Arbeidsrecht
I. INLEIDING
A. Begrip en grondslagen
Arbeidsrecht = het geheel van rechtsregels die betrekking hebben op het
verrichten van arbeid op de arbeidsmarkt en tot doel hebben de menselijke
waardigheid en de sociale rechtvaardigheid te bevorderen
De civielrechtelijke invalshoek van het arbeidsrecht is onmisbaar: arbeidsrecht
steunt immers op een contractuele relatie
Het arbeidsrecht is een antwoord op de ongelijkheid in de arbeidsverhouding of
op de arbeidsmarkt:
- feitelijke ongelijkheid: marktongelijkheid, economische ongelijkheid,
ongelijkheid in onderhandelingspositie
- juridische ongelijkheid: de werknemer bevindt zich in een juridische
ondergeschiktheid t.o.v. de werkgever
Het arbeidsrecht beschermt de positie vd werknemer (beschermende functie),
maar regelt ook de verhoudingen tussen de betrokken partijen (ordenende
functie)
B. Historische wortels
In 1804 was de Code civil in België van kracht, waarin de arbeidsrelatie werd
gezien als ‘huur van werk’
Vanaf 1887 werden een aantal wetten uitgevaardigd, maar pas in de 20e eeuw
kwamen meer alomvattende regelingen vd arbeidsovereenkomst tot stand
In 1900 kwam zo de eerste Arbeidsovereenkomstenwet, maar die was enkel
van toepassing op werklieden
In 1922 kwam een bediendenarbeidsovereenkomstnwet
Na WO2 werden collectieve arbeidsverhoudingen, sociale zekerheid en verdere
arbeidsbescherming uitgebouwd
Het Sociaal Pact van 1944 legde de basis voor de collectieve
arbeidsverhoudingen zoals we die vandaag kennen
In de jaren 60 en 70 komen veel dwingende wetten tot stand, en komen de
eerste nationale cao’s tot stand
In 1978 ontstond de Arbeidsovereenkomstenwet, die vandaag nog steeds
belangrijk is
1
,Met de wet van 26 december 2013 heeft men getracht het onderscheid tussen
arbeiders en bedienden weg te werken
Sinds de jaren 90 neemt de rol vd EU in het arbeidsrecht toe, maar er blijft een
moeilijke spanning bestaan tussen de sociale dimensie van Europa enerzijds,
en de interne markt en de economische dimensie anderzijds
In 2017 werd de Europese Pijler van Sociale Rechten afgekondigd, waarin
sociale rechten zijn opgenomen
C. Grondslagen van het arbeidsrecht
Arbeid is geen koopwaar = een vd meest fundamentele beginselen van het
arbeidsrecht
Arbeid is een werkzaamheid met een productief karakter, en daarvoor kan een
prijs worden betaald
Arbeid is echter niet zomaar een koopwaar, omdat het moeilijk kan worden
losgedacht vd mens die de arbeid verricht: deze intrinsieke relatie tussen
arbeid en de arbeidende mens belet een volledige koopwaargedachte
(onvolledig koopwaar)
Ook de menselijke waardigheid is een fundamentele grondslag van het
arbeidsrecht: arbeidsrecht draagt bij aan de menselijke waardigheid vd mens in
relatie tot zijn arbeid
Ook sociale rechtvaardigheid is een fundamentele grondslag: meer
georiënteerd op sociale gelijkheid en verdelende rechtvaardigheid
In klassieke visies gaat men ervan uit dat het arbeidsrecht een corrigendum is
op de vrije markt, wat impliceert dat het arbeidsrecht deze vrije markt
veronderstelt
De vrije markteconomie zou dus ook als grondslag van het arbeidsrecht kunnen
worden beschouwd
Sociaal beleid is ook een grondslag van het arbeidsrecht, aangezien het
arbeidsrecht intrinsiek verbonden is met maatschappelijke keuzes: menselijke
waardigheid en sociale rechtvaardigheid zijn immers ideologische standpunten
D. De inbedding van het arbeidsrecht in het sociaal recht
In een aantal landen wordt het arbeidsrecht ingebed in een breder juridisch
gebied: sociaal recht (dat bestaat uit het arbeidsrecht en het
socialezekerheidsrecht)
Internationaal gezien is het ‘sociaal recht’ niet wijd erkend: enkel in België,
Nederland en Frankrijk wordt de term op dezelfde manier gebruikt
E. De inbedding van het arbeidsrecht in het burgerlijk recht
2
,De arbeidsrelatie steunt op een (arbeids)overeenkomst die in beginsel
onderworpen is aan het burgerlijk recht
Het BW heeft een algemene strekking: art 1.1 BW bepaalt dat het BW het
burgerlijk recht en ruimer het privaatrecht regelt: het BW is dus van toepassing
in het arbeidsrecht
Er is wel de nuance dat bijzondere wetten onverminderd gelden: via lex
specialis kan er dus worden afgeweken van het BW
F. Bronnen van het arbeidsrecht
I. Algemeen
Wetgeving is uiteraard een zeer belangrijke bron van rechten en plichten in het
arbeidsrecht
Daarnaast veronderstelt de arbeidsrelatie het bestaan van een overeenkomst:
die arbeidsovereenkomst kan zowel schriftelijk als mondeling tot stand komen
Daarnaast zijn er nog de collectieve arbeidsovereenkomst, het
arbeidsreglement en het gebruik als bronnen
II. Hiërarchie van de rechtsbronnen
De hiërarchie van rechtsbronnen staat in artikel 51 vd wet van 5 december
1968 (CAO-wet):
1) dwingende bepalingen vd wet
2) algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten
3) niet-algemeen verbindend verklaarde collectieve
arbeidsovereenkomsten, wanneer de werkgever de overeenkomst
ondertekend heeft of aangesloten is bij een organisatie die deze
overeenkomst heeft ondertekend
4) geschreven individuele overeenkomst
5) niet-algemeen verbindend verklaarde collectieve
arbeidsovereenkomsten, gesloten in een paritair orgaan, wanneer de
werkgever, hoewel hij dit niet ondertekend heeft of niet aangesloten is bij
een organisatie die ze heeft ondertekend, behoort tot het ressort van het
paritaire orgaan
6) arbeidsreglement
7) aanvullende bepalingen vd wet
8) mondelinge individuele overeenkomst
9) het gebruik
In geval van strijdige bepalingen, zijn de bepalingen vd lagere rechtsbron nietig
(dat brengt echter niet de nietigheid vd rechtsbron in zijn geheel mee: enkel de
bepaling)
Het Belgische arbeidsrecht kent geen ‘gunstigheidsbeginsel’, dat steeds de
voor een werknemer meer gunstige bepaling zou doen voorgaan op een andere
In de praktijk zijn er wel minimumbepalingen (bv minimumloon), wat impliceert
dat deze door een lagere rechtsbron kunnen verhoogd of verbeterd worden
3
, III. Meergelaagdheid
De meergelaagdheid vd rechtsorde wordt beïnvloed door het internationale en
Europees recht, maar ook door de federale staatsstructuur, waarbij
gemeenschappen en gewesten bevoegdheden hebben
De gemeenschappen zijn o.a. bevoegd voor professionele vorming en opleiding
en het gebruik vd talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en
hun personeel
De gewesten zijn o.a. bevoegd voor het tewerkstellingsgebied,
arbeidsbemiddeling, tewerkstellingsprogramma’s enz.
De internationale bronnen zijn vooral die vd Internationale Arbeidsorganisatie
(ILO) en de Raad van Europa
De invloed vd EU neemt alsmaar toe en moet vanuit drie verschillende
beleidsdomeinen worden bekeken:
- sociale politiek: regulering en minimale bescherming
- interne markt: de-regulering
- werkgelegenheidsbeleid: coördinatie en governance
G. Internationaal arbeidsrecht
Als gespecialiseerd orgaan vd VN is de ILO/IAO samengesteld op basis van het
‘tripartisme’: in de organen vd IAO is er telkens een vertegenwoordiging vd
nationale overheden, vd vakorganisaties en vd werkgeversorganisaties
(overheid, werknemers en werkgevers)
Het doel van wereldwijde internationale arbeidsnormen is de sociale vrede en
stabiliteit, en het lot vd werkende bevolking wereldwijd verbeteren
De internationale arbeidsnormen hebben ook een economisch doel: vermijden
dat het naleven van sociale normen de concurrentiepositie van een land zou
verzwakken, of dat de verlaging van sociale bescherming een
concurrentievoordeel zou opleveren
De internationale arbeidsnormen vd IAO zijn vervat in ‘conventies’ en
‘aanbevelingen’:
- conventies zijn verdragen die juridisch bindend zijn als ze geratificeerd
zijn
- aanbevelingen zijn niet-bindend, maar zijn wel gezaghebbend en vormen
vaak een aanvulling op de conventies
Een belangrijke aanbeveling is aanbeveling R198, die tot doel heeft de
bescherming van werknemers in arbeidsrelatie te bevorderen door het bestaan
van een arbeidsrelatie te verduidelijken
De IAO heeft ook nog multinationale ondernemingen in het leven geroepen, die
wereldwijd actief zijn, maar vaak door hun internationale reikwijdte ontsnappen
4
I. INLEIDING
A. Begrip en grondslagen
Arbeidsrecht = het geheel van rechtsregels die betrekking hebben op het
verrichten van arbeid op de arbeidsmarkt en tot doel hebben de menselijke
waardigheid en de sociale rechtvaardigheid te bevorderen
De civielrechtelijke invalshoek van het arbeidsrecht is onmisbaar: arbeidsrecht
steunt immers op een contractuele relatie
Het arbeidsrecht is een antwoord op de ongelijkheid in de arbeidsverhouding of
op de arbeidsmarkt:
- feitelijke ongelijkheid: marktongelijkheid, economische ongelijkheid,
ongelijkheid in onderhandelingspositie
- juridische ongelijkheid: de werknemer bevindt zich in een juridische
ondergeschiktheid t.o.v. de werkgever
Het arbeidsrecht beschermt de positie vd werknemer (beschermende functie),
maar regelt ook de verhoudingen tussen de betrokken partijen (ordenende
functie)
B. Historische wortels
In 1804 was de Code civil in België van kracht, waarin de arbeidsrelatie werd
gezien als ‘huur van werk’
Vanaf 1887 werden een aantal wetten uitgevaardigd, maar pas in de 20e eeuw
kwamen meer alomvattende regelingen vd arbeidsovereenkomst tot stand
In 1900 kwam zo de eerste Arbeidsovereenkomstenwet, maar die was enkel
van toepassing op werklieden
In 1922 kwam een bediendenarbeidsovereenkomstnwet
Na WO2 werden collectieve arbeidsverhoudingen, sociale zekerheid en verdere
arbeidsbescherming uitgebouwd
Het Sociaal Pact van 1944 legde de basis voor de collectieve
arbeidsverhoudingen zoals we die vandaag kennen
In de jaren 60 en 70 komen veel dwingende wetten tot stand, en komen de
eerste nationale cao’s tot stand
In 1978 ontstond de Arbeidsovereenkomstenwet, die vandaag nog steeds
belangrijk is
1
,Met de wet van 26 december 2013 heeft men getracht het onderscheid tussen
arbeiders en bedienden weg te werken
Sinds de jaren 90 neemt de rol vd EU in het arbeidsrecht toe, maar er blijft een
moeilijke spanning bestaan tussen de sociale dimensie van Europa enerzijds,
en de interne markt en de economische dimensie anderzijds
In 2017 werd de Europese Pijler van Sociale Rechten afgekondigd, waarin
sociale rechten zijn opgenomen
C. Grondslagen van het arbeidsrecht
Arbeid is geen koopwaar = een vd meest fundamentele beginselen van het
arbeidsrecht
Arbeid is een werkzaamheid met een productief karakter, en daarvoor kan een
prijs worden betaald
Arbeid is echter niet zomaar een koopwaar, omdat het moeilijk kan worden
losgedacht vd mens die de arbeid verricht: deze intrinsieke relatie tussen
arbeid en de arbeidende mens belet een volledige koopwaargedachte
(onvolledig koopwaar)
Ook de menselijke waardigheid is een fundamentele grondslag van het
arbeidsrecht: arbeidsrecht draagt bij aan de menselijke waardigheid vd mens in
relatie tot zijn arbeid
Ook sociale rechtvaardigheid is een fundamentele grondslag: meer
georiënteerd op sociale gelijkheid en verdelende rechtvaardigheid
In klassieke visies gaat men ervan uit dat het arbeidsrecht een corrigendum is
op de vrije markt, wat impliceert dat het arbeidsrecht deze vrije markt
veronderstelt
De vrije markteconomie zou dus ook als grondslag van het arbeidsrecht kunnen
worden beschouwd
Sociaal beleid is ook een grondslag van het arbeidsrecht, aangezien het
arbeidsrecht intrinsiek verbonden is met maatschappelijke keuzes: menselijke
waardigheid en sociale rechtvaardigheid zijn immers ideologische standpunten
D. De inbedding van het arbeidsrecht in het sociaal recht
In een aantal landen wordt het arbeidsrecht ingebed in een breder juridisch
gebied: sociaal recht (dat bestaat uit het arbeidsrecht en het
socialezekerheidsrecht)
Internationaal gezien is het ‘sociaal recht’ niet wijd erkend: enkel in België,
Nederland en Frankrijk wordt de term op dezelfde manier gebruikt
E. De inbedding van het arbeidsrecht in het burgerlijk recht
2
,De arbeidsrelatie steunt op een (arbeids)overeenkomst die in beginsel
onderworpen is aan het burgerlijk recht
Het BW heeft een algemene strekking: art 1.1 BW bepaalt dat het BW het
burgerlijk recht en ruimer het privaatrecht regelt: het BW is dus van toepassing
in het arbeidsrecht
Er is wel de nuance dat bijzondere wetten onverminderd gelden: via lex
specialis kan er dus worden afgeweken van het BW
F. Bronnen van het arbeidsrecht
I. Algemeen
Wetgeving is uiteraard een zeer belangrijke bron van rechten en plichten in het
arbeidsrecht
Daarnaast veronderstelt de arbeidsrelatie het bestaan van een overeenkomst:
die arbeidsovereenkomst kan zowel schriftelijk als mondeling tot stand komen
Daarnaast zijn er nog de collectieve arbeidsovereenkomst, het
arbeidsreglement en het gebruik als bronnen
II. Hiërarchie van de rechtsbronnen
De hiërarchie van rechtsbronnen staat in artikel 51 vd wet van 5 december
1968 (CAO-wet):
1) dwingende bepalingen vd wet
2) algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten
3) niet-algemeen verbindend verklaarde collectieve
arbeidsovereenkomsten, wanneer de werkgever de overeenkomst
ondertekend heeft of aangesloten is bij een organisatie die deze
overeenkomst heeft ondertekend
4) geschreven individuele overeenkomst
5) niet-algemeen verbindend verklaarde collectieve
arbeidsovereenkomsten, gesloten in een paritair orgaan, wanneer de
werkgever, hoewel hij dit niet ondertekend heeft of niet aangesloten is bij
een organisatie die ze heeft ondertekend, behoort tot het ressort van het
paritaire orgaan
6) arbeidsreglement
7) aanvullende bepalingen vd wet
8) mondelinge individuele overeenkomst
9) het gebruik
In geval van strijdige bepalingen, zijn de bepalingen vd lagere rechtsbron nietig
(dat brengt echter niet de nietigheid vd rechtsbron in zijn geheel mee: enkel de
bepaling)
Het Belgische arbeidsrecht kent geen ‘gunstigheidsbeginsel’, dat steeds de
voor een werknemer meer gunstige bepaling zou doen voorgaan op een andere
In de praktijk zijn er wel minimumbepalingen (bv minimumloon), wat impliceert
dat deze door een lagere rechtsbron kunnen verhoogd of verbeterd worden
3
, III. Meergelaagdheid
De meergelaagdheid vd rechtsorde wordt beïnvloed door het internationale en
Europees recht, maar ook door de federale staatsstructuur, waarbij
gemeenschappen en gewesten bevoegdheden hebben
De gemeenschappen zijn o.a. bevoegd voor professionele vorming en opleiding
en het gebruik vd talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en
hun personeel
De gewesten zijn o.a. bevoegd voor het tewerkstellingsgebied,
arbeidsbemiddeling, tewerkstellingsprogramma’s enz.
De internationale bronnen zijn vooral die vd Internationale Arbeidsorganisatie
(ILO) en de Raad van Europa
De invloed vd EU neemt alsmaar toe en moet vanuit drie verschillende
beleidsdomeinen worden bekeken:
- sociale politiek: regulering en minimale bescherming
- interne markt: de-regulering
- werkgelegenheidsbeleid: coördinatie en governance
G. Internationaal arbeidsrecht
Als gespecialiseerd orgaan vd VN is de ILO/IAO samengesteld op basis van het
‘tripartisme’: in de organen vd IAO is er telkens een vertegenwoordiging vd
nationale overheden, vd vakorganisaties en vd werkgeversorganisaties
(overheid, werknemers en werkgevers)
Het doel van wereldwijde internationale arbeidsnormen is de sociale vrede en
stabiliteit, en het lot vd werkende bevolking wereldwijd verbeteren
De internationale arbeidsnormen hebben ook een economisch doel: vermijden
dat het naleven van sociale normen de concurrentiepositie van een land zou
verzwakken, of dat de verlaging van sociale bescherming een
concurrentievoordeel zou opleveren
De internationale arbeidsnormen vd IAO zijn vervat in ‘conventies’ en
‘aanbevelingen’:
- conventies zijn verdragen die juridisch bindend zijn als ze geratificeerd
zijn
- aanbevelingen zijn niet-bindend, maar zijn wel gezaghebbend en vormen
vaak een aanvulling op de conventies
Een belangrijke aanbeveling is aanbeveling R198, die tot doel heeft de
bescherming van werknemers in arbeidsrelatie te bevorderen door het bestaan
van een arbeidsrelatie te verduidelijken
De IAO heeft ook nog multinationale ondernemingen in het leven geroepen, die
wereldwijd actief zijn, maar vaak door hun internationale reikwijdte ontsnappen
4