H1: Ureum, ammonium, creatine,
creatinine en
klaringen
Meten is weten:
Nierfunctie beoordelen
Inzicht in metabole processen
1.1 Herhaling nierfunctie
Glomerulus:
Filter met poriegrootte ca 7 mm
Verhoogde druk in haarvaten
ultrafiltraat (deeltjes < 60 kDa)
Kapsel van bowman:
opvang filtraat primaire urine
Tubuli:
Terugresorptie
Excretie
1.2 Metabolisme
1.2.1 Ureum: afbraak van EW
BUN: BloedUreumstikstof
Katabolisme:
=voornaamste stikstofhoudende stofwisselingsproduct van de EW afbraak
EWbronnen:
Exogeen: voedsel (eiwitrijk)
Endogeen: celafbraak
Primaire structuur EW AZ ureum
In de levercellen:
1. Transaminatie:
=transport aminegroep naar ander molecule
Alanine + a-ketoglutaraat – (alanine aminotransferase) pyruvaat
+ glutamaat
2. Oxidatieve deaminatie:
= verwijdering amidegroep + vrijkomen NH4+
, Glutamaat + NAD+ - (glutamaat dehydrogenase) a-ketoglutaraat
+ NH4+ (toxisch) + NADH + H+
3. Ureumcyclus:
2 NH4+ (toxisch) + CO2 ureum
1.2.2 Vorming van ureum: ureumcyclus
Exclusief in lever
Leverenzymen: !!
Carbamoylfosfaat synthetase
Arginase
overzicht:
chemische eigenschappen van ammoniumionen:
pH bloed: 7,4
pKa (ammoniak) = 9,24
in bloed is aantal in geprotoneerde vorm gelijk
aan aantal
in niet geprotonneerde vorm
1.2.3 Vorming van ammonium in het lichaam
Primaire bronnen:
1. levercellen: na oxidatieve deaminatie
2. darmen: Microbiota (examenvraag!)
o bacteriële AZdeaminatie
fermentatie van EW en AZ
o bacteriële urease-activiteit
darmbacteriën metaboliseren ureum
enzym: urease
ureum + 2 water – (urease, pH= 6,5) 1 ammoniumionen + CO3 2-
1.3 Excretie en reabsorptie
,1.3.1 Excretie van ureum
Nieren: >90%
GI: eliminatie na bacteriële omzetting naar ammonium
Huid: zweten
Glomerulaire filtratiesnelheid: normaal
proximale tubulus: passieve terugresorptie 40%
verzamelbuis: excretie 60%
afhankelijk van hydratatie toestand:
verhoogde hydratatie
verhoogde glomerulaire filtratiesnelheid
o afname resorptie (<40%)
o toename excretie (>60%)
dehydratatie:
verlaagde glomerulaire
snelheid
o toename resorptie
(>40%)
o afname excretie (<60%)
o ureum in serum =
verhoogd
o ureum in urine =
verlaagd
BUN:
afh van 3 variabelen
ureumconcentratie
glomerulaire filtratie
hydratatieniveau
1.4 Staalvereisten en analysemethoden
1.4.1 Ureum
Staalvereisten:
serum/plasma (geen NaF buisje):
o stabiliteit: tot 24u bij KT (enkele dagen bij 4°C)
o verdunning: 1/20
o vermijd hoge concentraties NaF bij enzymatische bepalingen
24-uurs urine met conserveermiddel:
o Verdunning: 1/50
o Koel bewaren
ureum splitsende bacteriën = vals verhoogde ammoniumwaarden
, Bepalingen:
1. Colometrische assay met diacetylmonoxime => DAM-test –
Fearon reactie
examen: instabiele producten aanduiden of product aan naam
linken
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
2.
Enzymatische-colorimetrische assay
o Urease:
Buffer: EDTA-buffer (pH = 6,5)
Hoewel optimum van urease hoger ligt
Hogere pH ammoniumgas
Reactietemperatuur: 37°C of 55°C (dichter bij opt dus
sneller)
o Berthelot
(kleur) reactie
Vooraf NH4+ bepalen
blanco bepaling zonder urease
Overschatting vermijden: eind – blanco