Deel 1: Titel
=> elementen:
- Informatief lezer voldoende info geven over onderwerp, duidelijk wat de
vraag/ doel is & welk soort onderzoek gebruikt
- Passend dekt inhoudelijke lading & zet lezer op goede spoor
- Zakelijk neutraal qua woordkeuze, geformuleerd in passende
(wetenschappelijke) stijl en niet enkel leuk
- Niet te lang max 6-8 woorden, gebruik ondertitel als meer nodig, geen punt
als er geen ondertitel is, wel punt als er ondertitel is
- Geen vraag, geen volledige zin in stellende wijs formuleren in steekwoorden
Deel 2: Structureer
Alinea blok doorlopende tekst over slechts 1 onderwerp (geen harde returns) 3-
10 zinnen
Soorten:
- Thematisch: maken deel uit v inhoud v tekst gaat over je subvragen &
bestaat uit kernzin & uitwerking v kernzin
- Structurerend: toelichting geven op & zorg dragen voor samenhang v tekst
inleidend (aankondiging structuur/ inhoud), verbindend (toelichting samenhang
tussen vorige & volgende alinea’s), afsluitend (samenvatting v voorgaande)
Deel 3: Verbindingswoorden
=>s opsomming, tegenstelling, reden, oorzaak-gevolg, uitleg/ verklaring, voorbeeld,
voorwaarde, toevoeging, samenvatting
Structuurwoorden: leggen verbanden tussen je alinea’s
Ten slotte = structuurwoord: “tot besluit” <--> tenslotte = signaalwoord:
“immers”
Signaalwoorden: signaleren verband tussen zinnen
Verwijswoorden: verwijzen naar een woord
Die voor de-woorden
Dat voor het-woorden
, Deel 4: Werkwoorden
Wetenschappelijk verslag w vooral in verleden tijd geschreven (ook voltooid verleden
tijd), tegenwoordige tijd enkel bij inleiding & discussie
- Tegenwoordige tijd: algemeen geldende feiten (brede context & relevantie),
conclusies, verwijzen naar figuren & tabellen, onderzoeksvraag &
verwachtingen, ook synthese, behalve als je over onderzoeksresultaten in
verleden schrijft
- Verleden tijd: resultaten & eerdere bevindingen en meetmethoden &
opstellingen
Deel 5: Wetenschappelijk taalgebruik
Gebruik van:
- Vakspecifieke termen
- Griekse & Latijnse termen
- Collocaties: combinaties v woorden die moeilijk zonder elkaar kunnen
Bv hypothese formuleren, onderzoek opzetten/ uitvoeren, significant verband