Inleiding: de verbintenis
H1. Kennismaking & Inleiding
A. Situering van het vak in de opleiding Verbintenissenrecht
gemeen recht, in hoofdzaak voor het brede privaatrecht
je kan altijd terugvallen op gemeen recht wanneer er geen bijzonder wetten zijn
toepassing op alle contracten tenzij er bijzonder recht is.
B. Wettelijk kader van het verbintenissenrecht
Vroeger: oud BW (1804, code Napoleon)
Nu: BW, vervolledigd en overzichtelijk (transparantie over schadevorderingen)
Cassatie deed veel veranderingen het geldend recht was nergens gecodificeerd en
was enkel beschikbaar in de arresten
Koen Geens wou grote veranderingen, in Frankrijk en Nederland grote hervormingen
o Boek 1 (Algemene bepalingen) en 5 (Verbintenissen) in werking treding op 1
januari 2023
o Boek 6 op 1/1/2025, onmiddellijk
o Boek 1: belangrijke bepalingen ook voor andere takken recht,
artikelen die belangrijk zijn: Art. 1.1 (Bronnen), art. 1.2 (Tijd), art.
1.3 (Rechtshandeling), art. 1.8 (Vertegenwoordiging) en art.
1.10 (Rechtsmisbruik)
Overgangsrecht (Art. 1.2 BW)
Boek 5 niet van toepassing op “oude contracten”, deze zijn gesloten voor 1/1/2023,
(enkel op nieuwe) tenzij afspraken door nieuwe contracten;
Het geldt niet voor rechtsgevolgen of rechtshandelingen die na 1/1/2023 worden
gesteld (zoals een betaling of opzegging) toch onder het oude recht valles als ze
betrekking hebben op een contract van voor 2023
Cohabitation = twee systemen blijven samen van stand, deze periode ontstaat door
het overgansrecht.
Het nieuwe recht is grotendeels een codificatie van de arresten dus gold al
Hof van Cassatie baseren zich al sinds 2017 op het nieuw recht
Doelstellingen Boek 5 modernisering en herkenbaarheid
Hervormind van boek 5 is gestuurd door de 3 onderlinge, samenhangende krachtlijnen
3 krachtlijnen
1. Rechtszekerheid en herkenbaarheid geven
o Verworvenheden verankeren in de wet- geldend recht aanvullen en
verduidelijken;
o Nieuwe sancties vb. voor een niet uitvoering (enac)
o Discussies beslechten
1
, 2. Toegankelijkheid versterken: vereenvoudigen in de inhoud
o Moderne taal, vb. “goede huisvader” wordt “voorzichtig en
redelijk persoon”
o Heldere structuur per artikel
3. Nieuw evenwicht: Oog voor maatwerking, sancties op maat en proportionaliteit in
handelen van schuldeiser
O Wilsautonomie versterken: zelf beslissen wat ze zelf in het contract zetten
(vooral schuldeiser, meestal beide partijen)
Vb. Boek 5 is volledig aanvullend recht
O DUS ook bescherming zwakkere partij
Vb. prijsvermindering na mankement
4. Inovaties: Introductie van deImprevisieleer(de rechter kan wijzigen wat in het contract
staat als er onverwachte omstandigheden zijn) en de anticipatieve ENAC.
C. Opzet en gerichte aanpak
Tweevoudige opzet
1. Vakjargon = begrippen en concepten
2. Denkpatronen = stappenplannen à complexe gevallen (vooral buitencontractueel)
H2: De (vermogensrechtelijke) verbintenis
1. Definitie en analyse
Art 5.1 BW: Verbintenis is een rechtsband waarbij een schuldeiser (SE) van een schuldenaar
(SA), indien nodig in rechte, de uitvoering van. Een prestatie mag eisen.
- Art 5.2 BW: Natuurlijke verbintenis is niet afdwingbaar, maar bij vrijwillige nakoming is geen
terugvordering (restitutie) mogelijk. De erkenning ervan doet een afdwingbare verbintenis
ontstaan.
door de wet erkend art 5.3 BW
obligatoire kracht = verbintenis scheppende kracht (moet presteren)
menselijk handelen of eigen bepalingen uit de wet (vb. onrechtmatige daad)
à SE kan een prestatie eisen van de SA (in geld waarneembaar)
juridisch (in recht) afdwingen bij niet nakoming (er zijn rechten die de SE zelf kan
afdwingen zonder naar de rechter te gaan)
2. Kenmerken
Kenmerk 1: rechtsband tussen personen
Verschillen tussen vorderings- en zakelijke rechten
Persoonlijk/vordering Zakelijk
intern De ene persoon kan beroepen op een titularis van het recht → zeggenschap
prestatie van een andere persoon over het goed
nummerus clausus art. 3.3 BW (relatie
persoon-goed)
2
, Persoonlijke rechten hebben ook betrekking op zakelijke
Zakelijk recht kan een rechtsband creëren
extern Aanspraken zijn relatief = inter partes, derde werking = erga omnes →
schuldeiser kan enkel zijn iedereen moet dit respecteren, ten
schuldenaar aanspreken aanzien van derde
Relativiteit van de verbintenis maar
het feit dat er een contract is gesloten
moet door andere verzekerd worden
→ haar b estaan als rechtsfeit iq
tegenwerpelijk aan derde want geen
publicatie vereist
Vb. A = brouwerij – B = café – C = andere brouwerij
Kan C ondanks het exclusiviteitscontract een verbintenis aangaan
Stel dat B toch een contract met C afsluit
B contractuele fout
A gaat zich keren tegen B maar ook tegen C
C moest rekening houden met het contract = derde medeplichtigheid
Kenmerke 2: Bronnen (Art 5.3 BW)
Contracten zijn de belangrijkste bronnen
Verbintenissen ontstaan door:
1. Rechtshandelingen = menselijk gedrag waaruit de bedoeling blijft rechtsgevolgen te
uitlokken
twee of meerzijdige = meerdere personen hebben rechtsgevolgen
Contract, verdrag, …
Eenzijdige = enkel door u wilsuiting alleen zonder de aanvaarding van de andere
→ niet alle eenzijdige rechtshandeling willen een verbintenis uitlokken vb.
afstand van recht, opzegging, ..
Vb. premies en een aanbod zijn bindend Wat was de bedoeling van partijen?
2. Wet = een rechtsfeit (menselijke gedragingen) waaraan de wet rechtsgevolgen vastknoopt
die niet gewild zijn door de betrokkenen
Hoofdbron = onrechtmatige daad, foutief handelen → verbintenis voor de
vergoeding, schadeherstel
Verbintenis tussen dader (SA) en benadeelde (SE)
Oneigenlijke contracten: quasi contracten = situaties waarbij de wet zegt dat het
nodig is om de gevolgen toch af te dwingen (onverschuldigde betaling, zaakwaarneming
en onrechtmatige verrijking) Er worden altijd nieuwe bronnen ven verbintenis erkent.
Vertrouwensleer: kan er een verbintenis ontstaan uit een legitiem vertrouwen bij iemand
anders wanneer je dit nadien miskent? = aanvaardt in drie partijrelaties (zie later
schijnmandaat)
Onder strikte voorwaarden accepteren
3
, Hof van Cassatie is het (niet bron van verbintenissen) rechtsmisbruik gaan
erkennen
1. Wekken van vertrouwen in Boek 5 is niet opgenomen maar wel enkel
toepassingen (schijnvertegenwoordiger, schijnschuleiser betalen, …) → te
vroeg voor bron te erkennen lijst is “open systeem”
2. Grote overwinning = Hof van Cassatie zegt dat machtsmisbruik fout is bij het
wekken van vertrouwen (zie H2)
In afwachting pleegt hij rechtsmisbruik (Art. 1.10 BW) door het te beschadigen
Kenmerk 3: voorwerp van verbintenis
A: klassieke opdeling werd aanvaard
Art 5.46 BW: prestatie = garanderen, doen of niet-doen en iets geven
iets doen = facere (bv. aanneming, diensten, patiënt behandelen)
iets niet te doen = non-facere (bv. niet concurreren, niet openbaren)
iets geven = dare (eigendomsR. vestigen van specifieke zaak) (bv. koop)
→ Risico-overgang bij 'geven' (dare):
o Species (specifieke zaak): Eigendom en risico gaan over bij
consensus
o Genus (soortzaak): Eigendom en risico gaan over bij
afzondering/specificatie (meestal levering)
iets garanderen (bv. verzekeraar of bank) verschil tussen specifieke en
generieke (soort vb. kg) zaken eigendomsoverdracht
risico over op hetzelfde moment van eigendom art 5.80 BW
vb. wanneer je een antiek vaas koopt door consensus maar je betaalt nog niet. Ondertussen
gaat de vaas kapot, het eigendomsrecht en risico is al overgegaan. Je moet nog steeds
betalen.
Bij contracten wijkt men hier vanaf, dan gaat het risico pas bij de
aflevering over
B: moderne opvatting resultaatsverbintenis (Art. 5.72 BW) = SA moet
bepaald resultaat bereiken
o fout wordt vermoed: bewijslast bij de SA en niet SE
→ Vb. advocaat tekent geen hoger beroep aan, fout ligt bij advocaat
bewijslast ligt op SA: enkel bewijs van overmacht bevrijdt hem van
aansprakelijkheid
Inspanningsverbintenis = SA moet nodige inspanningen leveren, zo niet
→ fout van SA: SE moet schuld wel bewijzen → bewijslast op SE: om
onvoldoende inspanningen die zijn geleverd door SA te bewijzen
4