inleiding tot de gedragsneurowetenschappen
het menselijk brein = een informatieverwerkend orgaan
obv. die informatie vormt het menselijk gedrag
maar … informatieverwerking is gelimiteerd! (⇒ multitasken kan
niet)
verwerkingscapaciteit = ook gelimiteerd (en niet altijd
betrouwbaar!)
- informatie is nodig om correcte getuigenis te kunnen
geven
- als weten op voorhand wat gaat gebeuren, dan
verwerken/interpreteren we correcter
illusies = hersenen die ons op het verkeerde spoor zetten
- ons brein gebruikt informatie uit het verleden om nieuwe informatie aan te maken
- hersenen creëren de wereld die je ziet, maar kan ook foutjes maken
- de wereld die je waarneemt = een constructie van de hersenen!
conceptueel biopsychosociaal kader van hersenen & gedrag
exogene & endogene processen: beide van belang!
- hersenen = open orgaan
- omgeving is niet cruciaal voor het hart, longen …
maar we hebben de omgeving (exogeen) wel nodig
- interactie tussen lichaamsprocessen en exogene
processen
persoon: kenmerken die bij de individu horen zoals
geslacht, etniciteit, etc.
tijd: alles is constant in verandering
,neurale circuits / neurale netwerken
= zorgen voor algemene werking (vb. ademhaling)
- zenuwcellen zijn geschakeld met andere zenuwcellen, zo vormen ze neurale
circuits
- zenuwstelsel = breed geheel van neurale netwerken
- 1 zenuwcel kan met meer dan 10.000 anderen samen netwerken creëren
- via elektronenmicroscopen begrijpt men de bouw/werking van neuronen
- “we gebruiken maar 10% van onze hersenen” = onzin!
- juist door die enorme complexiteit zijn we heel kwetsbaar
structuur/morfologie/bouw van zenuwstelsel = cellulaire neuroanatomie
werking/functie van zenuwstelsel = cellulaire neurofysiologie
gedragsfuncties
= hoe meten/waarnemen we dit op zo’n objectief mogelijke manier?
= kijken naar gedrag: motoriek, cognitie, emotie
- stress wordt biologisch vanuit hersenen gegenereerd, heel ons netwerk reageert
- “ik heb stress”: wat zijn de endogene/exogene factoren? hoe speelt tijd hierin mee?
activiteiten & maatschappelijke participatie
= we hebben alle vorige blokken nodig om een normale functionering te hebben
- neuronen beschadigd = gedrag beschadigd!
fylogenese = evolutionaire ontwikkeling van een soort over vele generaties
ontogenese = evolutionaire ontwikkeling van een organisme gedurende één leven, (van
bevruchting tot dood: levensloop, groei, etc.)
we zijn de enige diersoort waarvan de hersenen nog niet volledig zijn bij de geboorte!
- neuroplasticiteit = in ruil voor onze kwetsbaarheid is ons brein dankzij endogene
processen plastisch: we hebben een enorm leervermogen!
kennis- en ervaringsnetwerken veranderen door een organisatie en reorganisatie in reactie
op ervaring & sensorische ervaring
- hersenen zijn gevoelig en kneedbaar
- verandert constant
verbindingen tussen zenuwcellen vormen samen neurale circuits die zorgen voor bepaalde
functies (vb. ademen)
- bouw (structuur) vs. werking (functie)
- waar hoort iets thuis?* (schema conceptueel kader)
klinisch: als er iets mis is
etiologie = wat er precies gebeurd is, oorzaak van het mislopen (vb. auto ongeval)
hersenscan → op 1 mm zie je 20 miljoen neuronen
,*we krijgen dankzij die beeldvorming een beeld over het 2e trapje van het schema →
hersenen – zenuwstelsel – neurale circuits
dingen die in de omgeving gebeuren kunnen ook zorgen voor schade: hersenen reageren
op informatieverwerking
- zo kan vb. de omgeving zorgen voor een depressie ⇒ exogeen
- <-> auto ongeval ⇒ endogeen
- brein reageert dus op beide!
hersenscan experiment depressie
- zenuwcellen in frontale cortex doven volledig
uit, werken niet
- patiënt met depressie kan niet redelijk
nadenken
re-integratie / re-participatie
- nieuwe hobby/job die beperkingvriendelijk is (vb. na ongeval)
, GNW H3: cellulaire neuroanatomie
de bouw van het zenuwstelsel
zenuwcellen of neuronen: opvangen en doorsturen van
informatie naar de hersenen
steun- of neurogliacellen: helpen neuronen op
verschillende manieren bij uitoefenen van
informatieverwerkende taak
wetenschappelijke meetmethode die gebruikt wordt voor
de structuur van de cel te onderzoeken ⇒
elektronenmicroscopie
zenuwcellen / neuronen
= basis voor ontvangen, vervoeren, overdragen van signalen
1. de celstructuur van een neuron
= hier bevindt zich het genetisch materiaal van de zenuwcel
1.1. cellichaam /
celkern of soma functie: celmetabolisme
= energieproductie en stofaanmaak nodig voor informatieverwerking
- zet voedingsstoffen om in energie (ATP)
- wordt beslist hoe de cel zal reageren, of het signaal al dan niet wordt
doorgestuurd
vanbinnen in cellichaam: organellen
= kleine orgaantjes, bestanddelen van de cel
- vb. mitochondriën: voedingsstof → brandstof
(zorgen voor energieproductie)
- vb. ribosomen: zorgen voor aanmaak van eiwitten
- deze celorganellen bevinden zich in het cytoplasma
neurotransmitters = scheikundige stoffen die de cel gaat gebruiken om gedrag te
beïnvloeden – geven signalen over tussen zenuwcellen (neuronen) en andere
cellen (vb. spiercellen)
klinische implicatie: wat als er iets mis is?
neuronen kunnen beschadigd worden door hersenbloedingen of
neurodegeneratieve ziekten → gedrag verandert!
- stappen, spreken, … kan opeens niet meer lukken
neurodegeneratieve ziekten
= ziektes waarbij zenuwcellen (neuronen) in de hersenen en het ruggenmerg
geleidelijk afsterven, wat leidt tot functieverlies
- ziekte van Parkinson: abnormale eiwitten vormen die er niet moeten zijn, en
maken binnenkant van zenuwcellen kapot
- ziekte van Alzheimer