen die horen tot nalatenschappen behoren toe aan de
erfgenamen. Indien deze er niet zijn, zijn deze goederen niet voor toe-eigening vatbaar,
maar gaan ze naar de staat
4