Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 45 pages
Resume

Samenvatting Biochemie: Moleculaire Biologie | REVAKI | UGent | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 45 pages

Samenvatting van het deel 'moleculaire biologie-biochemie'. Bevat alle 7 delen (dus incl nieuw deel genetica). Heb alle lessen bekeken + het boek en de pwp. Bevat ook foto's/schema's.

Aperçu du contenu

BIOCHEMIE: MOLECULAIRE BIOLOGIE
HF 1: CELLEN EN HUN GENOOM

1.1 INLEIDING EN SITUERING

- Reproduceren -> genetische info doorgeven
- Veel organismen bestaan uit 1 cel -> mens: 1013
- 1 cel draagt alle genetische info en deelt

1.2 ALLE CELLEN STOCKEREN HUN GENETISCHE INFO IN DEZELFDE CHEMISCHE
CODE: HET DNA

- DNA: dubbelstrengig desoxyribonucleïnezuur
- 4 bouwstenen (=nucleotiden) met nucleobasen:
 A: adenine
 T: thymine
 C: cytosine
 G: guanine
- Ew’n -> opgebouwd uit 20 verschillende AZ’n

- Nucleotide: suikergroep (desoxyribose) + fosfaatgroep + base
 V 5’ fosfgroep naar 3’ hydroxylgroep

- RNA = enkelstrengig: onstabiel
- DNA = dubbelstrengig -> samengehouden door H-bruggen
 A-T : 2 H-bruggen
 G-C : 3 H-bruggen (moeilijker te verbreken)
 2 complementaire strengen (=antiparralel)
 Rechtsdraaiend
- DNA-replicatie -> 1 streng als mal (3’-5’) zodat nieuwe streng (5’-3’) is.

1.3 INFO VLOEIT EERST V DNA NAAR RNA: GENETISCHE INFORMATIESTROOM

- Transcriptie = DNA -> RNA (extra hydroxylgroep -> ribonucleïnezuur)
 RNA: uracil ipv thymine
- Translatie = RNA -> ew’n (20 AZ’n)

1.4 BOODSCHAPPER RNA W VERTAALD NAAR EW’N

- Codon: 3 nucleotiden
 Telkens 4 mogelijkheden
 4 x 4 x 4 = 64
 Degeneratie vd genetische code= sommige codons coderen voor hetzelfde AZ
(want 20 AZ’n)
 Wobble base: eerste 2 nucleotiden zijn hetzelfde, 3de is verschillend voor
eenzelfde AZ
- Startcodon: AUG
- 3 stopcodons: UAA – UGA – UAG
- Codons w gelezen door : transfer RNA moleculen (tRNAs)
 Elk type tTRNA molecule draagt een spef AZ en een anticodon
 Een RNA sequentie v 3 nucleotiden die complementair is aan het codon vd
mRNA molecule -> bindt via basenparing op dit codon


1

,  mRNA codeert voor ew’n -> w eerst afgeschreven als pre mRNA en dan
introns er uit halen => dan heb je een stuk dat vertaalbaar is

- AZ’n worden aan elkaar gekoppeld via peptidenbruggen
- Vrijgekomen tRNA moleculen w gerecycleerd
 Gebeurt allemaal in het ribosoom
 2 grote rRNA ketens + ew’n

1.5 GENOMEN EN HUN COMPLEXITEIT

1) Eukaryoten = groot deel v DNA in celkern/nucleus onder de vorm v
chromosomen
2) Prokaryoten = geen kern
3) Archeae (=oerbacteriën) -> leven bij extreme omstandigheden
 Gaan zeer snel vermenigvuldigen
- Grootte v ons genoom: 3,2 miljard basenparen
- Uitrekken naar haploid genoom -> 1m DNA => diploid 2m
- Celkern: 6 µm -> grote hvlheid DNA in een kleine celkern

Vb. calico kat = altijd vrouwenlijk -> vachtkleur ligt op X chromosoom

- Mannen 1X chromosoom -> knn maar 1 kleur
- Vrouwen 2X chromosomen -> 2 kleuren
 Ook aantal genen die er voor zorgen dat je geen kleurstoffen kan aanmaken
waardoor je die witte vlekken hebt
 Heel uitzonderlijk ook man: klinefelter syndroom: XXY

- Nieuwe genen (uit bestaande genen):
1) Fouten tijdens DNA replicatie
 Intergenisch= tssn 2 verschillende genen
 Intragenisch= variant in het gen -> je kan hier een extra effect van krijgen
= sequentie v bestaand gen door fouten tijdens DNA replicatie
gemuteerd
2) Genduplicatie
= bestaand gen gedupliceerd
3) Segment shuffling
= genen gebroken en aan elkaar geplakt -> hybride gen
4) Horizontale gentransfer
= stuk DNA vh genoom v 1 cel naar andere cel getransferd

 Genduplicatie: 1 gen vrij om de muteren en 1 gezonde over => hierdoor heeft
gedupliceerde gen andere functio vh
originele

- Orthologe genen = genen in
verschillende organismen met
gemeenschappelijke voorouder met ong
dezelfde functie (=speciatie)

- Paraloge genen = ontstaan door
genduplicatie binnen 1 genoom en andere
functie door mutaties



2

, - Homologe genen = gemeenschapelijke voorouder (overkoepelende term)


1.6 DE GENETISCHE INFORMATIE IN EUKARYOTEN IS COMPLEX

- Eukaryoten zijn groter en comlexer dan prokaryoten
 Genetische info van hybdride oorsprong
 Dna in de kern + klein deel in mito’s (=energiefabriekjes)
- Veel niet-coderend DNA (junk-DNA) -> wel belangrijke functies
 Regulerend DNA: vb. expressie nabijgelegen genen reguleren
 Genregulerende ew’n: binden regulerend DNA en regelen transcriptie

1.7 DE MUIS ALS MODEL VOOR DE MENS

- Proefdiermodel
- Analoge, natuurlijke genmutaties (hetzelfde fenotype als de mens)


ZEBRAVIS
- Knn huidfenotypes ook bij een vis met schubben
- Krijgen ook elasticiteit in schubben net als muizen en mensen met EDS
- Botvissen
- Lange staart vol met spiercellen


ORGANOIDS
- Wf op een plaat
- Verschillende cellen samenbrengen om zo een hartje na te maken (mini-orgaan)
 Patiëntspecifiek -> personalized medicine
 Medicijnen aan geven en kijken welke bv het hartritme gaat herstellen




3

, HF 2: DNA, CHROMOSOMEN EN GENOMEN

2.1 INLEIDING

- Celdeling = genetische info doorgeven
- Moment dat chromosomen gaan delen -> sterk gecondenseert (duidelijke
structuur)
- Chromosmen: DNA + ew’n

2.2 DE STRUCTUUR EN DE FUNCTIE VH DNA

- 5’ -> neg geladen fosf groep -> draagt bij aan de richting
 1,2 of 3 fosfaatrgroepen aan einde v DNA
- 3’ -> neutraal
- Op C1 van 5 ring suiker bindt de
base
- Pyrimidines = uracil, cytosine,
thymine (= gemethyleerde
uracil)
- Purines = adenine, guanine

 RNA: OH op C2 en C3
 DNA: OH op C2

 Nucleotiden aan elkaar binden:
- Polymerase zorgt dat 3’-OH ->t 5’-fosf aanvalt vd inkomende nucleotide =>
fosfodiesterbinding onstaat tssn 3’ ene nucleotide en 5’-fsof vh volgende en PPi
‘pyrofosf’ w vrijgegeven als bijproduct.

- DNA dubbele helix: stabiel dubbele rechtsdraaiene helix
- Basen aan de binnenkant (met genetische info) = energiezuinig
- Suikerfosfruggengraat aan de buitenkant
- Strengen worden samengehoudenn door H-bruggen (complementaire basenparing
= tssn grotere base purine en kleinere base pyrimidine)
- 1 omwenteling = 10 basenparen

- Informatie in opeenvolging v nucleotiden (codons: per 3)
- Strengen volledig complementair dus zelfde info op de 2 strengen
 Strengen gaan uit elkaar en parentale strengen worden als mal gebruikt van 5’
-> 3’
 Leading strand: continu gesynthetiseerd
 Lagging strand: okazaki-fragmenten

- heterochromatine: DNA samen met histonen (ew’n) (sterk gecondenseert) ->
donker
- Euchromatine: wel toegankelijk -> lichter
- Kern afgelijnd door een nucleaire envelop : dubbele liidenlaag laag met poriën ->
mrna kan hierdoor
 Buitenste laag vloeit over in endo reti
 Binnenste laag ondersteund door : Nucleaire lamina -> zorgt voor structuur
 Zo blijven nucleaire en cytosolische enzymen gescheiden


4

Table des matières

  1. 01 HF 1: cellen en hun genoom 1
    1. 1.1 inleiding en situering 1
    2. 1.2 alle cellen stockeren hun genetische info in dezelfde chemische code: het dna 1
    3. 1.3 info vloeit eerst v dna naar rna: genetische informatiestroom 1
    4. 1.4 boodschapper RNA W VERTAALD NAAR EW’n 1
    5. 1.5 genomen en hun complexiteit 2
    6. 1.6 de genetische informatie in eukaryoten is complex 3
    7. 1.7 de muis als model voor de mens 3
  2. 02 Hf 2: dna, chromosomen en genomen 4
    1. 2.1 inleiding 4
    2. 2.2 de structuur en de functie vh dna 4
    3. 2.3 chromosomaal dna en chromatine 5
    4. 2.4 regulatie Vd chromatinestructuur 6
  3. 03 HF 3: DNA replicatie, herstel en recombinatie 8
    1. 3.1 dna replicatiemechanismen 8
    2. 3.2 initiatie en beëindiging van DNA replicatie in chromosomen 10
    3. 3.3 DNA herstel 12
  4. 04 HF 4: DNA naar RNA 14
    1. 4.1 DNA w afgeschreven naar RNA 14
    2. 4.2 eukaryoten: de elongatie v transcriptie is gekoppeld aan rna processing 17
    3. 4.3 eukaryotische mrna mol w selectief uit de kern getransporteerd 19
  5. 05 HF 5: v RNA naar ew 21
    1. 5.1 trna mol als intermediair tssn mrna en ew 21
    2. 5.2 mRNA w gedecodeerd in de ribosomen 22
    3. 5.3 een zijsprongetje naar antibiotica 24
    4. 5.4 kwaliteitscontroles bij (en na) translatie 25
  6. 06 hF 6: modificatie en lokalisatie v ew’n 28
    1. 6.1 een aantal vb’n v ewmodificaties 28
    2. 6.2 compartimenten binnen cellen 29
  7. 07 HF 7: menselijke genetica 30
    1. 7.1 het humaan genoom: basisbegrippen 30
    2. 7.2 GENETISCHE VARIANTEN 31
    3. 7.3 functionele effecten v sequentievarianten 35
    4. 7.4 STAAT NIET IN BOEK 36
    5. 7.5 MONOGENISCHE aandoeningen en mendeliaanse overervingen 36
    6. 7.6 mitochondriale aandoeningen 38
    7. 7.7 kanker 39
    8. 7.8 niet-mendeliaanse monogenische overervingsvormen en multifactoriële aandoeningen 41
  8. 08 7.9 genetische testing 43

Infos sur le Document

Cours
Publié le
3 juin 2026
Nombre de pages
45
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
$12.96

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
1
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions