VOORMALIG MINISTER VAN JUSTITIE PAUL VAN TIGCHELT
Bouwt verder op theorie van de lessen
→ Dit gastcollege sluit aan bij de theorie uit de gewone lessen.
→ Belangrijke thema’s:
o verhouding tussen politiek en justitie
o crisisbeheer
o zelfkritiek
o onafhankelijkheid van justitie
o terrorisme en radicalisering
o leiderschap
o gerechtelijke achterstand
o seksueel strafrecht
o invloed van sociale media
DUTROUX EN HERVORMINGEN
− De Dutroux-affaire heeft een grote invloed gehad op de organisatie van
justitie en politie in België.
− Door Dutroux werd duidelijk dat:
o diensten slecht samenwerkten,
o informatie niet goed gedeeld werd,
o en de organisatie ernstige tekortkomingen vertoonde.
− Dit leidde tot grote hervormingen.
− Belangrijk begrip hierbij: Octopusakkoord
o hervorming van politie en justitie na de Dutroux-crisis
o doel = betere samenwerking, betere informatiedeling en efficiëntere
werking
DE 3 MACHTEN
− Wetgevende macht
o maakt de wetten
o bv. Parlementen
− Uitvoerende macht
o voert de wetten uit en bestuurt het land
o bv. Regering
− Rechterlijke macht
o spreekt recht
o past de wet toe in concrete dossiers
o bv. rechtbanken en hoven
1
,MACHT DIE NIET IN DE WET STAAT:
partijvoorzitters en voor een stuk de pers
− Naast de drie klassieke machten is er in de praktijk nog een andere macht:
o Partijvoorzitters
o en voor een deel ook de pers/media
− Partijvoorzitters bepalen in België vaak mee:
o Coalities
o Benoemingen
o politieke prioriteiten
o richting van het beleid
− De pers beïnvloedt:
o publieke opinie
o politieke druk
o beeldvorming rond justitie en crisisdossiers
KRITISCH ZIJN OP POLITIEK EN ALLES WAT ER OP
U AFKOMT
− Kritisch denken is essentieel.
− Niet alles wat politiek, media of instellingen naar voren brengen, mag
zomaar worden aangenomen.
− Kritisch zijn betekent:
o vragen stellen
o analyseren
o fouten durven benoemen
o niet blind meegaan in gezag of structuur
PARTICRATIE
− Particratie = systeem waarin politieke partijen zeer veel macht hebben.
− In België hebben politieke partijen in de praktijk een zeer grote invloed op
het bestuur van het land.
− Daardoor ontstaat de indruk dat politiek bijna alles bepaalt.
Is dat een gezond systeem in een kabinet?
• Een kabinet = de politieke ploeg rond een minister.
• In kabinetten speelt partijpolitieke logica vaak een grote rol.
• Vraag:
o is het gezond dat politieke logica zo sterk doorweegt?
o of moeten administratie en experten meer ruimte krijgen?
2
, FOD
− FOD = Federale Overheidsdienst
− Dit is de federale administratie.
− Voorbeelden:
o FOD Justitie
o FOD Binnenlandse Zaken
− Taken van de administratie:
o beleid voorbereiden
o beleid ondersteunen
o beleid uitvoeren
o continuïteit en expertise garanderen
Geleid door voorzitter
• De administratie of een instelling wordt aangestuurd door een
leidinggevende/topfiguur.
• Leiding is bepalend voor de kwaliteit van de werking.
CORONABESLUITEN
− Tijdens de coronacrisis werden veel besluiten genomen.
− Kritiek:
o bepaalde besluiten zouden niet door de administratie geschreven
zijn,
o maar door externe advocatenkantoren.
− Dit roept vragen op over:
o Legitimiteit
o democratische controle
o kwaliteit van regelgeving
o invloed van externe actoren
OCAD
− Correcte schrijfwijze: OCAD
− OCAD = Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse
− OCAD analyseert dreigingen in België:
o Terrorisme
o Extremisme
o radicalisering
IKW
− IKW = Interkabinettenwerkgroep
− Overlegstructuur tussen kabinetten.
− Functie:
o dossiers voorbereiden
o afstemmen tussen ministers
o coördineren van beleid
3