, Grondslagen van de ergotherapie 1
HT1 Beroepsvorming ergotherapie in België en Nederland
Terminologie
Paradigma: een samenhangend stelsel van modellen en theorieën waarbinnen de werkelijkheid
beschreven wordt.
Moral treatment: een therapeutische benadering die de nadruk legde op karakter en spirituele
ontwikkeling, en opriep tot vriendelijkheid van de kant van iedereen die in contact kwam met de
patiënt.
Arts-and-craftsbeweging: een door William Morris (1834 -1896) geleide 19de-eeuwse
kunstzinnige sociale beweging, die streefde naar de terugkeer van vakmanschap en eenvoud van
ontwerp als reactie op de massaproductie.
Non-restraint: geen dwang, aanduidende het stelselmatig niet gebruik maken van
dwangmiddelen bij de behandeling van krankzinnigen.
Reductionistisch denken: de benaming die in de filosofie en in wetenschapstheoretische debatten
gegeven wordt aan de opvatting die stelt dat de natuur van complexe entiteiten steeds herleid
kan worden tot meer fundamentele entiteiten.
Holisme: komt van het Griekse woord 'holos', dat 'geheel' betekent. De holistische theorie is een
visie op het leven die de mens als geheel beschouwt. Lichaam, geest, gevoelens, gedachten en
verlangens: alles is één.
Occuptional sience: (= beroepswetenschappen) een discipline gewijd aan de studie van mensen
als “doeners” of “beroepswezens”.
Occupational need: when an individual encounters difficulties engaging in their occupations of
daily living.
Humanisme: levensbeschouwing die uitgaat van de waardigheid van mensen en haar inspiratie
vindt in menselijke vermogens.
Beroepsvorming: opleiding speciaal gericht op de uitoefening van een beroep/ het
vakinhoudelijke gedeelte van een opleiding.
Arbeidstherapie: een kortdurende activiteit als onderdeel van re-integratie met als doel
duidelijkheid te krijgen over de belastbaarheid van de arbeidsongeschikte werknemer om te
komen tot (uitbreiding van) werkhervatting.
Ergotherapie: helpt mensen zelfstandiger te worden bij de dagelijkse bezigheden.
Pioniers: iemand die als een van de eersten een bepaald gebied betreedt, zodat hij daar zijn weg
moet vinden zonder gebruik te kunnen maken van de ervaring van anderen.
Beroepsvereniging: een vereniging die instaat voor de studie, de bescherming en de ontwikkeling
van de beroepsbelangen van haar leden.
Inleiding
Je krijgt inzicht in de ontwikkeling van het beroep ET, door het verleden te begrijpen en erover te
lezen.
Ergotherapie kent haar oorsprong inde VS (1910). Na WOII heeft ergotherapie zich in Europa
ontwikkeld.
In Nederland en België vanaf ca. 1950.
1
, Grondslagen van de ergotherapie 1
Gezondheid door de eeuwen heen
Oudheid: al melding heilzame werking van arbeid, activiteiten, spel en rust.
Grieken en Romeinen: eerste stappen naar de moderne geneeskunde; Hippocrates (ca. 400 v.C.)
wordt gezien als de oprichter van de moderne geneeskunde.
Middeleeuwen: (ca. 500-1300 n.C.) eerste stappen in de wetenschap van de gezondheidzorg.
Wetenschap beoefend door de studie van de theorieën uit Griekse oudeheid.
Renaissance: (Ca. 1300-1700 n.C.) basis gelegd voor het humanisme (mensen worden beschouwd
als individuen die een eigen invulling willen geven aan hun leven).
Verlichting: (1700-1900)
Logisch denken als betrouwbare manier.
Denken, waarnemen, ervaren-> mogelijkheid om zich te ontwikkelen.
Eerste ideeën om de bevolking te betrekken bij de economische en politieke besluitvorming en
alle mensen als gelijken zien.
Nog grotere kloof tussen arm en rijk, weinig gelijkheid.
Start van industriële revolutie.
Industriële revolutie: (1700-1900)
Grote maatschappelijke, sociale en politieke veranderingen.
mensen trekken naar de stad om werk te zoeken, maar kunnen zich moeilijk aanpassen aan de
stadscultuur.
Corruptie, misbruik en intolerantie door kerk en staat -> uitbuiting, slechte werkomstandigheden,
ongezonde leefsituaties -> diepgaande conflicten en opstanding tegen de uitbuiting door de
hogere klassen.
Vooral mensen met psychiatrische ziektebeelden lijden onder de slechte leefomstandigheden
(men wist niet wat met hen te doen, dus in gevangenis).
Roep naar verzorgingsstaat.
Paradigma’s
Samenhangend geheel van theorieën en theoretische denkkaders.
Omvat de kern van een beroep, de fundamentele uitgangspunten en de beroepswaarden die de
beroepsgroep in een bepaalde periode heeft vastgelegd.
Is altijd in beweging (wijzigt met periode).
Ook in de ontwikkeling van ET: verschillende paradigma’s, deze kunnen gekoppeld worden aan een
bepaalde periode.
verschuiving in de kenmerken, uitgangspunten en waarden die door ergotherapeuten worden
gedeeld.
Preparadigma (1800-1900)
Moral treatment
Men dacht dat geestesziekten het gevolg zijn van verkeerde denkprocessen van patiënten.
Gebaseerd op de humanistische filosofie en de overtuiging dat een rationale, zorgzame benadering
het voor de patiënten mogelijk maakt hun gedachten en acties te normaliseren.
Patiënten werden op basis van morele waarden behandeld in ‘gestichten’ ver afgelegen van de
bewoonde wereld (groene omgeving).
Deze humanistische uitgangspunten beïnvloeden nog steeds (in aangepaste vorm) de huidige
ergotherapie.
2
, Grondslagen van de ergotherapie 1
Patiënt staat centraal.
Activiteiten moeten betekenis hebben voor patiënten.
Philippe Pinel (1745-1826) psychiater, Frankrijk
* Past principes van moral tratment toe
* Bevrijdt ‘geestesgestoorden’ die opgesloten zitten in ziekenhuizen in Parijs “van hun keten”
* Introduceert “werktherapie” al behandeling
* Streeft terugkeer naar vroegere interesse en werkt na, als onderdeel van herstel
* Arbeid wordt beschouwd als middel om mensen met afwijkend gedrag te disciplineren
Samuel Tuke (rond 1800) Engeland
* Ontwikkeld een gelijkaardig initiatief als Pinel (leefbaarder dan Pinel)
* Benadert patiënten met respect en vriendelijkheid
* Legt de nadruk in de behandeling op gewoonte, manieren en voorkeuren voor activiteiten
Art & crafts (Engeland)
Moris & Ruskin
Ontstaat als tegenhanger van de Industriële Revolutie
I.p.v. massaproducten werden handgemaakte producten & artistiek design aangemoedigd
IJverde voor sociale rechtvaardigheid en betere werk- en leefomstandigheden
Non-restrain (1856 – Connolly – Engeland)
Voortbouwend op het gedachtegoed van Pinel & Tuke non-restraint beweging
Doel : houding t.a.v. psychiatrische patiënten te veranderen en de patiënten te verplegen zonder
dwangmaatregelen
Restraint (dwang) wordt vervangen door:
* Een benadering van vriendelijkheid & aandacht
* Opnieuw leren van sociale vaardigheden
* Aanbieden van onderwijs
* Mentale & fysieke ondersteuning
Einddoel = patiënten terugbrengen naar een normaal leven
Activiteiten: afwisseling tussen rustgevende activiteiten & lichte arbeidswerkzaamheden
Paradigma van het handelen (1900-1950)
Begin 20ste eeuw : beroep ergotherapie (occupational therapy)
* Ontwikkeld vanuit de VS (activeren van psychiatrische & tuberculosepatiënten) - aanbieden
van arbeid of activiteiten
* Europa : WOI : gewonde soldaten – behoefte aan personeel met kennis van revalidatie,
arbeidsrehabilitatie en re-integratie
* Ergotherapie (onder de naam arbeidstherapie) vindt hoofdzakelijk haar oorsprong in de
psychiatrie
* Geringe aandacht voor het dagelijks handelen
* Activiteiten hoofdzakelijk gefocust op arbeid (zoals huishoudelijk werk & tuinarbeid)
* Volgens de principes van moral treatment, arts and crafts & non-restraint
* Arbeid = middel om de gedachten af te leiden en verveling te voorkomen
* Groeiend inzicht in therapeutische waarde van doelgerichte arbeid
3