DRUK- EN PRINTTECHNIEKEN
Printen:
- Particulier
- Kleine oplage
- Klein project
Drukken:
- Professioneel
- Grote oplage
- Groot project
Drukwerk = een ontwerp of vorm overbrengen op een dragen met inkt
(stempel)
DPI = dots per inch
Standaard is 300 DPI
Boekdrukkunst
In 1455 door Johannes Gutenberg
Drukpers met losse loden letters = revolutionair
Eerste 42 regels van de bijbel zo gedrukt = massaproductie
Antwerpen was centrum van drukwerk
16de eeuw door Christophe Plantin, daarna familie Moretus
Plantin Moretus: UNESCO erfgoed + 2 oudste drukpersen in bezit,
drukkerij verspreidde kennis door wetenschappelijke, filosofische en
religieuze werken over heel Europa
1) 1455: losse loden letters drukken
2) 1880: linotype
= handmatig losse loden plaatsen zo complete regels tekst
3) Na WOII: offsetdruk (kranten- en magazine-industrie)
4) 1990: digitale druk
Druktechnieken:
1: hoogdruk
= het af te drukken beeld ligt hoger en staat in spiegelbeeld
(Minder voorkomend)
2: diepdruk
= te drukken beeld ligt dieper en staat in spiegelbeeld
(Minder voorkomend)
3: vlakdruk/offset
= een aluminium drukplaat behandeld met oleofiel middel (verhard) op de
plaatsen waar het onderwerp moet staan wordt het gelaserd
Tijdens het drukken: kale delen van het aluminium trekken water aan en
stoten inkt af, de oleofiele delen doen het omgekeerde
Wordt bedrukt op een rubberdoekcilinder en daarna op papier opgezet
1
, Zorgt voor veel oplage MAAR ook negatieve aspecten:
- Kleurbalans op de hele oplage
- Water zorgt dat papier uitrekt
4: zeefdruk
= enkel het sjabloon laat inkt door
= op een stalen raamwerk wordt een gaas gespannen (kan inkt doorlaten),
delen worden geblokkeerd met een fixatief (eerst verharden via belichting)
en zo kan men het beeld overzetten op een drager en wordt het met een
rakel door het gaas geduwd
Kan op alle materialen MAAR het is zeer arbeidsintensief
5: digitale druk
= print on demand
= het ontwerp wordt op de drum (=stalen cilinder) positief geladen, het
andere automatisch negatief geladen tonerdeeltjes aantrekken
Toner verspreidt zich in de gewenste vorm en hoeveelheid en wordt zo
op het papier gezet
MAAR:
- Variabele en dus hogere kost
- Beter voor kleinere oplagen en spoedklussen
6: printen/plotten
Inktjetprinter (thuis)
= met een sproeikop veel kleine inktdruppeltjes de totaalafbeelding
vormen
Plotter
= grote inktjetprinter via vakbedinktjetpersen
Dus ook mogelijk op stijve en moeilijke materialen (hout, plastic, …)
7: vellendruk/rotatiedruk
Vellendruk
= cold set droging
= drukken op losse bladen
Rotatiedruk
= drukken op een papierenrol
Hoe groter de oplage, hoe rendabeler de rotatiedruk zal worden
Papierenrol is goedkoper dan vellen en de productiesnelheid ligt hoog
MAAR:
- Drukpers nodig
- Langere opstarttijd
- Vaste plaatbreedte
8: lijnwerk en halftone
2