Humane genome project:
1) praktisch nut: snellere opsporing van bepaalde ziektes + betere behandelingsmethode
2) nieuwe biologische inzichten
Deeltjesversneller:
Enkel inzichtelijke kennis: zoektocht naar de ‘grand theory of everything’
Realisme:
i.) Er zijn objecten, eigenschappen en relaties in de wereld die onafhankelijk zijn van ons denken
ii.) Het doel van wetenschap is de wereld zo accuraat en volledig mogelijk te beschrijven.
→ oa. Popper en Lakatos
→ wetenschap mag nuttig zijn, maar ook niet-nuttige kennis moet nagestreefd worden
→ waarheid is de cruciale parameter bij beoordeling van wetenschappelijk onderzoek
→ geen abstractie en idealisering
probleem: de meeste kennis die volgens dit model moet nagestreefd worden is ‘saai’ of triviaal, is niemand in
geïnteresseerd
→ enkel interesse in significante waarheden:
opl: Enkel een selectieve beschrijving van de wereld geven
Wat zijn significante waarheden?
→ zie strikt pragmatisme VS intellectualisme VS ruim pragmatisme:
Strikt pragmatisme:
Algemeen: pragmatisme:
Wetenschap moet het product zijn van menselijke interesses en moet afgemeten worden aan de mate
waarin ze aan die interesses beantwoordt
DEF strikt pragmatisme:
Wetenschap moet het doelgerichte handelen van mensen bevorderen met het oog op het oplossen van
praktische problemen
John Dewey: de relatie tussen wetenschap/kennis en menselijke interesse is genetisch (= vindt haar
oorsprong in praktische, dagdagelijkse problemen) en functioneel (= moet oplossingen bieden / doelgericht
handelen bevorderen)
→ zo verdwijnen epistemologische en metafysische problemen
→ Dewey = strikt pragmatist
Wetenschap als cartografie
- welke informatie correct wordt gerepresenteerd is afhankelijk van doel van de kaart
- representatie gebaseerd op conventies
- conventies te specifiëren:
- welke ruimtelijke relaties correct weergegeven en hoe
- wat wordt niet correct weergegeven? (wegens geen praktisch nut)
- idealisering: bewust vervormen van informatie
- abstractie: bewust weglaten van informatie
Wetten en formules:
- = set van regels die het voorspellen en de mentale reconstructie van een feit vergemakkelijken;
weliswaar met het oog op nut! → economisch doel
- bijv: lichtbreking: praktische elementen zijn de invalshoeken en de brekingsindex n,
niet-praktische elementen zijn bv de breedte vd lichtstraal en worden drm genegeerd:
abstractie
- Voor Mach zijn wetenschappelijke wetten niets anders dan regels om reeksen van waarnemingen
mentaal te reproduceren
Gevolg: deeltjesversneller = geen praktisch nut dus niet financieren
,Intellectualisme:
DEF Intellectualisme: Het doel van wetenschap is het ontwikkelen van inzichten waarmee we ons mens- en
wereldbeeld kunnen opbouwen
Gaston Bachelard: Wetenschap mag zich vooral niet bezighouden met praktische problemen
→ twee soorten kennis: epistemologische breuk:
- Alledaagse kennis (connaissance commune)
- drijfveer= praktisch nut
- obv waarneming en zintuiglijkheid
- meningen en vulgair
- = gesloten kennis: evolueert weinig en staat snel op punt
- Wetenschappelijke kennis (connaissance scientifique)
- drijfveer = interne rationaliteit
- obv theorievorming
- = open kennis (=veranderlijk)
→ Voorbeeld: verlichting en verbranding
→ anti-cartesianisme: Descartes → strikte scheiding tussen subject en object
- (Dualisme: Het subject (de menselijke geest) is onstoffelijk en denkt; het object is stoffelijk en neemt
ruimte in.
- De mens staat tegenover de wereld als een object dat objectief bestudeerd, gemeten en eventueel
beheerst kan worden
- Bachelard is tegen zijn chosisme en choquisme
Chosisme: elementaire deeltjes (protonen, elektronen …) zijn eigenlijke gewone dingen zoals tafels, stoelen
enz., maar dan gwn kleiner
<-> Bachelard: ‘elementaire deeltjes zijn in tegenstelling tot objecten doordringbaar, hebben geen
geometrische vorm en geen precieze plaats in de ruimte
Choquisme: Alle interactie tussen de elementaire deeltjes zijn botsingen
<-> als we chosisme opgeven dan ook choquisme, want de eigenschappen van deze deeltjes laten
botsingen niet toe
Gevolgen intellectualisme: focus op ontwikkeling van overkoepelende, unificerende theorie = abstractie
HGP of deeltjesversneller worden slechts waardevol geacht in zoverre zij het wereldbeeld vormgeven,
praktisch nut wordt niet gefinancierd
Ruim pragmatisme:
DEF: Wetenschap is het product van meerdere menselijke interesses, waaronder efficiënt doelgericht
handelen.
→ Charles Sanders Pierce:
wetenschap is middel om efficiënt doelmatig te handelen én om twijfel op te lossen
- twijfel veroorzaakt irritatie, vaste overtuiging niet
- Ook onpraktische kennis is waardevol, want het kan twijfel oplossen: Fixation of belief:
1) kennisverwerving 2) verantwoording
→ 4 methodes:
A) Hardnekkigheidsmethode:
- willekeurig kiezen van een overtuiging zonder dit te beargumenteren
- Probleem: geen consensus → bron van twijfel
B) A priori methode
- keuze overtuiging laten bepalen door “redelijkheid” vd overtuiging
- geen consensus
- vb: klimaatopwarming is fake, want er zijn zware sneeuwstormen in de VS (=
gebaseerd op een a priori overtuiging van wat ‘klimaatverandering’ inhoudt)
C) autoriteitsmethode:
- keuze overtuiging laten bepalen door autoriteit (sociale instituties van een gemeenschap)
- afsluiten van kritiek
- geen consensus
, D) Wetenschappelijk onderzoek:
Leidt tot een stabiele consensus en daarmee kan men de twijfel opheffen
→ Carl Hempel: (logisch positivist)
Wetenschap zowel voor praktische problemen als voor de ontwikkeling v/e overkoepelend mens- en
wereldbeeld (want diepgewortelde menselijke drang naar kennis van zichzelf en de wereld)
→ idem: Philip Kitcher: significante waarheden? → 2 soorten
1) praktische significantie: waarheden die efficiënt doelgericht handelen mogelijk maken
2) epistemische/ theoretische significantie
Gevolgen: zowel deeltjesversneller als human genome project mag gefinancierd worden
+ toelating van abstractie en idealisering
Deel 2: Wetten en theorieën
Logisch positivisme/Logisch empirisme:
interbellum: vb Karl Popper et al.
De Wiener Kreis (Weense Cirkel) en de Berliner Kreis (Berlijnse Cirkel) waren invloedrijke groepen van filosofen en
wetenschappers in de jaren 1920 en 1930 die samen de basis legden voor het logisch positivisme (of logisch empirisme)
- rol innovaties WO1: gebruikt tegen de mensheid
- filosofen hebben onvoldoende weerwerk gegeven geboden tegen die gruweldaden
kenmerken logisch positivisme / logisch empirisme:
1) Grens voor de inhoud van legitieme wetenschap: empirisch en positivistisch: er bestaat alleen
empirische kennis, die gebaseerd is op wat direct gegeven is.
2) Methode: logische analyse
3) Het kent geen onoplosbare raadsels
<-> traditionele filosofische problemen:
kritische analyse ontmaskert ze ofwel als pseudo-problemen óf zet ze om in empirische problemen
Taak vd filosofie = verheldering van bestaande problemen en stellingen, niet in het
formuleren/bedenken van eigen ‘filosofische’ stellingen
- Op deze manier overwint logische analyse de (verborgen) metafysica en theologie
- theologie: link kunnen maken met H12!
➢ kritiek op bestaande filosofische tradities (Duits idealisme, fenomenologie):
● vooruitgang wetenschap vs. verschillende filosofische scholen zonder vooruitgang
○ filosofie = conservatief; wetenschap = progressief
● wetenschappelijke uitspraken: cognitief zinvol, verifieerbaar, kennis
○ Vs. metafysische uitspraken: geen cognitieve betekenis, cognitief zinloos
➢ wetenschapsfilosofie: rationele reconstructie van wetenschappelijke methodologie
➢ scheiding: context of discovery vs. context of justification
● context of discovery:
○ is subjectief (individuele psychologische processen) en ideocratisch
○ is contingent (afhankelijk van maatschappelijke factoren)
○ is a-rationeel
○ geen rationele reconstructie mogelijk
→ vb: Kekulé en de structuur van benzeen (droomde over slang in een cirkel)
- context of justification:
- verantwoording van wetenschappelijke theorieën
- is/moet rationeel zijn
- er is methodologie (normen) op basis waarvan theorieën moeten worden verworpen
of aanvaard
- doel van de wetenschapsfilosofie is het ontwerpen en verantwoorden van een
dergelijke universele methodologie (Einheitswissenschaft)
Andere kenmerken vh Logisch positivisme/Logisch empirisme:
, ➢ demarcatiecriterium (tussen wetenschap en niet-wetenschap)
➢ verificatiebeginsel: betekenis van een empirische uitspraak is de methode van verificatie
○ uitspraak zonder verificatiemethode is zinloos
➢ opbouw van een systeem van wetenschappelijke kennis obv protocolzinnen:
○ Protocolzinnen beschrijven elementaire waarnemingen zonder verwijzingen naar
theoretische concepten
■ maar wetenschappelijke wetten en theorieën bevatten theoretische termen (gen,
elektron, ...) → hoe zijn die verifieerbaar?
● partiële definities in termen van protocolzinnen of waarnemingsuitspraken
○ vb: het kwikniveau is hoger op de linker thermometer
○ niet: de temperatuur is hoger
➢ Poppers kritiek op ‘schijnwetenschappen’:
○ vb: psychoanalyse:
- wat iem ook doet, men zal er steeds een verklaring voor hebben, zelfs in twee
tegengestelde scenario’s
○ vb: Marxisme:
- men heeft zowel een verklaring voor het uitbreken van een revolutie als voor het
niet-uitbreken van een revolutie
➢ verificatie van UGU’s?
○ “Alle zwanen zijn wit” kan niet geverifieerd worden door een waarnemingsrapport
■ waarnemingsrapport heeft enkel betrekking op eindig aantal objecten
● maar als ”alle” wordt geïnterpreteerd als ”alle die ooit hebben geleefd of
zullen leven” dan ook over niet observeerbare entiteiten
○ inductieprobleem (D. Hume)
■ UGU’s geen cognitieve betekenis?
- liberalisering van het verificatiebeginsel: opbouw van een inductieve logica om
probleem te omzeilen
→ maar bijv Popper: verwerping van inductie als basis rationele reconstructie wetenschap: wel:
hypothetisch-deductieve methode
H5: Wetten, confirmatie en falsificatie
waarnemingsuitspraak: een zin die bevestigt of ontkent (a) dat een object een waarneembare eigenschap
heeft; of (b) dat objecten in bepaalde observeerbaar relatie tot elkaar staan
- e.g.: deze oplossing is rood; de kwikkolom in deze thermometer staat hoger dan de kwikkolom in de
andere thermometer
- formalisering: Pa: object a heeft eigenschap P; Rab: a staat in relatie R tot b; etc.
waarnemingsrapport: eindige conjunctie van waarnemingsuitspraken
Existentieel gegeneraliseerde beweringen: verifieerbaar maar niet falsifieerbaar
Universeel gegeneraliseerde beweringen: niet-verifieerbaar, wel falsifieerbaar
want de falsificatie v/e EGU is equivalent met de verifieerbaarheid van een UGU
Wat doen met gefalsifieerde universele bewering (dus wnr er een tegenvoorbeeld gevonden is)?
→ Karl Popper: realistische visie : verwerping
Popperiaanse falsificatie:
- stap 1: leidt uit UGU een basiszin af
- stap 2: voer observatie uit om te beslissen of basiszin aanvaard wordt
- als basiszin aanvaard wordt, wordt de UGU voorlopig aanvaard
- als basiszin verworpen wordt, dan moet de UGU ook verworpen worden
(modus tollens)
→ aanvaarding = voorlopig
→ verwerping is in principe definitief
- principiële verwerping is gebaseerd op realistische visie op wetenschap