H1: Anatomische taal & Locomotorisch stelsel
1. Anatomische taal
Er zijn twee soorten anatomie:
1) Microscopische anatomie = histologie
2) Macroscopische anatomie
- Systemische anatomie = ieder functioneel stelsel afzonderlijk bestuderen en reconstrueren vanaf
het skelet (vb. osteologie, artrologie, myologie, …)
- Regionale anatomie = anatomie op basis van ‘natuurlijke’ gebieden. De stelsels komen aan bod in
verschillende gebieden van het lichaam (vb. arm, been, thorax, abdomen, hoofd, …)
Anatomische vlakken:
Anatomische positie = rechtop, ogen naar voor gericht, armen langs lichaam, handpalmen naar voor, voeten
tegen elkaar, tenen wijzen naar voor
! Horizontaal → langs onderaan bekijken !
! als sagittaal precies is het middel van het lichaam ligt = midsagittaal !
Relaties van structuren tov andere structuren: extra dia 23
• Anterior / posterior = vanvoor, vanachter
• Ventraal / dorsaal = buik/rug kant
• Superior / inferior = vanboven, vanonder
• Craniaal / caudaal = hoofdkant, voetkant
• Mediaal / lateraal = naar -en weg weg van middelijn
• Proximaal / distaal = dichtbij, verweg
• Contralateraal / ipsilateraal = twee dingen aan verschillende of zelfde
helft van sagitale doorsnede
• Superficialis = oppervlakkig gelegen (dicht bij het lichaamsoppervlak)
• Profundus = diep gelegen (richting binnenkant van het lichaam)
1
, Kant van ledematen:
• Palmair / dorsaal = aan de handpalmzijde, aan de achterkant van de hand
• Planta pedis / dorsum pedis = voetzool, bovebkant van voet
Bewegingen van het lichaam:
• Flexie = buiging → hoek tussen de bewegende delen verkleint
• Extensie = strekking → hoek tussen de bewegende delen vergroot
- Hyperextensie = strekking feller dan normal (lenige kut)
• Abductie = beweging weg van de middenlijn van het lichaam.
- Bv. je arm zijwaarts omhoog bewegen (van naast je lichaam naar opzij)
• Adductie = een beweging naar de middenlijn van het lichaam toe.
- Bv. Je arm van opzij weer terug naast je lichaam brengen
• Circumductie = ronddraaien → combinatie van flexie, extensie, abductie en
adductie
- Extremiteit die beweegt rond een denkbeeldige kegel
Rotatie
= rond lengte-as draaien
• Endorotatie = mediale rotatie → naar mediaal
• Exorotatie = laterale rotatie → naar lateraal
• Pronatie = radius draait naar mediaal over ulna1
- Afhangende arm: handpalm naar achter
- Gebogen arm: handpalm naar beneden
• Supinatie = radius draait naar lateraal, evenwijdig met ulna
- Afhangende arm: handpalm naar voor
- Gebogen arm: handpalm naar boven
• Protractie = beweging naar voor
• Retractie = beweging naar achter (gebruikt bij beweging onderkaak)
• Inversie = beweging van gewrichten van enkel en voet zodat men voetzool van
mediaal bekijkt
• Eversie = beweging van gewrichten van enkel en voet zodat men voetzool van lateraal bekijkt
Veelgebruikte afkortingen:
• a.: arteria (slagader; mv.:aa.: slagaders)
• art.: articulatio (gewricht)
• ggl: ganglion
• m.: musculus (spier, mv.: mm.: spieren
• n.: nervus (zenuw, mv.: nn.: zenuwen)
• v.: vena (ader, mv.: vv. : aders)
1
= een bot in je onderarm → de ellepijp
2