OG’s (8-14) INTERNATIONAAL RECHT
Internationaal recht OG 8 – Verdragsrecht.............................................................................................................3
8.1. Informatie: Hoe los ik een casus op?...........................................................................................................3
8.2. Het High Seas-verdrag – Beëindiging verdrag........................................................................................3
8.3. De VS trekt zich terug uit het Gezamenlijk Actieplan – Verdrag........................................................4
8.4. Syrië en het VN-Folterverdrag – Voorbehoud.........................................................................................5
Internationaal recht OG 9 – Verdragsrecht & andere bronnen van IR............................................................8
9.1. Het High Seas-verdrag (vervolg) – Verdragen: conflicten + terugtrekking.......................................8
9.2. China’s militariseringscampagne in de Zuid-Chinese Zee – Eenzijdige RH ve Staat.................10
9.3. Rechtspraak: het Lockerbie-incident – Conflict tss verdragen..........................................................12
Internationaal recht OG 10 – Verhouding nationaal - internationaal recht & subjecten: niet-statelijke
actoren..............................................................................................................................................................................14
10.1 De VN-VR en Palestina – Eenz RH ve IO en resoluties........................................................................14
10.2 Diplomatieke rel op de Avenue De Fré – Doorwerking IR in de interne rechtsorde..................15
10.3 Van Vluchtelingenpacten en -verdragen – Doorwerking en inroepbaarheid...............................17
Internationaal recht OG 11 – Subjecten: staten....................................................................................................20
11.1 Onrust in Taiwan – Voorwaarden en constitutieve bestanddelen ve Staat...................................20
11.2 Mensenrechtenschendingen & de Oeigoeren – Afscheiding ve Staat...........................................23
11.3 Onafhankelijkheid van Nagorno-Karabach – Eenz. onafhankelijkheidsverklaring......................25
Internationaal recht OG 12 – Diplomatieke immuniteiten.................................................................................28
12.1 Spanningen tussen Irak en Zweden — Diplomatieke onschendbaarheid.....................................28
12.2 Ongeval in Ankara – Diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit..........................................28
12.3 Diplomatieke rel tss JOR en ISR – Diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit.................30
Internationaal recht OG 13 – Immuniteiten (vervolg) & vreedzame geschillenbeslechting (& niet-
statelijke actoren: individuen)...................................................................................................................................32
13.1 StrafR verantwoordelijkheid voor horror in Boetsja – Immuniteit staatshoofd en internationale
strafrechtelijke AH voor individuen...................................................................................................................32
13.2 Chinese raketten in Japanse wateren – Vreedzame geschillenbeslechting...............................34
13.3 Canada en India: Moord in de Sikh-Gemeenschap – StrafR RM ISH en nationale rb’en +
Extraterritoriale jurisdictie.....................................................................................................................................36
Internationaal recht OG 14 – Staatsaansprakelijkheid.......................................................................................39
14.1 Zuid-Afrika vs. Israël – Methoden van vreedzame geschillenbeslechting + bev IGH.................39
14.2 De Nord Stream – StaatsAH.......................................................................................................................40
14.3 De Chagoseilanden – Methoden van vreedzame geschillenbeslechting + Juridische
gebondenheid van beslissingen + Tegenmaatregelen...............................................................................43
1
,2
, Internationaal recht OG 8 – Verdragsrecht
8.1. Informatie: Hoe los ik een casus op?
⇒ IRAC
8.2. Het High Seas-verdrag – Beëindiging verdrag
- Art. 7 WVV: Wie mag een staat vertegenwoordigen?
- Art. 9 WVV: Aanneming van een verdragstekst.
- Art. 10 WVV: Authentificatie van de verdragstekst.
- Art. 11 – 16 WVV: opties voor instemming om door verdragen gebonden te worden.
- Art. 12 WVV: Ondertekening
- Art. 13 WVV: Uitwisseling van de akten
- Art. 14 WVV: Bekrachtiging (van toepassing voor het Parijs-akkoord)
- Art. 15 WVV: Toetreding
- Art. 18 WVV: al ondertekend maar niet bekrachtigd
- ⇒ Dit wil niet zeggen dat je toch handelingen mag nemen die werken tegen
het doel en voorwerp van het akkoord.
- art 18 is een uitz op art 12 (in art 12 staat dat een Staat pas verbonden is door een V nadat het
V in werking is getreden (dus ook na ondertekening), MAAR art 18 zegt dat een Staat die het
V al ondertekend heeft maar het V nog niet in werking is getreden, dat zo’n Staat wel al de
verplichting heeft zich te onthouden van handeling die ingaan tegen het voorwerp en doel vh
V!!)
- Art. 26 WVV: pacta sunt servanda = wanneer je het hebt ondertekend ben je er door gebonden +
moet je ter goede trouw handelen.
Beëindiging verdrag – WVV
Beëindiging kan op verschillende manieren:
- Opzegging (bilateraal) of terugtrekking (multilateraal) = art 54 WVV (en verder)
- De mogelijkheid tot een later V te sluiten = art 59 WVV
- Wanprestatie = art 60 WVV
- Overmacht = art 61 WVV
- Rebus sic stantibus = art 62 WVV
→ Art 62(1) WVV: je mag RSS inroepen, TENZIJ …
a) Verandering omstandigheden tov tijdstip totstandkoming V
b) Wezenlijke verandering
c) Niet voorzien door partijen
d) Omstandigheden wezenlijke grond voor instemming partijen
3
, e) Gevolg = strekking verdragsverplichtingen geheel en al gewijzigd (Neen, want is
multilat. V; maar bij bilat. V zou het antwoord ‘ja’ zijn)
➔ cumulatieve en restrictieve vw’en (zie IGH Gabcikovo-Nagymaros arrest hb p77!!)
→ UITZ’en op RSS: art 62(2) WVV = geen beëindigingsgrond:
a) Grensverdrag
b) Wezenlijke verandering gevolg schending door partij die ze inroept: Nemo Auditur, je
mag je eigen schendingen niet aanvoeren als beëindigingsgrond
⇒ (is een uitz op het beginsel pacta sunt servanda)
OPM: V wordt meestal bindend door BEKRACHTIGING (bekrachtiging vereist een formele
procedure; in BE: parlementaire instemming)
8.3. De VS trekt zich terug uit het Gezamenlijk Actieplan – Verdrag
Verdragsrechtelijke definitie “verdrag” → art 2, §1 WVV:
- = een internationale OVK
- in geschrifte
- tss staten gesloten (maar indien dit niet het geval is = art 3 WVV)
- en beheert door het volkenrecht,
- hetzij neergelegd in een enkele akte, hetzij in 2 of meer samenhangende akten,
- ongeacht haar bijzondere benaming (vb: handvest, protocol, WTO, akte, statuut, …)
Gewoonterechtelijke definitie “verdrag” → hb:
- = elk akkoord (een OVK van wilsuitingen)
- gesloten tss 2 of meer subjecten vh volkenrecht (staten of IO’s)
- met de bedoeling om rechtsgevolgen teweeg te brengen (vaak heb je ook politieke
ambities, dit zijn geen rechtsgevolgen maar dingen die je wilt nastreven!)
- en beheerst door het volkenrecht
(OPM: “beheerst door volkenR” = moet niet gaan over IR)
- Er is geen vereiste van geschrift !
OPM: Gezamenlijk Actieplan is eerder een akkoord waarin ze politieke beloftes maken
aan elkaar (dus politiek akkoord en geen juridisch akkoord) → niet bindend
+ Gezamenlijk Actieplan is niet geregistreerd geweest bij VN
4
,8.4. Syrië en het VN-Folterverdrag – Voorbehoud
Voorbehouden (art 19-23 WVV)
Definitie: art 2(1), d WVV:
- = eenzijdige verklaring
- ongeacht bewoording/benaming,
- afgelegd door een staat bij ondertekening / bekrachtiging / aanvaarding / goedkeuring /
toetreding
- die te kennen geeft het rechtsgevolg van zekere verdragsbepalingen in hun toepassing mbt
deze Staat uit te sluiten/te wijzigen.
- OPM: Het gaat om de aard vd verdragen, niet om de bewoording!!
MAAR Grenzen aan voorbehoud:
art 19, a)+c) WVV (28 mei 1951, Reservations to the Convention on Genocide, Advisory Opinion: I.C.J.
Reports)
→ vw’en:
- Het bij verdrag verboden is; cf. art 57 EVRM (vb: klimaatverdrag)
- Verdrag laat slechts bepaalde voorbehouden toe
- Stilzwijgen verdrag: voorbehoud ≠ verenigbaar met voorwerp en doel
verdrag (“object and purpose”) arrest: Reservations to the Convention on Genocide
Rechtsgevolgen ve voorbehoud:
- V werkt tss Staat en andere partijen minus het artikel waarop het voorbehoud staat
- Geen wijziging voor de andere partijen inter se
- Kan te allen tijde worden ingetrokken (art 22 WVV)
Bezwaar tegen voorbehoud
Er is een mogelijkheid van andere verdragspartijen om bezwaar te maken tegen een voorbehoud.
Bezwaar = eenz RH ve ander verdragsluitende Staat, waarmee die Staat wil duidelijk maken dat hij
niet akkoord is met het voorbehoud vd Staat.
5
, 2 soorten bezwaren:
1) Gekwalificeerd (art 20, §4, b) WVV):
= “ik ben het zo oneens met het voorbehoud dat ik wil dat het V tussen
ons niet in werking treedt” ⇒ = de wil naar de bezwaar makende partij
+ moet duidelijk uitgedrukt worden door de staat die het bezwaar maakt…
2) Gewoon (art 21(3) WVV): we zijn het niet eens met het voorbehoud, maar we vinden het niet
erg dat we het hele verdrag niet van toepassing verklaren. Enkel het artikel met het
voorbehoud maakt zal niet tussen de partijen gelden”
→ het gevolg tss de 2 is in theorie hetzelfde:
Regeling inzake aanvaarding vh bezwaar tegen voorbehouden: art 20 WVV
- (1): een door het V uitdrukkelijk toegestaan voorbehoud behoeft niet nadien door de andere
verdragsluitende partijen te worden aanvaard, tenzij het V dat voorschrijft
- (2): indien uit het beperkt # Staten dat ad onderhandelingen heeft deelgenomen en uit het
voorwerp en doel vh V blijkt dat de toepassing vh V in zijn geheel tss alle partijen een
wezenlijke vw is voor de instemming van elk van hen door het V te worden gebonden, dient
een voorbehoud door alle partijen te worden aanvaard.
- (3): indien een V een oprichtingsakte vd IO is en indien het niet anders bepaalt, dient een
voorbehoud door het bevoegde orgaan van deze IO te worden aanvaard.
In andere gevallen dan de voorgaande en indien het V zelf niet anders bepaalt, geldt de volgende
regeling:
- (4), sub a): de aanvaarding ve voorbehoud door een andere verdragsluitende Staat maakt de
Staat die het voorbehoud heeft gemaakt partij bij het V mbt deze andere Staat.
- (4), sub b): het bezwaar vd andere verdragsluitende Staat tegen een voorbehoud verhindert
niet de inwerkingtreding vh V tss de Staat die het bezwaar heeft aangetekend en de Staat
die het voorbehoud heeft gemaakt, tenzij het een ‘gekwalificeerd’ bezwaar betreft, dwz: de
tegengestelde bedoeling duidelijk is uitgedrukt door de Staat die het bezwaar heeft
aangetekend.
- (5): een voorbehoud wordt geacht te zijn aanvaard door een Staat indien deze geen
bezwaar heeft gemaakt tegen het voorbehoud binnen 12 maanden na de datum waarop hij
de kennisgeving daarvan ontvangen heeft.
Rechtsgevolgen bezwaar tegen voorbehoud: art 21 WVV
6
Internationaal recht OG 8 – Verdragsrecht.............................................................................................................3
8.1. Informatie: Hoe los ik een casus op?...........................................................................................................3
8.2. Het High Seas-verdrag – Beëindiging verdrag........................................................................................3
8.3. De VS trekt zich terug uit het Gezamenlijk Actieplan – Verdrag........................................................4
8.4. Syrië en het VN-Folterverdrag – Voorbehoud.........................................................................................5
Internationaal recht OG 9 – Verdragsrecht & andere bronnen van IR............................................................8
9.1. Het High Seas-verdrag (vervolg) – Verdragen: conflicten + terugtrekking.......................................8
9.2. China’s militariseringscampagne in de Zuid-Chinese Zee – Eenzijdige RH ve Staat.................10
9.3. Rechtspraak: het Lockerbie-incident – Conflict tss verdragen..........................................................12
Internationaal recht OG 10 – Verhouding nationaal - internationaal recht & subjecten: niet-statelijke
actoren..............................................................................................................................................................................14
10.1 De VN-VR en Palestina – Eenz RH ve IO en resoluties........................................................................14
10.2 Diplomatieke rel op de Avenue De Fré – Doorwerking IR in de interne rechtsorde..................15
10.3 Van Vluchtelingenpacten en -verdragen – Doorwerking en inroepbaarheid...............................17
Internationaal recht OG 11 – Subjecten: staten....................................................................................................20
11.1 Onrust in Taiwan – Voorwaarden en constitutieve bestanddelen ve Staat...................................20
11.2 Mensenrechtenschendingen & de Oeigoeren – Afscheiding ve Staat...........................................23
11.3 Onafhankelijkheid van Nagorno-Karabach – Eenz. onafhankelijkheidsverklaring......................25
Internationaal recht OG 12 – Diplomatieke immuniteiten.................................................................................28
12.1 Spanningen tussen Irak en Zweden — Diplomatieke onschendbaarheid.....................................28
12.2 Ongeval in Ankara – Diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit..........................................28
12.3 Diplomatieke rel tss JOR en ISR – Diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit.................30
Internationaal recht OG 13 – Immuniteiten (vervolg) & vreedzame geschillenbeslechting (& niet-
statelijke actoren: individuen)...................................................................................................................................32
13.1 StrafR verantwoordelijkheid voor horror in Boetsja – Immuniteit staatshoofd en internationale
strafrechtelijke AH voor individuen...................................................................................................................32
13.2 Chinese raketten in Japanse wateren – Vreedzame geschillenbeslechting...............................34
13.3 Canada en India: Moord in de Sikh-Gemeenschap – StrafR RM ISH en nationale rb’en +
Extraterritoriale jurisdictie.....................................................................................................................................36
Internationaal recht OG 14 – Staatsaansprakelijkheid.......................................................................................39
14.1 Zuid-Afrika vs. Israël – Methoden van vreedzame geschillenbeslechting + bev IGH.................39
14.2 De Nord Stream – StaatsAH.......................................................................................................................40
14.3 De Chagoseilanden – Methoden van vreedzame geschillenbeslechting + Juridische
gebondenheid van beslissingen + Tegenmaatregelen...............................................................................43
1
,2
, Internationaal recht OG 8 – Verdragsrecht
8.1. Informatie: Hoe los ik een casus op?
⇒ IRAC
8.2. Het High Seas-verdrag – Beëindiging verdrag
- Art. 7 WVV: Wie mag een staat vertegenwoordigen?
- Art. 9 WVV: Aanneming van een verdragstekst.
- Art. 10 WVV: Authentificatie van de verdragstekst.
- Art. 11 – 16 WVV: opties voor instemming om door verdragen gebonden te worden.
- Art. 12 WVV: Ondertekening
- Art. 13 WVV: Uitwisseling van de akten
- Art. 14 WVV: Bekrachtiging (van toepassing voor het Parijs-akkoord)
- Art. 15 WVV: Toetreding
- Art. 18 WVV: al ondertekend maar niet bekrachtigd
- ⇒ Dit wil niet zeggen dat je toch handelingen mag nemen die werken tegen
het doel en voorwerp van het akkoord.
- art 18 is een uitz op art 12 (in art 12 staat dat een Staat pas verbonden is door een V nadat het
V in werking is getreden (dus ook na ondertekening), MAAR art 18 zegt dat een Staat die het
V al ondertekend heeft maar het V nog niet in werking is getreden, dat zo’n Staat wel al de
verplichting heeft zich te onthouden van handeling die ingaan tegen het voorwerp en doel vh
V!!)
- Art. 26 WVV: pacta sunt servanda = wanneer je het hebt ondertekend ben je er door gebonden +
moet je ter goede trouw handelen.
Beëindiging verdrag – WVV
Beëindiging kan op verschillende manieren:
- Opzegging (bilateraal) of terugtrekking (multilateraal) = art 54 WVV (en verder)
- De mogelijkheid tot een later V te sluiten = art 59 WVV
- Wanprestatie = art 60 WVV
- Overmacht = art 61 WVV
- Rebus sic stantibus = art 62 WVV
→ Art 62(1) WVV: je mag RSS inroepen, TENZIJ …
a) Verandering omstandigheden tov tijdstip totstandkoming V
b) Wezenlijke verandering
c) Niet voorzien door partijen
d) Omstandigheden wezenlijke grond voor instemming partijen
3
, e) Gevolg = strekking verdragsverplichtingen geheel en al gewijzigd (Neen, want is
multilat. V; maar bij bilat. V zou het antwoord ‘ja’ zijn)
➔ cumulatieve en restrictieve vw’en (zie IGH Gabcikovo-Nagymaros arrest hb p77!!)
→ UITZ’en op RSS: art 62(2) WVV = geen beëindigingsgrond:
a) Grensverdrag
b) Wezenlijke verandering gevolg schending door partij die ze inroept: Nemo Auditur, je
mag je eigen schendingen niet aanvoeren als beëindigingsgrond
⇒ (is een uitz op het beginsel pacta sunt servanda)
OPM: V wordt meestal bindend door BEKRACHTIGING (bekrachtiging vereist een formele
procedure; in BE: parlementaire instemming)
8.3. De VS trekt zich terug uit het Gezamenlijk Actieplan – Verdrag
Verdragsrechtelijke definitie “verdrag” → art 2, §1 WVV:
- = een internationale OVK
- in geschrifte
- tss staten gesloten (maar indien dit niet het geval is = art 3 WVV)
- en beheert door het volkenrecht,
- hetzij neergelegd in een enkele akte, hetzij in 2 of meer samenhangende akten,
- ongeacht haar bijzondere benaming (vb: handvest, protocol, WTO, akte, statuut, …)
Gewoonterechtelijke definitie “verdrag” → hb:
- = elk akkoord (een OVK van wilsuitingen)
- gesloten tss 2 of meer subjecten vh volkenrecht (staten of IO’s)
- met de bedoeling om rechtsgevolgen teweeg te brengen (vaak heb je ook politieke
ambities, dit zijn geen rechtsgevolgen maar dingen die je wilt nastreven!)
- en beheerst door het volkenrecht
(OPM: “beheerst door volkenR” = moet niet gaan over IR)
- Er is geen vereiste van geschrift !
OPM: Gezamenlijk Actieplan is eerder een akkoord waarin ze politieke beloftes maken
aan elkaar (dus politiek akkoord en geen juridisch akkoord) → niet bindend
+ Gezamenlijk Actieplan is niet geregistreerd geweest bij VN
4
,8.4. Syrië en het VN-Folterverdrag – Voorbehoud
Voorbehouden (art 19-23 WVV)
Definitie: art 2(1), d WVV:
- = eenzijdige verklaring
- ongeacht bewoording/benaming,
- afgelegd door een staat bij ondertekening / bekrachtiging / aanvaarding / goedkeuring /
toetreding
- die te kennen geeft het rechtsgevolg van zekere verdragsbepalingen in hun toepassing mbt
deze Staat uit te sluiten/te wijzigen.
- OPM: Het gaat om de aard vd verdragen, niet om de bewoording!!
MAAR Grenzen aan voorbehoud:
art 19, a)+c) WVV (28 mei 1951, Reservations to the Convention on Genocide, Advisory Opinion: I.C.J.
Reports)
→ vw’en:
- Het bij verdrag verboden is; cf. art 57 EVRM (vb: klimaatverdrag)
- Verdrag laat slechts bepaalde voorbehouden toe
- Stilzwijgen verdrag: voorbehoud ≠ verenigbaar met voorwerp en doel
verdrag (“object and purpose”) arrest: Reservations to the Convention on Genocide
Rechtsgevolgen ve voorbehoud:
- V werkt tss Staat en andere partijen minus het artikel waarop het voorbehoud staat
- Geen wijziging voor de andere partijen inter se
- Kan te allen tijde worden ingetrokken (art 22 WVV)
Bezwaar tegen voorbehoud
Er is een mogelijkheid van andere verdragspartijen om bezwaar te maken tegen een voorbehoud.
Bezwaar = eenz RH ve ander verdragsluitende Staat, waarmee die Staat wil duidelijk maken dat hij
niet akkoord is met het voorbehoud vd Staat.
5
, 2 soorten bezwaren:
1) Gekwalificeerd (art 20, §4, b) WVV):
= “ik ben het zo oneens met het voorbehoud dat ik wil dat het V tussen
ons niet in werking treedt” ⇒ = de wil naar de bezwaar makende partij
+ moet duidelijk uitgedrukt worden door de staat die het bezwaar maakt…
2) Gewoon (art 21(3) WVV): we zijn het niet eens met het voorbehoud, maar we vinden het niet
erg dat we het hele verdrag niet van toepassing verklaren. Enkel het artikel met het
voorbehoud maakt zal niet tussen de partijen gelden”
→ het gevolg tss de 2 is in theorie hetzelfde:
Regeling inzake aanvaarding vh bezwaar tegen voorbehouden: art 20 WVV
- (1): een door het V uitdrukkelijk toegestaan voorbehoud behoeft niet nadien door de andere
verdragsluitende partijen te worden aanvaard, tenzij het V dat voorschrijft
- (2): indien uit het beperkt # Staten dat ad onderhandelingen heeft deelgenomen en uit het
voorwerp en doel vh V blijkt dat de toepassing vh V in zijn geheel tss alle partijen een
wezenlijke vw is voor de instemming van elk van hen door het V te worden gebonden, dient
een voorbehoud door alle partijen te worden aanvaard.
- (3): indien een V een oprichtingsakte vd IO is en indien het niet anders bepaalt, dient een
voorbehoud door het bevoegde orgaan van deze IO te worden aanvaard.
In andere gevallen dan de voorgaande en indien het V zelf niet anders bepaalt, geldt de volgende
regeling:
- (4), sub a): de aanvaarding ve voorbehoud door een andere verdragsluitende Staat maakt de
Staat die het voorbehoud heeft gemaakt partij bij het V mbt deze andere Staat.
- (4), sub b): het bezwaar vd andere verdragsluitende Staat tegen een voorbehoud verhindert
niet de inwerkingtreding vh V tss de Staat die het bezwaar heeft aangetekend en de Staat
die het voorbehoud heeft gemaakt, tenzij het een ‘gekwalificeerd’ bezwaar betreft, dwz: de
tegengestelde bedoeling duidelijk is uitgedrukt door de Staat die het bezwaar heeft
aangetekend.
- (5): een voorbehoud wordt geacht te zijn aanvaard door een Staat indien deze geen
bezwaar heeft gemaakt tegen het voorbehoud binnen 12 maanden na de datum waarop hij
de kennisgeving daarvan ontvangen heeft.
Rechtsgevolgen bezwaar tegen voorbehoud: art 21 WVV
6