WAT IS DIVERSITEIT?
Diversiteit gaat over (omgaan met) verschillen tussen mensen.
Thema’s die hierbij horen:
o Vormen van diversiteit
o Identiteitsconflicten
o Meerderheids- en minderheidsposities
o Diversiteitsbeleid
o Machts- en uitsluitingsmechanismen (discriminatie, racisme, …)
Relevantie: als praktijkgerichte orthopedagoog moet je leren omgaan met deze
verschillen en de effecten ervan op mensen.
SOCIALE IDENTITEIT
Ieder individu = een sociale identiteit → hoe iemand in relatie tot de sociale
omgeving wordt gedefinieerd.
o Voorbeelden:
Je bent ‘jong’ omdat er ook ‘oudere’ mensen zijn.
Je bent een ‘zus’ omdat je een broer/zus hebt.
Je bent een ‘man’ omdat er ook ‘vrouwen’ zijn.
Belangrijk: er is een verschil tussen hoe je jezelf ziet en hoe anderen jou zien.
INTERSECTIONEEL DENKEN (KRUISPUNTDENKEN /
CALEIDOSCOPISCH DENKEN)
Actuele manier van kijken naar diversiteit en sociale identiteit.
Identiteit bestaat uit meerdere deelidentiteiten die samen een geheel vormen.
o Je bent tegelijk student, dochter, vriendin, enz.
Identiteit wordt beïnvloed door maatschappelijke ordeningsprincipes:
o Hoe de samenleving georganiseerd is (wie staat waar en waarom).
PRIMAIRE EN SECUNDAIRE DEELIDENTITEITEN
Primaire deelidentiteiten: aangeboren, onveranderlijk.
o Voorbeelden: biologisch geslacht, etniciteit, religie.
Secundaire deelidentiteiten: verworven, veranderlijk.
o Voorbeelden: opleiding, beroep, rol als professional.
1
, VERANDERLIJKHEID VAN SOCIALE IDENTITEIT
Sociale identiteit verandert voortdurend.
Afhankelijk van context kan een bepaald aspect (bijvoorbeeld je rol als student, je
geloof of je afkomst) meer op de voorgrond komen.
DIVERSITEIT EN SOCIALE IDENTITEIT (VERVOLG)
KRUISPUNTDENKEN / INTERSECTIONEEL DENKEN
Begrippen kruispuntdenken en intersectionaliteit mogen door elkaar gebruikt
worden.
Sterke link met macht:
o Wie krijgt minder aandacht?
o Wie ervaart ongelijkheid sterker?
o Welke groepen vallen sneller buiten de norm?
WAT IS INTERSECTIONALITEIT?
Het betekent dat je kijkt naar hoe verschillende vormen van ongelijkheid of
discriminatie tegelijk invloed hebben op iemands leven.
Voorbeelden:
o Een vrouw ervaart ongelijkheid op basis van gender.
o Heeft ze ook een migratieachtergrond, dan speelt etniciteit mee.
o Is ze daarnaast arm, dan speelt klasse ook een rol.
o Seksualiteit kan ongelijkheid veroorzaken als hetero de norm is en jij
daarbuiten valt.
Het is dus niet alleen één factor, maar een samenspel van meerdere factoren die
samen je positie in de samenleving bepalen.
MEERVOUDIGE IDENTITEIT
Ieder individu heeft een meervoudige identiteit, opgebouwd uit verschillende sociale
deelidentiteiten.
Elke sociale deelidentiteit hoort bij een collectief.
Elk collectief wordt gekenmerkt door een eigen cultuur.
Een persoon is dus altijd multicollectief / multicultureel: je behoort tegelijk tot
meerdere groepen.
CULTUUR EN SOCIALE DEELIDENTITEITEN
DEFINITIE VAN CULTUUR
Volgens Hoffman (2018, p. 6):
2
, “CULTUUR IS DE GEMEENSCHAPPELIJKE WERELD VAN BETEKENISSEN
EN GEWOONTEN DIE EEN BEPAALDE SOCIALE GROEP KENMERKT.”
Cultuur geeft betekenis aan het samenleven en bepaalt gewoonten binnen een
sociale groep.
SOCIALE DEELIDENTITEITEN
Sociale deelidentiteiten = de groepen in de samenleving waar je deel van uitmaakt.
Via deze groepen krijg je cultuur mee.
Voorbeelden: gezin, vriendengroep, religieuze gemeenschap, studiegroep.
COLLECTIEVEN: HOMOGENITEIT & HETEROGENITEIT
Elke sociale groep (collectief) heeft zowel overeenkomsten als verschillen:
Homogeniteit (overeenkomsten):
o Wat de leden delen en waardoor ze zich onderscheiden van andere groepen.
o Voorbeeld: jij en je vriendinnen hebben dezelfde muzieksmaak en kledingstijl.
Heterogeniteit (verschillen):
o Interne verscheidenheid binnen de groep.
o Voorbeeld: jij en je vriendin hebben een andere muzieksmaak, maar behoren
toch tot dezelfde vriendengroep.
o Verschillen kunnen biologisch, psychisch, interpersoonlijk, politiek, socio-
economisch of juridisch zijn.
Belangrijk: elk individu is altijd ook uniek, zelfs binnen een groep.
SOCIALE ORDENINGSPRINCIPES / ASSEN VAN IDENTITEITSVORMING
Sociale deelidentiteiten kunnen ook benoemd worden als:
o Sociale/maatschappelijke ordeningsprincipes
o Dimensies
o Assen van maatschappelijke betekenisgeving
o Of, zoals Helma Lutz ze noemt: assen van identiteitsvorming
Helma Lutz benoemt 14 assen.
Andere auteurs zijn minder strikt en definiëren minder vast omlijnd welke sociale
deelidentiteiten er zijn.
3
, DYNAMISCH KARAKTER VAN SOCIALE IDENTITEIT
MOZAÏEK VAN IDENTITEITEN
Sociale identiteit kan gezien worden als een veelkleurig, veelvormig en
bewegend mozaïek van sociale deelidentiteiten.
Dit benadrukt het dynamische karakter:
o Er vinden voortdurend veranderingen plaats in en tussen deelidentiteiten.
o Afhankelijk van de context kan de ene deelidentiteit meer op
de voorgrond staan dan de andere.
o Dit wordt verder uitgewerkt in de hiërarchie van sociale deelidentiteiten.
RELATIE PERSOON – CULTUUR
BASISBEHOEFTE
Universeel gegeven: iedereen wil geliefd en geapprecieerd worden.
Cultuur bepaalt hoe die behoefte vorm krijgt.
o Voorbeeld: waardering kan in de ene cultuur meer via woorden en
complimenten gebeuren, in een andere via daden of rituelen.
PRAKTIJKGERICHTE ORTHOPEDAGOOG
4