Inhoud
1. Inleiding................................................................................ 2
1.1. Wat is deontologie?............................................................................2
1.2. Waarden en normen in het beroep van de PC....................................3
1.3. WUG: Wet uitoefening van gezondheidsberoepen.............................5
1.3.1. Geschiedenis focus GGZ..............................................................5
1.4. Wet patiëntenrechten........................................................................6
1.4.1. Geschiedenis...............................................................................6
2. De beroepscode voor de PC....................................................8
2.1. Algemene bepalingen........................................................................8
2.2. Begripsbepaling...............................................................................10
2.3. Professionele houding van de PC.....................................................11
2.4. Relatie met de zorggebruiker en zijn systeem.................................12
2.5. Relatie met beroepsgenoten, andere zorgverleners en organisaties
................................................................................................................15
2.6. Klachten...........................................................................................15
3. Beroepsgeheim en meldplicht...............................................16
3.1. Discretieplicht..................................................................................16
3.2. Beroepsgeheim................................................................................17
3.3. Spreekrecht......................................................................................20
3.3.1. Getuigenis in rechte...................................................................21
3.3.2. Toestemming client....................................................................21
3.3.3. Meldrecht oud Art. 458 bis SW – nieuw Art. 353 SW..................21
3.3.4. Noodtoestand............................................................................23
3.4. Spreekplicht of meldingsplicht.........................................................24
3.4.1. Schuldig hulpverzuim................................................................24
3.4.2. Aangifteplicht.............................................................................25
3.5. Schending van het BG......................................................................26
3.6. Impact Art 458 Sw – 352 SW op psychologisch consulenten...........26
3.7. Hoofdstuk 4: de relatie met zorggebruiker en systeem...................28
1
, 3.8. Hoofdstuk 5: relatie met beroepsgenoten, andere zorgverleners en
organisaties............................................................................................29
1. Inleiding
1.1. Wat is deontologie?
-deontologie
onderdeel van ethiek
de morele ervaring -> goed/ fout -> buikgevoel
ethiek = op systematische wijze omgaan met deze morele ervaring
Romeinen geloofden dat iedereen geboren is met een moreel kompas = natuurwetten
-ethiek
leer over “wat is goed handelen?”
criteria:
om handelingen als goed of fout kwalificeren
om motieven en gevolgen ervan te bespreken en beoordelen
vragen stellen en voortdurend reflecteren = systematisch en gestructureerd nadenken
over ons handelen
waarden en relaties: als je met mensen werkt ga je relaties aan, je vertrekt daarbij vanuit
je waarden en werkt met mensen die andere waarden hebben
dilemma’s: waarden die botsen
ook gemeenschappelijke waarden, bv. respect
-waarden
niet vast, evolueren in een mensenleven
overkoepelende principes, bv. respect
2 functies
motivatie voor onze keuzes
verantwoording voor onze keuzes en gedrag
moraal/ethiekfilosofie is gesteld op waarden
deontologie is gesteld op normen
wat je drijfveren zijn in je werk
wat jij altijd na zult streven, borg voor staat
wat jij van het hoogste belang acht
-normen
gedragsregels die voortkomen uit waarden, bv. iemand aankijken als die persoon spreekt
2
, rechtsregels: gedragsregels die met dwang worden opgelegd of gehandhaafd worden
door de overheid
ook hier zijn waarden aan gekoppeld
hier kan je goed zien dat waarden veranderen door de loop der tijd
hoe zie ik die waarden terug in mijn handelen?
hoe ‘doe’ ik respect, waardigheid, vertrouwen?’
-deontologie en beroepsethiek
deontologie = plichtenleer van een beroep, onderdeel van de ethiek
beroepsethiek = geheel van waarden en normen die het handelen van (een lid van) een
beroepsgroep stuurt of zou moeten sturen
deontologische codes: gedragsregels gekoppeld aan bepaald beroep
bij overtreding is er een tuchtoverheid die tuchtmaatregelen oplegt
belangrijke vragen: Wat is goed handelen? Wat is goed handelen als PC?
-dilemma
toestand waarin tussen 2 wegen, die beide bezwaren opleveren, een keuze moet worden
gemaakt
ethische dilemma’s: beide keuzes brengen nadelen met zich mee
botsing tussen waarden staat centraal
waarden die even waardevol zijn
weegschaal die afgewogen moet worden
gemaakte keuze laat ‘moreel residu’ na: een gewetensprobleem
-PC moet nadenken over eigen waarden en normen die het handelen beïnvloedt
je krijgt vaak te maken met kwetsbare mensen
de gekozen interventies kunnen zeer ingrijpend zijn in het leven van anderen
de gekozen interventies hebben steeds een vertrouwelijk karakter: afweging en goed
nadenken is verantwoordelijkheid van de PC
PC moet tov de client, organisatie en de samenleving zijn/haar ingrepen kunnen
verantwoorden
1.2. Waarden en normen in het beroep van de PC
vertrouwen, privacy
veiligheid, bescherming
inclusiviteit: respect voor culturele diversiteit
respect voor de autonomie van de cliënt
empathie: kunnen inleven en meevoelen
rolintegriteit: correcte afstand-nabijheid, respecteren van professionele grenzen
eerlijkheid
3
, echtheid
acceptatie
opnemen van professionele verantwoordelijkheid/deskundigheid
-kunnen verantwoorden
= kunnen benoemen welke waarden meespelen, welke regels (normen) je volgt en welke
afwegingen je maakt
-deontologie of beroepsethiek is tweeledig
1. fundamentele principes/regels/normen kennen
de wet- en regelgeving over het beroep, de beroepscode…
de normen van de PC
2. nadenken of ethisch reflecteren over
eigen werkwijze, handelswijze
wet- en regelgeving, codes, waarden van het beroep (met elkaar in lijn of niet)
eigen rol in ethische dilemma’s in het beroep en hoe hierin beslissingen te nemen
-deontologie = fundamentele regels kennen
WUG: wet betreffende de uitoefening van gezondheidsberoepen
wet patiëntenrechten
4