,Week 1: Theorie II – Introductie en Oorsprong
De studie van geschiedenis draait in de basis om het structureren van tijd, gebeurtenissen en
evaluaties. Een van de oudste voorbeelden van vroege geschiedschrijving is de Soemerische
Koningslijst (ca. 1800 v.Chr.), opgetekend op steen/klei in het Soemerische Rijk. Hierin
vloeien de methodologische oorsprong van het koningschap en mythische elementen naadloos
samen. Deze teksten gingen verder dan de normale mentaliteit en bevatten ook verhalen zoals
de zondvloed, die later onderdeel werd van het Bijbelverhaal.
Geschiedenis van de geschiedenis
•G (grote letter) eschiedenis als historisch proces = beschrijving van een reeks
gebeurtenissen uit het verleden
• g (kleine letter) eschiedenis als historisch denken/schrijven (bespreekt soms ook thema's
gerelateerd aan historiografie)
• Historiografie: de geschiedenis van hoe het verleden is beschreven, besproken of
bediscussieerd, door de eeuwen heen en in verschillende culturen
• 'Historiciteit': het bewaren, herstellen en weergeven van aspecten van het verleden
Uitgebreider:
Wat is geschiedenis en historiografie?
Bij het bestuderen van het verleden is er een belangrijk onderscheid in hoe we geschiedenis
definiëren:
Historia res gestae: Geschiedenis als het feitelijke historische proces; de loop der
dingen en gebeurtenissen, vaak aangeduid met een hoofdletter G.
Historia rerum gestarum: Geschiedenis zonder hoofdletter. De verhalen die mensen
vertellen over deze gebeurtenissen en de filosofische reflectie op historisch denken.
, Historiografie: De geschiedenis van de geschiedschrijving; de studie naar hoe het
verleden over meerdere millennia, in verschillende culturen, is opgeschreven en
besproken.
Historiciteit: Het behouden, terughalen en representeren van aspecten van het
verleden.
Geschiedschrijving heeft ook altijd een functie gehad. Volgens het concept historia magistra
vitae (Cicero) fungeert geschiedenis als een levensles: we bestuderen processen, oorzaken en
effecten om onszelf voor te bereiden op de toekomst en dezelfde fouten te vermijden.
Giambattista Vico vulde dit aan door te stellen dat de geschiedenis zich ontwikkelt in cycli en
tegencycli. De historische praktijk (het onderzoeken en schrijven) is bovendien zélf onderdeel
van de geschiedenis. Historici die impact willen maken, moeten begrijpen hoe geschiedenis
kan veranderen door nieuwe ervaringen, nieuw publiek en een focus op minderheden in plaats
van enkel grote gebeurtenissen.
Wereldgeschiedenis en Tijd
Wereldgeschiedenis reflecteert op de manieren waarop mensen door de tijd heen hun realiteit
probeerden te begrijpen. Omdat niemand een 'oog van God'-perspectief heeft, zijn alle
antwoorden en interpretaties voorlopig.
Letterlijk: Wereldgeschiedenis: over de manieren waarop mensen door de tijd heen hebben
geprobeerd hun werkelijkheid of de wereld te begrijpen
Woolfs doel is om verschillende vormen van historiografie/verschillende perspectieven op tijd
te beschrijven
Robin George Collingwood bedacht een model met vier kernvragen om historische teksten
en denkwijzen te analyseren:
1. Wat is geschiedenis? (Aard van het onderzoek).
2. Waar gaat het over? (Het object: acties of res gestae).
3. Wat is de methode? (Bewijs interpreteren).
4. Waar dient het voor? (De waarde: zelfkennis).
, Om een historische cultuur te begrijpen, moet je de tijdsopvatting ervan begrijpen, en de
structurering van het verleden, heden (en toekomst):
Cyclisch / Lineair
Korte termijn / lange termijn
Eeuwigheid / vergankelijkheid
Kloktijd versus ervaren tijd
Tijdversnelling (voorbeeld van Douwe Draaisma)
Vroegste vormen van geschiedschrijving
Koningslijsten = bijvoorbeeld de Sumerische koningslijsten
Annalen = lijst van gebeurtenissen, meestal oorlogen
Kroniek = specifieke gebeurtenissen, met datum, in chronologische volgorde
Epos = deels mythologisch, deels historisch
Westerse Geschiedschrijving
De Joodse traditie: De Tanakh bevat zekere historiciteit (zoals genealogieën en
gebeurtenissen), maar had niet als primair doel het representeren van letterlijke waarheid. Het
diende als religieuze en sociale oriëntatie in de tijd voor het Joodse volk. Collingwood
beschouwde dit niet als formele geschiedenis omdat het expliciete onderzoeksmotief ontbrak.
Welke constateringen kunnen we doen bij deze artefacten om te bepalen of het geschiedenis
is?
Aanwezig:
1. Alle voorbeelden verwijzen naar gebeurtenissen uit het verleden
(oorlogen)
2. In kronieken ook naar specifieke gebeurtenissen
3. Verwijzingen naar genealogieën en historische figuren, zoals koningen