SAMENLEVING
HOOFDSTUK 1: CRIMINALITEIT ALS MAATSCHAPPELIJK VRAAGSTUK
LES 1: DRIE POPULAIRE MISVATTINGEN OVER DE OORZAKEN VAN
CRIMINALITEIT
Criminaliteit wordt vaak gezien als een individuele handeling, gepleegd door
mensen die ofwel “ziek” of “slecht” zijn (abnormaal), ofwel gepleegd door
mensen die een weloverwogen keuze, een kosten-baten analyse, hebben
gemaakt (normaal).
o Je moet altijd proberen het fenomeen te begrijpen niet hetzelfde als
fenomeen goedpraten
3 opvattingen die niet stroken met wat we vandaag de dag weten over
menselijk gedrag
Criminaliteit wordt vaak gezien als een individuele handeling, gepleegd door
mensen die ofwel “ziek” of “slecht” zijn (abnormaal), ofwel gepleegd door
mensen die een weloverwogen keuze, een kosten-baten analyse, hebben
gemaakt (normaal).
1. “Criminaliteit als manifestatie van het kwaad”
o Daders zijn abnormaal, vertolken het morele kwade
2. “Criminaliteit is een ziekte”
o Criminaliteit wordt veroorzaakt door ziekte
o Mensen zijn ziek dus daarom criminaliteit
o Wij-zij denken, zij zijn abnormaal, ziek
3. “Criminaliteit is een berekende keuze”
o Gaat criminaliteit niet zien als iets dat gepleegd is door iemand abnormaal
o Gepleegd door mensen die zijn zoals wij, die wel overwogen keuzes maken
1. CRIMINALITEIT ALS MANIFESTATIE VAN HET KWAAD
1.1. BEKENDE CRIMINELEN
Zij leken allemaal normaal, mensen waarvan men de indruk had dat men
normale burgers waren met normaal leven
Komen over als perfecte schoonzoon, dominee, geestelijke, …
Deze criminelen worden gekenmerkt door onvoorspelbaarheid, er zit geen
systematiek in wie er belaagd wordt, ze voldoen niet aan een zeker profiel
Allemaal grote mediazaken
Onvoorspelbare wordt aangevuld met het onbegrijpbare, de gruwelijkheid van
de feiten, het is zo vreemd in onze leefwereld maar ook onbegrijpelijk wordt
Iets wordt gepleegd door iemand die niet iets zoals wij
Angst en fascinatie omdat het gaat om zaken die wij als samenleving niet goed
hebben aangepakt
o Deze criminelen zoals Ted Bundy, Jeffrey Dahmer, … zijn vaak verfilmd
voor de fascinatie
Het systeem lijkt te falen, falen van politie en justitie in het beschermen van
slachtoffers
1
, o Leidt tot betogingen Dutroux, verontwaardiging van het politioneel &
justitieel systeem
Het ondenkbare kan iedereen te allen tijde overkomen
Ideologie om criminele als Westers te beschrijven
2 grote machtsblokken: westen NAVO en oosten Warschau pact en Sovjetunie
o Sovjet unie stelt “in onze samenleving zijn er geen seriemoordenaars, dat
is iets van het westen”
1. Dutroux
o 6 slachtoffers waarvan 2 overleefd
o Maatschappelijke impact overheid slaagde er niet in om
samenleving te beschermen tegen dit soort individuen
2. Andres Bhandi?
o Zaak van incest
o Moord op eigen familieleden werden opgelost in een bad met
ontstoppingsmiddel, …
3. Andrej Romanovitsj Tsjikatilo (“de slager van Rostov”)
o Wordt lachend afgebeeld moord op zeker 50 jonge vrouwen/meisjes
geaard met genitale verminking
Moorden gepleegd in Sovjet tijdperk (jaren 70-80)
seriemoordenaars gezien als iets typisch Westers gevolg
van een westerse samenleving die onmogelijk in een
communistisch systeem kon plaatsvinden
Heel lang geduurd voor man voor gerecht gebracht behoorde
niet tot de collectieve verbeelding
Zeer armoedelijk opgevoed, sprake van ‘kannibalisme’ bij zijn
broer hoe abnormaal de situatie van deze persoon wel is!!
o Doodstraf gekregen geëxecuteerd
4. Ted Bundy
o Jaren 70
o Omschreven als ideale schoonzoon
o Geëxecuteerd op elektrische stoel
o Zeer veel slachtoffers gemaakt maar we kennen er maar
enkele
o Specifieke manier van werken -> deed zich altijd heel
hulpeloos voor
o Gewelddadig t.a.v. vrouwen keerde soms ook terug naar de plaats waar
vrouwen begraven sprake van necrofilie
o Gevat in 1975 verschillende keren ontsnapt
5. Jeffrey Dahmer
o Spreekt zeer tot de verbeelding omwille van de manier
waarop zijn daden gepleegd
o Verantwoordelijk voor de dood van zeker 17 jonge
mannen
o Lokken van slachtoffers door nemen van foto’s
o Ging niet alleen over tot moord en verkrachting experimenteerde met de
mensen injecteerde mensen met zuur (=overlijden)
o Hield trofeeën van zijn slachtoffers frigo ligt vol lichaamsdelen (schedels,
geconserveerde lichaamsdelen)
2
, o Kannibalisme
o Één van de meest gruwelijke moordenaars van de wereld
6. Richard Ramirez (“the night stalker”)
o Voldoet aan beeld van ‘abnormale monster’
o 14-tal moorden op zijn geweten manier waarop spreekt tot
de verbeelding zat geen patroon in
o Ging zeer gewelddadig tewerk niet altijd gewapend,
verkrachting
o Totale willekeur die u ineens kon overvallen
o Ging gepaard met Satanistische beeldvorming tekenen doen tijdens
proces idee van duivelse bezetenheid iemand die buiten de
samenleving staat
o Veroordeeld tot de doodstraf overleden aan kanker
7. ‘het misleidende kwaad’ (Hitler & Stalin)
o Idee van ‘abnormaal individu’
o Enkele mensen die het kwade belichamen en de rest van de
samenleving heeft misleidt
o Idee dat de Duitse samenleving dat het mensen zijn die zijn
misleidt door een selecte groep van misdadigers
o Neem die enkelen weg en dan is de samenleving weer vrij van
het kwade
Idee van een soort menselijke natuur die kwaadaardig is
o Conflict tussen twee tegengestelde krachten: normconform gedrag versus
geweld, macht en verlangens bevredigen (beschaving><wreedheid,
orde><chaos, goed><kwaad)
o Zodra maatschappelijke structuren wegvallen, vervallen mensen in geweld
en primeert de primitieve, gewelddadige natuur van de mens
o Bv. boek: lord of the flies typisch conflict over rol van beschaving
Heeft het over conflict in mensen over regels volgen of natuur
volgen
Als maatschappelijke structuren wegvallen dan gaat de menselijke
natuur in mensen terug naar boven komen belangrijk cultureel
thema
Gaat over kinderen er is dus niets zoiets als een maatschappij die
corrumpeert MAAR wel dat het kwade inherent is aan wie wij zijn als
mens
1.2. LIBER AD MILITES TEMPLI DE LAUDE NOVAE MILITAE (CLAIRVAUX, 1136)
De tempeliers christelijke militaire orde (1119) bescheiden begonnen als
escorte voor de pelgrims op kruistochten gaat uitgroeien tot zeer machtelijke
militaire orde
o Worden buiten de wet gesteld en vervolgd valt uiteen
o Voorwerp van zeer veel samenzweringen
o Gaan we verder nog terugzien in hedendaagse discoursen speelt dit
vaak een rol
o Clairvaux vraagt om een geschrift te maken om het belang van de
tempeliersorde in de verf te zetten legitimering van waarom een
geestelijke orde geweld zou mogen gebruiken
3
, “Er lijkt een nieuwe ridderorde op aarde te zijn verschenen die onvermoeibaar een
tweeledige strijd levert tegen het vlees en bloed en tegen de geestelijke
legermachten van het kwaad in de hemelen”
Onderscheid tussen homicide (zonde van het doden van een mens) versus
malicide (het doden van het kwaad zelf)
o Onderscheid homicide (=zonde in theologisch gedachtegoed) en malicide
(=doden van kwaad zelf, wat God alleen maar kan aanmoedigen) dit zal
legitimering vormen van de tempeliersorde
1.3. VOORONDERSTELLINGEN
Criminaliteit is een bewuste morele keuze (“Criminelen kiezen bewust voor het
kwaad”)
o De dader wil het kwade doen, niet noodzakelijk omdat het voordelen
oplevert (cf. rationele keuzedenken), maar omdat hij slecht, zondig of
immoreel is en het kwade verkiest boven het goede
Je maakt een keuze het kwade te doen reden waarom later
streng gestraft worden (=vrije wil)
Criminaliteit is een onveranderlijke eigenschap van bepaalde mensen (“Criminelen
zijn onverbeterlijk slecht”)
o Deterministisch onveranderlijke eigenschap je kunt niet anders dan
het kwade doen (zit in je menselijke natuur)
Criminaliteit is zichtbaar (fysieke kenmerken als bewijs voor morele verdorvenheid
of kwaadaardigheid)
o Door journalisten stellen vragen vanuit de veronderstelling dat er iets
abnormaal te merken is bij criminelen (‘het kwade zou zich manifesteren in
een aantal fysieke kenmerken die men zou moeten kunnen zien’)
Dualistische visie: een strijd tussen goed en kwaad (en mensen zijn ofwel goed of
slecht)
Streng straffen en eliminatie als oplossing voor criminaliteit
o Als je criminaliteit bekijkt als een manifestatie van het kwade dat deel
uitmaakt van de menselijke natuur enige oplossing is eliminatie van het
kwade
o Streng straffen koppelt men aan het vrije wil model als je kiest m het
kwade te doen dan gaat men streng straffen (kan niet streng genoeg zijn)
1.4. KRITIEKEN
Een normatieve beoordeling van gedrag, maar geen verklaring voor gedrag,
o Wij verklaren niets we leggen er niet mee uit waarom mensen doen wat
ze doen
Ofwel individuele vrije keuze die niet kan worden verklaard, ofwel het gevolg van
een eigenschap (“kwade”) die niet kan worden verklaard
o Of men kiest het kwade te doen en kunnen we niet uitleggen waarom
teken dat je verdorven bent
o Ofwel verwijzen we naar een eigenschap die in u moet zitten
Daderschap vertaalt zich niet in fysieke kenmerken
o Gedraging die uiting geeft aan de emotionaliteit
o Vertaalt zich niet in fysieke kenmerken weerlegt Lombroso
Een dualistische visie die de wereld opdeelt in goed en kwaad doet dat steeds in
functie van een specifieke ideologie of wereldbeeld (belang van cultureel,
historisch-religieus en filosofische context)
4
, o We beoordelen de mensen en delen hen in in bepaalde groepen in
functie van een bepaald wereldbeeld
Het is daar dat ons cultureel gedachtegoed, belang van religieuze
opvattingen erg belangrijk is
2. CRIMINALITEIT ALS ZIEKTE
2.1. VOORONDERSTELLINGEN
Criminaliteit heeft een pathologische basis
o Idee van hoe gezonde, normale mens eruitziet afwijkingen hiervan
zorgen voor de abnormaliteit in die identificeerbare afwijkingen zit de
oorzaak van criminaliteit
Criminaliteit is een duidelijk identificeerbare individuele eigenschap die gedrag
stuurt
o Afwijkende eigenschap is determinerend
Dualistische visie: er zijn gezonde en criminele individuen en beide zijn duidelijk te
onderscheiden van elkaar
o Samenleving die je kan opdelen in normalen en abnormalen ze zijn te
scheiden van elkaar (zichtbaar te merken)
o Causaliteitsmodel (eigenschap criminaliteit)
2.2. KRITIEKEN
Reductionisme; ontbreken van een maatschappelijke context
o Reductionisme gedrag wordt gereduceerd tot abnormale, lichamelijke
kwaliteiten
o Bv. bij de Superbowl risico op hersentrauma door de verschillende
tackles vermoedens dat hersentrauma’s gelinkt worden aan gewelddadig
gedrag °bezorgdheid hersentrauma’s en linken met geweld
o De maatschappelijke context is vaak zeer belangrijk, aanwezigheid van een
wisselwerking maar het wordt vaak achterwege gelaten
Problematische opvatting over causaliteit
o De geïdentificeerde risicofactoren (nooit een één op één relatie: als dat
gebeurt zal dat gebeuren) leiden niet altijd per se tot criminaliteit (wel
vergroot het risico)
Een dualistische visie die de wereld opdeelt in goed en kwaad (vanuit een
gezondheidsmodel) doet dat steeds in functie van een specifieke ideologie of
wereldbeeld
3. RATIONELE INDIVIDU
De enige veronderstelling waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt tussen
mensen die feiten plegen en mensen die geen feiten plegen
o Er is niets uitzonderlijk aan mensen die feiten plegen
Routineactiviteitstheorie = intuïtief aantrekkelijk model dat aangeeft dat er een
gemotiveerde dader (= motivated offender) moet zijn voor het plegen van
criminaliteit, een doelwit (= suitable target) moet zijn en een toezichthouder (=
capable guardian)
o Wanneer een van deze elementen afwezig is, is de kans op criminaliteit
groter
o Nog steeds een aantrekkelijke beleidstheorie vandaag de dag
o Wordt toegepast op allerlei fenomenen zoals pickpockets
5
, o Deze theorie geeft aan dat er pas sprake is van criminaliteit indien deze 3
aanwezig zijn:
Gaat over iedereen, mensen zoals wij
Homo economicus = belangrijk economisch mensbeeld, model
3.1. GARY BECKER (1930-2014)
Econoom en socioloog (University of Chicago)
Nobelprijs Economie (1992)
Toepassing van economische inzichten op het verklaren van menselijk gedrag
o Mensen maken een kosten-baten-analyse
o Ze gaan een keuze maken door een afweging wat gaat dit mij kosten en
wat gaat het mij opleveren
o Er is geen abnormale kwaliteit aanwezig, maar wel redenering die verklaart
waarom iets gebeurt
Crime and punishment: an economic approach". Journal of Political Economy. 76
(2): 169–217
3.2. HET RATIONALE INDIVIDU
Criminaliteit is “normaal” (rationele keuze)
Criminaliteit is niet de uitkomst van biologische verschillen, socialisatieprocessen
of sociaal leergedrag maar moet begrepen worden in functie van
gedragsmogelijkheden en gedragsbeperkingen (kosten en baten)
Criminaliteit ontstaat omdat er een bepaalde gelegenheid is, een gebrek aan
toezicht en een gemotiveerde dader
o VB: jongeren plegen meer criminaliteit dan ouderen omdat ze minder te
verliezen hebben dan mensen op latere leeftijd (status, etc.)
o VB: er wordt minder ingebroken wanneer de beveiliging van woningen
verbetert omdat het daardoor minder aantrekkelijk is om in te breken (zie
ook Kleemans, 2001: 158)
6
,3.3. 10 PRINCIPES VAN RATIONELE KEUZETHEORIE EN ROUTINE
ACTIVITEITENTHEORIE (FELSON & CLARK & KLEEMANS)
Belangrijke auteurs binnen dit raamwerk = Felson en Clarck
Criminaliteit in essentie gaat over:
1. Gelegenheid speelt een rol bij het veroorzaken van alle vormen van
criminaliteit
o Wanneer er een gelegenheid is, stijgt de kans op criminaliteit
2. Gelegenheden tot criminaliteit zijn zeer specifiek
o Wat een gelegenheid is, is zeer criminaliteit specifiek gebonden
3. Gelegenheden tot criminaliteit kennen concentraties in tijd en ruimte
o De gelegenheden niet gelijk verspreid in tijd en ruimte
o Zogenaamde hotspots, er gaan altijd locaties/plaatsen zijn waar er hogere
concentratie van criminaliteit is dan op andere plaatsen
o Er zijn buurten die veel meer last hebben van criminaliteit dan anderen
plaatsen
o Seizoenscriminaliteit
o VB: aan de kust is er veel meer criminaliteit dan de zomermaanden dan
wintermaanden
o Sommige locaties worden belangrijker dan anderen afhankelijk van de tijd
waarin we ons bevinden
o VB: meer criminaliteit in uitgaansbuurt op zaterdagen dan in dezelfde buurt
op maandagen
4. Gelegenheden tot criminaliteit worden bepaalde door alledaagse activiteiten
o Deze theorie is gericht op stationsbuurten, massatoerisme, …
o Doorheen routineactiviteiten wordt je slachtoffer
o VB: door je computer te gebruiken kan je slachtoffer worden van
criminaliteit, cyberaanval
o Vaak zaken die ons overkomen, worden gepleegd in kader van
routineactiviteiten
5. Een criminele gebeurtenis veroorzaakt weer de gelegenheid tot een andere
criminele gebeurtenis
o Bepaalde criminaliteitsproblemen zijn aan elkaar verbonden, gekoppeld
o VB: diefstal gaat vaak gepaard met heling, vervalsen van papieren
o Heling = het strafbare feit waarbij gestolen goederen worden gekocht,
verkocht, bezeten of verborgen.
6. Bepaalde producten bieden betere mogelijkheden voor criminaliteit dan
andere
o Zwaar beveiligde producten zijn moeilijker toegankelijk dus volgens deze
theorie minder aantrekkelijk
7. Sociale en technologische veranderingen veroorzaken nieuwe mogelijkheden
voor criminaliteit
o Naarmate onze samenleving evolueert, ontstaan er nieuwe technologische
mogelijkheden, waaruit nieuwe gelegenheden zullen ontstaan, nieuwe
mogelijkheden om criminaliteit te plegen
o Samenleving = opportuniteitsstructuur
o Verandering in de samenleving bieden nieuwe opportuniteiten voor
criminaliteit
o VB: ontstaan internet bood mogelijkheden tot criminaliteit
8. Criminaliteit kan worden bestreden door gelegenheidsbeperkende maatregelen
o We moeten er voor zorgen dat die opportuniteiten er niet zijn
7
, o Hoe? Door te werken met capable guardians, inzetten politiecapaciteit of
met goede systemen om informatica te gaan beveiligen
o Reduceren van gelegenheden zodat een gemotiveerde dader geen
opportuniteiten ziet en criminaliteit ziet dalen
9. Gelegenheidsbeperkende maatregelen leiden niet noodzakelijk tot een
verplaatsing van het probleem
o Wanneer gelegenheden gaan beperkt wordt, vertaald dit zich niet altijd in
het verplaatsen van criminaliteit
10. Gerichte maatregelen kunnen zelfs een nog grotere criminaliteitsreductie
veroorzaken
o Hoe gerichter je dit doet, hoe effectiever
o VB: toegang tot wagen beperken bij kerstmarkt om terreurdaden te
vermijden OF gesloten deur cockpit en zonder toegang van passagiers
naar aanleiding van 9/11
3.4. VOORONDERSTELLINGEN
De rationele dader is ofwel iemand die handelt volgens de klassieke rationele
keuzetheorie of de routineactiviteitstheorie
Rationele keuzetheorie: criminaliteit is het gevolg van een bewuste afweging van
kosten (vb. straf) en baten (homo economicus); het individu maakt steeds keuzes
vanuit een nutsmaximalisatie, beschikt daarbij over alle informatie
o Nutsmaximalisatie en minimaliseren van kosten die in jouw nadeel zijn
o Economisch model gaat er vanuit dat de actor alleswetend is en beschikt
over optimale informatie en gaan deze informatie afwegen
Routineactiviteitstheorie: criminaliteit is het gevolg van een gemotiveerde dader,
een geschikt doelwit en een gebrek aan adequaat toezicht/bescherming; de focus
ligt op gelegenheid en de afwezigheid van controle
o 3 velden: gemotiveerde dader, doelwit & capable guardian
3.5. KRITIEKEN OP RATIONALE KEUZETHEORIE
Reductionisme: onze verlangens, keuzes en voorkeuren zijn niet in de eerste
plaats het resultaat van individuele denkprocessen
o De mens is een interactief wezen, we staan niet los van elkaar, onze
beslissingen, keuzes en denkbeelden zijn interactioneel, gebaseerd op
interactie met anderen
Model van de homo economicus is vandaag wetenschappelijk niet langer
houdbaar: keuzes zijn vaak impulsief, niet in het voordeel van de dader, intrinsiek
verbonden aan emoties, en mensen beschikken niet over volledige en juiste
informatie bij het nemen van beslissingen.
o Het maken van keuzes beantwoord niet aan het mensbeeld van homo
economicus,
o De beslissingen zijn vaak op buikgevoel, op een match, een klik, op basis
van emoties
o VB: bij partnerkeuzes of woonkeuzes
Geen wetenschappelijke theorie want niet falsifieerbaar: elke uitkomst wordt
achteraf verklaard als “rationeel” (“voor hem was gedrag x wel voordelig”). Ook
hier geldt dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen mensen die feiten
plegen en mensen die dat niet doen.
o De theorie kan niet weerlegd worden, men gaat gedrag altijd achteraf
verklaren maar geen weerlegging is mogelijk
8
, o Je kan het ongelijk van de theorie niet bewijzen, de theorie lijkt alles te
verklaren maar doet dit in feite niet, helpt ons niet in het verklaren van
gedrag maar is ook moeilijk te weerleggen
3.6. KRITIEKEN OP ROUTINEACTIVITEITSTHEORIE
Reductionisme: focus op gelegenheid, maar geen of weinig inzicht in de verklaring
van menselijk gedrag (waarom pleegt iemand feiten?); Als alle mensen handelen
“to gain quick pleasure and avoid imminent pain” (Felson, 1998:23), wat
onderscheidt dan daders van mensen die geen feiten plegen?
o Waarom pleegt dan niet iedereen feiten wanneer er zich een mogelijkheid
voordoet?
Circulaire redenering: er is een misdrijf gepleegd omdat er een gemotiveerde
dader is, en we weten dat er een gemotiveerde dader is omdat er een misdrijf is
gepleegd.
o eigenlijk wordt criminaliteit niet verklaard hoe weten wij dat er een
gemotiveerde dader is? Omdat er criminaliteit heeft plaatsgevonden
theorie is dus niet weerlegbaar
o Wanneer spreken we van een gemotiveerde dader? Het blijkt pas na het
feit dat hij gemotiveerd was
Model houdt geen rekening met emotie
Intuïtieve, post-hoc duiding van criminaliteit: voorspelt niet wanneer en waarom
criminaliteit zal plaatsvinden, maar stelt dat criminaliteit plaatsvindt wanneer een
dader zich richt op een onbeschermd en geschikt doelwit.
o De samenleving organiseren zodat je opportuniteit- en criminaliteit
reducerend gaat werken
o Alles oprichten vanuit worst case scenario
Criminaliteit kan niet begrepen worden als een louter individuele handeling, gepleegd
door mensen die ofwel abnormaal zijn of die rationale keuzes maken; dit soort
verklaringen reduceert de samenleving tot een opportuniteitsstructuur of tot een geheel
dat beschermd moet worden tegen een outsider (en verder geen verband houdt met die
outsider)
LES 2: NORMEN EN WAARDEN
1. HOE IS SOCIALE ORDE MOGELIJK?
Hoe is het mogelijk dat we op een voorspelbare manier reageren ookal kennen we
elkaar niet?
Hoeveel van het leven is voorspelbaar, routine, absolute evidenties waar je niet
meer over nadenkt?
o Moest je deze dingen niet doen, zou je als afwijkend, deviant gezien
worden
o 99% van uw activiteiten zijn evident, hoe komt het dat er zo een patroon
zit in de samenleving?
o Iedereen weet in welke situatie wat te doen, hoe is dit aangeleerd?
o De manier waarop we spreken met elkaar, handelen met elkaar is heel
voorspelbaar
1.1. NORMEN EN WAARDEN
Aan de basis van deze sociale orde liggen de normen en waarden
9
, Waarden zijn opvattingen over wat wenselijk is of wij wenselijk vinden (vb.
vrijheid, Verlichting, solidariteit, …).
o Zaken die wij willen doen, nastreven (bv. wij willen een veilige
samenleving)
o Kunnen individueel zijn
o Er zijn ook waarden op politiek niveau want regeerakkoorden staan vol met
waarden, dingen die we als samenleving belangrijk vinden
o Waarden kunnen voor heel andere dingen staan, heel anders ingevuld
worden
o VB: vrijheid
Normen zijn gedragsregels, richtlijnen die passend gedrag in bepaalde sociale
situaties suggereren.
o Gedragsregels die iets leren over hoe we ons moeten gedragen, deze
normen reguleren ons handelen tot in het kleinste detail
o Normen kunnen prescriptief zijn; ze vertellen wat we moeten doen
o Normen kunnen verbiedend zijn; ze vertellen ons wat we niet zouden
mogen doen
Conformiteit = het zich houden aan normen
o Normconform = houden aan de norm
o Deviantie = schending van de normen
Normen zijn verbonden aan vormen van sociale controle
o Het leven = continuüm van afwijkend gedrag
o Klein storend gedrag of gedrag dat achter slot en grendel moet
Waarde: streven naar een veilige samenleving
o Er is een relatie tussen die normen en waarden
o Waarden lijden tot normatieve invullingen, prescripties
o VB: Gordel dragen in de auto, niemand fysiek bedreigen, niet zat rijden
Er zijn vier belangrijke soorten normen: gebruiken, zeden, wetten en taboes.
1. Gebruiken: alledaagse gedragsregels, sociale omgangsvormen
o Ik dien me zo te gedragen in die context
2. Zeden: normen die mensen als essentieel beschouwen voor het welzijn van de
samenleving. Ze hebben een doorgaans sterk morele connotatie (niet liegen,
bedriegen, stelen, anderen schaden, overspel plegen en moord) en kunnen
zowel informeel zijn als vastgelegd zijn in wetten.
o Niet liegen, bedriegen, anderen niet schaden, overspel plegen
o Overspel is niet strafbaar maar toch voelen we dat dit niet valt onder wat
een relatie is
o Er ontstaan meet andere opvattingen zoals open relaties, poly amorie, …
3. Wetten: formele normen die door een overheidsinstantie worden vastgelegd
en gehandhaafd.
o We spreken af met de samenleving dat we dit niet doen, alles in het
strafwetboek staat, bestraft kan worden
o VB: moord, slagen en verwondingen, ..
4. Taboes: handelingen die zo weerzinwekkend zijn dat het plegen ervan bijna
ondenkbaar wordt geacht.
o Zaken die zo gevoelig liggen en daardoor moeilijk bespreekbaar zijn, zaken
die vaak universeel zijn of universeel weerzien opwekken, leiden algemeen
bij iedereen tot afkeuring
10