Communicatie
H0 Omgaan met feedback en communicatieve
vaardigheden en attitudes
0.1Omgaan met feedback
1.1.1 Wat is feedback
= Een terugkoppeling, we geven feedback aan anderen om de effecten van hun gedrag of boodschap
te verhelderen, om gedrag te bevestigen of bij te sturen.
Vb. Gedesinteresseerd wegkijken, fronsen van wenkbrauwen…
Ontvangen van feedback Verkleint eigen blinde vlek
Verbaal of non-verbaal
Spontaan of op verzoek
Verward met kritiek/ commentaar geven: Kritiek/ commentaar houdt verband met oordeel geven. Bij
het geven van feedback waak je ervoor hem/ haar te veroordelen.
1.1.1 Goede feedback
Met verschillende aspecten rekeningen houden:
Beschrijven, beschrijf wat je ziet, hoort en voelt
Concreet en specifiek
Over het ‘nu’, niet over het verleden
Subjectief
o Het gaat over de beleving/ interpretatie van gedrag/ boodschap, dus niet in
algemeenheden.
o Een ander hoeft het niet eens te zijn, controle hierover kan verkeerde conclusies
vermijden.
Geef het effect van het gedrag van een ander weer en geef gevoelens aan, welk gedrag roept
dit bij jou op.
Hou rekening met de behoefte van een ander, is het bruikbaar
Selectief, richt je op belangrijke aspecten
Best op een constructieve wijze, dan voorkom je ‘kwaad’ en blijven relaties ten goede. Soms
uitgesteld (uit angst voor conflict/ beschadigen van relatie, onwetendheid over geven van
feedback).
1.1.1 Aandachtspunten voor de gever van feedback
Vraag of het welkom is
1
, Praat tegen de ontvanger, niet over
Formuleer een observatie van feitelijk gedrag in een ik-boodschap
Formuleer gedrag dat jij zelf hebt waargenomen
Geef feedback op (veranderbaar) gedrag, niet op de persoon
Over recent gedrag
Specifiek en concreet, geef een voorbeeld
Vermijd verwijten, interpretaties of oordelen
Geef het effect van het gedrag weer, beschrijf je eigen gevoelens/ gedachtes
Kies een gepast moment, neem je tijd
Geef de ander tijd om te reageren, verdedigingsmechanismen kunnen een mogelijke reactie
zijn.
Vraag om reactie
1.1.1 Aandachtspunten voor de ontvanger van feedback
Wees bereid het te ontvangen
Geef aan als je geen behoefte hebt
Luister naar positieve en negatieve elementen
Feedback= leermiddel
Vraag verheldering, stel vragen
Neem tijd om feedback te verwerken
Feedback zegt ook iets over de gever
Argumenteren of jezelf verdedigen hoeft niet
Realiseer dat het gaat over je gedrag, niet de persoon
Bepaal zelf of je er iets mee doet
Laat de gever weten als je een be- of veroordeling voelt
Bedank de ander voor de feedback
1.1.6 Waarderende feedback
= Dit optimaliseert groeikansen. Waarderende feedback wordt gegeven door oog te hebben voor
talenten, goede eigenschappen, kwaliteiten, doorzettingsvermogen en deze nadrukkelijk te
benoemen. Hierdoor creëer je geloof in de ander.
0.2 Communicatieve vaardigheden (door te oefenen)
Verbale kwaliteiten, duidelijke communicatie
Afstemmen, aandachtig luisteren en goed kijken naar non-verbale uitdrukkingen
(Zelf)reflectie, persoonlijk inzicht, herkennen van eigen waarden en normen en hoe deze van
invloed zijn op begeleidingswerk, bewustwording van eigen overtuigingen, zelfkennis
2
, Gedachten en gevoelens benoemen
Delen van gevoel (ik-boodschap)
Omgaan met emoties en deze erkennen
Affectie tonen
Afspraken maken en nakomen
Van perspectief wisselen
Waarnemen, observeren (=objectief)
Constructieve feedback geven, complimenteren, benoemen van positieve zaken
Gepast advies, niet te snel oplossingen aanbieden
Laten merken dat je het verhaal van de cliënt accepteert
Vakkennis
Gevoelsreflectie, teruggeven wat je bij de cliënt aan gevoelens opmerkt in het gesprek
Geruststellen zonder marginaliseren/ bagatelliseren
Checken van info en interpretaties (subjectief)
Lichaamstaal
Metacommunicatie toepassen, spreken over de communicatie
Omgaan met stiltes
Humor
Actief luisteren en empathisch luisteren (begrijpen wat de ander bedoelt)
Transparantie, geen verborgen agenda hanteren
Open vragen stellen
Doorvragen
Samenvatten en parafraseren
Motiveren
Kennis van cultuur en gewoontes, oog hebben voor meervoudige identiteit
0.3 Attitudes (door te reflecteren)
Houding, grondhouding, instelling, denkwijze, opstelling, houdingsaspect, handelingspatroon
= De neiging om op een min of meer constante wijze te reageren op personen en situaties die aan de
basis ligt van een geïntegreerde gedragswijze. Er zit een streefaspect in en kan het ontwikkelen door
er meer bewust van te worden en door goed te reflecteren over jezelf.
Betrokkenheid
Leergierigheid, interesse, verwondering
Vriendelijkheid
Zorgzaamheid
Acceptatie
Empathie, de wereld door de ogen van de cliënt zien
Gerichtheid op de ander
Contact maken: Dit ben ik en ik ben benieuwd wie jij bent
Werken vanuit presentiebenadering
Wederkerigheid
Respectvolle houding
Benaderen vanuit gelijkwaardigheid
Niet-veroordelende houding: Erkennen van ervaringen zonder goed- of afkeuring
Flexibiliteit
Onderzoekende houding
Betrouwbaarheid
Geduldig zijn
Doorzettingsvermogen
Kritisch zijn, deskundige twijfel
Willen begrijpen
Willen bereiken
Willen delen, openheid
3
, Willen vernieuwen, bereidheid om te veranderen van gedrag
Tolerantie, voor jezelf en de ander
Authentiek zijn, echtheid, gesprekspartner zonder terughoudendheid laten zien wie we zijn
Gevoelsreflectie, opmerkzaamheid op gevoelens die een rol spelen in het gesprek
H1 Relatiegericht werken in de begeleiding
1.1 Kwaliteiten van een begeleider
Natuurlijke neiging om te willen helpen Vanuit innerlijke drijfveren Dient bijgeschaafd
worden (Hill, 2004) meer verfijnd
o Ontwikkelen van houdingsaspecten/ attitude
Bewust van zijn waar je goed in bent/ daar oog voor hebben
Elke begeleider reageert anders (ook thuis bv.)
Attitudes = kernkwaliteiten
o Integreren van aangeleerde vaardigheden met eigen persoonlijkheid (bv.
Gebruikmaken van humor) Eigen begeleidingsstijl
o Volgens Amerikaans onderzoek (Wampold, 2009) over effectiviteit verschillende
soorten psychotherapie/ begeleiding:
Vaardigheden
Goede verbale kwaliteiten
Een juiste afstemming
Gedachten en gevoelens kunnen benoemen en kunnen verhelderen
Persoonlijk inzicht
Affectie aan de cliënt kunnen laten zien
Attitudes/houdingsaspecten
Warmte en acceptatie
Empathie
Gerichtheid op de ander (onprettige ervaringen Gerust stellen van
cliënt)
1.2 Contact maken
Maatschappelijk klimaat: Gericht op de zelfredzaamheid van de cliënt (= begeleiding/
hulpverlening zoveel mogelijk afgestemd op autonomie van de cliënt en maatschappelijke
participatie)
o Netwerkgericht werken
o Oplossingsgericht werken
o Eigen kracht conferentie
o Competentiegericht werken
o Op eigen benen staan
Hoe gaat cliënt om met problemen en vraagstukken?
o Weegschaalmodel (model van Bakker): Hoe hoger vaardigheden en
persoonskenmerken, hoe makkelijker je kan omgaan met de draaglast
ACHT
DRAAGKR
PERSOONS- ONTWIKKELINGS
DRAAGLA
KENMERKEN -
TAKEN
ST
VAARDIGHEDEN
BELASTBAARHEI
Contact maken met cliënt = uitnodiging om samen begeleidingsproces aan te gaan (juiste
condities en voorwaarden) D
o Eerlijkheid + initiatief (zo leg je je kaarten op tafel)
4
H0 Omgaan met feedback en communicatieve
vaardigheden en attitudes
0.1Omgaan met feedback
1.1.1 Wat is feedback
= Een terugkoppeling, we geven feedback aan anderen om de effecten van hun gedrag of boodschap
te verhelderen, om gedrag te bevestigen of bij te sturen.
Vb. Gedesinteresseerd wegkijken, fronsen van wenkbrauwen…
Ontvangen van feedback Verkleint eigen blinde vlek
Verbaal of non-verbaal
Spontaan of op verzoek
Verward met kritiek/ commentaar geven: Kritiek/ commentaar houdt verband met oordeel geven. Bij
het geven van feedback waak je ervoor hem/ haar te veroordelen.
1.1.1 Goede feedback
Met verschillende aspecten rekeningen houden:
Beschrijven, beschrijf wat je ziet, hoort en voelt
Concreet en specifiek
Over het ‘nu’, niet over het verleden
Subjectief
o Het gaat over de beleving/ interpretatie van gedrag/ boodschap, dus niet in
algemeenheden.
o Een ander hoeft het niet eens te zijn, controle hierover kan verkeerde conclusies
vermijden.
Geef het effect van het gedrag van een ander weer en geef gevoelens aan, welk gedrag roept
dit bij jou op.
Hou rekening met de behoefte van een ander, is het bruikbaar
Selectief, richt je op belangrijke aspecten
Best op een constructieve wijze, dan voorkom je ‘kwaad’ en blijven relaties ten goede. Soms
uitgesteld (uit angst voor conflict/ beschadigen van relatie, onwetendheid over geven van
feedback).
1.1.1 Aandachtspunten voor de gever van feedback
Vraag of het welkom is
1
, Praat tegen de ontvanger, niet over
Formuleer een observatie van feitelijk gedrag in een ik-boodschap
Formuleer gedrag dat jij zelf hebt waargenomen
Geef feedback op (veranderbaar) gedrag, niet op de persoon
Over recent gedrag
Specifiek en concreet, geef een voorbeeld
Vermijd verwijten, interpretaties of oordelen
Geef het effect van het gedrag weer, beschrijf je eigen gevoelens/ gedachtes
Kies een gepast moment, neem je tijd
Geef de ander tijd om te reageren, verdedigingsmechanismen kunnen een mogelijke reactie
zijn.
Vraag om reactie
1.1.1 Aandachtspunten voor de ontvanger van feedback
Wees bereid het te ontvangen
Geef aan als je geen behoefte hebt
Luister naar positieve en negatieve elementen
Feedback= leermiddel
Vraag verheldering, stel vragen
Neem tijd om feedback te verwerken
Feedback zegt ook iets over de gever
Argumenteren of jezelf verdedigen hoeft niet
Realiseer dat het gaat over je gedrag, niet de persoon
Bepaal zelf of je er iets mee doet
Laat de gever weten als je een be- of veroordeling voelt
Bedank de ander voor de feedback
1.1.6 Waarderende feedback
= Dit optimaliseert groeikansen. Waarderende feedback wordt gegeven door oog te hebben voor
talenten, goede eigenschappen, kwaliteiten, doorzettingsvermogen en deze nadrukkelijk te
benoemen. Hierdoor creëer je geloof in de ander.
0.2 Communicatieve vaardigheden (door te oefenen)
Verbale kwaliteiten, duidelijke communicatie
Afstemmen, aandachtig luisteren en goed kijken naar non-verbale uitdrukkingen
(Zelf)reflectie, persoonlijk inzicht, herkennen van eigen waarden en normen en hoe deze van
invloed zijn op begeleidingswerk, bewustwording van eigen overtuigingen, zelfkennis
2
, Gedachten en gevoelens benoemen
Delen van gevoel (ik-boodschap)
Omgaan met emoties en deze erkennen
Affectie tonen
Afspraken maken en nakomen
Van perspectief wisselen
Waarnemen, observeren (=objectief)
Constructieve feedback geven, complimenteren, benoemen van positieve zaken
Gepast advies, niet te snel oplossingen aanbieden
Laten merken dat je het verhaal van de cliënt accepteert
Vakkennis
Gevoelsreflectie, teruggeven wat je bij de cliënt aan gevoelens opmerkt in het gesprek
Geruststellen zonder marginaliseren/ bagatelliseren
Checken van info en interpretaties (subjectief)
Lichaamstaal
Metacommunicatie toepassen, spreken over de communicatie
Omgaan met stiltes
Humor
Actief luisteren en empathisch luisteren (begrijpen wat de ander bedoelt)
Transparantie, geen verborgen agenda hanteren
Open vragen stellen
Doorvragen
Samenvatten en parafraseren
Motiveren
Kennis van cultuur en gewoontes, oog hebben voor meervoudige identiteit
0.3 Attitudes (door te reflecteren)
Houding, grondhouding, instelling, denkwijze, opstelling, houdingsaspect, handelingspatroon
= De neiging om op een min of meer constante wijze te reageren op personen en situaties die aan de
basis ligt van een geïntegreerde gedragswijze. Er zit een streefaspect in en kan het ontwikkelen door
er meer bewust van te worden en door goed te reflecteren over jezelf.
Betrokkenheid
Leergierigheid, interesse, verwondering
Vriendelijkheid
Zorgzaamheid
Acceptatie
Empathie, de wereld door de ogen van de cliënt zien
Gerichtheid op de ander
Contact maken: Dit ben ik en ik ben benieuwd wie jij bent
Werken vanuit presentiebenadering
Wederkerigheid
Respectvolle houding
Benaderen vanuit gelijkwaardigheid
Niet-veroordelende houding: Erkennen van ervaringen zonder goed- of afkeuring
Flexibiliteit
Onderzoekende houding
Betrouwbaarheid
Geduldig zijn
Doorzettingsvermogen
Kritisch zijn, deskundige twijfel
Willen begrijpen
Willen bereiken
Willen delen, openheid
3
, Willen vernieuwen, bereidheid om te veranderen van gedrag
Tolerantie, voor jezelf en de ander
Authentiek zijn, echtheid, gesprekspartner zonder terughoudendheid laten zien wie we zijn
Gevoelsreflectie, opmerkzaamheid op gevoelens die een rol spelen in het gesprek
H1 Relatiegericht werken in de begeleiding
1.1 Kwaliteiten van een begeleider
Natuurlijke neiging om te willen helpen Vanuit innerlijke drijfveren Dient bijgeschaafd
worden (Hill, 2004) meer verfijnd
o Ontwikkelen van houdingsaspecten/ attitude
Bewust van zijn waar je goed in bent/ daar oog voor hebben
Elke begeleider reageert anders (ook thuis bv.)
Attitudes = kernkwaliteiten
o Integreren van aangeleerde vaardigheden met eigen persoonlijkheid (bv.
Gebruikmaken van humor) Eigen begeleidingsstijl
o Volgens Amerikaans onderzoek (Wampold, 2009) over effectiviteit verschillende
soorten psychotherapie/ begeleiding:
Vaardigheden
Goede verbale kwaliteiten
Een juiste afstemming
Gedachten en gevoelens kunnen benoemen en kunnen verhelderen
Persoonlijk inzicht
Affectie aan de cliënt kunnen laten zien
Attitudes/houdingsaspecten
Warmte en acceptatie
Empathie
Gerichtheid op de ander (onprettige ervaringen Gerust stellen van
cliënt)
1.2 Contact maken
Maatschappelijk klimaat: Gericht op de zelfredzaamheid van de cliënt (= begeleiding/
hulpverlening zoveel mogelijk afgestemd op autonomie van de cliënt en maatschappelijke
participatie)
o Netwerkgericht werken
o Oplossingsgericht werken
o Eigen kracht conferentie
o Competentiegericht werken
o Op eigen benen staan
Hoe gaat cliënt om met problemen en vraagstukken?
o Weegschaalmodel (model van Bakker): Hoe hoger vaardigheden en
persoonskenmerken, hoe makkelijker je kan omgaan met de draaglast
ACHT
DRAAGKR
PERSOONS- ONTWIKKELINGS
DRAAGLA
KENMERKEN -
TAKEN
ST
VAARDIGHEDEN
BELASTBAARHEI
Contact maken met cliënt = uitnodiging om samen begeleidingsproces aan te gaan (juiste
condities en voorwaarden) D
o Eerlijkheid + initiatief (zo leg je je kaarten op tafel)
4