EXAMENFOCUS
Analytische Kostencalculatie
Universiteit Gent
Instelling Universiteit Gent
Opleiding Bachelor
Vak Analytische Kostencalculatie (ANKO)
Professor Joke Huysman
Examenformaat 2 vragen (open boek: NEE)
Vraag 1 Full costing: KVS + extra-comptabele + intra-comptabele calculatie (~13-14 pt)
Vraag 2 Standaardkostencalculatie OF ABC-methode (~6-7 pt)
Totaal 20 punten
Examenjaren gedekt 2021 t/m 2025 (Discord + opgaves)
Aantal paginas 50+
KLEURENLEGENDE
BLAUW - Theorie / kernbegrippen
ROOD - Examenvraag
GROEN - Antwoord + redenering
ORANJE - Studietip / aanpak
GEEL - Profcitaat / wat prof benadrukt
GRIJS - Discord-discussie / analyse
Pagina | Examenfocus ANKO
, EXAMENFOCUS - Analytische Kostencalculatie (ANKO) - UGent
THEMA-FREQUENTIETABEL & EXAMENSTRUCTUUR
Hoe vaak per thema op examen (2021-2025 = 8 zittijden)
Thema Score Prio Examentip
Full costing: KVS + extra-comptabele 8/8 ROOD Altijd vraag 1. Dit IS het examen. Ken dit perfect.
Bijna altijd deel van vraag 1. Bouw correct op extra-
Intra-comptabele calculatie (journaalposten) 7/8 ROOD
comptabel.
Afschrijvingen (degressief, lineair, fiscaal) 8/8 ROOD Zit in elke oef. Alle methodes kennen, niet alleen lineair.
Grondstofwaardering (LIFO/FIFO/gem.) 8/8 ROOD Staat altijd in de oef. LIFO vs BV+AK-EV: lees de opgave.
Standaardkostencalculatie Vraag 2 in ca. 60% van de zittijden. Directe + indirecte
5/8 ORANJE
(verschillenanalyse) kosten.
ABC-methode 4/8 ORANJE Vraag 2 in 2e zit typisch als 1e zit standaard had.
Break-even / CVP-analyse 2/8 GEEL Minder frequent, maar theorie begrijpen voor inzicht.
Bijproducten / 2e keuze / afval 6/8 ORANJE Bijna altijd als complicatie in vraag 1. Niet vergeten!
GIB (goederen in bewerking) 5/8 ORANJE Frequente complicatie. Aparte boeking BV GIB.
Examenstructuur
Het examen bevat 2 vragen. Geen cesuur. Geen open boek.
Vraag Punten Inhoud
Full costing oefening: kostenverdeelstaat + extra-comptabele + intra-comptabele calculatie.
~13-14
Vraag 1 Een volledige productiecase (voeding, schoenen, etc.) met meerdere kostendragers,
punten
afschrijvingen, grondstofwaardering en bijproducten.
Standaardkostencalculatie OF ABC-methode. 1e zit: vaak standaard. 2e zit: vaak ABC als 1e zit
Vraag 2 ~6-7 punten
standaard had. Strategie: begin met vraag 2 als je die beter kent.
Profhints - Joke Huysman
"Lees de opgave van voor naar achter en omgekeerd!" - Feedback juni 2022
"Enkel de pagina's in paarse kleur dienen gekend te zijn. Er wordt geen theorie ondervraagd, de theorie is
echter wel belangrijk om de oefeningen succesvol te kunnen oplossen." - Discord mrt 2025
"Afschrijving + rente: geef altijd de nettowaarde (zonder rente)." - Discord aug 2022
"Een paar schoenen omvat 2 schoenen!" - Feedback juni 2022 (tricky: standaarddata per schoen, vraag per
paar)
"Steeds kostprijs geven per eenheid" - Feedback juni 2022
"Vreemde methodes gebruikt nooit gezien in les, boek of oefeningen" - 0 punten voor niet-geziene methodes
"Getallen moeten zijn geboekt op juiste kostendrager/kostenplaats: verkoopkostenplaats op 0?" - Check dit
altijd
"Negeer de afrondingsregels niet als ze opgegeven zijn" - Feedback juni 2022
Strategie: begin met vraag 2 (STK of ABC), zorg dat je die 6-7 pt haalt, dan rustig aan vraag 1.
Slaagkans met enkel KVS goed + standaard volledig: je bent al aan 11-12 punten. Dan is slagen realistisch.
Intra-comptabele = de minst punten per minuut. Werk eerst extra-comptabele volledig af.
Bij twijfel over grondstofwaardering: lees of er expliciet een methode staat. Staat er niets: BV + AK - EV
gebruiken.
Fiscaal keuzestelsel = degressief-lineair: zodra degressief < lineair, switch je naar lineair.
Pagina | Examenfocus ANKO
, EXAMENFOCUS - Analytische Kostencalculatie (ANKO) - UGent
HOOFDSTUK 1: KOSTENINDELING & FULL COSTING BASIS
Theorie: Kostenindeling
Vaste vs. variabele kosten
Vaste kost: vast in totaal, variabel gemiddeld per eenheid (daalt naarmate meer eenheden geproduceerd
worden).
Variabele kost: variabel in totaal, vast per eenheid.
Voorbeeld: afschrijving fabriek = vaste kost. Grondstofverbruik = variabele kost.
Dit onderscheid bepaalt het gedrag bij volume-wijzigingen (break-even, hefboom).
Directe vs. indirecte kosten
Directe kost: rechtstreeks toewijsbaar aan kostendrager (product). Bv. grondstoffen, directe lonen.
Indirecte kost: niet rechtstreeks toewijsbaar. Wordt verdeeld via kostenplaatsen. Bv. afschrijvingen,
hulpstoffen.
Verdeelsleutel: de maatstaf om indirecte kosten te verdelen (oppervlakte, uren, eenheden, ...).
Full costing vs. direct costing
Full costing: ALLE productiekosten (vast + variabel) worden toegerekend aan het product.
Direct costing: enkel variabele kosten aan het product; vaste kosten = periodekosten.
UGent gebruikt full costing. Beheerskosten (verkoop, administratie) horen NIET bij productiekost!
Structuur full costing resultaatbepaling
Omzet
- Productiekostprijs van de verkochte goederen (= productiekost per eenheid x verkochte eenheden)
= Brutomarge
- Verkoopkosten
- Beheerskosten (verkoopdeel)
= Analytisch resultaat (winst of verlies)
Let op: beheerskosten = kosten van leiding en administratie, verdeeld over productie/verkoop.
Verkoopkostenplaats aparte rekening. Verkoopkosten toerekenen op VERKOCHTE eenheden.
Examenvragen: Kostenindeling & Basisberekeningen
VRAAG 1.1 - Kostenbegrip (oefening KN-5)
Een onderneming heeft de volgende gegevens:
Geproduceerde eenheden: 1.600 | Beginvoorraad grondstoffen: 5.000
Pagina | Examenfocus ANKO
, EXAMENFOCUS - Analytische Kostencalculatie (ANKO) - UGent
Aankoop grondstoffen: 130.000 | Directe lonen: 100.000
WG-bijdrage op directe lonen: 60.000 | Wedden bedienden: 50.000
Afschrijving fabriek + machines: 300.000 | Afschrijving kantoormeubilair: 10.000
Verkochte eenheden: 1.500 | Omzet: 750.000 | Reclamekosten: 8.000
Eindvoorraad grondstoffen: 3.000 | Eindvoorraad product: 100 eenheden
Beheerskosten: 80% productie / 20% verkoop
Gevraagd: Bereken (1) de totale productiekost, (2) productiekost per eenheid,
(3) verkoopkostprijs per eenheid, (4) het analytisch resultaat.
ANTWOORD
STAP 1: Verbruikte grondstoffen = BV + AK - EV = 5.000 + 130.000 - 3.000 = 132.000
STAP 2: Directe loonkost (incl. sociale lasten) = 100.000 + 60.000 = 160.000
STAP 3: Beheerskosten productie = (50.000 + 10.000) x 80% = 48.000
(wedden bedienden + afschrijving kantoor worden verdeeld 80/20)
STAP 4: Totale productiekost = 132.000 + 160.000 + 300.000 + 48.000 = 640.000
STAP 5: Productiekost per eenheid = 640..600 = 400 euro/eenheid
STAP 6: Verkoopkosten totaal = Beheerskosten verkoop + reclame = 12.000 + 8.000 = 20.000
Beheerskosten verkoop = 60.000 x 20% = 12.000
STAP 7: Verkoopkosten per eenheid = 20..500 = 13,33 euro/eenheid
STAP 8: Verkoopkostprijs per eenheid = 400 + 13,33 = 413,33 euro/eenheid
STAP 9: Analytisch resultaat = Omzet - (Verkoopkostprijs x verkochte ee.)
= 750.000 - (413,33 x 1.500) = 750.000 - 620.000 = 130.000 euro WINST
Bron: Stuvia oefening KN-5, p.426
VRAAG 1.2 - Operationele hefboom
Twee ondernemingen hebben dezelfde omzet (10.000.000) en winst (2.000.000):
Situatie 1: vaste kosten 6.000.000 / variabele kosten 2.000.000
Situatie 2: vaste kosten 2.000.000 / variabele kosten 6.000.000
a) Omzet stijgt met 20%. Wat gebeurt er met de winst in beide situaties? Verklaar.
b) Situatie 2: winststijging enkel mogelijk met extra vaste kost van 1.000.000. Wat dan?
Pagina | Examenfocus ANKO