WERKVELDVERKENNING
LEERPADEN
ALGEMENE INLEIDENDE BEGRIPPEN
SOORTEN INTERVENTIES BINNEN HET SOCIAAL WERK
Sommige praktijken richten zich naar individuele problemen van mensen, andere gaan
met groepen en/ of gemeenschappen aan de slag en er zijn ook praktijken die zich
vooral naar andere organisaties richten
INTERVENTIES NAAR/ MET INDIVIDUEN EN INDIVIDUELE CASES
= richten zich op een individu/ gezin-systeem
De ‘case’ of ‘cliënt’ kan een individu zijn, een systeem rond een individu
zoals een gezin.
De interventie start vanuit de vragen, noden of problemen van deze cliënt
Doel: met individuele belanghebbende een antwoord uitwerken
Kenmerk: emancipatorisch werken dat tot doel stelt belanghebbenden
actie te betrekken en handelsvermogen te versterken
INTERVENTIES NAAR/ MET GROEPEN EN (STRUCTUREN VAN DE) GEMEENSCHAP
= verbinden het individuele uitdrukkelijk met de groep(en) waartoe mensen behoren en
het gedeelde of gemeenschappelijke.
Men gaat aan de slag met thema’s en moeilijkheden die mensen
ervaren doordat ze samenhangen met de groep waartoe mensen
behoren
Bv. Omdat men vrouw, migrant, bejaard, Of om problemen die men
gemeenschappelijk ervaart zoals verslaving
Gaan ook aan de slag met groepen, gemeenschappen of communities
Het tussenkomen op onderdelen van de samenleving wordt gezien als een
voorwaarde om effectief iets te kunnen doen aan de individuele problemen
Deze interventies richten zich ook soms uitdrukkelijk op het versterken en
vernieuwen van het sociale weefsel en de groepsvorming met het oog op
een democratische, solidaire, open en cultureel diverse samenleving.
Kerncomponent: emancipatorisch en participatie
Maar wij hebben het hier ook over de laatste basisbenadering,
de samenlevingsopbouw of het opbouwwerk; waar MET burgers
gewerkt wordt aan maatschappelijke problemen.
INTERVENTIES NAAR ANDERE ORGANISATIES
= gericht naar het sociaal werkveld zelf en naar overheden en organisaties
Bv. Koepels, overheidsinstanties, …
Doelgroep is de sociaal-werk-praktijken zelf
1
,ECHELONNERING VAN HET SOCIAAL WERK
Sociaal werk wordt ingedeeld in verschillende lijnen. Deze lijnen geven informatie over
hoe toegankelijk de sociaal werk organisatie is
DE NULDE LIJN
= alle initiatieven die laagdrempelig zijn en vrij toegankelijk. Zorg binnen het
eigen netwerk
Bv. Vrijwilliger die eten bereid voor buurvrouw, zelfhulp, mantelzorg,
DE EERSTE LIJN
= alle organisaties die vrij toegankelijk zijn, je moet wel zelf afspraak maken.
Bv. Huisartsen, kinesitherapeuten, psychologen, welzijnswerkers,
DE TWEEDE LIJN
= organisaties waarvoor je een doorverwijzing nodig hebt. Niet-rechtsreeks
toegankelijke hulp. Er wordt ook gespecialiseerde zorg aangeboden
DE DERDE LIJN
= organisaties bieden gespecialiseerde hulp aan dei niet vrij toegankelijk is en
vaak intramuraal (binnen de meuren van een voorziening)
MATE VAN HULP EN ZORG BINNEN SOCIAAL WERK ORGANISATIES
De meeste vorm van hulp of zorg wordt ambulant aangeboden.
- Ambulante zorg = de belanghebbende op consultatie gaat, voor beperkte duur.
Bv. CLB-afspraak, VDAB-afspraak, …
- Semi-residentiële zorg = hulp waarbij er in meeste gevallen geen overnachting
of verblijf aan vast hangt, maar wel intensievere hulp en zorg nodig is
Zorgboerderij voor kinderen met een beperking, dagopvang, …
- Residentiële zorg = hulp die dag en nachtopvang aanbiedt
2
, DOMEIN 1: ALGEMEEN WELZIJNSWERK
INLEIDING
Algemeen welzijnswerk = helpt gebruikers zich persoonlijk en sociaal te ontplooien,
individuele en sociale rechten uit te oefenen.
- Doelgroep = iedereen van wie de welzijnskansen bedreigd of verminderd zijn
HISTORIEK VAN HET LANDSCHAP
Algemeen welzijnswerk
- Jaren 60 = vooral gericht op het aanpassen van de doelgroep in het
maatschappelijk gebeuren.
Naarmate de welvaartsstaat groeide, verschoof de behoefte naar de
aanpak van sociaalpsychologische problemen (verslaving, relaties,
opvoeding,)
De opstart gebeurde in de jaren 60 en 70 van de professionele
hupverlening. Dat werd zichtbaar door organisaties zoals teleonthaal en in
de JAC’s
Het duurde tot jaren 90 alvorens het algemeen
eerstelijnswelzijnswerk vorm kreeg in de 3 gekende diensten: OCMW,
CAW en dienst maatschappelijk werk mutualiteit
- Eerste decreet van 19 december 1997
Het hamert erop dat de hulpverlening breed aangeboden wordt, voor
iedereen, en zowel op preventie, hulp als signalering gericht is
Zorgde voor eerste grote professionalisering en samenvoeging van
diensten
BELEID
Overzicht van de beleidskaders van het domein algemeen welzijn.
- Het departement zorg
Samenvoeging van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en
Agentschap Zorg en Gezondheid
Die departement heeft
onderstaande taken:
Het bereidt het beleid van de
Vlaamse minister van welzijn,
Volksgezondheid en Gezin voor,
evalueert het en ondersteunt de
minister bij het aansturen en
opvolgen van de beleidsuitvoering
door de agentschappen
3
LEERPADEN
ALGEMENE INLEIDENDE BEGRIPPEN
SOORTEN INTERVENTIES BINNEN HET SOCIAAL WERK
Sommige praktijken richten zich naar individuele problemen van mensen, andere gaan
met groepen en/ of gemeenschappen aan de slag en er zijn ook praktijken die zich
vooral naar andere organisaties richten
INTERVENTIES NAAR/ MET INDIVIDUEN EN INDIVIDUELE CASES
= richten zich op een individu/ gezin-systeem
De ‘case’ of ‘cliënt’ kan een individu zijn, een systeem rond een individu
zoals een gezin.
De interventie start vanuit de vragen, noden of problemen van deze cliënt
Doel: met individuele belanghebbende een antwoord uitwerken
Kenmerk: emancipatorisch werken dat tot doel stelt belanghebbenden
actie te betrekken en handelsvermogen te versterken
INTERVENTIES NAAR/ MET GROEPEN EN (STRUCTUREN VAN DE) GEMEENSCHAP
= verbinden het individuele uitdrukkelijk met de groep(en) waartoe mensen behoren en
het gedeelde of gemeenschappelijke.
Men gaat aan de slag met thema’s en moeilijkheden die mensen
ervaren doordat ze samenhangen met de groep waartoe mensen
behoren
Bv. Omdat men vrouw, migrant, bejaard, Of om problemen die men
gemeenschappelijk ervaart zoals verslaving
Gaan ook aan de slag met groepen, gemeenschappen of communities
Het tussenkomen op onderdelen van de samenleving wordt gezien als een
voorwaarde om effectief iets te kunnen doen aan de individuele problemen
Deze interventies richten zich ook soms uitdrukkelijk op het versterken en
vernieuwen van het sociale weefsel en de groepsvorming met het oog op
een democratische, solidaire, open en cultureel diverse samenleving.
Kerncomponent: emancipatorisch en participatie
Maar wij hebben het hier ook over de laatste basisbenadering,
de samenlevingsopbouw of het opbouwwerk; waar MET burgers
gewerkt wordt aan maatschappelijke problemen.
INTERVENTIES NAAR ANDERE ORGANISATIES
= gericht naar het sociaal werkveld zelf en naar overheden en organisaties
Bv. Koepels, overheidsinstanties, …
Doelgroep is de sociaal-werk-praktijken zelf
1
,ECHELONNERING VAN HET SOCIAAL WERK
Sociaal werk wordt ingedeeld in verschillende lijnen. Deze lijnen geven informatie over
hoe toegankelijk de sociaal werk organisatie is
DE NULDE LIJN
= alle initiatieven die laagdrempelig zijn en vrij toegankelijk. Zorg binnen het
eigen netwerk
Bv. Vrijwilliger die eten bereid voor buurvrouw, zelfhulp, mantelzorg,
DE EERSTE LIJN
= alle organisaties die vrij toegankelijk zijn, je moet wel zelf afspraak maken.
Bv. Huisartsen, kinesitherapeuten, psychologen, welzijnswerkers,
DE TWEEDE LIJN
= organisaties waarvoor je een doorverwijzing nodig hebt. Niet-rechtsreeks
toegankelijke hulp. Er wordt ook gespecialiseerde zorg aangeboden
DE DERDE LIJN
= organisaties bieden gespecialiseerde hulp aan dei niet vrij toegankelijk is en
vaak intramuraal (binnen de meuren van een voorziening)
MATE VAN HULP EN ZORG BINNEN SOCIAAL WERK ORGANISATIES
De meeste vorm van hulp of zorg wordt ambulant aangeboden.
- Ambulante zorg = de belanghebbende op consultatie gaat, voor beperkte duur.
Bv. CLB-afspraak, VDAB-afspraak, …
- Semi-residentiële zorg = hulp waarbij er in meeste gevallen geen overnachting
of verblijf aan vast hangt, maar wel intensievere hulp en zorg nodig is
Zorgboerderij voor kinderen met een beperking, dagopvang, …
- Residentiële zorg = hulp die dag en nachtopvang aanbiedt
2
, DOMEIN 1: ALGEMEEN WELZIJNSWERK
INLEIDING
Algemeen welzijnswerk = helpt gebruikers zich persoonlijk en sociaal te ontplooien,
individuele en sociale rechten uit te oefenen.
- Doelgroep = iedereen van wie de welzijnskansen bedreigd of verminderd zijn
HISTORIEK VAN HET LANDSCHAP
Algemeen welzijnswerk
- Jaren 60 = vooral gericht op het aanpassen van de doelgroep in het
maatschappelijk gebeuren.
Naarmate de welvaartsstaat groeide, verschoof de behoefte naar de
aanpak van sociaalpsychologische problemen (verslaving, relaties,
opvoeding,)
De opstart gebeurde in de jaren 60 en 70 van de professionele
hupverlening. Dat werd zichtbaar door organisaties zoals teleonthaal en in
de JAC’s
Het duurde tot jaren 90 alvorens het algemeen
eerstelijnswelzijnswerk vorm kreeg in de 3 gekende diensten: OCMW,
CAW en dienst maatschappelijk werk mutualiteit
- Eerste decreet van 19 december 1997
Het hamert erop dat de hulpverlening breed aangeboden wordt, voor
iedereen, en zowel op preventie, hulp als signalering gericht is
Zorgde voor eerste grote professionalisering en samenvoeging van
diensten
BELEID
Overzicht van de beleidskaders van het domein algemeen welzijn.
- Het departement zorg
Samenvoeging van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en
Agentschap Zorg en Gezondheid
Die departement heeft
onderstaande taken:
Het bereidt het beleid van de
Vlaamse minister van welzijn,
Volksgezondheid en Gezin voor,
evalueert het en ondersteunt de
minister bij het aansturen en
opvolgen van de beleidsuitvoering
door de agentschappen
3