Celmetabolisme (3)
1. Autotrofe en heterotrofe organismen
2. Weefsels in plantaardige systemen
3. Weefsels en celtypes in dierlijke organismen
Immuniteit (4)
Elektromagnetisme (5)
1. Elektrostatica
2. Elektromagnetisme
Celcyclus en celdelingen (6)
1. Structuur en verdubbeling van chromosomen
2. Celcyclus bij eukaryoten
Voortplanting (7)
1. Geslachtsgemeenschap
2. Hormonale regeling - anticonceptie
3. Invloed ontwikkeling ongeboren baby
, AUTOTROFE EN HETEROTROFE
ORGANISMEN
Processen in de cel vereisen energie, deze halen ze uit de afbraak van
koolstofverbindingen. Dit noem je celademhaling. Je hebt 2 soorten:
- Autotroof: maken zelf C-Verbindingen aan
Fotosynthese: Via het gebruik van licht. Dit gebeurt bij planten, algen en sommige
bacteriën.
Chemosynthese: Vrijgekomen energie wordt gebruikt bij de oxidatie van
anorganische verbindingen. Vindt plaats bij bacteriën
- Heterotroof: Nemen C-verbindingen op uit de omgeving
Dieren, fungi, eencellige organismen + meeste bacteriën
Het tijdelijk opslaan en het transporteren van energie gebeurt via het ATP-ADP-
Systeem.
- ATP-Molecule:
Het is een energierijke verbinding van:
Ribose (suiker)
3 fosfaatgroepen
Organische base ‘Adenine’
- ADP-Molecule:
Wanneer 1 fosfaat-groep afgesplitst wordt, wordt energie vrijgezet. Het
is een energiearme verbinding van:
Ribose (suiker)
2 fosfaatgroepen
Organische base ‘Adenine’
Het vrijkomen van energie in de ADP-Molecule wordt gebruikt voor verschillende
celprocessen. De recyclage van ADP is het opnieuw koppelen van fosfaatgroep
door energie toe te voegen, er wordt terug ATP gevormd.
ATP => ADP + Energie
De energie komt uit: Eten, Ademhalen, …
,Alle cellen hebben voortdurend energie nodig .
BV. Spiercellen gebruiken ATP om cellen te laten samentrekken.
De ATP is de leverancier van deze energie. Er zijn 2 manieren hiervoor
- Aerobe celademhaling: In aanwezigheid van zuurstof
- Anaerobe celademhaling: In afwezigheid van zuurstof
C6H12O6 + 6 O2 + 38 (ADP + P) => 6 CO2 + 6 H2O + 38 ATP
De geproduceerde CO2 bij aerobe celademhaling komt bij zoogdieren in de
bloedbaan terecht. Deze verlaten het lichaam via longblaasjes. Planten gebruiken
dit CO2 om via fotosynthese zuurstof en suikers te maken.
Zonder zuurstofgas kan de afbraak van pyrodruivenzuur in de mitochondriën niet
doorgaan. Pyrodruivenzuur wordt dan omgezet in andere stoffen, je noemt dit
anaerobe celademhaling.
Je hebt 2 soorten gisting:
- Alcoholische gisting: In de gistcellen en in sommige plantencellen wordt
pyrodruivenzuur bij afwezigheid van O2 omgezet in ethanol.
- Melkzuurgisting: In de spiercellen en in andere cellen wordt melkzuur
gevormd uit pyrodruivenzuur (verzuren van de spieren)
Er wordt hier geen extra ATP aangemaakt. De opbrengst is dus 2 ATP. Terwijl dit
bij aerobe ademhaling 36 ATP is.
, WEEFSELS IN PLANTAARDIGE
SYSTEMEN
Fotosynthese is de aanmaak van energierijke C-verbindingen. De koolstofbron
is hier CO2.
Pigmenten zijn in dit geval noodzakelijk voor een aantal dingen:
- Opvangen van licht
- Planten = Bladgroen (chlorofyl) in bladgroenkorrels of chloroplasten
- Enkel in de groene delen van de plant
Glucose wordt aangemaakt uit water en CO2 op voorwaarde dat de nodige
energie er is, het zonlicht.
6 CO2 + 6 H2O => C6H12O6 + 6 O2
De CO2 uit de lucht komt binnen via de huidmondjes.
Water wordt via wortels uit de bodem gehaald.
De geproduceerde O2 geraakt via huidmondjes in de lucht.
De gevormde glucose kan door de plant worden:
- Omgezet in andere organische stoffen voor groei
- Opgeslagen als zetmeel als reservestof
- Verbruikt tijdens haar celademhaling om energie te krijgen voor alle
levensprocessen
Definities planten:
- Assimilatie = Vormen van organische stoffen uit eenvoudige bouwstenen
- Dissimilatie = Afbreken van organische stoffen om er energie uit te halen
Definities dieren:
- Anabolisme = Opbouw van stoffen
- Katabolisme = Afbraak van stoffen