H1 gametogenese
= vorming/rijping van geslachtscellen
Primordiale kiemcellen (PGCs) = voorlopercellen van de ei- en
zaadcellen
Ontstaan in de wand van de dooierzak (= specificatie, 3e week)
Migreren naar ontwikkelde gonaden + prolifereren (5e week)
Differentiëren naar oögonium en dan een eicel (=Oögenese, 3e
maand)
Differentiëren naar spermatogonium en dan spermatozoïde (=
Spermatogenese, pas vanaf puberteit)
Meiotische deling:
halvering aantal chromosomen + herschikken info
o 1e deling scheiding analoge chromosomen, 2n 4c naar n 2C
o 2e deling chromatide scheiding, n 2C naar n C
Homologe recombinatie = uitwisseling tss homologe chromosomen
tijdens meiose 1
Zorgt ervoor dat alle zaadcellen en eicellen uniek zijn
Niet-disjuncties:
meestal bij eicel, leeftijdsgebonden
o Monosomie niet levensvatbaar, miskraam
o Trisomie chromosoom 21 Downsyndroom
o XXY of XXXY (man) Klinefelter, onderontwikkelde gonaden
o X0 (vrouw) Turner, mosaïcisme
,Somatische cellen = lichaamscellen, diploïd
Gonaden = eierstokken en testes
Oögenese
Vrouwen worden geboren met een vast aantal eicellen
3e maand van de zwangerschap: primordiale kiemcellen differentiëren
naar primordiale follikels
= primaire eicel omgeven door 1 laag afgeplatte follikelcellen
Blijven in profase I = eicel arrest, germinaal vesikel stadium
5e maand: 6-7 miljoen eicellen
bij geboorte: 2 miljoen eicellen
Puberteit: start ovariële cyclus, nog maar 300.000 eicellen
Hormonen FSH en LH worden aangemaakt
Meiose I wordt afgewerkt
Meiose II start en stopt in metafase II
1 cyclus: 5 à 15 follikels geactiveerd, slechts 1 rijpe follikel =
follikelatresie
Tussen puberteit en menopauze zullen er maar +/- 400 eicellen gebruikt
worden
Granulosacellen = voedingscellen rond follikel, voorzien voeding om te
groeien
Aantal lagen vermeerdert naarmate het stadium van de follikel
vordert
Van de +/- 15 secundaire follikels wordt er 1 uitgerijpt Graafse follikel
Meiose I:
Dochtercel + poollichaampje
, Meiose II (na bevruchting):
Eicel + 2e poollichaampje wordt dus pas hier volledig haploïd
Metafase II (voor bevruchting): chromosomaal
abnormaal embryo:
Spermatogenese
Vanaf puberteit, 100 miljoen cellen/ ejaculaat
n 2C
haploïd
n C haploïd
Duurt +/- 2 maanden
Waarvan de spermiogenese (van spermatide naar zaadcel) 24 dagen
Nucleus: wordt kleiner en compacter, condensatie van chromosomen
door vervangen van histonen met protamines, stop van transcriptie